HOE IS VEDANTA ONDERVERDEELD

INLEIDING

Vedanta, wat zoveel wil zeggen kennis(Veda) einde(anta), einde van de Kennis, of anders Alle kennis in een notendop.

Deze studie is zeker nog niet volledig, maar wanneer er (weer) een stukje van de sluier wordt opgelicht, zal ook dit aangroeien tot ....

De Prakriyas of de verschillende categorieën in de filosofie van Vedanta zijn de basis principes waarmee het lichaam en de ziel zijn samengesteld.

Zijn houden zowel rekening met het gemanifesteerde als het ongemanifesteerde, Brahman, Maya Ishvara, Jiva en het universum

De natuur van de realiteit, de eigenschappen, en hun verschijningsvormen van het individu zijn de basis thema's in Vedanta.

Sri Sankaracharya zei dat het de viervoudige kwaliteiten moet bezitten van Sadhana voordat met kan beginnen met de studie van Tattwa-Bodha of de kennis van Vedanta onderverdeling en de natuur van Atman. En wanneer men voldoende streeft, vertrouwen heeft, volhard en gezuiverd bewustzijn heeft, zal er door deze Zelf-studie, de weg vinden die het Zelf transformeerd door deze kennis.

Een waar begrijpen van deze onderverdeling is noodzakelijk voordat men de studie aanvat van de Advaita Vedanta die dit gebruikt als een logische verklaring binnen zijn uiteenzetting van het Ware Bestaan.







1. Er zijn vierentwintig Tattvas of Principes van manifestatie van Mula Prakriti
De vijf Tanmatras of basis beginselen van de elementen:
    Shabda
(geluid)
Sparsha
(gevoel)
Rupa
(vorm)
Rasa
(smaak)
Gandba
(geur)
De vijf Jnana Indriyas of zintuiglijke organen:
   Shrotra
[oor]
Tvak
[huid]
Chakshu
[oog]
Jihva
[tong]
Ghrana
[neus]
De vijf Karma-Indriyas of organen van actie:
   Yak
[spraak]
Pani
[hand]
Pada
[voet)
Upastha
[genitalen]
Payu
[anus]
De vijf Pranas of vitale krachten:
   Prana Apana Samana Udana Vyana
Het viervoudinge Antahkarana of innerlijke organen:
      Manas
[mind]
Buddhi
[intellect]
Chitta
[geheugen of het subbewustzijn]
Ahamkara
[egoisme]


.

2. Er zijn drie lichamen of Shariras:
Sthula Sharira
[grove lichaam]
Sukshma of het Linga-Sharira
[subtiele lichaam]
Karana Sharira
[causale lichaam]


3. Er zijn vijf Koshas or scheden die de Jiva omringen:
Annamaya
[voedsel schede]
Pranamaya
[vitale schede]
Manomaya
[mentale schede]
Vijnanamaya
[intellectuele shede]
Anandamaya
[zaligheids schede]


4. Er zijn zes Rhava-Vikaras of veranderingen van het lichaam:
Asti [Bestaan] Jayate [geboorte] Vardhate [groei] Viparinamate [verandering] Apakshiyate [verval] Vinashyati [dood]


5. Er zijn vijf grove elementen:

Akasha
[ether]
Vayu
[lucht]
Agni
[vuur]
Apas
[water]
Prithivi
[aarde]


6. Er zijn vijf Upapranas of subvitale krachten:

Naga Kurma Krikara Devadatta Dhananjaya


7. Er zijn zes Urmis of golven [op de oceaan van Samsara]:

Shoka
[verdriet]
Moha
[verwarring of ontgoocheling]
Kahut
[honger]
Pipasa
[dorst]
Jars
[verval van leeftijd]
Mrityu
[dood]


8. Er zijn zes Vairis of hindernissen:

Kama
[passie]
Krodha
[toorn]
Lobha
[hebzucht]
Moha
[verwarring]
Mada
[trots]
Matsara
[jaloezie]


9. Maya is tweevoudig:
Vidya
[kennis]
Avidya.
[onwetendheid]


10. Vidya. of Kennis is tweevoudig:
Para
[hoger]
Apara
[lager]


11. Er zijn drie Avasthas of staten van Bewustzijn:
Jagrat
[waken]
Swapna
[dromen]
Sushupti
[diepe slaap]


12. Shaktis zijn twee:
Avarana [sluier]Vikshepa [afleiding]


13. Jnana-Bhumikas of graden van kennis zijn zeven:
Subheccha Vicharana Tanumanasi Sattvapatti Asamsakti Padartha-Abhavana Turiya


14. Ajnana-Bhumikas of graden van onwetendheid zijn zeven:
Bija-Jagrat Jagrat Maha-Jagrat Jagrat-Swapna Swapna Swapna-Jagrat Sushupti


15. Sadhana is viervoudig.
Viveka
(onderscheiding)
Vairagya
(oefening)
Shat sampat:
(zes deugden)
Mumukshuttva
(hang naar bevrijding)
Shat sampat: (zes deugden)
[i] Sama. (evenwichtig denken),
[ii] Dama (Zelf controle of controle van de zintuigen),
[iii] Uparati (het ophouden van wereldse aktiviteit)
[iv] Titiksha (vastberadenheid of kracht van het geduld),
[v] Shraddba. (vertrouwen in God, Guru, boeken en het Zelf),
[vi] Samadhana. (Concentratie of eenpuntige gerichtheid van het denken).


16. De natuur van Atma of Brahman is drievouding:
Sat
(Bestaan)
Chit
(Bewustzijn)
Ananda
(Zaligheid)


17. De Granthis of knopen van het hart zijn drie:
Avidya
(onwetendheid)
Kama
(verlangen)
Karma
(actie)


18. De gebreken van Jiva zijn drie:
Mala
(onzuiverheid)
Vikshepa
(verstrooidheid)
Avarana
(sluier van onwetendheid)


19. Er zijn twee Vrittis of manieren van denken:
Vishayakara-Vritti (objective psychoses) BralimakaraVritti (oneindige Psychoses).


20. Gunas of kwaliteiten van Prakriti zijn drie:
Sattwa
(licht en zuiver)
Rajas
(activiteit en passie)
Tamas
(duister en inertie)


21. Er zijn acht Puris of steden volgens het subtiele lichaam:
Jnana-Indriyas Karma-Indniyas Pranas Antahkarana Tanmatras Avidya KamaKarma


22. Er zijn drie Karmas:
Sanchita PrarabdhaAgami


23. De natuur van iets is vijfvoudig:
Asti Bhati Priya Nama Rupa


24. Bhedas of versplitsing zijn drie:
Svagata Sajatiya Vijatiya


25. Lakshanas of definities van de natuur van Brahman zijn twee:
Svarupalakshana Tatasthalakshana


26. Dhatus of constituties van het lichaam is zeven:
Rasa
(plasma)
Asra
(bloed)
Mamsa
(vlees)
Meda
(Vet)
Asthi
(been)
Majja
(merg)
Shukra
(zaad)


27. Er zijn vier staten van Jnani:
Brahmavit Brahmavidvara Brahmavidvariya Brahmavidvarishtha


28. Anubandhas of aanleiding van discutie (thema) in Vedanta zijn vier:
Adhikari
(kandidaat gereed voor inwijding)
Vishaya
(subject)
Sambaudha
(samenhang)
Prayojana
(de vruchten of het resultaat)


29. Lingas of tekenen van een perfectie van een tekst zijn zes:
[i] Upa.krama-Upasamhara-Ekavakyata: de eenheid van gedachten zowel in het begin als op het einde.
[ii] Abhyasa. (voordurende oefening of herhaling).
[iii] Apurvata (Vernieuwing of de ongewone natuur van het bewijs)
[iv] Phala (de vruchten van het onderwijs).
[v] Arthavada (lofrede, aanbidding of uitdrukkingskracht)
[vi] Upapatti of Yukti (illustratie of beredenering).


30. Bhavanas of inbeelding van het denken zijn drie:
Samshayabhavaria
(twijfel)
Asambhavana
(gevoel van onmogelijkheid)
Viparitabhavana
(verdraaiing of verkeerd denken)


31. Malas of onzuiverheden van het denken zijn dertien:
Raga Dvesha Kama Krodha Lobha Moha Mada
Matsarya Irsha Asuya Dambha Darpa Ahamkara


32. Er zijn vijf Kleshas of wereldse aantrekking:
Avidya.
(onwetendheid)
Asmita
(egoisme)
Raga
(aantrekking, liefde)
Dwesha
(afstoting, haat)
Abhinivesha
(Gehechtheid aan het lichaam)


33. Taapas of Kwellingen zijn drie:
Adidaivika
is de hinder van godelijke inbreng zoals onweer, hitte, koude, aardbeving
Adibhautika
is de hinder van schepselen zoals slangen, muggen, honden, ea.
Adhyatmika
is de ziekte van het lichaam


34 Pramanas of bewijs van kennis zijn zes:
Pratyaksha
(waarneming)
Anumana
(gevolgtrekking)
Upamana
(vergelijken)
Agama
(schrifturen)
Arthapatti
(vermoeden)
Anupalabdhi
(onbegrip).


35. Denken is tweevoudig:
Ashuddha
(onzuiver)
Shuddha
(zuiver)


36. Meditaties zijn twee:
SagunaNirguna.


37. Muktas zijn twee:
Jivanmukta Videhamukta


38. Muktis zijn twee:
Karma-Mukti Sadyo-Mukti


39. Samadhis zijn twee:
Savikalpa Nirvikalpa


40. Jnana is tweevoudig:
Paroksha
(indirect)
Aparoksha
(direct)


41. Prakriti is tweevoudig:
Para Apara


42. Apara Prakriti is achtvoudig:
Aarde Water Vuur Lucht Ether Manas (Denkmaterie) Intellect Egoïsme


43. Prasthanas of de regulative teksten van Vedanta zijn drie:
Upanishads
(Shruti)
Brahmasutras
(Nyaya)
Bhagavad-Gita
(Smriti)


44. Er zijn twee variaties van Granthas of teksten:
Pramana-GranthasPrameya Granthas
De teksten zijn op hun beurt verdeeld in twee delen:
Prakriya Granthas Shastra-Granthas.


45. Vasanas of verlangens zijn drie:
Daraishana
(verlangen naar een vrouw)
Vittaishana
(verlangen naar gezondheid)
Lokaishana
(verlangen naar deze en andere werelden)


46. Er zijn vier soorten wezens:
Jarayuja
(geboren uit een lichaam)
Andaja
[geboren uit een ei]
Swedaja
[geboren uit zweet]
Udbhijia
[uit aarde geboren]


47. De schildwachten aan de deur van bevrijding zijn vier:
Santi
[Vrede]
Santosha
[tevredenheid]
Vichara
[onderzoek]
Satsanga
[aanwezigheid van de wijzen]


48. Er zijn vijs staten van denken:
Kshipta
[afleiding]
Mudha
[lusteloosheid]
Vikshipta
[verstrooid]
Ekagra
[éénpuntig gericht zijn]
Niruddha
[onderdrukken]


49. Er zijn negen poorten in het lichaam:
Twee Oren twee Ogen Mond Neus Navel Geslachtsorgaan Anus


50. Avarana-Shakti is tweevouding:
Asattva-AvaranaAbhana-Avarana


51. Vikshepa Shakti is drievouding:
Kriyashakti Icchashakti Jnanashakti


52. Satta of bestaan is van drie variaties:
Paramarthika
[absoluut Waar]
Vyavaharika
[fenomenaal]
Pratibbasika
[ogenschijnlijk of illusoir)


53. Kennis is van twee variaties:
Swarupajnana
[Kennis van de essentiële natuur]
Vrittijnana
[psychologisch of intellectuele kennis].


54. Er zijn vier hindernissen naar Samadhi:
Laya.
[torpidity]
Vikshepa
[verstrooinig]
Kashaya
[gehechtheid]
Rasaswada
[egoistisch genieten]


55. De natuur van de kosmische [Samashti] persoon [Ishvara] is drievoudig:
Virat Hiranyagarbha Ishvara


56. De natuur van de individuele [Vyashti] persoon [Jiva] is drievoudig:
Vishva Taijasa Prajna


57. Het bewust kennen is het gevolg van twee factoren:
Vritti-Vyapti Phala-Vyapti


58. De betekenis van de Tat-Twam-Asi Mahavakya is tweevoudig:
Vachyartha
[De letterlijke betekenis]
Lakshyartha
[indicatieve betekenis]


59. Vedantische ondervraging wordt beoefend door de methode van:
Anvaya-Vyatireka, Atadvya.vritti, Neti.-neti doctrine,
Niet Dit, Niet Dat
Adhyaropa-Apavada, Nyayas
[illustraties],
ezv.


60. De betekenis van de grote uitspraak Tat-Twam-Asi wordt verkregen door de overweging van
Jahadajahallakshana of Bhagatyaga-lakshana, Samanadhikaranya,
Visheshanavisheshyabhava, Lakshyalakshanasambandha.


61. De belangrijke Vadas in Vedanta zijn:
Vivartavada Ajativada Drishti-Srishtivada SrishtiDrishtivada Avacchedavada
PratibimbavadaEkajivavada Anekajivavada Abhasavada


62. Vedantische contemplatie is drievoudig:
Sravana MananaNididhyasana