Update Verslag
Maandag 12 juni 2006 (Horta, Faial, Azores, Portugal)
Ik moet natuurlijk als eerste uit mijn bed, kooi eindelijk, want ik moet ons wagentje gaan terug brengen. Eerst nog wat gaan tanken en dan terug naar de verhuurfirma. Het zelfde meisje als gisteren, duidelijk beter uit geslapen, neemt het wagentje terug over.
Tegen dat ik terug ben heeft Inge Jean al wegwijs gemaakt in de verschillende kasten om op zijn minst de koffie en de choco terug te vinden. Ontbijten en dan Jean de stad gaan tonen.
We komen op de markt terecht en hebben geluk. Een kerel heeft net een paar yellowfin tuna’s op ijs gelegd. Ik kan het niet laten en zeker niet aan 4,2Euro/kilo. Een homp tonijn van 2 kg gaat een plastiek zakje in en we hebben terug een paar heerlijke maaltijden. Inge en Jean laten zich ondertussen verleiden door een oud dametje dat brood verkoopt, aan 5Euro, terwijl een 800gr brood hier 0,39 Euro kost in de lokale supermarkt, ze moeten nog veel leren. Altijd opletten van lieve oude dametjes!
Een hapje gaan eten in ons routine restaurantje met een flesje lokale wijn en het is alweer middag. Terug aan boord wat gaan lezen en gaan schuilen want het is weer beginnen te regenen. De waterpomp die hersteld is lijkt niet meer te lekken, maar ik heb er toch niet zoveel vertrouwen in. Jean is zich verder aan installeren, raar hoor, weer volk aan boord te hebben. 16.00u, het is opgehouden met regenen en we kunnen nog een wandeling maken naar het strand en het verlaten “whale station”. Nog een pint op het terras en dan is tijd om de aperitief te nemen aan boord. Op het internet, natuurlijk weer geen antwoord van mijn werkgever, en dan is er het weer. Het zou mogelijks pas vanaf het weekend beter worden. Een depressie uit het niets gekomen moet nog even benoorden Terciera passeren en dan ziet het er goed uit. De Blue Iguana heeft geen contact met Herb gekregen maar met al die masten rondom ons is dat niet verwonderlijk. Als zij geen contact hebben dan wij zeker niet. Lekker eten, (paar) fles(jes) wijn drinken en een filmpje. Jean heeft last van een jetlag en ligt halverwege de film al te knorren.
Dinsdag 13 juni 2006 (Horta, Faial, Azores, Portugal)
Prachtig weer deze morgen. Een westelijke wind die onze buurman doet vertrekken, enkel maar naar San Miguel. Er staan nog wat whitecaps in het kanaal tussen Pico en Faial maar het weer is duidelijk aan de betere hand. We zouden kunnen vertrekken maar dat is nog niet de bedoeling. Jean wil ook wat van het eiland zien en gaat op verkenning om een motorfiets te huren.
Met het vertrek van onze buren is een Frans koppel naast ons komen liggen. Ze hebben de Caribbean ook al eens gedaan en zijn aan hun tweede rondje Atlantic bezig. Deze keer was het Brazilië en dan rechtstreeks naar Cuba waar ze een paar maanden verbleven hebben. Ze hebben een verstekeling meegebracht: een 8 weken oud poesje dat meteen de show steelt. Ze hebben er twee gered in Havana, die de namen Fidel en Aicha dragen. Fidel is met een ander jacht vertrokken richting Europa en Aicha klimt nu via de grootschoot in de giek om met de reeflijnen te spelen. Onze nieuwe Franse buren hebben de storm op de oceaan uitgezeten, die wij gelukkig achter ons gelaten en hun verhaal is niet zo leuk. 3 dagen bijliggen met tot 60kn wind, buiskap weggeslagen, golf binnen gekregen over de kaarten tafel en HF zender verdronken, 15cm water in de kajuit,….enkel Aicha trok het zich niet teveel en had slechts het probleem van natte pootjes bij het rondstappen in de kajuit.
Ik kuis de tonijn van gisteren en dan iets stom. De teil water rood van het bloed gooi ik overboord en daarin zit ook mijn beste fileermes. Sh…Sh…. Ook met de grote scheepsmagneet geen geluk. Dan maar duiken. Even later sta ik met vinnen, shorty en duikbril en snorkel, op het ponton en dan het water in naar beneden. Koud!!! Het is maar 4m diep en het water is redelijk helder. En ja hoor, na twee duiken heb ik mijn favoriete mes terug. De buurman aan de andere kant, een Nederlander, vraagt me of ik toevallig niet een antenne isolator beneden tegen gekomen ben. Even duiken en jawel daar ligt ie. Het ding is snel terug bij zijn rechtmatige eigenaar, in de Carib wordt je bedankt met wat rum…maar hier enkel met zeer weinig woorden…hmm. Nu ik toch in het water ben even de schroef, kiel en roer inspecteren. Geen schade en niets van aangroei. Alles ok dus onderwater. Uit het water en …aperitieftijd is al aangebroken. Ik blijf om de traditie niet te breken in de rum…een t-punch. We gaan een hapje eten in de bar van de jachtclub…een hamburger met frieten.
Na de middag gaan we het internet onveilig maken en kunnen GRIB files downloaden. Nog steeds geen antwoord van mijn toekomstige werkgever. So far for Human Resource Management. Het weer ziet er beter en beter uit. Zelfs periodes met afzwakkende en geen wind. Toch liever iets van wind, dan niets. Jullie kennen mijn standpunt qua motoren.
Dan maar naar het strand. Deze keer geen wit strand maar een zwart vulkanisch strand dat snel opwarmt. We kunnen zelfs even gaan zwemmen, maar voor Jean is het toch iets te fris. Terrasje doen en dan aan boord verder aperitieven. Jean heeft echt het mooi weer meegebracht, want tot nu hadden we niets anders dan een Belgisch brokken zomertje te verwerken. Maar nu is het aangenaam warm. Deze avond staat er tonijn op de menu die iedereen aan boord weet te smaken…met de nodige vino verde. Geen televisie vandaag maar wat gezelschapspelletjes.
Woensdag 14 juni 2006 (Horta, Faial, Azores, Portugal)
Jean is altijd een vroege vogel, wij niet. Dus is Jean al weg als wij weer tot het rijk der levenden komen, maar komt even later vrolijk aangestapt met een zak vol koffiekoeken. Braziliaanse koffie komt op dek en een uitgebreid ontbijt, zelfs met spek en eieren. Even langs gaan bij de Blue Iguana. Ze gaan vandaag vertrekken. Ze hebben eindelijk contact gehad met Herb en hij geeft voor de komende week een positief advies maar met “light and variable winds”. Andy heeft er genoeg van alhoewel Julie wel nog even wil blijven. Dan verstoken we maar wat meer fuel, zegt Andy ons.
We kunnen er weer tegen. Jean gaat zijn brommer ophalen en gaat het eiland even verkennen.
Wij doen de was. Geen gemakkelijke zaak, want we moeten tot 2x terug op en af lopen omdat “madammeke” steeds maar geen machine vrij heeft. Een deel doen we aan boord in de teilen.
Net voor de middag vaart de Blue Iguana af met wie we weer een radionet afgesproken hebben en die eventueel relay zal spelen voor het geval dat we Herb niet te pakken krijgen op de radio. Veel gewuif en getoeter en even later zien we hun zeiltje over de havenmuur naar het noorden verdwijnen. Meerdere boten vertrekken nu en we kunnen eindelijk ook niet meer wachten.
Op de middag gaan we dan maar een restaurantje doen, en dvd-tje halen en een grib file downloaden, in onze mailbox zitten geen berichten meer…als jullie begrijpen wat ik bedoel. Ze trekken zich in België niets van ons aan, wij dus ook niet van hen. “Alberto” is al geboren, de eerste Tropical storm van het seizoen maar zal wel aan de oostkust van de US uitrazen, geen probleem voor ons dus. Het weer ziet er best leefbaar de volgende dagen maar niet qua wind. Licht weer voor de komende 48u.
Jean is tegen 15.00u al terug en gaat snel zijn “brommerke” binnen doen. Het weer is opperbest en het strand ligt al goed vol. Dan maar erbij gaan liggen. Portugese vrouwen zijn toch niet zo mooi. Ik ben natuurlijk verwend door de prachtige negerinnetjes en de sensuele chica’s van de Caribbean. En het ergste moet nog komen…Engeland.
Weer hetzelfde scenario: terrasje, aperitief, varkenshaasje met porto, en …een studie van de GRIB files. Morgen kunnen we vertrekken. Inkopen nog te doen, uitklaren en weg zijn wij.
Donderdag 15 juni 2006 (Horta, Faial, Azores, Portugal)
Het weer wil niet mee, geen blaas wind, niets, een lichte mist hangt over de jachtclub. Er rest niets anders dan een wandeling te maken en de vele honderden muurschilderijen te gaan bekijken van de vele honderden jachten.
Hapje eten in de jachtclub, internet, …het wordt eentonig.
In de namiddag dan maar een grondige controle van de mast en stagen. Jean is zwaarder dan ik en ik ben zwaarder dan Inge, maar Inge ziet het werkje boven de bakstagen niet zitten, dus met Jean aan de winchen zit ik even later in de top van de mast. Ook daar moet ik aan de windmeter draaien om er beweging in te krijgen. Geen wind. En te zeggen dat we hier een week geleden bijna van dek waaiden. De top van de mast ziet er prima uit, alle kabels zijn nog mooi geïsoleerd en nergens is er schade aan de stagen. Enkel één bout zou misschien een beetje beter aangetrokken moeten worden van de onderste zaling, maar alles ziet er nog prima uit. 20min later sta ik weer op dek. Aperitief en een hapje gaan eten in ons restaurantje.
Ik heb het weer zitten. De nieuwe tondeuse die Inge gekocht heeft moet gebruikt worden en ik zit even later als een geschoren schaap op de rand van het ponton. Voor mij drijft de rest van schamele haartooi naar open zee. Ook Jean zit even later op het ponton en Inge haar machine graast alles af op 6mm….wat een ellende!
Het weer is wel prima want tegen de middag is de mist weggebrand en zijn we dan maar weer op stap naar Puorto Pim en het “whale station”. We beslissen dan maar eens de ruines en de begroeiing verder in te gaan trekken. Jean ontdekt er veel planten die een typische anijs geur hebben…ik vind het meer een Richard geur…en Inge vindt dat het naar ”zwarte spekken” geurt, in alle geval het is eetbaar. Bijna een km door het kreupelhout loopt het halfslachtige pad dood in een weggetje naar een strandje net onder de rotsen. Buiten een paar Portugese meiden die wat komen flikflooien met hun lokale lover is er niemand op deze verborgen strandjes, want er blijken er meerdere te zijn onder de rotswant.
Dan maar terug naar de boot met allerlei rode puntjes in onze kuiten van de lokale begroeiing. Klassieke scenario en we beslissen “morgen gaan we ervoor”.
Vrijdag 16 juni 2006 (Horta, Faial, Azores, Portugal)
Het is allemaal niet zo gemakkelijk, het leven. We moeten nog heel wat doen. Eerst naar het weerbericht gaan zien in de jachtclub. De DVD binnendoen, naar huis telefoneren en zeggen dat we nu weer een tijdje enkel via de radio zullen bereikbaar zijn. En naar het internet. Weer geen reactie van mijn werkgever, maar ik hoop eens in Weymouth iets te weten te komen, alhoewel het nu al bijna 2 weken is. Dan terug naar de jachtclub om te betalen, we zijn duidelijk niet in onze thuishaven: 9 Euro/nacht (Incl water en elektriciteit) waar het thuis 28 Euro was…hmmm…het BTW verschil misschien? Jean moet ook op de crew list komen en de douane (Brigada Fiscal) heeft er geen problemen mee. We zijn bijna klaar. Nog even in de supermarkt passeren en zwaar beladen met allerlei verse en gekoelde dingen die worden ingeladen in Eli.
Tegen de middag is het zover…maar er is niets maar dan ook niets van wind.
Ik neem de harde beslissing van 18uur te wachten, mede omdat een oud zeemansgeloof zegt dat er nooit mag vertrokken worden op een vrijdag.
We gaan nog wat aperitieven en eten. Van mijn werkgever: niets. Dan maar tot over een tiental dagen. Het weerbericht geeft nog steeds licht weer, maar 100mijl benoorden zouden we meer westelijke stroming kunnen oppikken met een 15kn wind erin. We zullen zien morgenvroeg.
We hebben een uitnodiging gekregen van een lokale, eindelijk een op het eiland aangespoelde, artiest die in het “whale station” een tentoonstelling geeft van zijn werk en dat van andere artiesten. Allen daarheen. We worden verwelkomd met een likeurtje dat op het naburige eiland gestookt wordt, lekker…maar het is toch geen rum. Wat wel lekker is zijn hapjes die erbij horen. Een aangespoelde zeiler speelt op een gitaar en mondharmonica. Het leven is hier mooi. Via Peters Café dan maar terug naar de boot, onze laatste nacht in Horta.
Het wordt een rustige avond en we gaan vroeg slapen.
Zaterdag 17 juni 2006 (Horta, Faial, Azores, Portugal en Atlantische Oceaan 38°31,9N-28°37,5W)
Jean heeft er geen last mee, wij natuurlijk wel. 06.30u zo een onchristelijk uur om op te staan. Buiten is het grijs, mistig met motregen. Ik moet me echt uit dit warme bedje forceren en het eerste wat ik doe is de windmeters nazien: 3kn met windstoten tot 5kn. Dat betekent wind, de laatste dagen was er niets, helemaal niets. Nu zal er wel wind staan eens we buiten de eilanden zijn: op naar “the Atlantic Ocean”. 07.30u, de diesel slaat aan en alles lijkt OK. Voor los en achter los, Jean geeft de boot een zwier en we glijden uit de box en draaien achteruit af. De schroef begint te malen en Eli glijdt vooruit. We passeren de honderden schilderijen waar wij nu ook onze steen hebben ingenomen. Afdraaien uit de club, langs de commerciële haven en even later varen we door het pas tussen Pico en Faial. Grootzeil erop en de motor moet helaas aanblijven. Het is pas tegen 09.00u dat we de schroef kunnen ontkoppelen en de Nr 1 opzetten. We liggen nu benoorden Faial en hebben eindelijk 12kn wind…op kop. Zoals altijd was de voorspelling SW maar in realiteit altijd op kop welke de koers ook mag wezen. Deze keer is het N. De oceaandeining is terug en alhoewel de oceaan vlak is hebben Inge en ik nog geen echte zeebenen. Teveel gegeten en vooral teveel gedronken, vooral na het bericht dat ik naar Brussel moet pendelen. Maar laat deze miskleun nu onze laatste grote oceaantrip nu niet verder vergallen.
Lap daar begint de herrie, we liggen nu benoorden Faial en bewesten Terciera, en de wind trekt aan. Eerste zeilwissel, de Nr3 gaat erop maar we wachten even met reven. Dan is opeens 23/25kn, niet voorspeld maar ze is er toch, en op kop, dus moeten de reven er ook in. De boot loopt prima en de SOG (speed over ground) loopt ver over de 7kn, zalig…alhoewel de oceaandeining speelt toch parten met onze maag. Niet echt zeeziek maar toch wat “kwaks”. Middagmaal is onder andere “kuit” (voor de leken viseieren). Gekocht op de markt en zeer lekker gekookt met een wat pikante saus en wat ajuinen. Het wachtsysteem wordt ingezet. We gaan niet moeilijk doen en enkel een wachtsysteem lopen van 22u tot 07u, elk drie uurtjes: van 22u tot 01u, van 01u tot 04u en van 04u tot 07u.
Herb is ook weer van de partij, het lukt van de eerste dag ons in te schrijven. We moeten echter tot 22.00u wachten om opgeroepen te worden want de route “Azoren-UK” is de laatste in de reeks routes op de Atlantic die hij behandelt. Blue Iguana komt er ook goed door en zo weten nu ook meerdere mensen dat we op de oceaan rondzwalpen. 15/20 kn uit NW richting, zeker de komende 36 uur. Het blijft grijs en overtrokken, maar het weer boven Europa is goed, en daar varen we nu heen. De eerste nacht gaat in.
Zondag 18 juni 2006 (Atlantische oceaan, 40°44’,0N-026°13’,8W) Day’s run 117 miles
De nacht was redelijk goed, onder de Nr3 en met 2 reven zijn we bij 20kn wat onder bezeild maar we willen geen enkel risico lopen en pas tegen 08.00u gaat de Nr 1 erop. De wind gaat er een beetje uit in de voormiddag en met te weinig zeil op in de nacht is ons daggemiddelde net geen 120 mijl of 5kn/uur. Deze middag lopen we over de Sedlo Seamount, een 1km hoge berg die de diepte van 1,5km naar 500m brengt. Na de middag trekt de wind weer wat aan en ondanks verwoede pogingen om de motregenachtige mist weg te branden, blijft de zon schuil achter grijswitte stratus wolken. Ook de wind van nu toch 15/20kn rafelt de mist niet uit. We keren duidelijk terug naar Europa.
Veel gebeurt er niet vandaag. Het hoogtepunt is school walvissen, geen potvissen maar een kleinere soort. 18.00u piep, piep, piep…sh…de autopilot heeft weer kuren “no data”. De koers wat aan passen en het euvel is verholpen. Maar het is een ramp als de pilot het zou laten afweten. Na heel wat controles aan kabel en verschillende koersen uit te proberen blijkt er niets verkeerd te zijn met de verbindingen en schijnt het probleem over een hek van 40° te liggen. Boven en onder de twee koersen die 40° van elkaar liggen doet ie het prima, binnen deze hoek slaat ie soms na 30 seconden af, soms na 2 uur. We hebben een weerbericht van Herb om 22u, wat weinig verandering voorspeld maar gaan de nacht ongerust in.
De wind gaat er weer uit en we sukkelen, gelukkig nu met de wind op kop omdat we dan schijnbare wind maken, verder aan 3 à 4kn. Gans de vooravond blijft de autopilot werken.
We gaan onze tweede nacht in op de oceaan. Er zit wel veel fluorescentie in de Oceaan vannacht, even over uitweiden. Dit fenomeen is eindelijk één van de meest ingenieuze verdedigingsmechanismen van de natuur. Eindelijk noemt het bioluminescentie. Het is een signaal van plankton in nood. Plankton dat aanvoelt dat het aangevallen wordt en dus verorberd zal worden, gaat licht gaan uitstralen. Dit in de hoop dat andere grotere aanvallers de aanvaller zal aanvallen (wat een zin!) en zo het plankton gerust zal laten. Het zijn vooral de zweepdiertjes zal marine biologen ze noemen. Het gaat om één of meerdere families van de “autotropische nannoflagelates”. Deze zweepdiertjes leven graag comfortabel, wie niet, en gaan als het warmer wordt naar de oppervlakte van de oceaan komen. Ze hebben geen last van grote dieptes en de daarmee gepaard gaande drukverschillen maar komen naar de zon. Vandaar dat je ze aantreft na warme zomerdagen en van juni in onze streken. Dan is het zeewater in de Noordzee voldoende warm en via de warme golfstroom komen ze tot bij ons. Dat betekent niet dat je ze alleen in de warmere wateren ontmoet, je kunt ze evengoed in de ijszeeën tegenkomen, maar ze komen naar de plekken waar het water warmer is. De minste verhoging van temperatuur activeert ze en worden ze in grotere aantallen naar het warmere deel van de ijszee. Een paar graden verschil betekent een zeer grote kans op “fluo” in de zomer, evengoed aan de polen, als aan de evenaar. Als je ’s nacht zeilt zie je ze dan meestal ook in de zomer, en sommige plekken lichten op zoals een kerstboom. Andere plekken, waar het water koeler is, is het dan weer minder. Waterskiën, snel catamaran varen, en op vlak water zeilen in deze zones zijn één van de mooiste ervaringen die een mens zich kan inbeelden. Een aantal van deze diertjes gebruikt de zuurstof in de lucht om aan de oppervlakte “licht” te maken, maar op geringe diepte zijn veel van deze zweepdiertjes ook al op zichzelf in staat om licht te maken. Als je ooit het geluk hebt, zoals wij gehad hebben, en erdoor te kunnen zeilen met dolfijnen die net onder de oppervlakte langs je boeg spelen, zie je een schouwspel waar je stil van wordt. Niet alleen de boeg van de boot en de golfjes achter je boot lichten op (alles wat schuimt overdag) maar de sporen die de dolfijnen als torpedo’s door het water trekken is om stil van te worden…en dit onder een sterrenhemel waarbij vallende sterren af en toe oplichten. Dan weet je pas waarom je leeft. Bij zwaar weer is de oceaan te turbulent en worden ze teveel heen en weer geschuwd dat ze de “motion of the ocean” incalculeren en pas bij bruuske bewegingen gaan oplichten. Daarom zie je ze in mindere mate bij brekende golven, maar lichten ze je dek op als je boot door een golf beukt en ze over het dek vloeien.
Wisten jullie trouwens dat deze “oplichtingen” al taal erkent worden? De meest gebruikte taal op deze aardbol is…lichtsignalen. We praten in geluidsgolven die, helaas traag door lucht reizen en complex zijn. Het zijn golven die in het voor ons hoorbare spectrum worden uitgezonden en worden geregistreerd. Licht echter reist veel sneller door een medium; is het nu lucht …of water en dus is de boodschap sneller ter plaatse. Door aanpassing van de frequentie verander je gewoon het kleur van je licht en maak je een ander wezentje duidelijk wat je wil zeggen. In de diepzee leven miljarden wezentjes: auto tropic en hetero tropic nanoflagellates, dinoflagellates, metazoans, polychaetes, amphipoths, copepods, euphausids, en…vissen. In het Vlaams: plankton, kwallen, krabben, inktvissen en vissen, de ene al kleiner dan de andere. De densiteit is soms te vergelijken met de insectenwereld en daarvan zijn er wereldwijd al ettelijke miljarden meer dan dat er mensen zijn. Ah, jullie dachten dat wij de mens, baas op aarde zijn? In zekere zin wel want we zijn de enige die de andere systemen stelselmatig uitroeien. Maar verder nu. Al deze diertjes kunnen slechts op één manier communiceren met elkaar: door licht. Ze gebruiken licht om te jagen, om te paren, om zich te beschermen en om allerlei zaken waarvoor wij onze stem gebruiken. Als je de frequentie van deze signalen zou willen vastleggen, die soms te gering zijn om met het oog te zien maar pas duidelijk worden via de gevoelige plaat van een filmcamera, zul je zien dat er heel wat meer afgepalaberd wordt dan in onze vele parlementen. Licht is dus de manier om te communiceren op deze aarde. Als we ooit in contact gaan komen met andere levensvormen zal het hoogst waarschijnlijk door lichtcommunicatie zijn. Niet door wat stemmen in de ruimte te sturen.
Enfin, stof om, eens je op de oceaan bent, over na te denken, zeker nu we zeilen over de miljoenen zweepdiertjes, die er zijn, tot 4km onder ons. Van het 0,2mm grote dinoflegellates over de bathymonous giganteus (een 80cm grote zeeluis) tot de klassieke 23m lange blauwe vinvis (balaenoptera musculus). Hoe nietig zijn we en hoe superieur wanen we ons!
Maandag 19 juni 2006 (Atlantische oceaan, 41°02’,8N-024°58’,2W) Day’s run 102 miles
Gans mijn wacht, van 01u tot 04u heeft dat kreng van een autopiloot gepiept. De wind ging eruit, en twee keer heb ik manueel gestuurd omdat de pilot besliste de boot alle windstreken van het kompas te tonen. Ik moet nu echt Noord sturen om haar aan de praat te houden. Het gepiep houdt op omdat we nu buiten de “slechte koershoeken” van de pilot varen, van 035° tot 080°. We halen net de kaap van 100mijl, best dat we gisteren nog wat wind gehad hebben. De boot gaat verder aan een slakkengangetje. Met het opkomen van de zon, lees daglicht worden, want de zon zien we niet, gaat de wind shiften. Onze koers zou moeten zijn 053° maar de wind komt net uit die hoek. We proberen met overstag te gaan: op de ene bord lopen we 330°, dat is richting Groenland, terug naar de mid-Atlantic; op de andere 100° dat is naar de Portugese kust…ellende, ellende, ellende. Jean duikt op de middag in de keuken en tovert een heerlijke spaghetti met vers gehakt gemaakt en een sausje van heel wat ajuinen en look. Het smaakt ondanks we beiden onze zeebenen nog niet hebben. Het weer klaart wat open na de middag en we zien echt waar, de zon. Ook de mast en zeiltjes van een ander jacht, maar hij reageert niet op onze radio oproep. De rest van de dag sukkelen we verder. Na het middagdutje is de wind even terug gekomen en wel eerder brutaal. De Nr 3 erop, even later reven erin, en nog even later reven eruit, Nr 1 er terug op en weer aan 3,5kn verder. Om 19.30u UTC meld ik aan bij Herb maar heb geen contact met de Blue Iguana. Ik ga geen zeil minderen want Herb geeft ons “light winds next 24hrs, backing NW”. We gaan de nacht in met alle zeilen bij.
Dinsdag 20 juni 2006 (Atlantische oceaan, 42°16’,0N-023°55’,0W) Day’s run 93 miles
Wat een sukkelgangetje. Geen blaas wind gang de nacht, niet overdrijven, we hebben 3 tot 5kn gehad. Later tegen de morgen 5 tot 8kn. Het dag gemiddelde is ernaar: onder de 100mijl. Maar er is beterschap in de lucht, de wind is inderdaad aan het shiften en in de loop van de komt de noordwester erdoor. Eli steigert als een paard, de wind doet haar deugd en eindelijk staat er weer 7kn op de GPS als “speed over ground”. Maar de wind brengt ook weer wolken, en alles is terug grijs. We kunnen nu weer recht op recht op koers lopen: 055° maar het herinstellen van de autopiloot doet het kreng weer piepen. We besluiten nu drastisch in te grijpen. Het probleem moet hem in het elektronisch kompas zitten, dus schroevendraaier erbij gehaald, en de positie in de kast van het kompas gewoon 90° gedraaid. Zo worden de koersen waarop de boot moet varen met 90° bedrogen maar de “slechte” hoek van niet bestuurbare koersen is daarmee naar het NW kwadrant gegaan, een kwadrant dat we toch niet gaan gebruiken. Het schijnt te lukken. Met ducktape wordt het elektronisch kompas nu vast gemaakt en de piloot stuurt de boot terug normaal. Pak van mijn hart!
Nu onze zeebenen stilaan terug gekomen zijn: steak met een speciaal sausje, verse prei en aardappeltjes…heerlijk. Enkel het flesje wijn ontbreekt maar we houden “dry ship”…ik ken mezelf en er liggen nog net 1000mijl voor de boeg. Onder ons gebeurt er weinig, de dieptes zijn constant meer dan 3000m maar deze avond zouden we over de Antialtair Seamounts varen, weer een berg van een 1km hoogte. Daarna volgt de abys van Kings Trough met dieptes van meer dan 4000m, wat zou daar allemaal liggen?
Om de verveling tegen te gaan, ga ik wat vissen, en Jean wordt van tafel gespeeld door Inge met het spelletje UNO. Het weer is triestig: grijze lucht, loodkleurige oceaan, koud,…
De routine begint er nu in te geraken, eten, wat bijslapen, radiocontacten, navigatie, lezen…en nietsdoen. Goed weer qua wind komt eraan voor de komende dagen, natuurlijk geeft Herb enkel wind, of we nu in de gietende regen of in de stralende zon zitten maakt niet teveel uit voor Herb en eerlijk gezegd ons ook niet meer. Acclimatiseren noemt men dat. Psychologische training voor de toekomst. Als we maar niet in een diepe depressie geraken, maar het zou toch aangenamer zijn onder een zonnetje te zeilen. De depressie houden we liever voor als we terug gaan werken.
Weer een dagje op de oceaan voorbij. Hoogtepunt van de dag: een groepje potvissen die wat mee zwemt met ons en een kudde dolfijnen voor de boeg. Altijd een plezier die speelvogels om je boot te hebben.
Woensdag 21 juni 2006 (Atlantische oceaan, 44°12’,7N-022°23’,2W) Day’s run 135 miles
Gans de nacht NW 18/20kn en als ik om 04u van Jean overneem zie ik pas hoe slecht het gesteld is met ons weer: Jean ziet eruit alsof ie van een skipiste is gekomen: handschoenen, zeevest, zeebroek, polar, dikke kraag, muts. Even later zit ik ook buiten in een identieke outfit, mijmerend naar achteren, naar het zuidoosten kijkend, de boot de mijlen opstapelend tussen ons en de witte warme stranden van de Caribbean. Even minder de wind wat maar tegen 08.00u zijn we weer weg naar de 20kn, de dagafstand betert: 135 mijl, dat begint erop te trekken. De bestemming is nog steeds Weymouth, maar dat kan evengoed Bretagne of een andere haven aan de Zuid Engelse kust worden. Vandaag ook Zomerzonnewende. Ik ga er de tafels niet bijhalen maar in alle geval korten de dagen vanaf morgen. Het is echt al uitgesproken anders hier te zeilen qua daglicht. De zon gaat bijna tegen 21.30u onder en het klaart al om 05.00u (UTC times), met lange uren schemeringen. In de Carib was het zonsondergang om 18.00u en nacht om 18.30u, hier is het maar een paar uurtjes echt nacht.
Weer een staaltje sterke kookkunst aan boord: varkenshaasje in porto, boontjes en gebakken aardappeltjes. Hebben we het koud en is het grijs, we eten super. Verder gebeurt er niet veel.
Weer potvissen naast de boot, niets gevangen aan de sleeplijnen, geen jachten gezien en de ganse dag 18/22kn gusting 25kn uit het NW, dwars op onze koers. Het gaat lekker.
Herb waarschuwt ons voor 25kn+ deze nacht, maar rond 23.00u is daar nog steeds niets van te merken. Weer een boek van Dan Brown uit.
Donderdag 22 juni 2006 (Atlantische oceaan, 45°47’,8N-020°03’,8W) Day’s run 137 miles
Het loopt lekker, weer net geen 140mijl afgeklikt deze morgen. Nu begint het af te tellen op de log, 751 miles to go. Alles is normaal aan boord. Bij de ochtendwandeling op het voordek, niet alleen om de benen te strekken maar om een visuele controle van alles (beslag, mast, zeilen,…) vinden we een soort ballyhoo op dek. Een visje met lange bek, dat het favoriete voedsel is van zwaardvis. Dus het lijfje van het overleden diertje wordt vakkundig aan de dubbele haken onder de plastieken inktvis vastgemaakt en 50m achter de boot mee getraild.
Het eten is weer prima. Weer steak op het menu. We hebben voor 7dagen vers vlees bij en dus…met ratatouille en rijst. Heerlijk. We proberen wat te prutsen met windmode van de autopilot om het ding op data van de wind te laten sturen, in de plaats van op het elektronische kompas. Dit lukt niet, want ook de windmode gebruikt data van het elektronische kompas om een inzicht van de hoeken te verkrijgen.
Op de middag draait de wind zelfs iets naar het westen, dus lopen we trager met deze achterlijke wind. Dan maar de Nr 3 op de spinakker boom gezet. We voelen ons even terug in de Trade winds. En dan om 16.00u: gruwel ende horror! Stormvogels zien we bijna altijd rondom de boot en eentje heeft het inktvisje met onze gevonden vis in het oog gekregen. Hij duikt erop af en helaas blijft de haak in zijn bek zitten. Eerst denken we dat het een strike was maar toen zagen we dat het een vogel was die aan de lijn hing. Twee andere vogels schreeuwen het uit. Ik haal de lijn zo snel mogelijk binnen, niet op de molen maar met de hand, het kan me niet schelen als de lijn zal verwarren, dat beestje moet gered worden. We krijgen hem aan boord en hij leeft nog. Maar aan 7kn lopend en tegen deze snelheid aan boord gehaald worden heeft hem veel water doen binnen krijgen. De haak had ie niet ingeslikt en was stomweg op een halve cm van de tip van zijn sterke bek blijven steken. 1cm verder en er was niets gebeurd. Ik duw zachtjes op de borst van het diertje en er komen gulpen zeewater uit zijn bekje. We zetten het diertje in een handdoek en laten hem tot zichzelf komen, het beste hopend. De lijn gaat niet meer overboord, tot ik zeker ben geen andere dieren buiten tonijn of zwaardvis te pakken te krijgen. Het mocht niet baten, misschien van de schrik maar even later is de prachtige grijsbruine stormvogel overleden. Scheepsbegrafenis dan maar. Zoals op weg naar de Cabo Verde schijnen vogels, eens aan boord, niet lang meer te leven. Op een houten plank glijdt zijn lijfje de oceaan in. Iedereen is ervan aan gedaan. Niemand wilde dat en we voelen ons allemaal schuldig. We hebben zonder het te willen een leven genomen dat we niet konden opeten. Maar gedane zaken nemen geen keer, en de mijlen tellen verder af. Zijn lijfje is binnen de minuut nog een stip tussen de golven van de oceaan.
Weerbericht binnen genomen en de wachten gaan verder. Via Radio France International horen we dat de Portugese kust van langs krijgt met winden tot 45kn, we gaan de nacht is met 18/22kn onder Nr 3 en dubbel gereefd aan 7,5kn. Er is wel iets meer verkeer op de oceaan, we zien al wat meer schepen en soms wordt het zelfs even plotten. Met dit weer komt af en toe een golf over dek en slaat het buiswater soms helemaal tot vanachter. Vreemd, we zitten met handschoenen, ski muts en volledige zeilkledij tegen de koude lucht en toch voelt de oceaan warm aan. De zweepwezentjes zijn er ook weer, de “fluo” licht af en toe het dek wat op. Trouwens weten jullie welke “hoger” dier het meest gevoelig is aan een lokale temperatuurswijzigingen in het water…de sphyrna mokarran of de gewone hamerhaai. De kop van de hamerhaai is een uiterst gevoelig instrument, zo complex dat de wetenschap er nog niet helemaal in geslaagd is te bepalen waarvoor het dient en hoe het werkt. Het zou een navigatie instrument bevatten, werkend op basis van het magnetisch aardveld, maar ook een soort radar die in staat is warmte lagen te onderscheiden in het water. Telecephalon olfactory kwabben in het bizarre hoofdje zijn in staat een partikeltje bloed op een zeemijl te detecteren. Deze soort haaien gaan dus enkel aanvallen als ze bloed detecteren. Natuurlijk zijn ze nieuwsgierig als ze iemand in het water zien, en aan de top van de voedsel piramide kunnen ze het zich permitteren eens te komen kijken in de plaats van te vluchten. Bij aanraking met hun huid, te vergelijken met schuurpapier kun je gaan bloeden en dat gaat de knop in hun hamerhoofdje dan weer op aanvalsstand zetten. Met soms ernstige gevolgen.
En zo gaan we weer een nieuwe nacht op de oceaan tegemoet mijmerend over hamerheads en zweepdiertjes.
Vrijdag 23 juni 2006 (Atlantische oceaan, 46°46’,3N-016°53’,5W) Day’s run 142 miles
Bijna een week onderweg en nog 550 mijl te varen. Het is de ganse nacht goed blijven waaien, een 20/25kn over dek en de dagafstand is ernaar, over de 140mijl, Eli is in haar goede doen. Wel ijskoud vannacht, alléz voor ons toch: 13° à 15°C. De zeegang is beduidend bijgekomen en ik ga wat oostelijker varen. Telkens de boot over een grote golf komt beukt haar boeg teveel in de over krullende top en ze wordt erdoor afgeremd. Wat dan weer een pompende beweging in de mast geeft. Liever wat “off the wind” zeilen als we het materiaal kunnen sparen. Tegen de middag is het wat rustiger, zo een 18/20kn maar de vaart blijft in de boot, 6,5 à 7,5kn. Tijd om weer gastronomisch te gaan koken: varkenshaasje in portosaus (echte porto uit de stad Porto, een kelderrestje gevonden diep in de bar onder de vele flessen rum), met rijst en vergezeld met een Indische saus met rozijnen. Met het fruit dat door het beuken in de golven wat beschadigd is, maakt Jean een heerlijke fruitsalade als dessert. Verder wat lezen, de bilges nazien op water en wachten op het weerbericht van Herb. We slagen er niet in hem te bereiken, nochtans zijn de batterijen goed bijgeladen maar meer dan static ruis komt er niet uit. We hebben gelukkig nog het bericht van daags voordien en veel wijzigingen waren er toen al niet voorzien. Van de Blue Iguana hoorden we later dat hij zijn uitzendingen die dag heeft moeten afsluiten omwille van te slechte propagatie. We zitten nu al in de schemerzone en het verst op een oost-west lijn van hem. Dit betekent dat bij zijn uitzending, om 20.00u UTC hij met de meeste boten in een dag/dag situatie zit. Bij ons gaat het dan al schemeren en bij schemerzones ’s avonds en ’s morgens verandert de ionosfeer. Dan weerkaatst deze de golven niet meer of niet meer zo goed… en dus geen Herb vanavond. Ondertussen wordt het rustiger op de oceaan, 10/13kn en dus weer een 20° noordelijker gaan instellen op de autopiloot.
Zaterdag 24 juni 2006 (Atlantische oceaan, 47°47’,6N-013°35’,8W) Day’s run 145 miles
Hopsa, we zijn een week onderweg en weer een dikke 140 mijl van de teller, rond de 400 te gaan, en over de 900 al gelopen. Ons gemiddelde ligt nu goed boven de 5kn en ik kan beginnen met de ETA (expected time of arrival) te berekenen. We maken een ankerwacht op: diegene die het dichtst bij het tijdstip “eerste lijn op de wal” of “anker aan de grond” zit, wint de drinks in de bar. Er is nu een lichte bries 8/10kn en wel lopen nog iets over de 5 mijl. Maar de wind gaat nu al meer naar het NE, niet zo best voor ons. Ik kan altijd Brest terug aanlopen, maar dan moeten we terug door de Chanal Du Four, een niet zo leuk kanaaltje tussen de rotsen en het Franse vasteland. We vinden weer een ballyhoo op dek maar willen niet meer vissen, de stormvogel indachtig zijnde. En trouwens binnen 72u zijn we aan wal.
Ik probeer om 12.00u nog eens Oostende Radio op te roepen; en om één of andere reden roept Jean of Inge me aan dek. De radio staat nog op en op de frequentie van Oostende radio. Ik hoor opeens duidelijk “Wie roept Oostende Radio?”. Het lukt dus toch. Ik kwam later te weten dat we een paar minuten moeten wachten tot hun zenders opgewarmd zijn opdat ze zouden kunnen antwoorden. Ze antwoordden dus altijd op onze oproepen, maar dan was ik al terug op een andere frequentie aan het werk. Dus weer een mysterie opgelost. We spreken nu af elke dag een positie en toestand door te geven. En eindelijk kunnen we met het thuisfront praten. Iedereen dolgelukkig eindelijk nieuws te horen van de Elegance op de oceaan.
We ontmoeten ook twee Russische schepen en eentje is zo vriendelijk in hun dialect Engels ons een weerberichtje door te spelen. Ik hoop binnen de 24hr ook weer Navtex berichten te kunnen ontvangen want Corsen, op bijna het uiterste puntje van Frankrijk is zeer ver te ontvangen. Het weer in Europa is opperbest maar we krijgen NE winden, natuurlijk op kop, voor de volgende dagen. Een paar minuten later is de “Transchem Sky” al uit het zicht en zijn we weer alleen onder een loodgrijze hemel. Alhoewel het een prachtige sterrenhemel was deze nacht is het bij daglicht bewolkt. Deze middag wordt het minder qua eten, onze vleesvoorraad is uitgeput en geen vissen aan de haak. Dus de grote hesp uit Charlotte Amalie (USVI) die al een paar weken te drogen hangt, wordt vakkundig door Jean ontbeend en met aardappelen en kool in een éénpansgerecht klaargemaakt.
Tegen de avond hebben we contact met de Blue Iguana, maar niet met Herb, ze zijn zeer dichtbij ondanks dat ze een paar dagen eerder zijn vertrokken. Ze voorspellen tot 25/30kn wind maar het ziet er echt zo niet naar uit. We blijven op koers zelfs al is de wind weer wat terug NNW gegaan, 10/15kn. We beginnen nu eindelijk een concretere planning te maken waar we “landfall willen maken. Brest ziet er nu weer beter uit op minder dan 400 mijl en met deze wind…hmm, Falmouth is even ver maar de wind zit niet zo goed. En onze initiële bestemming Weymouth is iets, 100mijl +, verder; ook tegen de wind in. We zien morgen wel. De wind begint eruit te gaan en net als Herb 30kn voorspelt! Middernacht, ik ben van wacht en zie alle streken van het kompas, de wind is weg en net voor middernacht moet ik zelfs opstarten. Na een week rust voor het ijzeren monster moet ie toch aan het werk. Hij met evenveel tegenzin als ik.
Zondag 25 juni 2006 (Atlantische oceaan, 48°20,4’N-011°00,2’W) Day’s run 135 miles
Weer een nachtje oceaan voorbij. Gelukkig heeft de machinekamer maar 2 uur moeten van dienst zijn. Nu zijn we ook gerust want alles beneden is met de mechaniek nog in orde. Tegen het begin van de opgaande wacht, mag het ijzeren monster gaan slapen, net als ik. Een laatste blik op de windmeter stelt me gerust 17kn, zalig het water weer te horen voorbij gulpen langs de romp. Een paar uur later komt Inge me wekken, het wordt weer teveel van het goede. De 30kn van Herb zijn er toch, maar het is zalig zeilen over een vlakke oceaan. Na een zeilwissel gaat alles weer rustig zijn gangetje. Het is een koude, grijze dag…net alsof ze ons willen voorbereiden op België…hmm. Zeilwissels en weinig slaap…Maar tegen 08.00u gaat de wind weer modereren.
Tegen 12.00u UTC hebben we terug kristalklare verbinding met Oostende Radio en Jean verneemt de examenuitslagen van zijn zonen…geen commentaar.
Opmerkelijk is dat we deze middag over het “continental shelf” komen. De diepte gaat van 3km naar 150m en we passeren zo een 30 mijl benoorden de little sole bank. Een spaghetti op de middag, uit “droogvoer” geeft, zowat de toon van ons gemoed aan…smaak en kleurloos…Ik probeer te vissen maar weer duiken de stormvogels uit het niet op, dus inhalen…ik wil geen tweede moord op mijn geweten.
Herb komt er ’s avonds niet door en de Blue Iguana heeft haar eigen problemen. Ze liggen maar op 50mijl van de Scilly’s en motoren al 18uur. Met een verlies van 3 uur om een verstopte dieselfilter te klaren.
Maar de windhoek is gebleven en de koers is nog steeds recht op recht, 065°. Nu beslissen: het wordt Falmouth. De Scilly’s zijn ook nog een optie, moest er zich een ernstig probleem voordoen, op 140mijl. We hebben genoeg koud gehad en te weinig zon gezien, en we gaan nog meer afzien op het vlak van het weer, eens terug in ons depressielandje. Brest is nu al verder van Falmouth en die dikke 100mijl naar Weymouth is er teveel aan.
Jean slaagt er nog in een lekkere uiensoep klaar te maken maar dat heeft ook zo zijn gevolgen. De wacht krijgt meer dan ooit vreemde geluiden op de oceaan te horen…en niet van zieke potvissen om de boot.
Best een dag om te vergeten. Voor iedereen hier op de oceaan. Toeterend de nacht in…
Maandag 26 juni 2006 (Atlantische oceaan, 49°07’,6N-007°38’,2W) Day’s run 122 miles
20/25kn wind…op kop. Je wil het wel uitstellen om zeil te minderen omdat de boot aan een ongelooflijk snelheid voort raast over een gladde oceaan, maar het tuigage en de mast zien teveel af. Nr3 erop en twee reven in het grootzeil. Een nieuw probleem biedt zich aan. De boot maakt redelijk wat helling over stuurboord deze keer, en het op en afgaan van de oceaanswell pompt water langs de afvoer van de twee spoelbakken naar boven door de zwanenhals van de leidingen. Gevolg meer en meer water stapelt zich op in de lij spoelbak. Net deze is afgedekt door een teflon cover…en zien we te laat dat deze overloopt en het oceaanwater in de kast met …propere glazen loopt. Ik duik onder het aanrecht om de kraan af te sluiten maar deze is “vast gecorrodeerd”. Weer iets voor de “thing to do list”, een boot is altijd een aaneensluiting van werkjes. Oplossing, de afvoerstoppers erin geduwd, maar die zijn niet berekend op de tegendruk. Met een ketel gevuld met water deze te blokkeren lukt het dan toch. Deze zijn de dingen die het leven zo onaangenaam maken dat veel zondagzeilers besluiten hun boot te verkopen. De spreekwoordelijke druppel van de emmer, bij ons een 10ltr emmer in een kast, 20 glazen vol zout water en onze handleiding “brood bakken” om zeep. Het wordt er niet beter op en ik beslis met Jean de stormfok erop te zetten, ik wil geen enkel risico lopen, zo dicht bij thuis en dan iets breken, neen hoor! De oceaan begint zich te vormen en nu hebben we ook nog de zeegang tegen. Een eind in de morgen, weer winden rond de 25kn…Nr 3 er terug op…wissel na wissel. Waar is de stabiliteit van de Trade winds? Ik wil terug! Ke zien ekik ier nie geeren!
Daar waar de voormiddag ons met 25kn wind bezig hielt en ons middagmaal tot (weer) een uiensoep herleidde met veel kaas, pest de wind ons in de namiddag met weg te zakken tot 6kn, maar met een zware restzeegang. Iemand daarboven wil niet dat we een concrete timing kunnen opmaken. Ook Herb en de Blue Iguana zijn niet te bereiken. De crew heeft nood aan een douche, niet mijn prioriteit, maar een stabiel weerpatroon houden me meer bezig.
We zijn duidelijk in het Kanaal terug aan het zeilen. Vannacht zijn we de Scilly’s gepasseerd. Spijtig, had ik wel eens willen bezoeken. En het is druk geweest! De traffic separtion zone van de Scilly’s doet heel wat kusters in onze omgeving varen, ook vissersschepen zitten in de buurt. Gedaan met oceaanzeilen dus! Echt uitkijken voor de wacht. Gelukkig reageert onze autpilot nog steeds goed op de koersaanpassingen met een met ducktape vastgeplakte fluxgate kompas. Creative Marine Engineering!
Dinsdag 27 juni 2006 (Atlantische oceaan, 49°47’,5N-005°06’,1W) Day’s run 124 miles (Falmouth, United Kingdom+ 25 miles tot 50°09’,2-005°03,9W)
Miserie, miserie, miserie… van middernacht tot 04.00u heeft de machinekamer het moeten overnemen. Ja, het is warm in de boot geworden, de geur dan diesel erbij genomen, en de batterijen staan te flirten met de 13v, toch iets positief. Om het verhaal kompleet te maken, is de wind gaan waaien net op de koerslijn. We lopen nu 135° ipv 065°, het ziet er zalig uit…om naar Brest te zeilen, en we hebben geen 24u geleden Falmouth geplot. Ik motorzeil dus, op grootzeil alleen, op een koers van 135°, terug weg van de Engelse kust. Ik heb nu de wacht van 04.00u tot 07.00u maar laat de crew doorslapen tot ze wakker worden. Ik moet dit zelf, alleen uitzweten, en de crew niet lastig vallen met mijn gevloek. Daarboven hebben ze (de weergoden) het nu gehoord en de wind komt stilletjes terug. Van pure koppigheid stop ik de motor en zet de Nr 1 bij, ga overstag en trim alles…alleen. Het geratel van de winches, de andere helling van de boot wekt de crew niet, best. Ik ben alleen bezig tegen het begin van het Kanaal, het begin van de Noordzee, tegen de natuur. Deze laatste oceaanmijlen zijn van mij en van mijn alleen. Eli krijgt haar zin en weer over een vlakke zee glijdt ze verder met soms tot 20kn wind. Onder vol grootzeil en Nr1 splijt ze het water aan 8kn open. Ik neem alleen 1 rif, geen 2, ik wil voor de middag “fish and chips” eten!
07.30u Land! Eindelijk, en daar komen de kopjes van Inge en even later Jean boven dek. Twee koersaanpassingen heb ik nog moeten doen voor een trailer en een kuster. Maar de wind begint eindelijk toe te geven. We kunnen nu eindelijk eens, na 10,5 dagen, recht op recht varen. Na heel wat rekenwerk aan de kaartentafel hebben we, na een ommetje van 17mijl door te kruisen deze nacht en morgen, 124 mijl op de dagteller. De tegen 08.00u afgesloten milage zegt ons dat er nog 25 mijl resten tot de aanlegsteiger. We hebben ook nog verbinding met Oostende Radio en melden af, we lopen binnen 2 uur aan. Je kunt je niet voorstellen wat een gevoel het geeft en welke gedachten er allemaal door je hoofd razen. Echt waar, je ruikt land, je ruikt aarde en bloemen en… mensen en industrie. Opeens zijn er veel boten rondom ons…veel werk. Stroomatlas bekijken, kaarten wisselen, radiofrequenties opzoeken, aanloop voorbereiden en route memoriseren, peilingen nemen, boot opruimen, beleefdheidsvlag opzetten, opeens valt je routine leven in het water.
Jean gaat “manual” en stuurt Eli recht op de haven, de west ingang van de Black Rock. Natuurlijk vertrekt er een tanker en de Harbour pilot vraagt ons achter het schip te lopen. Normaal is dit geen probleem, maar na zolang op de oceaan te zijn denk je voorrang te hebben en te krijgen, maar we zijn terug in de echte wereld, waar regels en reglementen niet meer door de natuur zijn opgelegd maar door de mens, en terug in België zal het nog erger worden.
11.53u, Boei in aanloop dwars geplot, 12.30u St Anthony head dwars, 12.35u Black Rock dwars, 13.30u lokale tijd: eerste tros valt op Europese bodem. We liggen vast in de positie hierboven. Het is ons gelukt, de cirkel is rond; de oceaan is overgezeild.
We meren wel af naast een oudere Engelse tweemaster die in zeer rudimentaire omstandigheden terug naar Engeland is gekomen. De eigenaar, Stewart, heeft de boot in Trinidad gekocht en is ermee naar de UK gekomen: much more boat for much less money! Hij heeft problemen met de warmtewisselaar van zijn motor en wacht op wisselstukken. Zijn vriendin zou morgen het laatste stuk komen naar huis meezeilen.
Direct krijgen we een uitleg waar het best fish and chips restaurant is. De lijnen naar de wal en naar onze buurman liggen vast. Niet zo eenvoudig want het schip heeft geen verhaalklampen meer! En even later is het zover: vaste grond onder onze voeten. We krijgen wat informatie van de dame verantwoordelijk voor de ligplaatsen. Ik stel duidelijk dat we na 12.00u zijn aangekomen omdat, weeral zoals ze het bij ons zouden lappen, ze in staat zouden zijn je een extra dag aan te rekenen. Maar zo zijn ze hier niet. De dame is heel vriendelijk en haar assistente, Alice, is een “eyecatcher” met twee ravenzwarte vlechtjes aan beide zijden van een hoofdje, reeogen en een mondje met pruillipjes. Niet het type dat je in Engeland verwacht.
En jawel, wie zijn de eerste die we ontmoeten op onze weg naar de Pub: de complete crew van de Blue Iguana, op weg naar hun huis want dit is hun thuishaven. Maar veel tijd voor palaver hebben we niet: honger. Maar het valt tegen, we krijgen het niet over ons hart bijna 10£ te betalen voor een simpele “fish and chips”, iets wat je aan een frietkot kunt krijgen, dan maar kuit (viseitjes)…in het frietvet. Het is warm en er zijn frieten bij: de Engelse keuken is er ook niet op verbeterd, de afgelopen twee jaar. Dan terug aan boord en met de code van Alice naar de douches. Alice zelf ging niet mee. Doet toch wel goed een kwartier lang onder het stromende warme water te staan in een douchecel dat groter is dan je salon aan boord!
Het weer is grijs maar het regent niet. De rest van de dag houden we ons bezig met de stad te verkennen, inkopen te doen, naar huis te bellen en de boel aan boord op te ruimen. Tegen 18.00u wil ik op de walstroom gaan maar je moet een ticketje kopen voor 1£ en Alice is al naar huis vertrokken. We betalen hier om te liggen en dan wil ik wel alles, inclusief kunnen bijladen, de frigo’s opzetten, tv en dvd! Nu zie je op de tellers dat er nog wat restwaarden zijn van reeds vertrokken boten, daar kunnen we op inpluggen. Gelukkig maar dat een lieve, typische Engelse dame ons met het systeem verder helpt. Er komt wel een tweede verlengkabel aan te pas en dus hebben we toch elektriciteit. Nu staat er weer water in de bilges dit maal door de, jawel, waterpomp die weer gaan lekken is. De reparatie met oplassen en terug afdraaien van de as is bijzonder slordig gedaan. De pomp gaat eraf en wat blijkt. Door het slordig afdraaien zijn er bramen metaal gaan uitsteken die de dichting om zeep geholpen hebben, en zo blijf je bezig!
Op naar een Indisch restaurant waar we het er eens goed van nemen. Zo van nemen dat we even later met een “doggy bag” (voor de leken: zakje met restjes die je niet kreeg aan tafel) naar buiten wandelen. Aan boord dan maar gaan slapen. Hoe stil is het terug aan een ponton. Een kleine “kwéékhoane” (Ostends dialect komende van het Engelse woord “quick-one”) , een scheut rum…en dan slaaaaapen.
Woensdag 28 juni 2006 (Falmouth, United Kingdom)
Lang uitslapen en weer douchen. Inge neemt de wasmachines in beslag en Jean in ik duiken het machinekot terug in. De afgebouwde waterpomp uiteen gegooid en de dichting meegenomen naar de shop in town. Even langsgaan in de bibliotheek, hopende dat defensie eindelijk zou geantwoord hebben…Neen hoor, niets. Men wil blijkbaar groot doen door moderne woorden te gebruiken (Human Resource Management, Competentie management…) maar in wezen is de “in plaats stelling politiek van het personeel” nog steeds als dat van tussen de 2 wereldoorlogen uit de vorige eeuw. Zelfs de elementaire beleefdheid te antwoorden blijft uit. Ik zal er niet meer over zagen maar veel reclame zul je ons niet horen maken. Waar ben ik terug aan begonnen?????
We nemen op de middag wat “pastries” als lunch, soort koffiekoeken die de Engelsen met van alles en nog wat vullen en opwarmen. Is wel zeer lekker, als je de gemiddelde kwaliteit van de Engelse keuken in rekening neemt.
Dan maar wat inkopen gaan doen en zelfs na 4 shops is er niemand gebleken in staat te zijn een 3£ of 4.5Euro dichtingtje van Jabsko op stock te hebben. Een firma in Pendris zou dat wel hebben.
In de middag is Inge naar de kapper getrokken en Jean en ik gaan op stap naar Pendris. 4 jachtwinkels verder en telkens doorgestuurd worden leveren niets op. Eén shop, Marine Track, zal het bestellen en maximum in twee dagen zou het geleverd worden. We besluiten van te wachten, maar geven de dichting en de as niet uit handen. Met de bus terug want onze voeten doen pijn van de wandeling langs de rivier. Overal prachtige Engelse tuinen en nergens zwerfvuil. Falmouth heeft ook 68km stranden en is zeker een aanrader. De typische Engelse kastelen en huisjes, kleine jachthaventjes langs de rivier, stoomtreintje…echt prachtig. Zeker nu dat het weer wat beter is. Echt een aanrader, ook met de fiets (www.falmouthvisitor.com). Maar wij nemen toch de bus terug naar de boot.
Met Alice regel ik het havengeld en krijg ook de elektriciteit kaartjes. Met zo een kaartje doe je zeker meer dan 24hr, dus komt het toch weer eens goedkoper uit dan in onze thuishaven.
Avond maal zijn de keuken restjes met de doggy bag van onze Indische vriend van gisteren.
Stewart, onze buurman komt met een fles wijn aanzetten, wij dan nog eentje, en dan nog eentje van Stew en dan nog eentje van ons….pfoeaaah…
Donderdag 29 juni 2006 (Falmouth, United Kingdom)
Hoofdpijn!!! Die Portugese wijn is toch best niet te mengen met de Franse. We gaan dan maar douchen. Bij het wegbrengen van de vuilnis vind ik een reeks van het magazine “Yachting World” van de afgelopen 5 maanden, weer leeswerk. Inge en Jean helpen een Zweed afmeren die zijn mast verloren heeft. Ook andere zeilers komen helpen. De man heeft een trip van meer dan 30 dagen erop zitten en is er als solozeiler helemaal door. Zijn mast is afgebroken en de spinakkerboom is nu het “jury rig”. Hij verliest de pedalen en begint te wenen, snijdt zijn schoten over en geeft die aan Inge en Jean als landvasten. Hij verdwijnt in zijn boot en gaat slapen. Voor zo een mensen hebben wij, en de andere booteigenaars (zeil en motor!) op het ponton, een immens respect. Moest het aan mij liggen laat ik die man hier gratis een paar weken liggen om bij te komen, en voorzien wij, als “fellow cruisers” hem van alle gemakken en hulp. Iedereen aan het ponton wil die mens helpen. Ondenkbaar bij niet-booteigenaars maar bij co-oceaanzeilers en cruisers zit er echt nog kameraadschap. Ik denk terug aan mijn thuishaven waar het ook niet-booteigenaars zijn die de lakens (lees liggeldprijzen) uitdelen…stof tot nadenken.
Dan maar wat winkeltjes gaan afschuimen. Even bellen naar “Marine Track” maar de dichting is nog niet binnen, morgen zal het er “zeker” zijn en komen ze het bij Alice afgeven. Het weer is prachtig en we vinden een echte fish and chips shop. Op de middag zitten we dan ook op het plein in de zon uit een oude krant de fish and chips te verorberen. Wat een aanslag op onze lever de laatste 24hr. We krijgen de frieten zelfs niet op, maar hordes grote zilvermeeuwen zitten klaar en kijken ons bedelend aan. Thuis krijg je thans 200 Euro boete om zo een diertje eten te geven, kwestie dat jullie het weten. Hier geen enkel probleem en de diertjes zijn gelukkig, en er zitten er ook heel veel van die “vlooienbakken”.
Inge en Jean gaan terug naar de boot…om wat in de zon te gaan rusten. Ik ga de antiekzaken en boekshops afschuimen. Ik vind er enkele dinky toys wagentjes en heel wat lectuur. Zalig gewoon zo een namiddag in de zon van standje tot standje slenteren en overal over de prijs discuteren. De meeste hebben de inhoud van hun winkeltje met dit goede weer naar buiten gesleurd. Het is ook de moeite de dames van het Engelse ras te bewonderen. Toch prefereer ik de elegante benen van de Caribische zwarte schoonheden boven de melkwitte met sproeten en tatoeages bezaaide blubberarmen van de Anglosaxische bevolking. Alhoewel deze soms een paar extra punten scoren door de over benadrukking en expositie van hun zeer weelderige boezems. Terug naar de boot dan maar. We maken samen nog een wandeling langs de pontons en bekijken de bootjes. Een zeer onbeleefde nieuwe buurman komt naast ons afmeren aan de andere kant en breekt zelfs één van onze kandelaars af. Deze was eindelijk al stuk maar nu is ie helemaal afgebroken, zelfs geen “sorry”. Het bootje is een wrak, de kerel is een wrak en dus gaan we niet discuteren. Zijn twee masten zijn op dek liggend wrakhout en een Amerikaan, een jonge gast, gooit zijn spullen op het ponton en vertrekt. Dat was zijn bemanning. Zijn vrouw, een Filippijnse staat hem op te wachten. De boot is rechtstreeks van Bermuda gekomen en een storm heeft aangetoond dat de boot niet echt oceaanwaardig was. Nu liggen ze hier zonder masten.
Een Saddler 24 is eveneens aangekomen, picobello in orde, en de eigenaar is volop makreel aan het kuisen. Hij schrijft in een colum voor Practical Boat Owner, en vraagt ons ideeën. Ik toon hem ons leeslampje en ankerlichtje op zonneenergie, die in feite tuin lichtjes zijn. Hij is onder de indruk en zal het in de eerstkomende PBO als innovatie naar voor brengen. We nemen direct een patent erop.
Dan maar wat Trivial Persuit spelen terwijl de oven de ene na de andere warme pizza uitstoot. Natuurlijk sneuvelen er terug wat flesjes wijn maar de kater die opnieuw achter in de boot lag te lonken blijft uit. En deze keer vroeg gaan slapen.
Vrijdag 30 juni 2006 (Newton Ferres, River Yealm (Plymouth), United Kingdom)
Wachten op de firma Marine Track, 09.00u niets en ik wil niet wachten. Het kost ons anders nog een dag. Van een lieve dame die we ontmoet hebben op het ponton en die ons de eerste avond met de elektriciteit geholpen heeft krijgen we een ticket voor het Cornwal National Maritime Museum. Gewoon weer opvragen als je buiten komt en het ticket haar terug brengen. Tegen 10.00u is de dichting er nog niet en ik geef Alice de opdracht de dichting te ontvangen, als die toch nog zou aankomen. Stewart zijn vriendin is ondertussen aangekomen en samen vertrekken ze nu al. Alice komt langs en onze andere buurman (met Filippijnse dame) wil niet betalen. Grote discussie, en de havenkapitein komt eraan te pas. Dat hij dan op anker gaat op de rivier.
Dan maar naar het Museum. En deze middag gaan we zeilen wat er ook moge gebeuren met de dichting. We willen op wat wind wachten en pas deze middag de baai van Plymouth overzeilen. Eerst nog wat profiteren van de vieuw en het museum. Met het kaartje lukt het ons toch binnen te geraken en het museum is echt de moeite. Van elke boot die ooit een olympische klasse is geweest en nog is, is er een exemplaar, de Lifeboat Association, van wedstrijdzeilen tot ijsexpedities, van overleven in een liferaft tot de tonijnvisserij, alles is er tentoongesteld (zie ook www.nmmc.co.uk). Helaas moeten we vroeger dan voorzien het bezoek afbreken, want er met nog gezeild worden.
Van Marine Track geen spoor, dus gaan we aan boord de waterpomp monteren met een reeks dichtingen die we liggen hadden tussen as en bestaande dichting, desnoods ledigen we de bilges wat meer. We eten wat en zijn klaar om af te varen tegen 14.30u, onder een stralende zon. De “Mir”, het Russische opleidingsschip heeft net Falmouth aangelopen voor de Tall Ships Race. In 2000 heb ik het schip nog bezocht, als deelnemer van de Millinium Tall Ship’s Race in New York. Toch weer een prachtig zicht.
De motor is wat vroeger opgestart en de waterpomp lekt weer wat, maar toch niet een constant gedruppel, zeker niet zo, dat we de zeekraan moeten afsluiten. 14.45u Black Rock is alweer dwars en het is een prachtig zicht, Zuid Engeland. Dit deel althans vinden we mooier dan Bretagne! Met 12/14kn wind schiet het goed op, de stroom zet ook nog eens mee. Maar mooie liedjes duren niet lang, en tegen 16.00u is de wind al terug rond de 6kn. We zeilen nog wat maar niet echt snel. Natuurlijk op autopilot loopt Eli aan een slakkengangetje bijna recht op een motorbootje dat makreel lag te vissen. De Engelsen kijken niet eens op als we op een paar meter van hem passeren.
Het wordt avond en de motor moet nu echt op, tegenstroom! En tegen 19.00u is de wind helemaal weg. De waterpomp lekt wat, maar niet echt problematisch, wat wel eigenaardig is is het geklop in de motor, iets wat er niet is tijdens het stationair draaien. Toch niet weer de koppeling of de schroefas? Plymouth willen we niet aanlopen, het is nu een militaire haven geworden, daar waar het zwaartepunt vroeger in Portland (vlakbij Weymouth) lag, liggen nu een hoop fregatten en destroyers hier. We zien heel wat grote schepen op anker liggen maar we gaan door naar de Mew Stone. En eens voorbij de rots waar tot voor 20jaar één familie woonde, varen we de boeien af, die de bank afbakenen, aan de ingang van de river Yealm. Het is er pittoresk, de zon is net onder en de avondschemering werpt nog wat licht over de bomen en de huisjes langs de rivierbank. Helemaal een andere wereld voor ons en Eli. Door de bossen een rivier op bij valavond. Jean vindt het prachtig en plant meteen een trip naar hier met zijn eigen boot. We vinden nog een vrije boei en meren af. We eten een hapje maar hebben een brainstorming over de planning van de volgende dagen. Jean heeft nog een weekje en Inge wil eindelijk zo snel mogelijk naar België. Het op ontdekkingsreis gaan zit er bij mij nog het meest in. En ik wil natuurlijk de streek verder gaan verkennen, maar…morgen zeilen we verder… We hebben toch weer 42 mijl in de “goede” richting afgelegd en het weer is super. België en Brussel wil ik voor me uit duwen en maximum profiteren van het leven want op 1 augustus sterf ik figuurlijk.
Zaterdag 01 juli 2006 (Dartmouth, United Kingdom)
Een lichte mist hangt nog over de heuvels en om 07.30u willen we de stroom meenemen richting Dartmouth, Brixam of Torquay, de Côtes d’Azur van Zuid Engeland. Maar tegen we aan de manoevers kunnen beginnen komt de “taxman” al langs, hier halen ze in Oostende hun inspiratie om de prijzen te bepalen: 20£ om 8 uur op een boei te liggen. Weg hier! Langs de boeien, banken en de rotsen terug naar open zee.
Tegen 10.00u moet de Nr 1 eraf en de Nr 3 erop, met 20kn wind. Een plezier om weer te zeilen. Weer wat problemen met water dat in de spoelbakken komt, maar wat me het meest stoort is dat het weer hakken is tegen de wind. We zitten in een plek op de wereld waar 75% van de tijd de wind uit het SW komt en natuurlijk als we hier zijn, komt de wind uit het oosten…waarschijnlijkheid dat dit hier gebeurt: 8%. Meer moet ik niet zeggen.
Dartmouth dan maar. 14.00u is Start Point dwars en eindelijk kunnen we afvallen.
Weer een pareltje van de zuidkust van Engeland. Gewoon prachtig. Een kasteel bewaakt de ingang van de rivier Dart en we varen op (een raar schokkende) motor de rivier op. Er is geen plaats meer aan het stadsponton met gangway naar de wal. Alternatief is een ponton op de rivier, maar dan moet “Brutus” terug opgepompt worden en wordt het op en af varen. De prijs is hier zeer redelijk 13,4£ alles inbegrepen (water, douches en elec). En vanaf 17.00u kunnen we aan het stadsponton, dat nu ferrydok is, afmeren MET “hook on” elektriciteit en water. Dan maar wat wachten en verhalen. Een oude Russische destroyer, opleidingsschip, ligt midden op de rivier op caissonboeien als “show the flag” schip. Vedettes varen op en af met rekruten met enorme pannenkoeken kepies op hun hoofd. We gaan dan maar een pint drinken in de Yachtclub van Dartmouth. Grote teleurstelling voor de lokale bevolking: Engeland heeft net op penalty’s de kwart finales van Portugal verloren in de wereldbeker voetbal. Niet dat we het volgen maar in Engeland kun je er echt niet naast kijken. De Engelsen zijn ontgoocheld, diep ontgoocheld. Dan maar een endje verder. Dan maar terug aan boord. We starten op het stadsponton de bbq op. Ik probeer even te vissen in de haven en jawel even later hangt er een dikke makreel aan de haak. De starter voor de bbq. Helaas zijn zijn broertjes en zusjes minder hongerig, dus blijft het bij deze ene makreel. Even later liggen de steaks op de kokoskolen te sudderen. Russen met pannenkoeken op hun hoofd kijken toe. Even later is het muziek aan de vlag en bij zonsondergang, zoals bij elke marine, wordt de vlag gestreken. Het is al weken goed weer en er is weer goed weer beloofd. Maar net als de bbq opstaat, begint het te regenen. We eten dan maar benedendeks. De bbq regent wel uit. Nog even een rum en dan gaan slapen.
Zondag 02 juli 2006 (Channel 2 miles S of Portland, United Kingdom)
Tegen 09.00u moeten we weg want dan komen er terug ferry’s aan dit ponton. De enige geluiden die we horen is onze trouwe motor die aanslaat en in de verte de stoomtrein die fluit. Snel even de BBQ leeggieten (regen van vannacht) en inladen. Het weer is nog wat bewolkt maar de bewolking is al vol blauwe gaten . Het belooft weer een mooie dag te worden. We vertrekken in de ochtendnevel maar op zee staat toch al snel 18/20kn wind, en de Nr 3 gaat erop. Heerlijk, we zeilen. Tegen 11.00u is het zingen eruit. Nog 10kn en de Nr 1 met nu naar boven. De zon staat al hoog aan de hemel, maar we zeilen nog. Ik had beter gezwegen want tegen 12.00u is het helemaal gedaan en moet de motor weer op, nog 3kn wind. En zo gaat het de ganse namiddag door: even 15kn wind en dan weer zeilen, 30 min later weer 3kn wind en weer op motor…en dan nog net geen tegenstroom.
16.30u, we lopen weer op motor, want de stroom is beginnen te keren. Door het op en af gaan van de wind hebben we redelijk wat tijd verloren en zijn we net als we de tegenstroom krijgen op 5 mijl van Portland. Portland heeft ook een “Race of Portland”…ttz stromen die aan de piek kunnen oplopen tot 5,5kn…tegen! t’ Zal weer tof worden! Even later is het zover: een verschrikkelijk gerammel diep in de buik van Eli. Ik ontkoppel meteen de motor. Wat is er gebeurd? Mijn eerste gedachten gaan naar de koppeling, zonder olie gelopen? Kan niet! Ik kijk de oliepeilen van motor en koppeling na, geen probleem. Ik vraag Inge weer op te starten en de motor slaat normaal aan. Inge zet de schroef op en weer een luid geratel dat dan opeens een frequentie begint te krijgen. Met een lamp ga ik naar de schroefas kijken in de achterste cabine. Jawel, dat is het. De schroef draait niet mee, maar de motor en de koppeling draaien normaal. De kineet draait ook maar de schroefaskoker op de kineet neemt de schroefas niet mee, dat kan maar één ding betekenen: de spie in de schroefas is eruit of kapot. Daar liggen we dan: zonder wind en zonder propulsie met een steeds sterker wordende stroming. Ik ga eerst de “Reeds Almanac” na om in contact te geraken met de LifeBoat association, om eventueel ons te laten afslepen. Maar: wat kunnen we zelf doen? Ik schroef er de kineet af en ontkoppel de schroefas koker. Daarvoor met de schroefas eruit. Gelukkig heb in Antigua de zinkanode zover achteruit gezet dat ik de schroefas eruit kan schuiven zonder dat deze eruit valt, mede door er een spanring erop te zetten. Ik heb net genoeg as in de boot laten steken om deze in en uit te schuiven zonder probleem met een tang. En jawel: de bronzen spie is helemaal afgesleten en heeft geen verbinding meer met de as. Een nieuwe spie is de oplossing, maar waar vind je die, hier? Gelukkig hebben we genoeg wisselstukken aan boord en ondermeer een roestvrij stalen spie van 5mm op 5mm. Net niet genoeg om de reeds uitsleten spiebaan te vullen, want die is 6,5mm op 6 geworden. Dik onder het vet en het zweet leg ik het probleem uit aan de bemanning. Dit is pas “Creative Marine Engineering”. Denken, denken, denken… Inge heeft de oplossing. Ze duikt de keuken in en komt naar boven met een roestvrijstalen brochettestokje van 1,5mm. Jean zit al achter de ijzerzaag en tovert binnen een paar minuten twee roestvrij stalen schijfjes van 1,5mm op 5cm. Wat schuiven, vijlen en passen en de oplossing is nabij. De stroom helaas ook, want GPS geeft aan dat we nu achteruit gaan, weg van de vuurtoren van Portland. Nog steeds geen zuchtje wind en geen andere jachten in de buurt. Te diep om te ankeren met teveel stroom en een slechte ondergrond: wat een situatie. Alles moet nu nog aan gebracht worden. De kineet wordt er weer ingeschroefd. Ik zit helemaal onder het vet. De verlijming van beide delen met de Loctide van Wim zou een alternatieve oplossing zijn maar het uitharden en het ontvetten zou te lang duren, waar zouden uitkomen met deze stroming? En het wordt stilaan avond en donker. Nog even de schroefas spiebaan opvullen met de nieuwe spie en vastzetten met de brochette stukjes van Inge. Wel een proces dat we drie keer moeten herhalen en Jean moet heel wat bijvijlen. Na drie uur werk, anderhalve liter zweet, kom ik koolzwart van het vet terug aan dek. Schroefas zit er ook in en de bouten zijn aangetrokken. Opstarten maar. Inge zet de koppeling op en jawel. Eli vaart terug, ik zie de schroefas netjes meegenomen worden door de koppeling. Jean roept ook: “ik zie schroefwater, we varen”. Ik voel me als de kapitein van “Das Boot”, de duikbootkapitein van de half gezonken U boot als het schip terug boven water komt en de machines opgestart worden. Koers “Portland” Mr Jean. En warempel het begint weer wat te waaien, een bescheiden 10kn maar genoeg om te zeilen. Traag, ellendig traag schuift de vuurtoren van Portland dichterbij, op GPS is de maximum speed net geen 2kn. Het zal “een laten” worden deze avond. We proberen verschillende keren overstag te gaan maar telkens neemt de stroom ons dwars en spoelen we achteruit.
Tegen 23.00u is het varen er weer uit, weer geen wind meer. En nu staat er bijna 4kn stroom. Motor dik tegen mijn goesting terug opstarten, want wie weet hoelang onze “noodoplossing” het zal uithouden. En ankeren is geen oplossing, te diep: van 70m tot 30m en in die stroming, te dicht bij de wal ook. Ik ben bloednerveus. Maar de schroef blijft gestadig draaien en de motor schokt helemaal niet meer. Door de kapotte spie, was de uitlijning van de schroefas aangetast wat schokken in de motor teweeg bracht. Motorzeilend schuift Portland nu voorbij en aan een schamele 3kn groundspeed komen we dichter en dichter. Even een tanker ontwijken en dan kunnen we eindelijk aanlopen. Weymouth 02.00u ’s morgens!
Maandag 03 juli 2006 (Weymouth, United Kingdom)
02.00u ’s morgens, afmeren 4 boten dik, maar we zijn binnen en onze herstelling heeft het prima uitgehouden. We hebben 78 mijl gevaren in plaats van de 49 op kaart, wat een dag! Nog een dikke rum en dan gaan slapen. Het is 03.30u als we onder de lakens liggen.
07.00u…klop, klop: ” Good morning Sir, we are leaving with the other 2 boats”. Uiteraard is het weer de afdeling geriatrie die helemaal niet gewoon is om te manoeuvreren. Er zit niets anders op om zelf weer op te starten en te gaan manoeuvreren, met een “onbetrouwbare schroefas”. Maar ze houdt het goed en tegen 08.30u liggen we terug aan een ponton, met elektriciteit en water. We zijn moe maar gaan niet slapen. Het is al lekker warm en de zon is al op. Dan maar een authentiek English breakfast gaan nemen. Yachthaven gaan betalen en informatie vragen om een nieuwe spie te vinden. En dan douchen en een kwart kilo vet van onder mijn nagels doet bijna het afvoerleiding verstoppen. We stappen gans Weymouth af en de grootste zaak “Kingfisher” die alles op stock heeft kan ons helpen, maar ze moeten het wel bestellen: levertijd 3 dagen. We kennen dat. Ik zeg nee, gewoon niet te vertrouwen en de dame aan de balie zegt ons ook geen garantie te geven dat het stuk er binnen 3 dagen zal zijn. Inge en ik gaan dan maar inkopen doen, Jean gaat even naar huis bellen.
Tegen de middag stappen we aan boord: “oh ja, zegt Jean lakoniek, ik heb een cadeautje” En hij tovert een nieuwe 6,5mm spie uit zijn broekzak. Hier vlakbij was een rommel hokje met bootspullen, een winkeltje en een oudje en Jean; deze combinatie en wat snuffelen en bingo! Uit het rommelhok toverde het oudje een staaf van 50cm op 6,5mm op 6,5mm uit, waar hij netjes een paar spies uitzaagt. We zijn geholpen en kunnen verder, en dat voor een paar pond!
Na de maaltijd met brie en andere lekkernijen, duik ik het machine kot in en binnen het uur zit de nieuwe spie in de schroefas. Wat binnensijpelend water uitscheppen en klaar is Kees (Dirk). Inge en Jean gaan op het strand liggen en bekijken de lokale bevolking. Jean vertelt verhalen over het ondergoed van een oud dametje in zijn buurt als hij kind was. Het ondergoed van de dames hier, is heel erg gelijkend op de “snelzeikers” van toen. We liggen letterlijk plat van het lachen. Ik ga even langs bij “Books afloat”, een tweedehands boeken winkel met alleen maritieme boeken. Natuurlijk zijn de prijzen ernaar!
Terug op het strand nog even gaan zwemmen. Bizar, hier kun je tot voorbij de staketsels wandelen en nog maar kniediep in het water staan. Bij hoog en bij laag water.
Terug aan boord vieren we dan ook uitbundig met rum als aperitief de goede afloop van het schroefasavontuur. De bbq gaat op en even later komt een wel bijzondere rondborstige jonge dame (moeder van 3!) van de motorboot achter ons vragen of we geen makreel moeten hebben, ze hebben er teveel gevangen. Geen probleem en terwijl de makrelen op de bbq liggen te braden, trakteren we de dame en haar man op een grote glazen rum. Steaks en ander vlees volgen en het wordt weer middernacht. Nadat alles opgeruimd is vallen we als een blok in slaap.
Dinsdag 04 juli 2006 (Weymouth, United Kingdom)
Deze morgen kunnen we lekker uitslapen, tot 09.00u lokaal, dus…UTC +1, die uuraanpassingen zijn toch wel even wennen. Ik rush onmiddellijk naar de Club om de laatste weerberichten te krijgen…weer ellende “Variable”, niets dus. Ook na de middag, zelfs geen kans op thermische winden, alles ligt compleet vast zoals de “doldrums”, de ITCZ (inter tropical covergentian zone), no wind, so no sailing, en ik vertik het diesel te verstoken om “thuis te geraken”, ik vind het best hier nog wat te blijven.Ik beslis van nog een dag te blijven, beter dan op zee aan 2,5 mijl verder te sukkelen. De wind zou binnen 48u naar het zuid/westen moeten draaien.
Jean gaat zelf op verkenning uit en Inge en ik gaan “the brewery” gaan verkennen. Tientallen kleine shops, veel groen, en een zeer propere omgeving. De bars, de zaken, of ze nu kranten en telefoonkaarten of keukenapparaten verkopen, alle zaken hebben bakken bloemen buiten hangen. Waarom kan dit in Godsnaam niet bij ons? Grijs en grauw is bij ons troef, hier GROEN! Zalig, even een museum bezoeken…wisten jullie dat de uitvinder van de torpedo en de grootste fabriek van torpedo’s hier in Weymouth was? Oud speelgoed, oude treintjes, Corgi en Dinky toys, Mecanno, … het is een plezier op je jeugd weer eens mee te maken, de Engelsen zijn toch echt traditiemensen. De antiekzaak van nautische instrumenten is pas om 14.00u open dus gaan we terug naar de boot…de vishandel heeft nog net 3 grote pijlinktvissen op ijs liggen en die gaan 10 min later de frigo in aan boord van Eli. Wat gaan we eten? “Frieten” beslist Inge, en we gaan uiteraard akkoord. We nemen de apero aan boord en ik ga met Jean wat hamburgers en wat groente en fruit halen…en dikke vettige frieten. Tegen 13.30u is het middagmaal verslonden, te vettig en slecht voor de gezondheid…maar lekker. Jean gaat even een uiltje knappen en Inge en ik gaan nog even naar huis bellen en onze mails bekijken. Denk je maar even dat je een reactie van een (vrouwelijke) “kolonel” krijgt in verband met je “nieuwe plaats van tewerkstelling” bij defensie…neen hoor, drie weken verder en men vindt geen tijd om je maar een antwoord te geven, onze minister plaatst en promoveert wel de juiste mensen. Best dat dit soort mensen niet in het bedrijfsleven terechtkomen.
Enfin, in België blijkt het ook warm te zijn en er is geen wind. De nautical shop valt tegen, niet qua beschikbaarheid, maar qua prijs. Ik kocht hier ooit een groot navigatielicht voor 50£, nu kost dit hier 150£, een ruler (om koersen op kaarten te zetten) 45£, vroeger 15£…
We gaan ook even binnen bij de Royal National Lifeboat Institute en geven wat £ uit aan boeken en voor de Lifeboats, want deze mensen gaan op zee om anderen gratis te helpen.
We laten ons met een klassiek houten bootje overroeien van de ene kant van de haven naar de kant waar Eli ligt te wachten, door een oudere man voor 1£, zalig gewoon. Met Jean gaan we dan maar naar het strand en blijven er tot 18.30u…nog steeds geen wind.
Dan maar aperitief aan boord genomen en een heerlijke menu van in look gebakken inktvis met champignons in roomsaus overspoeld met een Vinho Verde…als dessert verse aardbeien met slagroom. We zitten hier toch vast zonder wind, dus nemen we het maar van, want wie weer welke tropische ziektes zullen toeslaan na 01 Augustus in Brussel.
Website bijwerken en tot na middernacht de “wereld” verbeteren met een Virgin Islands rum.
Woensdag 05 juli 2006 (Mid Channal, United Kingdom)
Het goede weer heeft ook zo zijn nadelen, zeker als er geen wind is: mist. En dat is er nu juist wat er aan het gebeuren is. Het is op zijn Engels: grijs en mistig maar het is warm. De weerkaarten zien er beter uit, maar het is nu of pas veel later. Er kleine depressie passeert deze middag over het Kanaal en zal SW tot W winden tot 15kn meebrengen, ideaal dus. Vanaf zaterdag zou dan weer een sterk hoge druk gaan opbouwen met zeer zwakke oosten winden.
Nog wat last minute inkopen doen en nog even de klassiekers: eten, internet en naar huis bellen en tegen de middag, als de regen gestopt is (het mist-regende vanaf 09.00u) besluiten we te vertrekken. De wind is naar het zuiden gedraaid en zal op zee wel naar het SW gegaan zijn. Dus even later slaat de motor aan en tegen 13.45u verlaten we Engelse bodem.
Net buiten in de baai van Weymouth worden we gepraaid door “H.M.S. Coastguard”. “Please alter course to 110°”. Er is een “firing range”, schietoefeningen. We zien al lang de kust niet meer van de mist. Er is een aanbevolen koers, die ik volgde, we moesten immers naar open zee en niet op de klassieke route langs de kust naar “The Solent”. Maar dat was niet voldoende want het ging om een schietoefening met zware wapens. We horen inderdaad de “doef, doef, doef” van de zware mitrailleurs. De mensen van de Coastguard zijn zeer vriendelijk en ze zeggen ons te zullen supporteren voor ons. Eerst begrijpen we het niet maar dan wordt het duidelijk. Duitsland speelt de halve of volle finale in de wereldbeker, en onze vlag hangt er slap en nat bij. Ze dachten dat we Duitsers waren. Ik toon onze Belgische vlag en de Coastguard ziet nu dat de zwart-geel-rood verticaal staan. België mag dan een “apeland” zijn, we zijn toch geen Duitsers, mijn overgrootvader moest het eens weten! Verder dan maar.
18.00u we hebben nu een lekkere 18kn uit het SW, en de genakker staat al sedert 16.30u bij, we trailen aan 8kn maar nu weer tegen stroom, speed over ground 6,2kn. Als je de berekening goed maakt kun je met het kenteren van de stroom nabij Nab Tower (wedstrijdmerk bij de eerste America’s Cup 1851) 6u stroom mee hebben en daarbij aansluitend met de “slack” in het nauw van het kanaal nog eens 6u stroom mee naar het noorden meepikken, richting Thames. Dus wat rekenwerk.
Maar het lukt niet, de stroom begint te minderen en draait mee te vroeg, net als we St Catherine Point dwars hebben, het meest zuidelijke punt van White. We gaan met een povere 10kn wind onder vol grootzeil en uitgeboomde genakker de nacht in.
Donderdag 06 juli 2006 (Duinkerke, Frankrijk)
Het is niet zo leuk op het Kanaal vannacht. Eens voorbij White ligt de TSS, de Traffic Separation Scheme, dichter onder de kust en vermits we van W naar E varen, mogen we de zone niet gebruiken, niet tegen de verkeersstroom in. Onder geboomde genakker is er ook niet teveel manoeuvreer ruimte en daarin boven is de zichtbaarheid slecht. Inge hoort de schepen rond ons maar ziet ze niet. Ik neem over van haar om 01.00u en het zicht is soms maar een paar scheepslengtes. Ik zet de navigatielichten af omdat het in de mist je nachtzicht zo aantast dat je niets meer ziet. Het is spookachtig. Met nog 12kn wind en nu stroom mee gaat Eli er goed tegenaan en we scheuren met 8kn over de golven. Alles is grijs rond ons, waar je ook kijkt. Een zwarte schim doemt op voor ons, maar ik had hem al gehoord. De zware diesel en het geratel van kettingen van vistuig. Nav lights op en weer verder af. Ik moet toch een keer gijpen maar wacht tot Jean op dek is. Alleen in de nacht in de mist met een 5,5m boom gaan vechten op het voordek, in de mist: “bad idea!”
07.30u het gaat goed! We zijn al dwars van Brighton. “Next stop” kan Newhaven zijn, omdat de architect van de boot daar woont. Maar de Navtex spuwt uit dat het zaterdag terug mooi weer zal zijn, met weinig wind. Bovendien is het met laag water aanlopen en ik weet dat daar het wachtponton voor bezoekers maar 1,5m heeft: in het slijk dus. Doorgaan! We lopen recht op Oostende. Newhaven dwars om 09.00u en Beachy Head dwars om 10.00u. Jean slaagt er in met zijn “paravan” een makreel te vangen, die wordt klaargemaakt in olie en azijn: rauwe vis, heerlijk! We naderen nu de Sovereign Wrecks, waar een paal met licht opstaat. Niets gezien, nog 102 mijl te gaan, al 110 mijl gelopen in minder dan 20 uur. Eli trekt weer mijlen!
“We zijn goe bezig”, zegt onze regering altijd…en de waterpomp lekt en de schroefasdichting lekt en we doen gewoon voort en sluiten de ogen voor de problemen. 16.30u Dungeness dwars en ik beslis op de 51°N parallel te varen en de oversteek te van de TSS te maken aan de Varne. Een uitwijkmogelijkheid af te slaan naar Boulogne indachtig zijnde. Even nemen we de genakker eraf, over de 20kn wind en op Nr3 uitgeboomd gaat het iets minder snel. Nu volgen de gebeurtenissen elkaar snel op. Weer minder wind, Nr 3 naar beneden, en genakker terug op. We hebben winden van 6kn tot 25kn, dat is nu éénmaal het Kanaal. Inge en Jean tokkelen koortsachtig op hun GSM om het Franse netwerk op te pikken en eens dat gebeurd is verlaat SMS na SMS het schip. Voor mij te ingewikkeld: ik ben eerder deze achter de Navtex en de GPS…daar voel ik me meer in thuis! 20.00u we zijn over het TSS, maar het is er niet minder druk op geworden. We lopen een 8,5kn over de grond en het plotten van de schepen die oplopen en kruisen is om elke navigator kippenvel te doen krijgen. Al die ferry’s en schepen, maar tegen 22.00u ligt Calais dwars, speed over ground 10,5kn. Beginnen aan onze aanloop van Duinkerke net door de nauwe zuidelijke pas. Natuurlijk schuiven de navigatielichten van verschillende schepen ons naar mijn gedacht te dicht voorbij. Maar we nemen de boeien net aan de buitenzijde en storen niemand. Ik neem er de genakker pas af als het goed donker begint te worden. 22.35u Gravelines dwars en dus een paar koersveranderingen om het volgende pas in te gaan. Grote schepen passeren ons en leiden ons eindelijk met hun navigatie lichten de weg. De wind is er wat uit gegaan en de stroom mindert. We lopen op grootzeil en Nr 3, onder bezeild, nog 5,2kn. De haven en fabrieken zijn geel verlicht en de desulferisatietorens van raffinaderijen braken vuur en rook uit. De nacht is oranje gekleurd, we zijn bijna thuis…wat is deze kust toch verschrikkelijk. Een scenario waard voor een nieuwe Mad Max film. 00.15u de stroom is eruit en de wind ook. Een kleine berekening brengt ons in de vroege morgen in Oostende. Niet zo best. Duinkerke dan maar aanlopen, de tegenstroom van 6 uur uitslapen en dan in de vroege morgen vertrekken. ETA Oostende: 11.00u.
Vrijdag 07 juli 2006 (Oostende, België)
Het is net na middernacht als we afmeren. Ik durf niet achteruit te slaan om te remmen met de werken aan de schroefas. En het afmeren is niet zo schitterend. Ik spring de wal op om het achtereind vast te leggen en maak een prachtige val op het natte, vol besche…, houten ponton. Jean dan maar op de spring afremmen en Eli maakt een korte sprong als ze op die manier gestopt wordt. Het touw kraakt en piept… Maar we liggen vast. Inge heeft intussen, als wij de elektriciteit aansluiten, een paar pizza’s in de oven gestopt en met een fles wijn smaken die best. Gaan slapen…ik besef maar al te goed dat dit voorlopig onze laatste nacht aan boord is. Vol gedachten val ik in slaap.
06.30u piep, piep, piep,…”azoo” vroeg. Vuilniszakken gaan wegbrengen en met de papieren van het schip naar de jachthaven. Geen kat te zien. Hier zijn het toch geen zo een bende geldwolven! Ik ga niet wachten op het personeel en we starten op. 07.15u slaat de diesel aan en een “Aantwaarpenaar” komt vragen of we van ver komen. Wat een vraag! De diesel en de watertanks op dek verraden ons. Als ik zeg dat we twee maanden geleden op de US Virgins lagen, kijkt hij ons wantrouwig aan. Tja “Aantwaarpenaars” hebben we daar niet tegengekomen! Hij denkt waarcshijnlijk: “bloazen, moar ikke goan naor Engel-land.”
07.30u: Eli verlaat de havenhoofden van Duinkerke, op haar laatste rit na de Atlantische Oceaan rond gezeild te hebben! 08.30u we zitten in het Pas van Zuydcote en tegen 10.00u passeert de eerste groene Belgische boei ons aan bakboord: de Trapegeer. De genakker staat weer bij en op de GSM’s verschijnt nu “Proximus”. Nu beginnen we echt te beseffen dat het bijna gedaan is. De ETA met weer bijgesteld worden als de wind wegvalt voor Westende. Naast ons loopt een 54ft charterbak. We zetten de genakker op de boom en hij wil niet onderdoen en zet ook zijn genakker erbij. Natuurlijk voor de wind lukt dat niet zo best en gefrustreerd moet hij en zijn dure betalende crew frustreren als we hem uitlopen. Tja een oud Nederlands gezegde is toch: “zet twee boten op het water onder zeil en je hebt een wedstrijd.”
11 tot 15kn wind en we lopen 7,5kn Oostende doemt op uit de ochtend en andere nevels, natuurlijk zie je eerst de “supertoren” en dan pas de skyline van onze “prachtige kust”.
Als Eli voor de Koninklijke Villa komt, die nu staat te verkommeren, breekt de zon erdoor. De trouwe zon die ons zoveel beschenen heeft wil ons onder haar stralen doen binnenlopen. De lichten staan op groen, eindelijk eens geluk met de havenlichten. Zou er zoveel verandert zijn? Ik zie toch twee ferry’s, eentje aanlopend en eentje uitlopend. Ik roep de verkeersleiding van Oostende op en we zijn direct een eerste illusie rijker. We mogen niet aanlopen, ook niet door het “groene” licht, want de “lichten zijn kapot”! We zijn duidelijk weer thuis.
Dan maar een fly-by onder volle genakker en grootzeil. Ook 21 vlaggetjes van de 21 landen die we aangelopen hebben de laatste twee jaar hangen op de achterstag.
Genakker in de zak geschoven en dan met motor op beginnen we onze aanloop. 12.25u we lopen binnen. Via GSM hebben we broertje Frank al verwittigt die ervoor zorgde dat de sluizen naar het visserdok open zouden staan. Familie en vrienden staan op de havenmuur te wachten op ons. Nog even een stormrondje in het midden van de haven, om het grootzeil te zakken. Een snelle motorboot komt ons al praaien om in de dure jachthaven af te meren, maar de sluizen staan al open. Even de verkeersleiding bedanken omdat we de bevlagging mogen voeren hebben, en zelfs de politieboot zegt niets. Jammer dat we altijd de lokale autoriteiten ervaren hebben als een steun en een toeverlaat en in onze thuishaven de aanloop maken met een argwanende blik van “zijn we wel in orde met alles, want de boetes zijn ernaar”. Met een zucht varen we de sluis binnen en deze sluiten om 12.45u achter ons. Nu is het definitief over. De metalen ladder op en moeder met traantjes in de ogen, die moeders toch. Erna, Eric, Frank, Mieke, Freddy…ze zijn er allemaal. Veel babbelen en vertellen en natuurlijk het nodige papierwerk. De mensen van sluizen zijn vriendelijk en om 12.35u openen de deuren al opnieuw voor ons. Moesten het versassen overal zo vlot gaan in Oostende…Nu nog even een kwartje mijl varen en Eli meert af om 12.47u aan hetzelfde ponton waar ze 713 dagen en 4 uur geleden vertrokken is. Na 10766mijl onder haar kiel te hebben getrokken of 2091 uur op de zee, oceaan of in de mangroves te hebben doorbracht, is ze terug waar ze vertrokken is. Ik bedank voor de laatste keer de machines en het afmeren is een makkie. Iedereen wil helpen afmeren. Het is wat tumultueus. We beseffen het nog niet zo goed. Mijn moeder komt eens aan boord om te zien hoe de kindjes geleefd hebben, en ze krijgt prompt een glas rum in haar handen geduwd. Even later rijden de wagens voor om te gaan lunchen in restaurant “De Yot”.
Ik kijk nog even naar ons scheepje en krijg zo en wrang gevoel. “Is het nu allemaal echt voorbij?” “Is dit het?” “Stopt het hier?”…Ze heeft ons zoveel mijlen trouw en veilig gebracht waar we moesten zijn en nu laten we haar hier achter, zomaar. Ik betrap me erop dat ik tegen haar spreek, en stel haar gerust. Ze zal niet meer afzien van het oceaan gebeuk en zal een knusse winter tegemoet gaan in de veiligheid van een loods. Ze zal een complete refit krijgen met veel verf en vernis en…een nieuw plan ligt alweer in embryonaal stadium te groeien in mijn in rum en zeewater zwalpend brein. “Eli”, hier eindigen onze avonturen niet, dit is maar een “grotere” logistiek stop.
In “de Yot” is het mijn lievelinsgkostje: gebakken zeetongen met frieten…en elk eiland in de Carib, elke anecdote, elke zeemijl passeert de revue. Ik denk wel eens af en toe terug aan ons schip deze middag.
Mijn moeder heeft ons appartement helemaal in orde gezet, en zelfs het bed opgemaakt, de frigo gevuld en alles aangesloten,…zelfs met de pc kunnen we direct op het net!
De volgende dagen zullen hectisch worden, alleen al de boot ledigen en terug aanpassen aan dit “land”bestaan. Alles regelen en binnen 3 weken terug in de werksleur, ik met een 4uur per dag (in de winter 5uur) per dag durende woon-werk trajectduur. Maar we houden jullie op de hoogte. Ook al kan het even duren.
“Sailing is like a drug, once you’ve tasted it, it will never let you go”