Verslag Januari 2006
Zondag 01 Januari 2006 (Pointe à Pitre, Guadeloupe)
Een gelukkig nieuwjaar… aan iedereen. Dat jullie een goede gezondheid zullen hebben in 2006, en dat vele zeemijlen met “fair winds” onder jullie kiel moge passeren. We hebben het weer gehad, weer een jaartje voorbij.
We zijn redelijk vroeg op en in de jachtclub heerst zo een “day after” sfeertje en we gaan een wandeling maken. Vandaag is het rustdag en we willen eindelijk niks doen, wat best lukt.’s Middags eten we restjes van de avond voordien en na de middag zijn Eric en Liliane terug. We gaan met ze mee, wat aan het zwembad van het hotel liggen, niets doen dus. Pas als de zon laag aan de hemel komt te staan, willen we vertrekken. Eric en Liliane hebben een nieuwe bungalow maar het slot schijnt niet te werken en telkens ze binnen willen met zo een sjiek magneetkaartje blokkeert de boel. Niet zo aangenaam dus. Personeel erbij halen en veel excuses “nog nooit eerder zoiets voor gehad” is het antwoord. Enfin, met de opbrengst van oudejaar kunnen ze overal op het eiland nieuwe sloten plaatsen, maaltijdjes aan 220Euro per persoon.
Dan wordt het eventjes spannend in de wagen. We rijden terug naar de jachtclub maar de meter van de benzinetank staat in het rood en het is een feestdag! Dus het eerste, het tweede, en het derde tankstation is gesloten, maar we komen steeds dichter bij de boot. Eventueel kan ik, als we in panne staan, naar de boot lopen en de benzine van de buitenboord, met eventueel wat hulp (lees: benzine van andere cruisers), naar de auto komen brengen. Hier is immers geen systeem met Bancontact. Kredietkaarten worden wel aanvaard maar daarvoor moet je in de winkel zelf zijn die nu gesloten is. Blijkbaar hebben veel mensen dat probleem want aan elk station rijden verschillende auto’s op en weer af. De toestand wordt gespannen want Eric en Liliane moeten nog terug geraken. Wat gevloek en gejammer maar als de nood het hoogst is en “we are flying on fumes”…is de benzine nabij. Een open tankstation en iedereen is weer gelukkig, vlakbij de jachthaven. Die kerel doet vandaag gouden zaken.
Dan maar een stelletje dikke “planteurs” aan boord gemaakt om te ontstressen.
Eric en Liliane blijven een hapje eten met ons en het wordt weer een gezellige avond. Morgen is het alweer gedaan voor hen. Maar nog niet voor ons!
Maandag 02 Januari 2006 (Pointe à Pitre, Guadeloupe)
Opstaan en we gaan inkopen doen. Een ganse wandeling naar de Cora, die zou open zijn want het is een gewone werkdag en we willen nog een afscheidsmaaltijdje organiseren voor Eric en Liliane vooraleer we ze naar de luchthaven brengen. Maar teveel gewild, we staan niet voor een gesloten zaak maar “open voor publiek na inventaris om 14u00” staat op een bord. Dat hadden ze wel iets vroeger mogen uithangen. En we zijn niet alleen want verschillende mensen komen vanop de parking met een karretje afgereden en kijken even verbijsterd naar het plakkaat aan de deur. Enfin dan maar terug naar de boot.
Een hapje eten met koelkast restjes en we brengen dan de boot in orde (lees: ruimen op en doen een dutje).
Eric en Liliane zijn er na de middag. En nu hebben we de auto om de inkopen te gaan doen. We laten Nemo, het bijbootje te water en zij gaan de haven en de Lagon Blue wat afvaren en naar de superjachten kijken. Zij de laatste foto’s nemen en wij gaan inkopen doen.
We houden de aperitief wat vroeger want ze vliegen om 21u00 en willen om 19u00 op de luchthaven zijn. Tegen 18u00 bakken we de steaks en Eric neemt zijn laatste “flantje” op Caribische bodem deze reis. Ze zijn tevreden van hun verblijf en minicruise.
Op weg naar de luchthaven rijden we wel een keertje verkeerd, om het spannend te houden, maar we zijn toch op tijd. Ik ga de wagen niet op de parking zetten want iedereen parkeert hier dubbel en de politie doet niet moeilijk. Het huurwagentje gaat netjes in de file achter alle andere dubbel geparkeerde wagens.
Eric staat in een andere file in te checken en we hebben zijn beschadigde zak ingepakt met zeilbandjes en een touw van de boot. Even later is het zover, ze moeten naar hun gate. Het afscheid is weer zwaar, want twee goede vrienden gaan terug weg. We zijn weer alleen! Een gevoel van leegte overvalt ons en weer hebben we enkel elkaar, al is het maar om Vlaams te spreken tegen elkaar. We gaan naar onze auto terug waar ondertussen al een nieuwe file zich achter me heeft geparkeerd, onder het waakzaam oog van “ la gendarmerie”. Wat een prachtig land!
Terug aan boord is de stemming een beetje bedrukt en dus besluiten we maar een filmpje te bekijken…ééntje van de box die we van Eric en Liliane gekregen hebben.
Dinsdag 03 Januari 2006 (Pointe à Pitre, Guadeloupe)
Eric en Liliane zijn al aan het landen als we uit onze kooi klauteren. Ontbijt en een douche gaan nemen. Vandaag staat de boot weer op Nr 1 en dus moet er gewerkt worden.
Ik ken zo een beetje de jachtwereld en het heeft weinig zin naar een “fancy” bedrijf te gaan en het probleem van het roer uit te leggen, om dan genaaid te worden en een compleet nieuw “steering system” je te laten aansmeren of prijzen vragen waar we compleet nieuwe boot mee kunnen kopen.
Dus de beste kerels om je probleem mee te bespreken zijn de wedstrijdzeilers. Er ligt een kleine ketch met een koppel aan boord dat geld zoekt om naar St Malo terug te keren om dan dit jaar, 2006, de “route du rhum” (St Malo-Pointe à Pitre) terug te zeilen. Zij kennen lokaal wel de specialisten die “zeilers” willen helpen. Geen slechte keuze want Claude komt erbij, die een bedrijfje heeft dat onder andere draaibankwerk verricht. Hij komt na de middag even langs en ik leg hem het probleem uit, en hij is meer geïnteresseerd in het systeem dan in het werk. We komen overeen dat ik het demontage en montage werk zal doen en hij dan zijn advies zal geven.
Ik vlieg erin en de rest van middag is de kuip omgetoverd in een werf. Overal liggen sleutels en bouten en weerklinkt het getik van de hamer op de clips van de staaf die de cardanische koppelingen op de as stuurwiel bijeen houden.Eens deze los kan het tandwiel dat beschadigd was uit de boot genomen worden en herstelt/vervangen worden.
Het is 17.45u als ik ermee moet ophouden, het wordt te donker om nog wat te zien. Inge heeft ondertussen ook niet stilgezeten en heeft Dorey, onze nieuwe bijboot naar de winkel gebracht om een offerte te laten maken deze te herstellen.
We laten geen oude tradities vallen in het nieuwe jaar en weer is de aperitief op tijd geserveerd, gevolgd door een pizza avond bij een dvd.
Woensdag 04 Januari 2006 (Pointe à Pitre, Guadeloupe)
Vroeg uit de veren want vandaag moet er gewerkt worden. Onze “point of contact” werkt ook aan boord van een Swan 85ft, superjacht, en zou langskomen om onze afgebouwde stukken op te halen. Ik werk op zo een moment liefst alleen want elke vorm van afleiding zorgt voor ergernis, zeker op zo een kleine boot. Inge beslist dan maar om van de nood een deugt te maken en trakteert zichzelf op een bezoekje aan de kapper. Ik controleer snel even de mails en begin eraan.
Tegen 09.30u zit ik tot aan mijn ellebogen in het vet en olie. Het roer ontkoppelen is niet zo een zwaar werk, maar het grote tandwielhuis afbouwen valt tegen. Nog meer tegen valt het afbouwen van de cardanische koppelingen. De krengen zitten er muurvast op sedert 25 jaar en een halve liter WD40 maakt weinig verschil. Het stuurwiel en het bovenste tandwielhuis moet er eveneens uit.
Inge heeft ondertussen broodjes gaan halen en een break van een half uur op de middag is ten zeerste welkom. Jullie thuis denken dat we hier maar op ons bloot g.. in de zon liggen rum te drinken, maar niets is (soms) minder waar. Vandaag toch niet! Ik zit goed nat van het zweet, onder het vet te sleutelen aan het stuurwiel.
Je zult het niet geloven als ik zeg dat net als alles afgebouwd is en dus geen stuuring hebben, het dek vol vettige sleutels ligt, een kerel in kraakwit uniform komt zeggen: “excusez nous, monsieur, mais vous devez déplaçer votre bateau”. Shit, die kerels willen ons verleggen want een superjacht van 35m heeft onze plaats en deze van onze buurman nodig. Ik zeg “pas de problème, mais vous etes responsable, car je ne peut pas conduire le bateau ». Geen probleem voor hen en even later zijn we op sleeptouw door twee boten die Eli, zonder roer, in een nieuwe box duwen, zonder problemen met 5 man om de lijnen vast te maken.Veel excuses later en kunnen we weer verder. Duidelijk niet de mentaliteit van bij ons “move it, anders doen wij het, hoe is uw probleem”.
Tegen 16.00u is het stuurwiel eraf, het bovenste tandwielhuis dat de overbrenging over een hoek van 90° naar beneden in de boot brengt ligt eruit. De ene kant van de cardanische overbrenging is eruit en nu wordt het duidelijk waarom alles vastgelopen is. Het kleine tandwiel wordt eveneens bovenaan door een lager ondersteunt. De onderste lager is in Portugal vervangen, en nu heeft de tweede lager het eveneens begeven, een kwestie van tijd.
Alles ligt in stukken uiteen in vodden vol vet en de boot lijkt als een tandloze zonder stuurwiel en met de gaten van stuuras en autopiloot in de stuurkolom. Ik ga het vet afspoelen in de douche en Inge kuist de boot van de tientallen vetplekken af. Claude komt niet opdagen en is evenmin aan boord van de Swan geweest. Het begint goed. Ik bel hem op en hij zal tegen 07u30 morgen langskomen.
Een goede maaltijd, een super saaie film want het zijn blijkbaar niet allemaal goede films en vroeg gaan slapen met gezwollen handen van het werken in het vet en het sleutelen. Oh ja, Wim, nogmaals bedankt voor de ontvetter van Loctite 7850 een superproduct…met sinaasappelgeur en biologisch afbreekbaar!
Donderdag 05 Januari 2006 (Pointe à Pitre, Guadeloupe)
Het is 07u30 stipt als Claude aan de boot staat, ik zie het weer zitten. Het is nog wat mistig, de zon is pas een uurtje op, het is windstil, en de morgen doet me denken, ook qua geur en geluiden aan mijn jeugd. We waren altijd vroeg op het strand als kind om te gaan vissen langs en op de golfbrekers onder het waakzaam oog van mijn grootmoeder. Nu is dat allemaal “ferboten”, bepaalde mensen, die nu voor ons denken, vinden het thans te gevaarlijk als kinderen garnalen vissen en op krabben jagen op de golfbrekers. Het heeft ook geen zin meer na het opspuiten van de lokale golfbrekers met schelpengruis want nu wordt het pas echt gevaarlijk, door de vorming van spoelputten. Enfin…even nostalgisch terug naar de jaren ’70…
Het geeft een goed gevoel, de boot zal terug 100% operationeel geraken en we kunnen we zonder kopzorgen verder zeilen zonder zich af te vragen of het roer het zal uithouden.
Inge maakt het ontbijt gereed met een “tikkeaaike” (kenners van de strip “Nero en Co” weten waar het over gaat) en de stemming is opperbest.
We wandelen dan maar naar de Cora waar we een zaakje kunnen doen in de visafdeling…verse zalm goedkoper dan de lokale mahi-mahi.
Terug aan boord is het tijd om te herorganiseren qua plaatsing van materiaal. Inge gaat nog even een auto versieren bij Cap Caraibes, om wat grotere inkopen te kunnen doen en eens een dagje er van tussen uit te zijn, voor volgende week maandag. Nog even de was gaan ophalen en uithangen en we zijn ook daar weer vanaf.
We willen net begonnen met de grote verhuis vanuit de achterste cabines als onze buurman van 14 dagen geleden ons komt uitnodigen voor de aperitief. We hebben zijn bemanning afgezet aan de luchthaven en hij wil iets terug doen. Inge besluit mijn schamele haartooi toch iets onder controle te willen houden en begint coiffeur te spelen op het ponton. Meteen zijn er een hoop cruisers die eveneens een “haircut” willen. Er is zelfs een Amerikaan die met zijn eigen tondeuse komt aandraven. Een leuk sfeertje hier!
Een oudere Amerikaan komt een praatje slaan en als ik hem zeg dat ik nog een “draak” heb is hij enthousiast. Natuurlijk is het zeilen in Cannes of Palma veel beter (en eerlijker) dan in het thuisland en hij wil meteen de boot huren om in “the Med” met haar te zeilen. Eerst dit project afwerken en dan de “draak” terug operationeel maken.
Natuurlijk niet neen zeggen aan een aperitief, en even later zitten we met z’n zessen in de kuip van de Bretoense boot cider te drinken. Ik opteer voor de pastis, want dat is een lange tijd gelden. De Bretoenen zijn fier op hun vlag en het is enkel de Bretoense vlag die de boot siert. Ik leg hen uit dat de Vlaamse vlag alleen voeren, politiek incorrect zou zijn en we geen politieke “statements” willen maken, want bij ons ligt dat spijtig genoeg te gevoelig. Vlamingen zijn nog geen Bretoenen, Galiciërs, Catalanen…misschien ooit.
Terug aan boord nemen we een snack en gaan er nogmaals met een filmpje tegenaan.
Vrijdag 06 Januari 2006 (Pointe à Pitre, Guadeloupe)
Het is weer een dag verder en we gaan eerst naar de zaak waar Inge Dorey, het bijbootje, heeft binnen gedaan voor een offerte. De losgekomen lijm is blijkbaar een gigantisch probleem en de herstelling zou om en bij de 250 Euro komen…laat dus maar, we zullen wel een oplossing vinden. Nog even naar het internet, want we waren jullie vergeten te vertellen dat er, jawel, weer een tropische storm is geboren een paar dagen geleden. Eerst denk je dat het om een grap gaat maar winden van 65kn “sustained” en “gusts” tot 75kn is weer een driest record erbij voor het hurricane seizoen van 2005. Tropical Storm “Zeta” is op weg naar ons, op 900 mijl, 22N-43W (we zijn op 16N-61W), koers 240° aan 7kn/u. Maar ze verliest in kracht en zal een “near miss” worden, helaas is een “near miss” een teken dat er nog wat gebeurt op de oceaan.
Op naar Pointe à Pitre, Inge naar de Mango, ik naar de markt. Een uurtje later ik met een volle rugzak en Inge zonder één zakje! Verse bananen, ananas, tomaten, okra’s, plantaan, courgettes…we kennen weer een eindje verder. Ik had nog wat hout willen kopen om een loopplank te maken voor de boot. Iedereen meert hier af met de “kont” van de boot naar het ponton maar ik vind dit wat indiscreet. Iedere bezoeker komt maar eens binnengapen. De loopplank wil ik ook gebruiken om die aan de zeereling vast te maken en zo de nieuwe watercans te houden. Maar de houtzaak is te veraf om deze te voet te doen en we hebben maandag toch een auto.
De namiddag is het werken aan de boot. Inge “verbetert” de teksten van de “site” en ik kuis de bakboord achterste cabine uit. Een Belgisch koppel die de wandeling langs de pontons maakt, komt een praatje maken maar moet helaas al morgen terug naar het 30° graden koudere België terugvliegen. We blijven hier alleen!
Zaterdag 07 Januari 2006 (Pointe à Pitre, Guadeloupe)
Vandaag gaan we eerst eens naar het internet om het weer te bekijken, tropical storm “Zeta” is er niet meer, best ook, maar we riskeren toch wat vuiligheid te krijgen: onstabiel weer, squalls, en soms harde winden. We mailen ook het bestand met de foto’s naar onze familie en webmaster door om de site aan te passen. Dan nog even naar de Ecomax waar we een grote zak scampi’s kopen en dus…met een rosétje deze avond. Verder gaat het leven zijn gewone gang. We maken een plan op wat er nog allemaal moet gedaan worden aan de boot en gaan er deze middag invliegen. Op de middag gaan we eens stokbrood halen en maken een slaatje met brie en andere kazen aan boord als middagmaal.
Na het obligate middagdutje vlieg ik erin. Toen ik de vuilniszak ging wegbrengen bleek iemand een nagelnieuwe zeilzak van QuantumSails te hebben weggeworpen. Ergens had de onderkant met zuur van een batterij in contact geweest en er was een gat in gekomen. Natuurlijk recupereer ik de zak, want vorige week had Anke van de tweedehandszaak er eentje, waar de eigenaar 50 euro voor vroeg. Inge zet zich achter haar stikmachine en een half uurtje later is het slechte deel uit de bodem gesneden en is de zak hersteld. De zak waar onze genua in stak gaat hierbij op pensioen…brugpensioen dan nog wel!
Beide achterste cabines worden compleet leeggehaald en alles wordt opnieuw opgeborgen en gerangschikt. Op het einde van de middag houden we één cabine leeg voor eventuele gasten…hm nog steeds geen reactie vanuit België om mee te zeilen. Blijkbaar is het weer daar zo goed of zijn de beloofde belastingsverlagingen er dan toch gekomen.
Klassieke avond…aperitief, scampi’s in de looksaus met chow mein en een fles rosé en dan een filmpje.
Zondag 08 Januari 2006 (Pointe à Pitre, Guadeloupe)
Vandaag rustdag, het is de zevende dag en we gaan niets doen. Ik hou me in de morgen bezig met Sudoku, nu al 5*, op te lossen en Inge bladert de steeds hoger wordende stapel tijdschriften door op zoek naar weer wat nieuws.
Het internet café is dicht en gelukkig is de Champion nog open. Niet moeilijk doen op zondagmiddag, twee pizza’s in de oven en we kunnen er weer tegen.
Natuurlijk doen we wat deze middag: Inge zit weer achter haar stikmachine om met de restjes stof covers te maken voor de cans en voor de hoefijzerboeien. Ik geef het buitenboordje een onderhoud, en monteer het terug op de achterspiegel, kuis de emmers en de tanktrechter uit. Ik kuis de dieselkans uit opdat er geen water in de diesel zou komen de volgende keer we tanken en vindt een plaats voor de paddels van de bijbootjes. Dorey wordt weer ingepakt en zeevast op het dek vastgemaakt en voor je het weet moet je stoppen met werken want het is aperitief tijd.
Deze avond steak met plantaan en gombo’s op de menu. De gombo’s vallen tegen. Bij het kuizen van de groenten zie ik zwarte stipjes in de vruchtjes. Even opsnijden en jawel, een wit wormpje komt eruit gekropen. “Sorry old chap, you are to become fishfood”. Minutieus worden alle gombo’s aan een onderzoek onderworpen, en we vinden nog vlees in de groente.
Spijtig, dan maar zonder gombo’s, je kon van de buitenkant niets zien, maar het lot was ernstig aangetast. Dat heb je met biologisch gekweekt voedsel.
Nog een filmpje van de Eric en Liliane reeks en dan slapie, slapie
Maandag 09 Januari 2006 (Pointe à Pitre, Guadeloupe)
Vandaag is het zover, we hebben “wheels”. We gaan eerst even naar het internetcafé om op de hoogte te blijven van nieuwe evoluties in het beleid van ons landje en hoe de wereld er vandaag voorstaat. Eric opperde het feit dat een Nederlandse firma de boot kon terugbrengen als cargo en we hadden eens prijs gevraagd. Niet dat we niet willen terug zeilen, maar twee extra maanden in de Caribbean mag wel wat kosten en je hebt een hoop minder voorbereiding en risico. “Bad idea”, kostprijs voor ons scheepje 12.300 Euro zonder BTW, jawel een kleine gezinswagen! Ander onderwerp.
We gaan de wagen ophalen, een Renauld Twingo, mooi autootje maar met een klein futuristisch digitaal dashbordje, niets voor mij.
We gaan eerst naar Jarry, de industriezone van het eiland. Als je iets wil vinden zul je het hier vinden. Eerst willen we twee planken om de watertanks aan de zeereling vast te houden, maar die als opstapplank ook kunnen dienen. Na wat zaken afgelopen te zijn vinden we onze gading in “La palette”. Een hapje eten en dan op zoek naar WIND, een firma die gespecialiseerd is vlaggetjes, beleefdheidsvlaggetjes van alle landen. Ze brengen een reeks van 15vlaggen uit van alle Caribische eilanden voor de helft van de prijs die je in de winkels betaald. Even later liggen de 15 vlaggen in de koffer van de Twingo.
Op naar de waterval “de l’écrevisses”. We hebben geluk, niet teveel toeristen, en deze die er zijn zijn niet het type die in het water zullen gaan. Ik heb de “falls” helemaal voor mij alleen. Blijkbaar gaan enkel de avontuurlijke types het water in. Het waterpeil staat minder hoog dan de vorige keer en het water is staalhelder. Ik ga terug stroomopwaarts waar ik helemaal alleen de mooiste poelen en kreken met het heldere water ter beschikking voor me heb. Geen enkele spa kan hieraan tippen. Grote vissen schuiven onder je weg en zoeken hun heil tussen de grote keien en het enige wat je hoort boven het bruisende water zijn het gezoen van kolibries en het getjilp van krekels. Ik probeer weer even het regenwoud in te gaan maar moet het na 25m opgeven. Varens groter dan ik, omgevallen boven met stammen de breedte van een kleine auto, bladeren zo groot als een paraplu, je ziet het blauw van de hemel gewoon niet. Heldergroene hagedisjes met gele en blauwe kelen, die ze wijd openzetten bij mijn verschijning, vluchten toch als ik te dicht kom.Vlinders zo groot als mijn hand zijn op zoek naar orchideeën en geen enkele boom is niet begroeid met bromelia’s of andere gigantische parasietplanten. Lianen zo dik als mijn pols nodigen een klim uit, maar het mos doet me terug naar beneden glijden. Op de bodem een 30cm dik bladertapijt dat zacht is en…vol mieren van anderhalve cm zit. De natuur op zijn best, ongeschonden en in volle ontwikkeling. Ik ga terug naar Inge om nog even een duik onder de watervallen te nemen en deze zeker nooit te vergeten! We gaan terug naar de wagen.
Een klein zwart vogeltje met bruinrood bekje heeft bezit genomen van de wagen en wil niet wijken. Het diertje huppelt gewoon van kant tot kant als we droge kleren aantrekken. Het verst dat het wil vluchten is op de antenne gaan zitten. Mooi dan gaat ie maar mee met ons.
We gaan verder het woud door naar het “parc des mamelles”. Het is een soort dierentuin die alle landdieren van Gwada en omstreken herneemt. Het is redelijk duur, 11,5Euro/persoon, maar echt de moeite waard. Je leert eerst de zoogdieren kennen. Ingevoerd door ons, zijn de wasbeer en de mangoest de onbetwiste sterren in de jungle. Ze werden ingevoerd om ratten van op de plantages te houden en hebben zich zo goed geïntegreerd dat ze nu dominant zijn. Ze hebben de ratten wel weg gekregen maar hebben ook een slachting onder de bestaande vogels en amfibieën aangericht. Dan zijn er de verschillende vogelsoorten en natuurlijk de vrienden van alle dames op de eilanden, de iguadons. Met hun groene kam, hun meter lang lichaam en hun kraaloogjes zijn ze lieveling van elk meisje. Vooral van de witte broek van Inge wordt er eentje opgewonden. Alle specifieke bomen zijn netjes met naamplaatjes voorzien, in 4 talen: Frans, Engels, Patois (lokale taal) en hun Latijnse naam.We gaan verder over de paden in de jungle en komen aan de bar, met zicht over de Caribische zee. Kolibries komen honing zuigen uit de planten. 60x per seconde slaan hun vleugeltjes, tot 70km/hr kunnen ze vliegen en hun hartje slaat 1200 keer per minuut, en toch zijn ze maar3 tot 5cm groot, hun eitjes hebben de grootte van een vingernagel en ze zijn op z’n mooist in hun vlucht. Als ze even stilhangen kun je pas zien hoeveel fluorescente kleuren de diertjes op hun borst hebben. Bij het zien van al dat moois krijgen we een sterke planteur van het huis aangeboden. Er zijn ook terrariums met wandelende takken, boomkikkers en hagedissen. Verder is er een insectisarium waar Inge te snel naar mijn gedacht doorwandelt. Terug op weg komen we aan het avontuurlijke deel van de trip. Er is, om de totaal andere plantengroei rond de toppen van bomen te kunnen bewonderen, een soort koordenpiste aangelegd. Je gaat via houten trappen vast in een harnas aan staalkabels een traject af, gemiddeld zo een 12 à 15m boven de bodem van het regenwoud, en je ziet er een totaal ander soort plantengroei dan beneden: lianen, bromelia’s en boomananas om er maar een paar te noemen. We voelen ons zoals commando’s maar dan veel minder bewapend. De trip in de bomen duurt zo een 45 min en terug op de grond ga je naar de vleermuisgrot, waar de diertjes rondfladderen. Er zijn daar ook verschillende terraria met de soorten landkrabben en schilpadden van het eiland en uiteindelijk is er de uitleg over de artisanale geneesmiddelen die ze hier in de natuur vinden, zoals de invloed van kaneel, muskaatnoot, vanille,…
Terug naar de wagen want het begint te regenen. En het wordt alweer donker. Ik wil nog even stoppen om een paar heliconia’s, grote bloemen, mee te nemen maar blijkbaar is het er seizoen niet voor. Dan maar zonder. Aan het “centre commercial” in de Leader Price gaan we opstocken, en even later zijn we 150 Euro armer maar een autovracht vol dingen die op de andere eilanden duur zijn.
Terug naar de boot tegen 19u00 en uitladen wat ook meer dan 45min in beslag neemt. We eten iets en gaan wat vroeger slapen na deze drukke dag, geen filmpje deze avond. Trouwens geen buitencinema mogelijk, het giet buiten.
Dinsdag 10 Januari 2006 (Pointe à Pitre, Guadeloupe)
We zijn vroeg op want we willen nog met de wagen naar de Cora en de gasflessen gaan bijvullen. Je gasfles kun je hier aan een benzine station bijvullen voor de prijs van 15 euro, op St Lucia kost je dat 7,5 Euro. We gaan wachten tot op Antigua dan maar, we hebben toch twee flessen. Even naar de winkel allerlei specialiteiten kopen en snel Inge afzetten in Point à Pitre, want ze gaat nog wat zaken halen in de stad. Ik ga de boodschappen naar de boot brengen en de huurwagen terug binnen doen.
Ik moet aan boord blijven wachten op Claude want de lagers van het roer zouden vandaag binnen moeten geleverd worden. We moeten ook met de jachtclub om vanaf morgen opnieuw een verlenging aan te vragen en dus is het nagelbijten. Dan maar de website updaten en wat kleine onderhoudswerkjes doen.
Dinsdag 10 Januari 2006 (Pointe à Pitre, Guadeloupe)
We zijn vroeg op want we willen nog met de wagen naar de Cora en de gasflessen gaan bijvullen. Je gasfles kun je hier aan een benzine station bijvullen voor de prijs van 15 euro, op St Lucia kost je dat 7,5 Euro. We wachten dan maar tot op Antigua, we hebben toch twee flessen. Even naar de winkel allerlei specialiteiten kopen en snel Inge afzetten in Point à Pitre, want ze gaat nog wat zaken halen in de stad. Ik ga de boodschappen naar de boot brengen en de huurwagen terug binnen doen.
Ik moet aan boord blijven wachten op Claude want de lagers van het roer zouden vandaag moeten geleverd worden. We moeten ook met de jachtclub vanaf morgen opnieuw een verlenging aanvragen en dus is het nagelbijten. Dan maar de website updaten en wat kleine werkjes doen.
Onze vriend met de roerherstelling laat het afweten en aan de telefoon is het zeker “demain matin”, geen zorgen maken. Ik herinner me Alain vorig jaar met zijn injectiepomp en 3 weken later was ie er nog. Ik kots van die mentaliteit, laat ze dan meteen zeggen tegen die datum!
Iets eten, heerlijk verse zalmmoten met looksaus en met een filmpje kalmeren me wat. Van frustratie hou ik me bezig een studie van generatoren te maken voor een vriend in België die zijn boot ermee wil uitrusten. (voor toekomstige vertrekkers kunnen we dit gerust doormailen : 5à6KW voor 40 tot 45ft zeiljacht)
Woensdag 11 Januari 2006 (Pointe à Pitre, Guadeloupe)
We zijn al vroeg op en ik ben verplicht (demain matin) aan boord te blijven; want ons roersysteem komt eraan. Dacht ik tenminste. Inge gaat even naar Pointe à Pitre om nog wat laatste inkopen te doen en tegen de middag is ze terug. Ik zit er nog steeds te wachten op ons roersysteem. Inge kan naar het internetcafé gaan om de mails te updaten maar ik moet aan boord blijven, want ik weet zeker dat die kerel zal langskomen op het moment dat Inge en ik juist 15 minuten van boord zijn.
Inge geeft het poortje van de ingang van de boot en de nieuwe planken om de watercans aan dek te houden twee lagen vernis maar ook het aperitief uur brengt geen oplossing. Ik ga die kerel bellen maar krijg een antwoordapparaat aan de lijn. Frustratie alom en ik maak geen zalmmenu klaar maar dikke steaks die Inge meegebracht heeft, lekker veel hormonen. Ik zweer het jullie, morgen om 08.00u sta ik terug aan de telefoon!
Donderdag 12 Januari 2006 (Pointe à Pitre, Guadeloupe)
Het is het pas dag en ik ga al naar de telefoonbox en eindelijk heb ik Claude aan de lijn. Binnen een kwartier is ie daar met de stukken.
Enfin, het kwartier werd een tweetal uur en toen ie eindelijk daar was, was het bijna 10u30. De lagers die hij bij had pasten niet in de casing en dus weer verloren tijd. Ik had alles open liggen en klaar om te monteren, tevergeefs.
Patrick van de “Oasis”, waarvan we de crew naar de luchthaven hebben gebracht na hun oversteek komt een praatje maken en we nodigen hem op onze beurt uit op de aperitief.
Gelukkig kan Inge boodschappen doen, de was binnenbrengen, voor een nieuwe gasfles zorgen, die bizar genoeg veel goedkoper is in een jachtwinkel dan aan een benzinestation, en voor de lunch zorgen. Ik denk al aan een nieuwe stuurinrichting te kopen, en wacht nagelbijtend af.
Tegen 13u00 is Claude er terug, de casing is uitgefreesd en de lagers zijn er met de pers ingeduwd geworden. En ik kan eindelijk aan de slag. Zelfde scenario een week geleden, sleutels alom, vetplekken overal en gevloek en gekloven handen. Tegen 17u30 zit de steering er terug in. Er is een klein beetje speling door de conische as die op een perfect ronde lager moet passen, begrijpe wie kan, maar die ik erop trek met een 26 bout en wat extra inox schijven. We zijn terug operationeel. Niets is meer frustrerend dan als een “sitting duck” te moeten leven zonder enige vorm van hoop op beterschap. Gelukkig liggen we in een jachthaven en niet ergens op anker!
Natuurlijk komt Claude langs met de “rekening”, die vele honderden Euro bedraagt maar ik kan hem er toch bepaalde zaken doen aflaten. Hij is immers gewoon zeilers te helpen en weet inderdaad waarover hij spreekt. Hij heeft alles moeten herfrezen naar metrische maten, dus van 1 en 1 1/4inch naar 25 en 28mm brengen met speling minder dan 7/100 van een mm. Anders zouden de bestaande lagers hier op Gwada, die enkel in de metrische wereld leeft, nooit passen. Gevolg extra draaiwerk en denkwerk. Hij heeft een bloeiende zaak maar stopt ermee. Hij vertrekt over twee weken naar Lorient om een Cat 60ft (ex-Primagaz) te gaan ophalen met een cargoschip voor de “Route du Rhum” die in het najaar tussen St Malo en Pointe à Pitre solo gezeild wordt. De wedstrijd is een klassieker die elke 4 jaar gezeild wordt en hij is de enige (blanke) Goudeloupien die zoals in 2002, zal deelnemen. Hij zal hier wat trainen en brengt de boot in juli alleen over naar St Malo om op 29 oktober te starten. Het is reeds zijn tweede “Route du Rhum”, en hij eindigde in 2002 14de op 40 boten (niet slecht!). En is een goed vriend van Ellen Mc Arthur die de wedstrijd won in 2002 met een open 50ft.
Patrick komt wat steun geven en neemt de aperitief met ons aan boord en nadien kijken we nog even een dvd’tje om de spanningen van de dag te vergeten.
Vrijdag 13 Januari 2006 (Pointe à Pitre, Guadeloupe)
Niet de dag om veel te doen, alles wat je gaat doen zal faliekant aflopen, zo uit de mond van een pessimist, maar ook uit het advies van de Druivelaar. Toch best geestig hoor al deze Vlaamse weetjes over de “Vorstmaand” te weten te komen, hier in de zon.
Maar het leven gaat verder dus wil ik niet werken aan de boot, want dat zou helemaal verkeerd aflopen en zelfs “onveilig” worden. Op naar de stad dus. Inkopen doen, wat mahi-mahi, naar de markt om een lading verse groenten en dan een hapje gaan eten in de Délifrance.
Terug naar de boot en dan toch maar aan het werk…werken brrr. Eerst naar het internet café waar ik de internationale overschrijving moet maken voor de herstelling. Dus werken…Ik monteer de planken aan de zeereling en even later staan de watercans vast aan dek. Inge naait de versterkingen in de zonnetent en de boot wordt vaarklaar gemaakt. Ik wil gaan uitklaren om te vertrekken maar de lokale douanier heeft het voor bekeken gehouden en een briefje “retour lundi 16 janvier” hangt aan de deur. Verlengd weekend nodig zeker? De zeevaartpolitie helpt me verder. Ik krijg een document om uit te klaren maar kan niet taxfree tanken ermee. De man is echter op de hoogte en zegt brutaal dat ik maar in “Anteega” moet tanken, “veel goedkoper dan de detaxée hier”. Zo een dingen moet je mij geen tweemaal zeggen en ikke terug naar de boot.
Aperitief en opkleden want we moeten op bezoek bij Patrick op de “Oasis”. We worden hartelijk ontvangen met “kir breton” (kir met cider) , “pastis” (hmmmm) en een salade. Patrick wil persé zijn video tonen die hij gemaakt heeft over de oversteek aan ons en aan zijn gasten. Toch toffe gasten die Bretoenen!
Een beetje jaloers kijken we naar de beelden van een “crossing by the book” zonder de dagenlange aan de windse koersen, zonder de 45kn wind en zonder de windstiltes. Zijn reply was coolweg “on a eu beaucoup de chance”, tegen wie zeg je het! “nous pas si beaucoup”
Terug aan boord, website updaten en gaan slapen..
Zaterdag 14 Januari 2006 (Pointe à Pitre, Guadeloupe)
Het is weer dag en het leven gaat verder. Inge beslist een uitgebreide douche te gaan nemen en ik ga de administratie gaan doen in de “capitainerie” en we kunnen vertrekken uit de Marina Bas du Fort, op naar nieuwe avonturen. Men heeft de prijzen wel aangepast in 2006…voor de “route du Rhum”, maar ze zijn nog steeds onder deze van bij ons, helaas! Onze buurman met een “grote bak” (om en rond de 50ft) is ook Belg. Je ziet hier veel “Belgen”, van Paimpol (Bretagne), van Antibes en andere Franse havens. Ze gaan ook vertrekken. Wij zijn de enige “echte” Belgen… In de jachtclub zijn we getuige van een VHF call: “nous avons fait une erreur” 500 meter buiten de haven zitten de Belgen vast op het koraal. Als er één plek is waar de bebakening echt correct is, is het hier. De “Search and Recue” (SAR) komt erbij en met zijn krachtige motoren is het jacht snel weer vrij. We hangen nog even een “request for crew” uit aan het uithangbord uit om vanuit Tortula in mei naar de Azoren te zeilen, want tot nu toe zijn de Belgen in het thuisland niet zo geïnteresseerd in een “Atlantic passage”.
Het weer vandaag laat het echt afweten, we hebben de ene regenbui na de andere, maar het weerbericht was al niet te positief met “grains” en winden tot 45kn. Beter binnen liggen dan te liggen rukken aan je ankerketting en in een deining van anderhalve meter te liggen bokken. Maar het leven gaat door aan de wal. Naar het internetcafé gaan om onze kennis bij te schaven over België. De dag gaat verder en we gaan inkopen doen in de Cora, allerlei lekkers, luxe producten liggen in ons mandje en we gaan even uit de bol…een maxi menu op de middag bij Mc Donalds, met veel frieten!
Terug aan boord…dutje doen. Zeker geen oude gewoontes afzweren en dan aan het werk. Benzine buitenboord tanken, 7,5Euro terwijl aan de andere pomp een speedboat met 2x225Pk buitenboord al aan 365Euro op de teller zit. Na mijn betaling liep zijn meter nog. Ik wandel bescheiden weg van de pompen. Langs de 38m “Sojana” en de 35m “Pari”. De Mangousta 87ft ernaast heeft 4200Pk aan motoren aan boord, waarom tanken die mannen niet aan een olieplatform? Ze kunnen een dag winnen! Ironie van het verhaal…dan naar de Ecomax, want de roséwijn is in aanbieding anderhalve Euro voor een goede fles rosé! Op de Engelse eilanden is het 4x zoveel en dus stocken we op…”last call” want morgen is het zondag en vanaf maandag zijn de Franse geneugten weer zeemijlen achter ons.
Inge haar stikmachine is terug aan dek en ik vlieg weer eens in…dit keer buitenboord. Eerst de romp afkuisen met afwasproduct. Een idioot heeft teveel diesel getankt en dus hebben we teerplekken op de waterlijn en die smeerlapperij gaat af op de bijboot en op de cover ervan waar Inge zoveel stikwerk aan heeft gehad. Nemo moet op het ponton, want haar verblijf in het water heeft weer wat zeeorganismen aangetrokken en dus “she needs a scrub”.
De portfolio’s van zeekaarten moeten aangepast worden en de kaartentafel ligt open om de juiste kaarten te selecteren. Ik ben van de oude stempel dus ik gebruik kaarten. Lach maar, want al jullie elektronische snufjes hebben een MTBF (Mean Time Between Failure) van een paar maanden zeker in vochtigheid en de tropen…en ik heb een MTBF van enkele jaren aan een kost van 10% van jullie. Nog enkele kleine werkjes, zoals de beleefdheidsvlaggen aanpassen en klaarleggen voor de volgende weken en we zijn weer klaar voor de aperitief
Niet moeilijk doen deze avond, wat pizza’s in de oven aangepast met wat “zeevruchten” van een vorig avondmaal en we besluiten nogmaals de dvd “De zaak Altsheimer “ te bekijken. Website updaten en we zijn weer klaar voor een nacht in de Caribbean. Alhoewel het volle maan is vannacht passeert de ene “grain” na de andere over de boot, soms met bakken regen, maar het gaat beteren…
Zondag 15 Januari 2006 (Pointe à Pitre, Guadeloupe)
Het is zondag en alhoewel het weer nog niet prima is, blijft het toch iets droger dan gisteren. We gaan eerst uitgebreid douchen, dan een baguette halen en uitgebreid ontbijt op dek. We hebben nog heel wat klusjes te doen want vannacht wordt een korte nacht. De brug om de Rivière Salée op te varen gaat om 05.00u open, dus is het wekken om 04.00u. De rest van de voormiddag doen we niet te veel.
Middagmaal! We hebben een gebraden kip gekocht die Inge uit elkaar haalt en we eten dit met ijskoude taboulé met munt, overgoten met een ijskoude rosé. Dan een tukje doen en de rest van de werkjes aanvatten. Eerst water tanken, zowel in de hoofdtank, als de cans op dek worden gevuld. Dan de reisgidsen van Gwada opbergen, en deze van Antigua klaarleggen. Een hoop papier kan zo naar de container. Nemo wordt leeggegoten want door de vele regen was het weer een kleine badje geworden, en ze wordt weer te watergelaten. We ruimen ook de cabines verder op, de tv en dvd gaan terug in hun piepschuimen verpakking en Inge stikt met overschotjes nog wat covers voor de deklieren. De magneetkaart van de club binnenbrengen en het laatste weerbericht bekijken dat er niet zo best uitziet. Misschien blijven we even in de mangroves op anker liggen en wachten een dagje langer tussen de koraalriffen benoorden Gwada. En het is weer avond, een licht hapje eten, en nog een kleine wandeling. Nog even de laatste berichten doornemen aan de Club, want in mei toen we wilden dezelfde weg nemen, was de brug kapot! Geen kapotte brug gemeld! In feite zijn het twee bruggen op anderhalve mijl van elkaar. De noordelijke opent om 04.30u, de zuidelijke om 05.00u en dan voor het verkeer naar het noorden gaat de noordelijke terug open om 05.30u. De diepte is er 7ft of 2m, dat zou moeten lukken als we in het midden van de rivier blijven. We zijn van plan op één van de wachtboeien vast te gaan net na de noordelijke brug en te wachten tot de zon op is om verder te gaan. Het zicht is spectaculair zegt men.
Dan de website updaten en vroeg naar bed. De wekker staat om 04.00u en hopen dat alles morgen goed verloopt.
Maandag 16 Januari 2006 (Pointe à Pitre, Guadeloupe)
Eek, om 04.00u gaat de zoemer af van de wekker, en tegen 04.15u slaat de trouwe diesel aan van Eli. Geen kat is op en het is windstil in de jachtclub. We gaan op weg. De eerste boeien staan netjes te knipperen zoals de pilot en de Admiraliteitskaart het aangeeft. We lopen door, een mijl verder. En dan begint het…eerst een gigantisch ponton dat op een caissonboei blijkt te liggen dat niet op de kaart staat. Een kwart mijl stroomopwaarts zien we in de deklichten van het ponton een reeks buizen uit het water uitsteken die ook niet op kaart staan! Dit zijn natuurlijk werken die tijdelijk zijn en dus mogelijks niet hernomen zijn op kaart, we gaan verder. De lichten die eerst rood en groen pinken, zijn nu niet meer aan beide kanten van het kanaal maar liggen op een lijn. Er is dus een rode boei, wat later een groene en wat later weer een rode, maar wel het Amerikaans (lateraal B) systeem, net omgekeerd als bij ons dus. We hebben 4 mogelijke bronnen waar we ons kunnen op baseren, de pilot, een Imray kaart, een Admiraliteitskaart en een digitale kaart. De diepte loopt echter snel op: 2,5m “dead slow ahead” op de scheepstelegraaf (bij ons de motorhendel), 2m, 1,8m en dan 1,5m en Eli stopt, vast in het slijk! En we hebben niets verkeerd gedaan! De sensor van de dieptemeter zit zelf een 30cm onder de waterlijn, dus lopen we vast aan de 1,5m ipv de werkelijke diepgang van de boot van 1,8m. De groene boei ligt mooi voor ons te pinken. De wind is aan het aantrekken recht op de neus. Ik geef “langzaam achteruit” en draai de boei in de mate van het mogelijke zo dat de wind de rest kan doen. De boot komt makkelijk los. Door die “stommiteit”, die ik niet kan terugvinden in de GPS plots, elke 2min, op de kaart, zijn we te laat om de open brug van 05.00u te nemen. Er zit niets anders op dan terug te varen naar de jachthaven.
Even na 05.20u trekt de wind aan naar 25kn en gaan we in de gietende regen voor anker net buiten de jachtclub. Ik noteer tijdens de terugvaart de verschillende boeien, en pijpleidingen hun positie die niet op kaart staan. Een gigantisch containerschip maakt het even spannend in de aanloop naar de ankerplaats maar de stalen reus geeft wel ongelooflijk veel licht.
We wachten tot we zeker zijn dat het anker goed in het havenslijk vast zit en vluchten voor de regen naar beneden in de boot en kwaad op onszelf gaan we terug in onze kooi.
We slapen toch tot 09.00u en de windgenerator doet ons bijna opstijgen van de het water.
Naar de jachtclub, de “notices to marines” opvragen, geen gegevens over boeien die er niet zouden zijn, wel over lichten die niet zouden werken. Naar het internet; slecht nieuws: morgen nog redelijk weer maar vanaf woensdag, regen en windstoten tot 44kn, het wordt met de minuut leuker! We brengen het thuisfront op de hoogte via email, kopen wat vers stokbrood en passeren nog eens bij de sedert vrijdagmiddag afwezig zijnde douane. Met ons extra document van hen koop ik toch om zeker te zijn een 20Ltr “détaxé” diesel.
We gaan terug aan boord, en eten benedendeks want het is grijs en de motregen valt uit de lage bewolking.
Tegen 15.00u willen we weten wat er gebeurd is onderweg en het anker komt vol grijs slijk terug aan dek. De diesel in Eli tuft ons “dead slow” terug naar de rivier. Nu is alles zoveel duidelijker, zelfs in de motregen is het eenvoudig, men heeft gewoon met de boeien geknoeid. De werkboeien en caissonboeien zijn er tijdelijk en in elke haven zijn er werken, maar deze waren ook het probleem niet. De groene LA2 ligt noordelijk van de wachtboeien en niet zuidelijk, en het groene pinklicht is van de haveningang van Lauricisque, een kleine haventje, net gebouwd, en dat op geen enkele kaart of pilot stond. We hebben dit genomen als aslijn en even later was het …vast in het slijk.
Dan maar op een wachtboei, er liggen er 4 voor de brug, en morgen opnieuw. Snel naar beneden in de boot want de regen is er terug.
Dinsdag 17 Januari 2006 (Lauricisque, Guadeloupe)
Deze keer is het 04.30u als de zoemer ons uit ons bed jaagt. De diesel slaat aan en even later met dieptes variërend van 1,8m tot 4m komen we voor de brug. Het is 05.00u, het wordt 05.10u…05.15u en dan “désolé monsieur” galmt een luidspreker, “le pont est en panne”. We vervloeken alles wat mooi en lelijk is en gaan terug naar onze boei …en kruipen terug in bed.
Tegen 09.00u gaan we even de boel aan de wal verkennen. Er is dus de vissershaven Lauricisque, een haventje van 75m op 100m, diepgang…goed voor buitenboordmotoren. Maar er is een visverkoop elke morgen en verder niets…oh ja er is een telefooncel.
Dan maar naar de stad, een 15min wandelen en we zijn terug in Pointe à Pitre. Naar het internet want het weer is weer compleet om zeep, de windgenerator maakt overuren en om de haverklap giet het pijpenstelen.
Op de satellietbeelden ziet er ronduit slecht uit. Een hoge druk boven Brazilië tot Colombië blokkeert alle slecht weer en leidt die af naar de Leewards, waar wij net zijn. Ze versterkt de winden die ze persé passaten willen noemen naar 40kn, ja zelf 50kn wind. Ik noem dit geen passaten want de windhoek in 050° tot 070°, dus duidelijk een wind die door een systeem gegenereerd wordt. We zitten vast, schaakmat. Terug aan boord dan maar, het belooft een saaie week te worden. Een grote catamaran van een chartermaatschappij komt even later op de boei naast ons. Ik zeg de schipper dat de brug kapot is en hij begint te bellen naar zijn baas met veel “merdes”. Hij zegt dat ze dan maar zullen omvaren, 45mijl, want ze moeten op St Maarten zijn…”pour nous c’est du boûlot”.
Gaan slapen dan maar.
Woensdag 18 Januari 2006 (Lauricisque, Guadeloupe)
Gelukkige verjaardag Ma ! Weer een jaartje ouder…
De cat is er niet meer, maar Inge heeft deze morgen weer het zelfde bericht gehoord dat we ook gehoord hebben. We gaan even naar huis bellen en gaan terug naar de stad. Er zit niets anders op want aan boord blijven is geen optie. Tussen twee regenbuien proberen we droog in Pointe à Pitre te geraken. Het weer gijzelt ons.
Er is weinig te vertellen: grijze dag, veel regen, zeer veel wind, een kl..e weerbericht van het internet geplukt en goed natgeregend met een halfplat bijbootje (de herstelling aan Nemo heeft het weer begeven) varen we terug naar Eli. Nu heeft een Amerikaans jacht de boei naast ons genomen. Het is een ouder koppel, Erwin en Mary, die hun boot komen ophalen zijn in Trinidad waar ze het (verlengde) hurricane seizoen hebben doorgebracht alvorens terug naar hun cruisinggrounds, de British Virgins Islands, terug te keren. Hij is oorspronkelijk Duitser en meteen nodigt ie ons uit aan boord. De ene rum punch na de andere volgt en hij is blij dat we hem waarschuwen voor de Franse brugtechnologie. Voor ons een gezellige avond want we zitten hier echt op het einde van de wereld.
Donderdag 19 Januari 2006 (Lauricisque, Guadeloupe)
Weer een rotdag, winden tot 45kn buiten, tot 32kn hier bij ons, 5mijl landinwaarts en de wind moet ongeveer 15mijl over land komen om bij ons te geraken. Grijs en grauw.
Ik ga niet uitweiden maar het hoogtepunt van de dag is het tolk spelen voor Erwin en Mary, wiens Frans zo goed is als ons Russisch. Zij geven ons een drie uur durende uiteenzetting over de British en US Virgin Islands op onze zeekaarten en wij tonen hen de stad. Ook zij willen wachten om door te zeilen naar Antigua tot de wind wat zal afnemen. De BVI zouden prachtig moeten zijn, maar weer een aanslag op ons budget (1US$ voor een tomaat!). Opstocken in St Maarten is dus de boodschap. We beslissen onze planning bij te sturen en eventueel wat eilandje in de leewards te “skippen” maar om de eilanden St Thomas en St John van de US Virgins wel aan te lopen!
Bezoekje aan de markt en dan terug aan boord…we hebben spannender dagen beleefd!
Vrijdag 20 Januari 2006 (Lauricisque, Guadeloupe)
Jeetje, Eric en Liliane, jullie hebben geluk gehad met het weer. Nu is het weer grijs en grauw, met rukwinden en veel regen. De temperatuur is zelfs onder de 25°C gezakt!
Weer een verloren dag. Hoogte punt vandaag was het bezoek van de Franse landmacht die met een snelle RIB en 20 kanootjes een toertje kwam doen en onze boot als “marque de parcour” nam. Natuurlijk vroegen de struise landverdedigers “une bière” aan Inge maar hun Chef in de RIB was niet te vinden voor iets dergelijks.
Deze avond hebben we iets te doen. Mary en Erwin komen aan boord en we hebben een gezellige avond met hapjes en veeeeel flessen wijn.
Zaterdag 21 Januari 2006 (Lauricisque, Guadeloupe)
De brug werkt weer, ik heb de verantwoordelijke gaan opzoeken en de « fuite est reparé», maar het weer is niet “reparé”. Het blijft de pannen (hier golfplaten) van het dak waaien. Het weerbericht geeft terug gusts (windstoten) tot 50kn en pas vanaf dinsdag zou het beteren. Ik ga nog even met Inge naar de stad maar buiten een supermarkt en een het internetcafé, nu vol jongeren die elkaar op de meest gruwelijke manieren met videospelletjes aan het afmaken zijn, is er niets open. We vinden “downtown”, waar bedelaars met pornomagazines je het leven lastig maken, toch nog een Match (supermarkt) open waar we inkopen kunnen doen. Met de kanariegele kway-tjes aan, stappen we door diepe plassen terug naar het haventje waar Nemo op ons wacht. Even het bootje leegscheppen want er staat zeker 5cm regenwater in.
Langsvarend bij de “Seane” van Mary en Erwin is geen goede zaak voor onze lever. Ze nodigen ons uit wat te komen drinken. Van het éne glas komt het andere en we “sukkelen” om 01.00u ‘s anderendaags terug aan boord. Deze keer geen wijnflessen, maar wijncontainers van 4,5ltr en rum-cola…Er is ontzettend veel fluorescentie in het water. De schroef van Nemo trekt een groen spoor door het water en zelfs in de wc aan boord zitten de lichtdingetjes
Neen, geen dronkeman(vrouw) praat, want de avonden ervoor zaten ze er ook al! Fascinerend!
Zondag 22 Januari 2006 (Lauricisque, Guadeloupe)
Onze hoofden zijn als het weer. Grijs, grauw en vol mist en regen. Het heeft geen zin om iets te doen vandaag, je kunt zelfs niet uit de boot. De boeien waar de “Seane” en “Elegance” op liggen hangen 60° onder helling, de zoetwateroesters onderaan mooi zichtbaar. De boten liggen te trekken aan die boeien onder de huilende winden. En langer dan 15min zonder regenbui is niet aan de orde vandaag. Toch trotseren we even het natuurgeweld en tuffen naar de wal. Bellen naar huis, en het is Ilse haar verjaardag, nu met echtgenoot Koen, de patrones van restaurant “de Yot” (www.deyot.be). Vorig jaar vierden we dit met hen op de Tobago Cays in de volle zon, nu …in de gietende regen, zij druk aan het werk in België.
Veel meer gebeurt er weer niet vandaag. Ik ga even langs bij de “Seane” maar ook daar is het een beetje bedrukt. Ze zijn het met me eens dat morgen vertrekken een beetje koffiedik kijken zal zijn. Onze bedoeling is dezelfde. We gaan na de brug door de “rivière salée” tot aan de tweede brug. We gaan daar om 05.20u op een wachtboei tot het daglicht wordt en varen dan door de mangroves door naar Islet de Fajou om er een nacht op anker door te brengen, en eventueel op het koraalrif erbuiten te snorkelen/duiken. Het weer zou woensdag moeten beteren en dan zeilen we de “Passe à Colas” af en zeilen over naar Antigua. Als het weer…weer geen spelbreker wordt. Ze blijven ons vasthouden op Gwada!
Maandag 23 Januari 2006 (Lauricisque, Guadeloupe)
Het weer blijft onze spelbreker. Het waait nog steeds in de beschermde haven meer dan 25kn. Nu blijkt het over de volledige Caribbean zo een rotweer te zijn. We krijgen zelfs windstoten tot 30kn. Over de radio spreken we met de “Seane” af om tegen 11u00 naar de stad te gaan. Tussen twee regenbuien onder een staalgrijze hemel komen ze ons ophalen. We gaan eens proberen om dichter bij de stad te komen met de bijboot. We geraken tot aan de markt plaats, een plek waar er een ponton is om diesel in te nemen voor grotere schepen. Er is een verkooppunt van jacht en vis materiaal en we kunnen een koopje doen. Plastieken inktvisjes met stalen voorloop en gewichtjes voor anderhalve euro! Nog even naar de markt en dan naar de stad om een internetcafé te vinden. Het weer zal beteren, de beste dag wordt woensdag. We beslissen om morgen te vertrekken en buiten de mangroves te ankeren. Om daar wat op de riffen te snorkelen om dan de woensdag de oversteek naar Antigua te maken.
Een hapje eten in Pointe à Pitre en nog wat last minute inkopen doen in de Match, voornamelijk wijn en dan terug naar de boten. Terug aan boord zijn we getuige hoe een Sunsail charter boot probeert aan de wachtboei af te meren, maar vast geraakt in het slijk. Ook onze boot zit muurvast in het slijk, het is laag water. Morgen om 05u00 zal er 45cm meer water staan dan nu, dus nog geen probleem.
We helpen de charter met afmeren, net toen we overvaren naar de “Seane” voor de aperitief. Net als we met de rum punch in de handen zitten, komt de schipper van de charterboot ons bedanken. Het is een Duitser die met zijn vrouw de boot gehuurd heeft en net als ons terug naar Antigua wil zeilen. Erwin kan weer Duits praten, en Karl Heinz klaagt eveneens over het weer. Het is zijn 20ste week dat hij in al die jaren een boot huurt bij Sunsail en hij heeft nog nooit zo een slecht weer gehad. We moeten de aperitief vroeg afsluiten want morgen is het vroeg dag.
Dinsdag 24 Januari 2006 (Noord brug Rivière Salée, Guadeloupe)
We slapen slecht, stress voor morgen. Onze ergste nachtmerrie is de diepte van de rivier.
Het is 04u30 in de morgen, de motor slaat aan en loopt warm. 04u45 Inge maakt de boot los van de boei en we gaan vooruit, diepte 1,8m, onze kiel hangt net boven het slijk, op een afstand dat de zender in de romp van de waterlijn is gemonteerd. Langzaam vooruit, en de schroef slaat fluorescent water achter ons weg. De “Seane” en de charterboot volgen gedwee. 05u00 : de lichten gaan op groen aan de brug en we hebben 2,5m water onder ons. Karl Heinz heeft dit al eens gedaan en geeft plank gas, de fluorescentie om zijn boot licht alles op. De eerste voetgangersbrug voorbij, en de tweede brug van de eerste passage passeren we net erna, de vriendelijke brugwachter wuift ons uit. Het eilandje net naast de brug zit vol witte stippen, de ibissen slapen nog. De boeg van boot snijdt als een mes door satijn, beide kanten een groen fluorescent lint achterlatend. Naaldvissen vluchten voor ons en laten fluorescente linten achter zich. Alles wat beweegt in het water licht op, en boven ons zien we een vallende ster. Buiten wat getjilp van krekels is het doodstil. Enkel de boeggolf, en aan beide kanten mangroeve wouden. Er liggen 6 boeien tussen de bruggen, 2 groene en vier rode, en de lichten ervan werken allemaal! Karl Heinz zie ik eentje te dicht nemen, en hij loopt vast. Zijn schroef maalt in achteruit maar hij komt snel los. Onder zijn boot net een lichtbaken. We houden het midden van het kanaal en hebben steeds minimum 2m onder onze kiel. Tegen 05u30 is het over, de tweede brug net aan de luchthaven is open en we gaan op één van de drie wachtboeien, eentje ervan is half gezonken.We gaan terug slapen, na de boot muggendicht te hebben gemaakt.
Het is 09u30 als we opstaan en we zijn alleen. Ze zijn er al vandoor. We ontbijten rustig en varen pas tegen 10u30 af. Een prachtig landschap, 2 mijl door mangroeve wouden; moesten er geen boeien liggen zou men zeker verloren varen. Je kunt ze verkennen met het bijbootje maar neem pen en papier (om een schets te maken), een GPS en een VHF (of GSM) mee. Net buiten de mangroeves trekt het er minder op. De wind trekt aan en het is echt waaien. De diepte is nu wel 8m, maar de zeegang bouwt snel op. Er is geen enkel probleem om door Gwada te gaan als je 2m diepgang hebt, het ergste is wel de kant van Pointe à Pitre, maar doe het wel overdag. Zoals Doyle zegt in zijn pilots: “het is grote winst niet om het eiland heen te moeten maar het is voor de meer avontuurlijke zeiler”. En de natuur loont zeker de moeite. Enfin, buiten de mangroeves neemt onze windmeter snel 25kn waar en de oversteek is nog niet begonnen. We zien de “Seane” terug keren naar een andere ankerplaats dan deze waar we afgesproken hadden te snorkelen. Ik roep hen op met de VHF en ze zeggen te vluchten voor de wind. Ik riskeer de koraalriffen niet en keer terug, ik ga met minder wind erdoor, het zal niet op deze ene dag komen. We varen terug de mangroeves in en liggen tegen de middag terug op een boei. De “Seane” roept op en gaat eveneens terug komen. Karl Heinz is om 07u00 erdoor gegaan toen er minder wind was, want hij moet zijn charterboot terug afgeven.
Na de middag gaan we wandelen op de enige weg door de mangroeves. Niets dan water, bomen, ibissen, ijsvogels (er is hier geen ijs, maar het zijn echt volgens het boekje “kingfishers”) en in de poelen van de regen zitten krabben met één grote schaar en kikkervissen van wel 5cm, monstertjes!
Terug naar de brug en de “Seane” ligt er ook. Ze komen tegen 17u00 aperitieven maar moeten vluchten tegen 18u00 voor een aanval van duizenden kleine steekvliegen. Wij ook vluchten in ons muggenvrije scheepje. Weer een avontuur rijker.
Woensdag 25 Januari 2006 (Falmouth Harbour, Antigua)
Het is weer vroeg opstaan. Om 06u30 deze keer en ondertussen heeft er deze nacht zich een Canadese catamaran bij ons komen liggen. De “Seane” is net vertrokken als we hen gaan volgen. De diepgang is nu geen probleem meer. We zijn snel uit de mangroeves en lopen traag aan 3,5 mijl achter hen aan. Ze lopen wat uit maar we denken een probleem te hebben met de motor, die naar onze mening teveel schudt, defecte injector, minder goede diesel???
Weer had Chris Doyle gelijk in zijn pilot: dit moet je niet ’s nachts doen! Het is moeilijker dan de Tobago Cays want het ene rif na het andere doemt voor je of naast je op. De bebakening is prima maar men kan niet overal een boei leggen. Tweede probleem is dan we hier met koraal te doen hebben en niet meer met zand of slijk. Snel gaat de diepte van 15m naar 4m en dan moet er iemand voorop gaan staan en in het zonlicht de kleur van het water in het oog houden. Verbazend hoe snel de bodem zichtbaar wordt en hoe je het rif op je ziet afkomen. Eén rif verrast ons compleet, en er is een omgeslagen paaltje met kruis half begroeid op te zien, maar voor de rest komen we er met de nodige stress zonder beschadigingen door. Eerlijk, we zouden het niet in de andere richting doen en zouden omvaren. Of toch zeker niet na een periode met harde winden, die de zeegang ook binnen het rif doet toenemen en het water minder helder maakt. We passeren het eilandje Colas, 50m² groot en ideaal om op te snorkelen als er geen 25kn wind staat en passeren de twee torenboeien die de ingang merken. Naast ons, aan beide kanten, 3m beukende golven op het rif, maar we zijn eruit. Grootzeil op, de eerste keer in 2006! En de Nr 3, twee reven in het grootzeil en we pikken om 08u30 een weerberichtje op, 25kn tussen de eilanden, veel, maar in te zeilen.
Ik gooi de reven er even uit maar even later komt de wind, twee reven er terug in. Eli begint aan haar eerste oceaantocht in 2006. Ze beukt aan 7kn met halve wind door de 2,5m golven, die er nog staan van het slechte weer van de afgelopen dagen.
We krijgen bakken water over dek en zijn een beetje “kwaks”, te lang aan de wal rondgehangen kost je wel je zeebenen. Ik gooi een lijntje uit.
12u00 halverwege de 45mijl oversteek, in de diepe oceaan. De hengel gaat er bijna aan: een strike! De volgende 15 min vecht ik met een 10pound (5kg) dorado. Het beest zien we dikwijls helemaal uit het water springen, wel een meter hoog. Zijn stompe kop is duidelijk zichtbaar maar om die bij de boot te krijgen. Ik begrijp nu echt dat vissen een “sport” is, want ben nat van het zweet. Bovendien is steun zoeken een helse opdracht als je boot op dwarszeeën aan 7kn vooruit dondert. Net als het prachtige groene lichaam op de zwemtrap komt valt de meter lange groen-gouden vis van de haak. Ik sta in het zweet te vloeken. We hebben net voor een week verse vis verloren.
Geen 20min later is het weer zover. Weer inhalen en dit keer komt de vangst wel aan boord, een 3kg skipjack tuna, we hebben toch vis voor minimum tweemaal. Ze zullen hierboven gedacht hebben dat dit teveel vis voor een koppel was.
We lopen sneller dan de 40ft “Seane” en zijn tegen 14u45 al in Falmouth Harbour. We zijn er het ukje, een Optimistje (kleinste zwaardbootje) tussen de superjachten. Zelfs een nieuwe Oyster 72 is maar klein grut. Superjachten, groter dan fregatten, zeiljachten met liften in de masten, alles zie je hier…frustrerend maar we zijn hier toch ook. We gaan aan wal maar de douane en immigratie zijn al dicht en bezoeken het Nelsons Dockyard.
Tussen Falmouth en English harbour is dit stukje verleden heropgebouwd. Toen de Engelsen het eiland onder hun controle hadden bleek dit, beter dan de rest een ideale plek te zijn om te carenen (kantelen van een schip en van zeedieren op de romp gegroeid ontdoen) en om als hurricane-hole te dienen. Bovendien kunnen de hoogtes vlakbij, Shierly’s heights (naar een gouverneur destijds genoemd) door forten met kanonnen de zaak beschermen. Nelson was hier gestationeerd vanaf 1780, waar hij de Navigation Act (zie morgen) naar de letter toepaste. Alles werd gerestaureerd zoals het in Nelson’s tijd was geweest: officieren mess, zeilmakerij, bar, bakkerij, timmerlui en andere specialisten hun werkplaatsen. Mooi maar voor de jachtlui, een toeristtrap. De douane is binnenin de yard, dus je betaalt voor de zaak als je inklaart of je dit nu wil bezoeken of niet. Ook om er te ankeren moet je bijbetalen, want ze noemen het een “national park” Goed om weten is dat er in English harbour grote oude scheepskettingen liggen die dienden om de dreggende ankers van de schepen in een hurricane moesten stoppen. We vinden er een internetcafé dat ook een rip-off blijkt te zijn 1EC$ per minuut, of 18Euro per uur! Het is er happy hour in één van de bar en ik wil best het lokale bier eens proeven, Wadadli, genaamd naar de naam van het eiland zoals de Arawak indianen het noemden. Weer verkeerd ingeschat, de prijs van een pint is 7EC$ en met happy hour 5EC$, dus geen twee voor de prijs van ééntje. Aan de jachten te zien zal dit een duur eilandje worden. We gaan vroeg slapen want het was een lange dag.
Donderdag 26 Januari 2006 (Falmouth Harbour, Antigua)
Antigua, weer een eiland in de oceaan voor jullie, voor ons een nieuwe staat, een nieuw land, inklaren en opnieuw alles bij studeren qua gewoontes en tradities…en dus een beetje opzoekwerk dien aangaande.
Anteega uitgesproken is de grootste (na Gwada) van de benedenwindse eilanden. Alhoewel maar 442 km2 groot, en een bevolking van 65.000 inwoners heeft het een zeer rijke geschiedenis zoals elk één van de Caribische eilanden en vormt het samen met Barbuda en Redonda een onafhankelijke staat. Door velen gekend als een fiscaal paradijsje, door anderen als een populaire vakantiebestemming, en door zeilers als een Mekka in het wedstrijdzeilen van de Caribbean.
Het is het meest bevolkt en meest ontwikkeld van de benedenwindse, alhoewel dit men van St Maarten/St Martin (deels Nederlands, deels Frans) ook zegt.Geologisch gezien opgebouwd uit vulkanische rotsen, koraal en leisteen steekt het niet zo hoog uit boven de zeespiegel zoals de meeste bovenwindse eilanden, hoogste punt slechts 399m hoog. Vooral beschermd van de Atlantische passaten die haar deining op de koraalriffen rondom doet breken, het is “the place to be” voor zonnekloppers. Omdat het niet zo hoog is, worden er ook geen wolken gevormd tegen de pieken en regent het er beduidende minder dan op de andere eilanden. Elk promotieblaadje zal je zeggen dat er 365 stranden zijn, meestal afgezoomd met palmbomen. Voor elke dag in het jaar een paradijsje ter beschikking van “den toerist”.
Tot 2400 jaar voor Christus zijn hier sporen van mensen gevonden, wat betekent dat het van dezelfde oorsprong is als Grande Terre van Gwada, niet van de meer recentelijk en vulkanische tijdzones als de vorige bezochte eilanden. Van begin onze tijdrekening tot 1100 na Chr zijn het de vreedzame Arawaks die er woonden (het eiland noemde Wadadli, nu het lokale bier) en daarna zijn het de Caribs die de plak zwaaiden. In 1493, op zijn tweede reis, ontdekte (naar eigen geschriften, en nu meer ter discussie dan ooit, betreffende de echtheid van zijn ontdekkingen) Colombus het en noemde het Santa Maria de la Antigua, een heilige die hij aanbad uit de kerk van Sevilla. De Spanjaarden en later de Fransen vonden het maar niets want er was niet voldoende zoet water ter beschikking en aldus koloniseerden de Engelsen het pas in 1632. Eventjes, in 1666, werd het terug Frans maar de nabij gelegen eilanden, Barbuda en Redonda bleven Engels de ganse periode. Sir Christopher Codrington maakte op Antigua de eerste suikerrietplantage in 1674 en “leasde” Barbuda voor de bevoorrading van zijn plantages. Hij experimenteerde ook met Afrikaanse stammen teneinde een “optimaal slavenras” te kweken aangepast aan het hoge suikerriet. Cordrington wordt, ondanks dat de hoofdstad van Barbuda zijn naam draagt, nog steeds verweten de enige bossen die op Antigua waren te hebben gerooid om plantages aan te leggen. Dit zou nu nog de reden zijn waarom er weinig wolken boven het eiland komen en uitregenen zoals op de andere eilanden. Voor de Engelsen was het eiland vooral belangrijk voor zijn vele inhammen waar schepen konden hersteld worden, gecareend worden (zie hierboven en verslagen 2004, Maritiem museum Brest, Aug ’04), en vooral beschermd waren tegen hurricanes.
Slaven werden vrij in 1834 maar ook hier bleek dit niet de oplossing voor de problemen.Geen grond en geen geld ter beschikking, werden ze geweerd door hun vroegere eigenaars die nu Chinezen en Indiërs gebruikten, of slechts tegen een schandaalloon in dienst gehouden. Alles was afgestemd op landbouw en niets op nijverheid in die tijd. Opstanden en moordpartijen waren tot ver in de 20ste eeuw er het gevolg van. Pas in 1939, toen Europa andere katten te geselen had, kwamen de eerste partijen op voor een meer evenwichtige samenleving. Het duurde tot 1967 eer dat Antigua een vorm van zelfbestuur kreeg. En in november 1981 werd het een onafhankelijke staat, inbegrepen Barbuda (en Redonda), dat tot het laatste moment voor eigen onafhankelijkheid wilde kiezen. Sleutelfiguur was de ouder dan 70jarige Mr Vere C Bird. Begin de jaren ’90 kwam het eiland in het wereldnieuws toen, net zoals bij ons nu, zonen van politici in de politiek worden geplaatst. De zoon van de premier, Vere C Bird Jr, zou als minister van Landbouw, een wapensmokkelzaakje via doorvoervergunningen gegeven hebben voor Israëlische wapens aan drugcartels in Bogota, Colombië door te spelen. Uiteraard “zonder gevolg geklasseerd” blijkt de stroom van corruptiegeruchten aan te houden tot in 1994 de 84jarige premier moet afstand doen van zijn troon, maar zijn andere zoon, Lester heeft sedertdien de touwtjes in handen. Kleinzoon Ivor Bird wordt wel opgepakt op de luchthaven in 1995 met 12kg cocaïne maar alles wordt letterlijk weggeveegd door Hurricane Louis die het eiland naar het bronstijdperk terug jaagt. Een paar doden, honderden gewonden, en duizenden dakloos, 75% van de huizen weg, geen hotels meer, en 10 dagen later spoelt met een “near miss” hurricane Marilyn de rest van het eiland weg. De mensen hebben andere problemen dan hun corrupte politici (bestaan er andere?).
Via het IMF en de Wereldbank wordt het eiland, en hun politici, van de ondergang gered en tegen 1998 is er een schuldherschikking. Dit leidde echter tot gigantische verkopen aan privé investeerders zoals de controversiële verkoop van het natuureiland “Guiana Island”. Japan, die ook hier weer het staatje hun stem afkoopt met de voortzetting van de walvisvangst, doet nog een schepje bovenop de mythe van “corrupte staat”. Kinderziektes van een jonge staat in wording? In alle geval hebben ze de toeristische kaart begrepen. 27.000 van de 65.000 inwoners is actief bezig met hun “welvaarstaat”, bijna alleman direct of indirect met toerisme te maken. Slechts 6,7% “echte” werklozen, 1/3 is dus werkzaam in de toerist industrie en er afhankelijk ervan, maar toch goed voor 329Miljoen US$ van het 453Miljoen US$ Bruto Nationaal Product. Wat meer cijfers? 442Km2 groot, Barbuda 161m2 groot en het onbewoonde Redonda 1,3km2 groot, 11% licht bebost, en slechts 18% in gebruik als suikerriet plantages, 35% van de bevolking woont in de “steden” 65% is ruraal. 75% is protestant en slechts 11% katholiek. Slechts 21 geboortes per 1000, waar het wereldgemiddelde 25/1000 is. Inflatie (1990-2000) is 3,6% en een krijgsmacht van 100man!
Hoofdstad is St John’s. De regering is een monarchie en de Queen is er officieel de grote baas, vertegenwoordigd door Governor General. Een huis van vertegenwoordigers van 17 “echte” verkozenen, en een 17 tal Upper house members, zeg senatoren, die aangeduid zijn door de Governor General, op advies van de Premier en de voorzitter van de oppositie. Verdeeld over zes parishes (provicies) St George, St John’s, St Mary, St Peter, St Paul en St Phillip. Lokale regering op Barbuda van 9 zitjes, verkozen om de twee jaar.
De economie was vooral gebaseerd op het verbouwen van suikerriet maar toen de prijzen van dit type suiker in 1960 de al tanende industrie deden ineenstorten, werd overgegaan tot het verbouwen van groenten en fruit, katoen en veeteelt. De economie draait thans vooral op “diensten”, vooral in de toeristische sector en “offshore banking”.Toerisme is verantwoordelijk voor 60% van de buitenlandse inkomsten maar helaas zijn het vooral enkelen die de grote dollarhopen binnenrijven en de bevolking op het platteland merkt er weinig anders van dan last.. Hurricanes, zoals Louis in 1995, doen de economie elke keer een serieuze stap achteruit gaan, en bovendien gaat de regering steeds meer geld vragen voor haar diensten wat tot demonstraties leidt en algemeen ongenoegen. Meer en meer schrijvers stellen thans het ongenoegen in de regering, de huidige samenleving, de kolonisten (die de basis legden) en de “toerist”, meer en meer in het daglicht voor de buitenwereld.
Stranden genoeg hier dus, maar ook de zeilwedstrijden zijn een “must” voor elke bezoeker. Wereldbekend is de “Antigua Classic Week”, wordt gehouden midden april en trekt de mooiste jachten ter wereld aan, allemaal authentieke oude en nieuwe wedstrijdmachines, die al sedert de 19de eeuw deze wateren doorkliefden. “Antigua Sailing Week” “Antigua Maxi Races” ... wedstrijden waar enkel de happy few aan deelnemen en waar wij nu ook zeilen…met ons eigen bootje!
Vermeldenswaardig is eveneens dat de beste cricket spelers uit Antigua komen, volgens de traditie omdat het eiland relatief vlak is en het nooit veel regent en er dus naar hartelust kan gespeeld worden.
Zoals reeds gezegd, in de oudere dagen waren er weinig plaatsen waar men veilig tegen was tegen de “ever blowing” passaten, en tegen de hurricanes en tegen piraten en waar men naar hartelust kon carenen. English en Falmouth harbours waren één van deze weinige plekjes aan de zuidkust van Antigua. De Engelsen waren de enigen die dit snel genoeg begrepen en begonnen in 1723 aan de uitbouw van deze havens. English Harbour Dockyard staat er thans nog zo bij als het was in 1745 als Britain’s main Naval Station in the Lesser Antilles. Nelson kreeg mutatie naar hieronder Sir Richard Hughes. En zoals nu nog de meeste mutaties volledig ondoordacht, of als pesterij bedoeld, zijn, verveelde hij er zich stierlijk. Stel je voor: een zeeman als verantwoordelijke voor de waloperaties. Blijkbaar maakt niet alleen het Engelse leger deze fout! Het begon er beter uit te zien toen hij het bevel van de basis overnam, nadat de Sir één van zijn eigen ogen uitgestoken had met een vork terwijl hij een kakkerlak achterna zat. Nelson beschouwde hem uiteraard als de idioot bij uitstek maar kon weinig doen of zeggen in het kader van zijn streeftocht naar het bevel over een eigen schip. Om zijn ongenoegen te tonen aan de Admiraliteit lokte hij conflicten uit met de Governor General Sheirly (naar wie de Shierly Heights thans genoemd zijn) en paste naar de letter de “Navigation Act” toe. Deze hielt in dat geen enkel niet Engels schip het eiland mocht aanlopen, zonder de kans te lopen in beslag genomen te worden. Dit ten zeerste tegen de zin van de “plantocracy” die niets liever had dan vreemde schepen (Portugese en Spaanse) in hun havens die hun ladingen slaven inruilden tegen ladingen suiker en rum. Deze gingen klagen bij de Governor General, die niets kon doen want Nelson had de “Law” achter zich.
Vandaag hebben we lang uitgeslapen en gaan we de omgeving wat verkennen. We doen eerst Inge haar haar op het achterdek, want het zeewater van gisteren heeft er een spinnenkop van gemaakt. We gaan een toertje maken op de pontons en zoals reeds gezegd, je bent een klein bootje als met iets van rond de 70ft komt opdagen. De meeste jachten zijn rond de 55m, enkele zelfs over de 100m, verschillende dekken, helikopter erop en een leger boatboys en boatgirls. Deze doen de godganse dag niets anders dan boenen, kuisen, opblinken, afplakken, vernissen, afschuren, verven, weer afschuren en opnieuw beginnen. Grote namen ook die we in Cannes op de Régates Royales ontmoeten zoals Endeavour, Altair,… maar ook Fleurtje, jawel een Nederlander. Je ziet dan de kleinere boten, nog steeds ook ver boven ons budget, Oyster 72 (met gebroken koolstofmast), Farr 55,…
We proberen een chicken roti, maar die kan niet tippen aan deze op St Lucia en St Vincent.
En onze camera begeeft het na een 60 tal foto’s: systeemfout. Aan boord bleek het gelukkig de kaart te zijn die “versleten” was. We wandelen de Dockyard af en vinden een internetcafé dat minder duur is en kunnen het thuis front van onze aankomst verwittigen. Telefoneren zit er niet in want één firma heeft het monopolie en vraagt gekke prijzen: 2US$/min. De supermarkt is dan ook weer redelijk van prijs maar je moet goed opletten want meer dan waar ook zijn de prijzen in US$ dan in EC$ (1US$=2,67EC$). We proberen de zeilmaker in de Dockyard om een nieuwe zeilzak voor de Nr3 want die is gisteren gescheurd, maar dat doet ie niet. Kun je voorstellen een zeilmaker die geen zeilzakken verkoopt. Maar ik bestel ook geen 400m² kevlar zeiltje…dat zal het wel zijn!
Dan nemen we het rustig, want Inge is wat verbrand en heeft hoofdpijn. Stel je voor we zijn de zon niet meer gewoon.
We eten een hapje en lezen wat, rustig op anker, onder de lichten van de superjachten, met hun 5 trapmasten, netjes met spots verlicht op elke trap, en hun rode lichtjes in de top, alsof er vliegtuigen zouden tegenknallen. Hooguit de helikopter van de buurman.
We nemen de planning nog eens door van de reis. Het verlies van 2weken laat Barbuda op de helling staan. Want we willen door naar St Maarten via Montserrat, Nevis en St Kitts. Maar we zien wel hoe het verder afloopt. Ook hebben we nog steeds geen reactie van eventuele opstappers hier en voor de terugreis, dus laat maar iets weten.
Vrijdag 27 Januari 2006 (Falmouth Harbour, Antigua)
Eventjes nog een woordje over Barbuda en Redonda. Misschien staat Barbuda op de helling maar we willen toch volledig zijn en over Redonda is er een speciaal verhaal!
Barbuda, zo een kleine 30mijl ten noorden van Antigua en één van de drie eilanden die het staatje uitmaken, 162 km2 groot. Een populatie van 1500 zielen bevolkt het eiland en bijna 90% van hen leeft in het stadje Codrington, jawel genaamd naar diegene die in 1674 de eerste suikerrietplantages op Antigua oprichtte en Barbuda “leasde” van de Engelse regering om het als logistieke basis voor zijn plantages uit te bouwen.
De bevolking van Barbuda is abnormaal groot voor de zwarte bevolking van de Caribbean. Codrington zou in het experimenteren met slaven er enkel zwarten uit de Corramente stam uit Afrika gewild hebben, een stam duidelijk groter in gestalte dan de anderen.
Het is een gigantisch koraaleiland, niet hoog maar met lagunes en stranden, die meer dan 60 gedocumenteerde scheepswrakken herbergen…een “home” voor vele duizenden vissen en langoesten. Op land kom je eerder zoogdieren tegen die geïntroduceerd werden door de mens, zoals paarden, ezels, geiten, varkens, maar ook eenden, duiven, kippen.…De lagune voor Codrington is gekend door ornithologen van over de ganse wereld om hun kolonies van fregatvogels. De gigantische vogels die op de oceaan ontmoet en zelden met hun vleugels ziet slaan. Het mannetje heeft een helrode keel in de broedperiode van augustus tot december. Bizar is aan deze vogels dat ze nooit op de zee landen, ze kunnen namelijk heel moeilijk terug opstijgen. Ze zijn wel specialist in stelen van gevangen vis van andere zeevogels.
Er is van noord naar zuid bijna 30km strand met niets dan zand en wat magere vegetatie. Geen hotels, bars enkel een verlaten fort met een 18m hoge toren. Het fort had ooit 9 kannonen om de boze Fransen af te weren, maar nu is het ingenomen door andere killers…”killer bees”, een bijzonder agressiefs soort bijen dan met de passaten vanuit Afrika is meegekomen.
De grootste bron van inkomen van het eiland is de mijnbouw vooral van zand. In 1993 was er een grote crisis toen men, omwille van de aantasting van de zoetwaterspiegel onder het eiland door zoutwater net door overmatige zandwinning, er een verbod oplegde vanuit Antigua. De minister van landbouw en twee zakenmannen gingen achter tralies, maar net zoals bij ons bij omkoopschandalen kreeg de minister gratie van de Governor General. Nu wordt meer het zwaartepunt gelegd op toerisme, en vooral duiktoerisme gezien het klare water en de vele wrakken. Je moet echter een lokale visser hebben om met je bijboot erbij te geraken, zo moeilijk zijn de riffen. Zeker na een hurricane verdwijnen riffen en een paar jaar later zijn er dan weer op andere plaatsen wel voldoende koralen om de jachten te bedreigen. Dit is één van de redenen waarom we ook aarzelen.
Redonda, het kleine eilandje zo een 35 mijl ten zuidwesten van Antigua is het tweede eilandje in het drie(ei)landenrijk van Antigua. Je zult je afvragen waarom deze hoop stenen van 1,3km2 met niets dan vogels, enkele hagedissen en wat schamele planten toch als één van de eilanden van de staat is geworden, ondanks dat er veel grotere bewoonde eilanden rondom de hoofdeilanden Antigua en Barbuda liggen.
Colombus zeilde er voorbij op 12 november 1493 en noemde het naar een kerk in Cadiz. Santa Maria La Redonda. Hij zeilde er voorbij en net omdat hij er geen voet aan land zette, is er nooit geen claim op genomen. Het ligt halverwege Montserrat en St Kitts en eigenlijk dus een beetje verder af van Antigua. Montserrat is het eiland bij uitstek met een Ierse achtergrond. Vermits niemand van de grote mogendheden geïnteresseerd was in de hoop stenen, ging een dronken Ier, Matthew Dowdy Shiell, een koopman, er in 1865 een feestje bouwen om de geboorte van een langverwachte zoon te vieren. Hij had namelijk al 8 dochters en in een zatte bui riep hij uit dat zijn zoon “koning wil worden” (waar hebben we dat nog gehoord?) En hij benoemd hem Koning van Redonda. In 1872 werd het geannexeerd door Engeland ondanks protest van de familie Shiell, maar het koningschap werd nooit aangevochten door de Engelse kroon, waarschijnlijk omdat niemand dit “au serieux” nam. Niemand heeft ooit gewoond op het eiland en dus een koninkrijk zonder onderdanen is geen koninkrijk. Er is ooit een guano (vleermuisshit) firma geweest maar die installaties zijn snel door een hurricane verwoest. Fosfaatmijnbouw noemde men het, met emmers vleermuisshit langs een blokkensysteem naar de oppervlakte brengen. In 1880 geeft MD Shiell de troon over aan zijn zoon Matthew Phipps Sheill, die zich Koning Filipe of Redonda noemde. Hij emigreerde echter naar Engeland waar hij schrijver werd. Zijn werk “The purple Cloud” uit 1901 werd later zelfs verfilmd “The world, the flesh and the devil” starring Harry Belafonte. Bij zijn dood geeft hij de troon aan zijn vriend en uitgever John Gawsworth, een dichter door, die de derde koning van Redonda werd, Koning Juan. Natuurlijk is de ganse zaak belachelijk maar de toenmalige “intellectuele aristocratie” bleek belang te hechten aan dit soort dingen. Met wegkwijnende fortuinen en veel vrije tijd in pubs werden een ganse reeks orders en titels uitgevonden die King Juan erbij kreeg. Zijn vriend in het schrijven van gedichten, Arthus John Roberts, krijgt in 1967 de titel “onder voorbehoud”, en werd Koning Juan II. Titels “onder voorbehoud” kunnen niet doorgegeven worden, maar in 1989 wordt de titel toch aan schrijver, poëet en historicus William Leonard Gates door Roberts doorgegeven. Deze wordt de vijfde koning van Redonda, Koning Leo. Zijn levensdoel wordt zijn titel te beschermen en deze te bewijzen via zijn literaire stamboom terug naar MD Shiell. John Wynne-Tyson, de zakelijke afstammeling van Gawsworth (3de Koning, Juan I) vecht de titel zelfs gerechtelijk aan en geeft in 1998 de titel op zijn beurt over aan een mysterieuze schrijver Mr X. Thans zijn er 9 aanspraken op de titel, waarvan enkelen zeker “fake” zijn.
Enfin “bottom line” Redonda is de geschiedenis in gegaan en Antigua neemt het zekere voor het onzekere en onderlijnt hiermee dat het “kingdom” onder zijn gezag valt, als is het maar een hoop stenen in de oceaan, anderhalve km groot. The Redondan Cultural Foundation bestaat wel en heeft als doel Redonda op de wereldkaart te plaatsen, zijn mijnenveld van Koningen, echte en valse troonopvolgers op te ruimen en de vroegere geschriften en gedichten van de toenmalige “intellectuele aristocratie” te promoten. Ik kan voor de geïnteresseerden een adres doorgeven voor meer informatie, maar geef geen garantie op lintjes of titels. Ondertussen is op Redonda niets veranderd voor de hagedissen, de zeevogels, en de paar geiten. Ook niet voor de zeldzame ornitholoog die op zoek is naar de op Antigua uitgestorven uil, die naar het schijnt brult.
Hoe een feestje uit de hand kan lopen…
Vandaag gaan we naar de hoofdstad St John. Eerst even de was wegdoen en na wat onderhandelingen over het gewicht zijn we het snel over de prijs eens. We nemen al vroeg de bus en ik ga toch maar even inklaren, en aangezien het sneller gaat in de hoofdstad, doe je het beter daar.
St John is zeer mooi en vooral zeer proper. We gaan er eerst naar de lokale markt wat inkopen gaan doen. Het is er niet veel duurder of goedkoper dan op Gwada, dus je kunt er best je dingen daar kopen. Dan naar de vismarkt, op zoek naar …langoesten. En ik vind er! Twee gigantische beesten aan dezelfde prijs als op de Tobago Cays. Maar zo een monsters krijgen we niet in onze pot aan boord. Het zijn beesten van 3 bijna 3,5kg, de kop alleen is al 20cm bij 10cm met antennes van 60cm. Spijtig maar ik moet ze laten gaan. We passeren de vissersboten waar een koppel pelikanen op zit te soezen in de zon. Een visser vertelt ons dat hij dierenhuiden droogt op zijn dek om als aas te gebruiken op zee, en inderdaad een soort geitenvel ligt op het dek. De vleesmarkt is veel properder dan op de andere eilanden, alles netjes in frigobakken en vrieskamers, zonder vliegen en bloederige tafels. Dan naar de stad, even bij douane en immigratie en het verdict is dat ze de boot moeten kunnen zien, dus toch inklaren in Nelsons Dockyard. We bezoeken de cruise-terminal, waar je alle mogelijke winkels met taxvrije goederen kunt kopen, van Rolex tot Benetton kledij. ’s Middags een lekkere maaltijd in een take-away restaurantje. Nog even wat winkelstraten door en terug naar de bus. Een ritje terug met een 70jarige dame in de bus, die met haar handen frieten en kip uit een plastiek zakje plukt en liedjes zingt. Onderweg een koppel dat ligt te vrijen (vog..en) zomaar langs de weg, wat tot een heftige reactie van de oude dame leidt (they are filthy) maar tot groot jolijt van de andere passagiers. En we zijn weer in de Dockyard. Eerst douane, waar een kerel van 150kg, zwetend in een hemdje met veel kentekens op, me vraagt hoeveel GPS toestellen aan boord heb, en ik weer ingeklaard. De andere kant van de medaille is een 80EC$ te betalen voor de “cruise permit” en het gebruik van het National Park. Even later bezoeken we nog het Nelson museum waar we onder andere een voorbeeld van de crew quarters zien, zeilers op zee in die tijd (over)leefden en het bed van Nelson. Daarna gaan we een praatje maken met Rosie, een lieve oude dame van wie een cola en een water kunnen kopen.
Terug aan boord moet ik even de motor laten draaien om de batterijen op te laden want we hebben twee dagen geen wind gehad en frigo en laptop zijn grote verbruikers.
Tijd om de aperitief te nemen met een ondergaande zon en in de verte het eiland Montserrat op de achtergrond.
Zaterdag 28 Januari 2006 (Falmouth Harbour, Antigua)
De wind heeft twee dagen niet gewaaid, wel vandaag is ie er in alle kracht terug. Weer Belgische weer: tot 25kn wind op de ankerplaats, grijze hemel en de ganse dag een vieze regen, alleen de temperaturen zijn er nog. Ik ga om 09.00u even van boord om de was op te halen maar de dame is niet komen opdagen, rotweer waarschijnlijk. De wind draait ook alle kanten op, maar voor ons wordt een noordelijke wind wat gevaarlijk. We kunnen als de ankerketting een swing maakt van 120° misschien wel de bodem raken. Het is er druk op de ankerplek toen we aankwamen en we hebben het anker laten vallen in 5 à 6m water. Nu met het op en af varen van de wal zag ik opeens dat vanuit de bijboot de bodem zeer dichtbij was, de bodem gaat zeer snel naar boven. Nochtans is vlakbij het boeienpas waar de superjachten met diepgang tot 7m kunnen afmeren. De ganse morgen hou ik de diepte meter in het oog. En even na de middag is het zover. De wind draait naar het noorden, 030° en diepte waar ze soms 5m was gaat naar 3,7 en dan snel onder de 2m. Motor opstarten en in een druilregen anker op en 50m verder opnieuw op anker.
Zondag 29 Januari 2006 (Falmouth Harbour, Antigua)
Vannacht: een rotnacht, de windgenerator heeft de ganse nacht gehuild. Het weer is echt niet veel beter, het waait nog steeds goed door, de lucht is nog steeds grijs maar het regent niet meer. Net voor ons is “Sherekaan” komen afmeren, een Nederlands superjacht, zo een 70m lang met een terras en met panoramische wandelgang bovenin tussen de schoorstenen gebouwd. Zelfs de palmbomen en het belletje met videocamera aan de gangway ontbreken niet.
We gaan even een wandeling maken in en rond de jachthaven maar moeten tegen de middag terug naar de boot want het begint weer te motregenen. We kunnen nog wat inkopen doen voor het eten deze avond, maar deze middag staat de rest van onze zelfgevangen tonijn op de menu. Na de regenbui zien we hoe een prachtig klein houten klassiek getuigd bootje, speeltje van één van de klassieke superjachten vlakbij, een passagier wil afzetten aan het ponton. Hij knalt in volle vaart ertegen aan, met redelijk wat krasschade. De passagier grijpt de kant van het ponton, mist en valt in het water. Het ponton voor superjachten is veel te hoog om er terug op te klimmen en er zit niets anders op dan naar de kant te zwemmen. De boatboys en boatgirls kunnen terug aan het werk.
17u00 gaan we terug aan wal, naar de Antigua Yacht Club, er is prijsuitreiking van de wedstrijd “around the island”, en alle drankjes zijn er aan 5EC$. Tof meegenomen en er was heel wat ambiance. De enig Franse boot had zelfs twee travestieten die in hun kleedje de commodore wilden versieren.
Enfin, een uurtje of wat later terug naar onze boot waar de windgenerator nog steeds woest te keer gaat. Spijtig, maar weer een minder goede dag.
Maandag 30 Januari 2006 (Falmouth Harbour, Antigua)
Weer heeft de windgenerator de ganse nacht geloeid. Het weer is echter beter en de zon schijnt af en toe. Ik spring vol enthousiasme in de bijboot om er even later terug uit te kruipen om het ding bij te pompen. De stuurboord kant lekt terug evenveel als vroeger. Dat met een herstelling uit het reddingsvlot pakket. Het zal je maar overkomen, midden op de oceaan, in een liferaft, met zo een brol proberen een gat te dichten. Ik ga brood halen aan de jachtclub en ga de was ophalen. Het oude dametje “Mavis” heeft prachtig werk geleverd. Alles netjes gewassen, gedroogd en gestreken (!!) voor een prijs als die op St Lucia (25EC$ per 5,5kg). Inge is supertevreden en we hebben deze nacht vers gestreken lakentjes.
Dan met de bus naar St John. Er liggen drie cruiseschepen binnen, en de straten lopen vol “senior citizens of the United States of Amerika”. Allemaal zeer oude mensen die, zowel man als vrouw erop staan opgetrokken witte sokken en een baseball petje te dragen. Op die schepen is zeker niets te versieren voor een vrijgezel, jonger dan 75. We eten terug een hapje in hetzelfde restaurantje van vrijdag, en gaan in de namiddag het historisch museum van Antigua en Barbuda bezoeken. Vooral het aspect de slavernij komt er uitgebreid aan bod. Wisten jullie dat de Franse slavenschepen 5 mensen voorzien op een oppervlakte van 1,7m op 1,7m, voeten tegen aangezicht geduwd. Soms 200 en meer in één cargo, waarvan er gemiddeld 30% nooit arriveerden. Zo een 30 miljoen mensen zijn uit Afrika gedeporteerd in 3 eeuwen. Pas als vrije burgers erkent in 1834 op de Engelse eilanden, 1844 op de Franse eilanden, en tot in de 20ste eeuw op de Nederlandse en Deense eilanden.Wat een toestanden! Nu zijn de slaven, en later vrije mensen uit Afrika in de loop der tijden ook niet van alle zonden vrij te pleiten. Moordpartijen onder de planters, onder elkaar maar vooral onder de autochtone bevolking van de Caribische eilanden. Enkel nog op Dominica zijn er Caribs indianen te vinden…in een reservaat. De zwarte bevolking hier gaat er prat op dat het hun eilanden zijn maar in feite zijn het de eilanden van de Caribs, die ofwel uitgemoord zijn ofwel in een reservaat zitten.
Net buiten het museum vinden we een internetcafé dat eerlijke prijzen hanteert. Zo een viermaal goedkoper dan deze nabij de jachthavens. Op de markt zijn er tal van standjes met jongeren die de nieuwste dvd’s en cd’s verkopen, zo van het internet geplukt, geen SABAM belasting hier! We keren terug met de bus naar de Dockyard. Even bij Sunsail langs om het weerbericht te bekijken maar deze is niet geüpdatet. Wat slenteren aan de boetiekjes en de dag is weer om. Hopelijk gaat de wind eindelijk vallen. Zelfs Mavis, de laundry lady, vindt het maar niets. De meest gehoorde uitdrukking is hier nu: “the weather conditions are unusual this time of year”…
Dinsdag 31 Januari 2006 (Falmouth Harbour, Antigua)
Het weer is weer ietsje beter, maar het waait nog steeds boven de 20kn. We gaan snel aan wal, met nog een zak was voor Mavis. Dan naar het dure internetcafé voor een paar minuten. Nieuws van de “Seane”! De “Seane” is al met de laatste dag goed weer naar St Maarten gevaren, en is op St Barths door de autoriteiten van een boei moeten gaan omdat de kettingen op de bodem het dreigden te begeven. Ze hebben twee ankers moeten uitzetten om te blijven liggen. De “Lady Anne” ligt op St Lucia, voor het eerst in maanden te genieten aan het ponton te Rodney Bay, maar is helemaal verrast van het veranderde klimaat hier, het is Marc reeds zijn derde oversteek naar de Carib, en ook hij vindt het weer maar niets!
Enfin, het weer is beter en we beslissen eens naar de overkant van Falmouth harbour te wandelen. Ook een mooie club en we gaan eens navraag doen om een tweede hands bijboot, waarvan de laatste natuurlijk net een week geleden is verkocht. Dan maar bij een elektronica firma gaan navragen over de log, die het nog steeds niet doet. Antwoord was dat ze deze dingen maar voor een beperkt aantal jaar maken en dat de volledige zendplug, die de impeller draagt, meestal in dit geval moet vervangen worden. Enfin, vriendelijke mensen.
We eten weer lokaal een hapje en willen terug wandelen naar Nemo, onze bijboot. Een vriendelijke gast stopt zomaar en geeft ons een lift met de wagen. Zoiets bestaat toch niet bij ons, men zou zelfs geen lif(s)ter meer durven meenemen. Hij is boatboy geweest op Mirabella V, het grootste zeiljacht met één mast ooit gebouwd. De mast is zo een 97m hoog, de dimensies van de boot kun je dan wel raden.
Terug aan boord een tukje doen want het is het warmst van de dag, en tegen 15u00 naar het strandje achter het rif waar de boot op anker ligt. Het is een mooi wit strand met de Bishop shoals net voor je. Wat zonnen, zwemmen en weer schiet een dag voorbij, dit maal toch met wat zon. Aan boord terug is het tijd voor de aperitief en we zien in de advertenties van de Compas (een lokaal maandblaadje) dat een firma een koppel zoekt, man als captain, en vrouw als hostess/kok, om één van hun superjachten te bemannen…iets voor ons?
