Verslag April 2006
Zaterdag 01 april 2006 (Red Bluff, Cooper Island, BVI)
De kalender geeft een verhaal weer over een prins die Lowie XIII moest ontsnappen en via de Maas zijn vrijheid vond…de achtervolgers waren de geschiedenis ingegaan als “Aprilvissen” (als je de Druivelaar mag geloven). Wat zal de “aprilvis” dit jaar zijn: de belastingen gaan verlagen, de brandstof gaat de prijs van de internationale markt volgen (naar beneden),…
Ik ben al op en tuf om 08.30u naar de duikshop. Groot probleem. Weer een lokaal reglement erbij. Onze duikflessen moeten een “visual inspection” hebben om het jaar, en niet om de 3 jaar zoals bij ons geopend worden, en natuurlijk ontbreek de stickers van 2006. Vermits ze hun inspectie gehad hebben in 2004 toen we vertrokken, zijn ze dus niet in orde. Duik(st)ers zijn echter eerlijke mensen en de meid wil onze duiken niet verpesten, en voor 4extra US$ per fles kunnen we onze flessen bij hen herkeuren en mogen we hun duikflessen gebruiken, inclusief de regulatoren want ze hadden geen 2 extra interfaces om op de Europese DIN koppeling te passen. Voor ons geen probleem, 4 tankfills, want na inspectie zijn onze tanks gevuld en we kunnen 2 dagen duiken. Nu weet ik ook waarom ik de wrakken niet gevonden heb, ze liggen buiten de driehoek van boeien. Ook tof, waarom leggen ze dan boeien? Ik krijg zelfs van de duikmeid de koersen naar de twee wrakken en de positie van een derde wrak erbij. Het kan niet op, het wordt wrakkendag! Ik moet enkel nog onze certificaatnummers doorgeven, maar dat kan ook gebeuren als we de tanks terug brengen. Nog even lang bij de Seanne, en Erwin hoopt zo snel mogelijk met mij een dikke rum te kunnen drinken…3 vrouwen aan boord de laatste 2 weken…ik begrijp de man.
Inge heeft een heerlijke omelet gemaakt voor het ontbijt. Als we gaan duiken moeten we scherp staan.
Mary zit op het strand een boekje te lezen als we nog even langs gaan, en dan is het op weg naar de duiksite. Ik wacht tot de zon bijna loodrecht boven ons staat. Het waait wat meer dan gisteren en Inge heeft een klein hartje, zeker nadat ik haar zei dat er wel wat “Black tip reef sharks” op het rif en zeker rond de wrakken voorkomen. Tegen 12.25u binden we Brutus vast aan de meest westelijke boei. Alles klaar, lood aan, vinnen, mes, kniebeschermers, shorty, handschoenen, fles, trimvest…en Alfa-vlag op Brutus op een stok. De instrumenten op deze tanks zijn anders, de diepte is in voet en de druk in psi, in de plaats van meters en bar. Maar de kleuren liegen er niet om. Groen, geel en rood, dat laatste betekent, denk ik, gevaar.
We dalen af, in het diepe blauw…meteen naar 60ft, 20m, het rif is prachtig, koers 210° naar de drop-off, en de duik in het diepe blauwe…85ft, bijna 30m, nu enkel zandgrond…en daar liggen ze. Een sleepboot doemt op in het blauwe. Ernaast een ding dat een schip geweest is en dat nu geen opperbouw meer heeft. Ik onderzoek de opperbouw van de sleper en daal af in de cargoruimte. Grote groupers vluchten weg, de gigantische schroefas ligt onder me maar buiten steekt geen schroef meer op het schip. De brug is uiteengevallen en de achterbouw durf ik niet in. De schoorsteen hangt er te belabberd bij en kan elk moment ineen vallen. Na 15min is de verkenning voorbij en even is er een stop op de 2 wc’s die, geheel intact, door andere duikers uit het wrak zijn gehaald en ernaast zijn geplaatst. Inge wil niet meer kijken als ik me op 27m op de pot zet, ze bijt haar mondstuk ineen van het lachen. Op weg naar het volgende wrak…we zijn immers op Wreck Alley. Koers 345° en de drop-off op 25m aan je rechterkant houden. 50m verder, de volledige karkas van een groter zeesleper doemt op. Een grote rog maakt zich uit de vinnen. Het is er prachtig. Het schip is recentelijk afgezonken en redelijk intact. Ik zwem de brug binnen, voorzichtig om geen silt te doen opwaaien en geef vol vooruit op de scheepstelegraaf. Het werkt nog en de hendel schiet 45° vooruit. Veel duikers doen dit waarschijnlijk. Langs de tussendekken dalen we af. Prachtige engelvissen gaan voor ons uit. Inge kijkt even binnen in het kombuis en een metersgrote grouper kijkt haar in de ogen. De bek van de vis kan zo haar regulator opslokken. Ik ga de radiokamer binnen en een school vissen zwemt naar de brug door, ik erachter. We dalen af langs de dekken naar beneden. De wc aan stuurboord is aan het vergaan, de lavabo en de kraan valt er bijna uit als ik die vast neem en de spiegel is enkel nog een rechthoek vol koraal. Ik zak de voorste cargoruimte in maar zonder licht zie je enkel het groenblauwe van de opening en het duurt even voor je ogen gewoon zijn aan de duisternis in het wrak. Inge doet teken, ze zit aan 600psi, ik aan het dubbele. Dus terug. Dit is het probleem op grotere dieptes, de duiken zijn zoveel korter. We zwemmen onder begeleiding van een grote rog terug naar de eerste wrakken, en dan terug de drop-off op. De ankerketting en de kabel van de boei is voor ons, we zitten terug op 18m. Inge staat in het rood op haar fles en we beginnen langzaam langs de kabel te stijgen. Op 5m is het wachten…Inge haar regulator geeft niet genoeg lucht en we gaan samen op mijn fles “buddy-breathen”…De oppervlakte is net boven ons en toch moet je minutenlang wachten om boven te komen om de stikstof in je bloed af te voeren. En dan is het zover, onze hoofden breken door de oppervlakte. Een prachtige duik is voorbij. Alles inladen in Brutus die met wapperende A-vlag (duikers beneden) op ons wacht aan de boei. Motortje starten en terug naar Eli, het is 13.20u als we afmeren, tijd voor een dikke rum en een dikke wodka. Lunch met tonijn, asperges, wortelen alles in tortilla’s wordt verslonden en dan …slapie slapie doen.
In de namiddag is het weer terug slechter. We kunnen nog even aan wal naar de shop op het strand.
Ik maak het avondeten klaar: rijst, met Indische kaassaus en inktvis. Met de ogen en de ingewanden van de inktvissen wil ik gaan vissen maar het weer denkt er anders over. Het begint te waaien, en echt goed te waaien. De windmeter tekent nu 27kn, en de windgenerator pompt 40Amps binnen, de boot trekt op haar ketting en de andere boten op hun dure ankerboeien waarvan in de factuur staat dat ze geen verantwoordelijkheid nemen in geval van breuk, zelfs de pilot raadt aan de verbinding onder water te gaan controleren.
We gaan de nacht in met huilende winden en een strak gespannen ketting…
Zondag 02 april 2006 (The Point, Salt Island, BVI)
Het is 08.30u als ik vol goede moed naar de duikclub op Cooper Island terug tuf. Deze keer is het een vriendelijke Canadees die even vriendelijk zegt dat onze flessen nog op Tortola zijn en ze zijn ze eindelijk vergeten. Het kan niet dat we door hun vergissing een dag gaan verliezen. Maar duikclubs zijn niet zoals sommige jachtclubs, ze willen de mensen helpen hun sport te beoefenen. Ze stellen ons voor onze tanks, gekeurd en gevuld terug te brengen om 16.00u en willen ons nieuwe volle tanks geven om geen duiken verloren te laten gaan. Geen extra kosten, OK voor ons, zo hebben we 6 tankfills voor de prijs van 2 en een herkeuring, we doen winst! “Wijle weg ermee”. We wachten tot 11.30u want het kan druk zijn op het wrak van RMS Rhone, het National Park van de BVI, onze bestemming voor vandaag. Op de middag en rond 16.00u zijn de drukste momenten op het wrak. De Royal Mail Steamship (RMS) Rhone was nieuw in 1865 toen het voor het eerst Southampton (UK) verliet voor een transatlantisch passage. Ze was bedoeld om post, passagiers en cargo naar de West Indies en naar delen van Midden Amerika te vervoeren. Ze was 95m lang, 12m breed en ver voor op technologisch vlak in haar tijd. Terwijl de andere schepen op stoom door paddels, zijpaddels of op de rivieren eerder op hekpaddels, werden voortbewogen, was de RMS Rhone een “full sailing” tweemast schoener aangedreven, eveneens door stoom, maar via een 5m schroef. Deze schroef kon het schip 14kn geven, heel wat voor die tijd. In oktober 1867 lag het op anker in Great Harbour, Peter Island, recht tegenover Road Town, Tortola. Ze had daar moeten ankeren omdat op haar bestemming, St Thomas, er een gele koorts epidemie was uitgebroken. De morgen van de 29ste oktober 1867 lag ze naast haar het paddelstoomschip de RMS Conway. De twee ervaren kapiteins van de beide schepen zagen hun barometers snel zakken en dachten dat een kleine storm van het noorden hen de dag zou vergallen. Hurricane seizoen was immers al een maand geleden over en moest het om een hurricane gaan, zouden ze snel open water opzoeken in de plaats van in het Sir Francis Drake Channel te blijven. De storm, nu met hurricane sterkte, komende vanuit het noorden maakte het moeilijk voor beide schepen, met Peter Island aan hun lijzijde. Tegen de middag zwakte de wind af, en beide kapiteins besloten naar open water te varen om niet meer in de rattenval van Great harbour te zitten, moest de wind weer aantrekken…uit het noorden. Wat ze niet wisten was dat de afname van wind, het oog was van een hurricane, die even later met volle sterkte terug zou aanwakkeren, dit keer vanuit het zuiden. Had het schip gebleven waar ze was, was ze nu beschermd voor de 200km/u winden door het eiland en waarschijnlijk het overleefd. Bij het vertrek werd vastgesteld dat door de hurricane winden (uit het noorden) het anker van 1350kg zich onder een koraalvesting had ingegraven en met 92m ketting werd het los gelast en achtergelaten. De RMS Rhone had geen tweede anker klaar in geval van…dus open water was de enige oplossing. De RMS Conway koos voor Road Town, bescherming tegen de noordenwind onder Tortola. De RMS Rhone koos het kanaal tussen Salt Island en Peter Island, om diep water op te zoeken. Blonde Rock, een rots 2,7m onder de oppervlakte moest ze aan haar stuurboord kant laten en moest dus dichter bij Salt Island te passeren dan het midden van het kanaal, een beslissing die door elke goede zeeman zou genomen zijn. Midden het kanaal sloeg de hurricane, nu uit het zuiden komende, weer in alle kracht toe. De RMS Rhone haar stoomturbines maakten geen kans. Ze liep met haar achterschip op Salt Island Rock vast op de rotsen en maakte tonnen water. Het koude water kwam in contact met de oververhitte boilers en de romp ontplofte. Het achterschip, in stukken gereten zonk onmiddellijk en de boeg zonk even later in 30m water. Slecht 6 mensen van een totaal van meer dan 100, bereikten de wal; 5crew en 1 passagier. De bewoners van Salt Island, die enkel de zoutmeren ledigden, hielpen de overlevenden en begroeven de doden. The Queen gaf later het eiland als blijk van dankbaarheid aan de bewoners tegen de jaarlijkse taxprijs van één zak zout. Deze wordt nog jaarlijks aan de Queen overhandigd. Vele duikers in de loop der tijden plunderden het wrak tot het in de jaren ’90 een “National Park” werd. Geen stukken van het wrak mogen opgehaald worden. De mentaliteit kennende van de bewoners van de BVI, absoluut niet kenmerkend voor de vriendelijkheid van de andere Caribische eilanden, is het eerder, normaal dat er geen gedenksteen werd opgericht ter plaatse. De Engelse regering deed het dan maar in de thuishaven van het schip, Southampton.
Dit wordt dus onze duikbestemming voor vandaag. We varen af en 30 min later pikken we een boei op in het “national park”. We varen met Brutus tot boven het achterschip en nemen een kleine bijboot boei. Even later zakken we de blauwe diepte in. Eerst zie je enkel wat oude ijzeren frames liggen maar even later kom je op het complete achterschip. Het gigantische roer ligt op zijn zij en de 5m schroef steekt half uit het zand. Je duikt de schroefholte in en komt in een tunnel onder de beplating van het achterschip door. Typisch voor deze tijd zijn de vele grote kinknagels en de gigantische vissen die zich onder het wrak schuil houden. We komen weer in het daglicht en volgen de massieve stalen schroefas tot aan de gearbox en de motor. Het schip ligt hier al 160 jaar en is vergeleken met de schepen van gisteren, die pas 20 jaar in het water liggen, een immens verschil. Scholen vissen, grote langoesten, en massieve koralen zitten op alles wat van het schip overblijft. We passeren de mast, het kraaiennest en een deel van de romp waar een patrijspoort is zit die door de vele duikers is afgeveegd om “good luck”, natuurlijk nemen we deel aan de traditie en geven het koperen ding met Nr 67 erop drie vegen om een goede, veilige oversteek naar huis (Oostende) terug te maken. In de condensor en de boiler zwem ik binnen, tussen de buizen die nu bewoont zijn door een grote school vissen, geel gestreepte grunts, jullie weten nog wel, de vissen die in hun achterkeel plaatjes hebben en zo “grunt” geluiden maken. De beestjes zijn niet gelukkig met de indringer en “grunten” erop los. Maar hoe snel gaat de tijd als je onderwater bezig bent op een 165jarig wrak. Geen tijd meer om de boegsectie te doen, maar dat staat nog op het programma. Echt een must deze duik op het legendarische wrak. De film, “The Deep” met Nick Nolte en Jacueline Bisset werd hier gedraaid in 1977.
Snel los van de boei en terug naar Cooper Island om onze tanks op te halen. We wachten geduldig op onze tanks op een wachtboei en tegen 16.00u willen we naar de duikshop tuffen en “Murphy” is van de partij, de buitenboord doet het niet meer. We drijven af naar het strand maar kunnen terug roeien. Terug aan boord moet alles snel gaan want die duikclub sluit om 16.30u en we hebben afgesproken met de Seanne om 17.00u, 4 mijl verder in Dead man’s Bay op Peter Island. Ik duik het water in en zwem naar de wal, een Amerikaan geeft me echter een lift naar de duikshop waar ik net op tijd de boot, die terug naar Tortola wil afvaren, kan tegenhouden. Ze leveren de flessen met mij aan boord af aan onze boot, net op tijd. Ondertussen was er al één van de “officials” komen vragen naar de 25US$ voor de boei maar Inge vertelde hem dat we dadelijk weer vertrekken. Even later ziet hij ons met lede ogen afvaren richting Peters Island, geen 25US$ rijker. Ik spendeer ze liever aan een lokale gast op Dominica dan aan een boei hier. Via VHF brengen we de Seana op de hoogte van onze latere aankomst.
We laten anker vallen in Deadman’s Bay (Peter Island) tegen 17.45u net voor de Seanna. Erwin roept:”19.00u Dinner with us”. Ik heb nog wat tijd en daglicht om dat kreng van een buitenboord uiteen te halen. De carburator is net dezelfde als de Johnson die we hebben, en ook hier zit de vlotterkamer van de carburator vol vuil. Maar dat is het probleem niet want starten doet hij nog altijd niet. De bougie dan maar verwisselen met die van de Johnson, met dezelfde opening, 1mm. Deze is wel korter, dus te proberen. En het ding werkt weer. De oude bougie kan ik niet meer gebruiken ook niet op de Johnson, omdat ie daarvoor te lang is en tegen de cilinderkop zou botsen, maar monteer het toch om de cilinder niet aan de buitenlucht open te laten.
Het is 19.00u als we met 2 flessen, geen perslucht deze keer maar wijn, aan boord van de Seana komen. Het werd 02.00u de volgende morgen als we van boord kruipen…
Maandag 03 april 2006 (Dead Man’s Bay, Peter Island, BVI)
We voelen ons zoals de naam van de baai…rum punch…wijn…en nog zoveel meer.
Enfin we doen niet zoveel deze morgen en ik stel Erwin en Mary voor na de middag wat te gaan snorkelen en dan een “kampvuur” te maken op het strand en er te BBQ’en zoals we vorige week gedaan hebben met Anja en Wim.
We gaan wat wandelen onder de palmbomen, proberen even te bellen naar de US Coast Guard maar dat lukt niet en gaan dan even naar het strand om hout te zoeken voor deze avond. Erwin had al een ganse hoop verzameld en dus gaan we maar wat snorkelen. Ik vang een octopus maar niemand buiten ik wil het beestje vasthouden…wat een grote mensen. Ik zet het slijmerige diertje dan maar terug in zijn hol. We maken een groot vuur en met de nodige flessen rum, ricard en bier is het weer een super avond. Er lag al sinds deze morgen alweer een nieuwe kater te lonken.
Wel nog even aan boord bij ons om een snelle hap en bij het terugvaren naar de boot valt mijn (weliswaar goedkoop) uurwerkje in het water! Waar juist? Ik ga het proberen terug te vinden, maar morgen. De avond loopt weer deftig uit de hand en we moeten Mary een handje helpen van boord te gaan. Het is weer na middernacht als alles opgeruimd is.
Dinsdag 04 april 2006 (Road Town, Tortola, BVI)
Het leven gaat verder en weer een mooie morgen. Erwin komt zijn Tilly hoed ophalen die hij de nacht voordien vergeten was aan boord. Zij gaan uitklaren uit de BVI en om naar de US Virgin Islands terug keren, ze zijn er immers daar thuis en de BVI is ”such a bunch unfriendly people”. We willen ook naar de US VI maar tot nu toe geen reactie van Mr Bush zijn “security system” om ons binnen te laten. We gaan terug bellen naar hen. Maar ik ga eerst duiken naar de plekken waar we gisteren geweest zijn om mijn uurwerkje terug te vinden. Ik vind van alles: wasspelden, handdoeken, plastieken piratenmunten, een lijn met een ankerhaak, een topdeel van een vislijn, een elastiek…alles behalve mijn uurwerkje…
Dan maar anker op en naar Tortola. Tegen 12.00u nemen we een boei en hopen tegen 16.00u terug ervan te zijn voor de aasgieren komen. Het is weer op motor 4 mijl, up en down, dus tegen het zeil erop is zijn we er al. Aan wal gaan we eerst bij de Chinees iets eten, de enige die ons deftig eten tegen een deftige prijs kan geven. En weer worden we geconfronteerd met het systeem hier. Internet was vorige week 5US$ nu 6US$; en telefoneren mag niet want dat is enkel voor logerende gasten! Je moet maar een kaart kopen als je wil bellen: 10US$ voor een telefoontje van nog geen 1US$, dan maar naar Cable en Wireless zelf gaan zien hoe het zit. Eindelijk de US Coast Guard aan de lijn…de wachtofficier. We moeten hen niet contacteren, we zijn geen 300 ton en zijn geen charterschip. Tenminste een antwoord met een nieuw telefoon nummer van de US Customs..een antwoordapparaat. Weer een maat voor niets. We kunnen nog even wat inkopen doen en ik wil hier zo snel mogelijk weg. Nog even langs bij een jachtwinkel om een nieuwe bougie, die 4x de prijs is dan eentje op St Maarten, en zelfs daar weet men niet waar er 1US gallon (3,75ltr) benzine te krijgen is…wat een land en dat voor het mekka van charters.
Zo snel mogelijk aan boord en zo snel mogelijk naar Peters Island, en zodra het anker ingegraven ligt begint het scenario opnieuw. Alles in laden: rum en andere drinks, terug naar het strandje van gisterenavond. Even later zitten we terug voor het oplaaiende vuur met een rum in de hand ver van het problemeneiland Tortola…Laat op de avond terug tuffend met Brutus door fluorescent water naar de boot, iets kleins eten en gaan slapen.
Woensdag 05 april 2006 (Dead Man’s Bay, Peter Island, BVI)
Vandaag doe ik niets, niets, niets, niets. We slapen uit, lezen de ganse morgen in een spannend boek van Frederick Forsyth en Inge in de magazines van Anja en Wim. En nemen de lunch buitendeks kijken hoe de charterboten hun motoren verkrachten door vol voortuit en achteruit te slaan om een simpel anker in of uit de zandbodem te krijgen… Wat een bizarre soort mensen. En allemaal hebben ze een grote zwarte vlag op, met een doodshoofd en twee sabels in “surrender the booth”. Allemaal piraten…jawel in een zin passen ze in het plaatje.
Op de middag gaan we in het poepchique Peter Island Resort even vragen om de US customs te bellen en we worden zeer vriendelijk ontvangen. Ik moet eerlijk zijn, hoe slecht we al behandeld zijn door Customs en de lokale bevolking, hier zijn we welkom. Alhoewel we geen 900US$ per nacht spenderen doen ze er alles voor om de “yachties” het leven aangenaam te maken.
Eerst de US customs, geen antwoord…dan het telefoonnummer dat we van de Coastguard gekregen hebben…een verkeerd nummer. Dan maar op het internet de nummers gaan opzoeken en terug een mail naar de US Coastguard versturen. Zou het echt zo moeilijk zijn in de US binnen te geraken? Heeft één of andere van onze ministers weer herrie geschopt met de Amerikanen? Dan maar terug naar het strand en de boot. Inge gaat even uitgebreid douchen aan de kranen van het Resort, onder de palmbomen terwijl ik nog een kokosnoot probeer open te maken.
En het leven gaat weer verder. Er zou een beroemdheid op het eiland moeten aangekomen zijn want er komt een 44ft catamaran langs met een zwarte lokale jongen aan het stuurwiel en een kerel met fototoestel (paparazzi?) en een armlange telelens erop. Inge houdt het op Bruce Willis, ik op Catherine Zeta Jones. We zijn het beiden eens dat Betty niet op het eiland is…(“begrijp je”) of Eddy Wally, want die is ook al overal geweest.
Net voor de avond valt ga ik nog eens snorkelen, in feite, het parcour afzwemmen dat Brutus gevolgd heeft toen we het uurwerkje verloren zijn; maar niets. Maar net buiten de strandzone ligt een rif dat onder water verder loopt naar Dead Chest, een grote rotsblok, soort eiland, tussen Salt Island en Peters Island. Daar zou Edward Teach, de piraat Blackbeard, ooit eens 10 man afgezet hebben, naakt en enkel uitgerust met een vatje rum. Ik zwem het rif en ineens zie ik vanuit het diepblauwe een grote vis, een zwartpunt rifhaai. Ze komen waarschijnlijk jagen op het rif bij zonsondergang en de zon staat inderdaad al laag. Het diertje van 1m is waarschijnlijk meer geschrokken van mij dan ik van hem/haar. Ze zwemt snel terug de diepte in. Ik keer maar terug naar de boot, de aperitief staat klaar. En dan het avondeten en dan sluit de nacht zich weer over Eli. Geen kans meer om een vuurtje te maken op het strand. Charterboten hebben onze stenen haard ontdekt en we zien de vlammen oplaaien…
Donderdag 06 april 2006 (Dead Man’s, Peter Island, BVI)
We besluiten deze dag ook weinig te doen. Voor de middag slaag ik erin toch de bougies in beide buitenboord motoren te vervangen en de vrijloop van de motor van Brutus fijn af te regelen. We eten iets en willen niet aan wal. Het is immers een grijze dag zonder wind en er is immers weinig te doen, ik hou me in de middag wat bezig met de achterste cabines op te ruimen. Er is nog wat duikmateriaal op te ruimen van Wim en Anja en alles moet terug op zijn plaats komen. Inge ruimt de boot bovendeks op.
Ik ga dan maar wat snorkelen, weer op zoek naar mijn uurwerkje en weer wordt het niets. Geen uurwerkje maar wel een prachtige groene zeeschildpad. Meestal zien we de HawksBill Turtle, met zijn haviksbek maar dit exemplaar is de groene zeeschildpad. Ze heeft een afgeronde kop en de staart van het pantser is eveneens afgerond, daar waar de Hawksbill een v-staartje heeft op het pantser. Het dier trekt zich niets aan van mij, en graast aan het korte zeegras. Ik probeer niet met mijn armen te slaan en paddel gewoon mee met het beestje. Ik moet hard paddelen maar hij slaat wat nonchalant met zijn voorste vinnen en neemt direct afstand. Het gras dat hem irriteert en aan zijn bek blijft hangen, probeert hij met zijn voorste vinnen eraf te halen, net zoals onze landschildpad die al 39jaar in onze tuin thuis leeft, een stuk aardbei van zijn kaak schraapt. Hij komt even lucht happen en ik maak gebruik van met hem te duiken en naast hem te zwemmen. Hij kijkt me aan maar is niet verschrikt. De grasbodem gaat over in koraal en blijkbaar staat dit niet op het menu vandaag, en hij zwemt wat harder weg. Ik maakt opzettelijk geen bellen maar moet naar boven. Ik groet het diertje en wens hem veel geluk toe, want hij zal het nodig hebben. Weer zo een hypocriete zaak in de BVI, het laat nog steeds toe schildpadden te vangen, weliswaar in bepaalde zones van het jaar.
Terug aan boord vertel ik mijn ontmoeting met onze vriend en Inge kijkt naar de het Sir Francis Drake Channel en wuift het diertje ook geluk toe. Aperief, eten en gaan slapen.
Vrijdag 07 april 2006 (Dead Man’s, Peter Island, BVI)
Vandaag gaan we de boot wat verder in orde brengen. Na het ontbijt worden de twee achterste cabines helemaal opgeruimd en vrijgemaakt. Wat een troep kan je verzamelen in een paar weken tijd. Van stukken koraal en schelpen op het dek, tot het duiklood van onze duikvesten over een kist vol materiaal om te gaan vissen.
Lunch wordt een taboulé met makreel in mosterdsaus en op de middag gaan we nog even aan wal om het, voor ons nu gratis te gebruiken, internet van Peter Island Resort bekijken (in handen van Noren, niet van de BVI). Het valt tegen in de mails…onze crew om de oversteek naar de Azoren te maken heeft afgehaakt. We mogen terug op zoek, en brengen René op de hoogte die ook weer op zoek zal gaan. Gelukkig hebben wel al iemand gevonden die vanuit de Azoren met ons meezeilt richting Oostende en die zijn vlucht reeds nu geboekt heeft.
De andere mail was van de US government die ons de telefoonnummers van…San Juan op Porto Rico doorgaf om in te klaren.
Terug aan boord doen we niets meer, buiten nog eens te gaan zwemmen en het plan op te vatten om zelf met de US customs te gaan praten. We nemen morgen de ferry naar Charlotte Amalie om zelf een visum te gaan halen. Immers morgen zaterdag varen er nog ferry’s maar overmorgen, zondag, niet. Maandag moeten we toch vertrekken want anders moeten we terug verlengen en dus in hun systeem terug betalen. Neen hoor, ons niet gezien, we verlaten dit land en betalen niets meer!
Morgen nemen we de ferry van 10.00u en dus vertrekken we hier om 07.30u. Vroeg eten en vroeg gaan slapen, want morgen zal een wekker ons wakker maken, niet de zon! Weer hebben een paar charters onze open haard op strand gevonden…we zijn trendzetters geworden…
Zaterdag 08 april 2006 (Charlotte Amalie, St Thomas, USVI)
Om 07.00u zijn we op, geen enkele beweging op de boten rond ons; snel ontbijten en snel de zonnetent afbouwen. De motor draait en het anker komt met een homp zeegras aan dek. Het waait behoorlijk, zo een dikke 20kn maar het weerbericht had dit voorspeld. We gaan zeilen want ik wil niet motoren in deze zee van “whitecaps”. Het volle grootzeil, zonder voorzeil, maar de wind is bakstag wind. Ware wind, 22kn; schijnbare wind 17kn en Eli doet 6,5kn op grootzeil alleen. We nemen ontbijt en ondertussen klieft Eli door het Sir Francis Drake Channel noord oostwaarts richting Road Town waar we tegen 08.15u een boei nemen. De “moneymen” slapen nog en komen pas tot leven vanaf 16.00u. Brutus inladen met rugzak en papieren, en op naar het dok. Natuurlijk is Murphy weer mee aan boord en valt de motor weer tot 4x uit. Aangekomen aan het ponton is het nogal hobbelig door de golven en ik wil een hekankertje uitgooien om Brutus van de havenmuur af te houden. Ik gooit het ankertje en de touw uit, wil de boel op spanning brengen en haal het touw terug binnen, zonder ankertje. De knoop of harpsluiting was losgekomen. Ik ga als we uitklaren maandag het wel opduiken. Eindelijk moet ik in de titel Road Town, BVI zetten maar we zijn zo blij dat we nu eens de plaats zetten waar wij naartoe zijn gegaan, en niet de plaats waar de boot is gebleven. Op naar de ferry, tickets aan 45US$ maar er moet onmiddellijk 5US$ “departure taks” betalen. Ik zeg dat we een heen en terug ticket hebben, maar net als bij ons is het motto “eerst betalen, we zien later wel”. We moeten enkel een briefje in vullen de de BVI customs controleert ons zelfs niet. Even later om 10.08u vaart het ding af. De oververmoeide motoren braken zwarte rook uit en het schip komt slechts met moeite op vaart. Het zit goed vol, vooral omdat het zaterdag is en veel lokale mensen willen er blijkbaar even tussenuit.
We meren af tegen 11.10u, 20min te laat en met bevende handen worden we bij de Immigration geroepen. Een zeer vriendelijke man legt ons het systeem uit. Ofwel heb je een visum in je paspoort en dan kom je zo binnen, met of zonder boot. Ofwel heb je geen visum, zoals wij nu, maar daarvoor dient het kaartje dat we net ingevuld hebben, een I94 formulier, die ons een tijdelijk visum van 90 dagen geeft. Nu mogen we met dit kaartje onze boot binnen brengen en alles is in orde, geen extra-kosten en geen discuteerbare boetes. In minder dan 3 minuten zijn we in de VS. Wat een verschil met de BVI! Bovendien maakt België deel uit van het Visa Waver Program. Dat betekent dat die twee lijnen haakjes en data over je persoon onderaan het blad waar je gegevens en je eigenlijke foto van je paspoort staat, door een machine gehaald worden die alles in één keer leest en naziet of je “wanted” bent of niet. Dus geen enkel probleem en geen kosten.
Charlotte Amalie is een naam van een Deense Koningin, want tot 1917 was St Thomas een kolonie van de Denen. De stad is echter op zijn Amerikaans gebouwd en het is de ene shopping mall naast de andere. Alles is er taxfree en we slenteren terug van de ene shop in de andere. Dit keer gaan we een restaurantje doen: “the green house”, steeds happy hour voor bier en na onze bescheiden bestelling van 2 bier worden in een emmer ijs 4x 33cl Heineken pils gebracht: “I like this country”. Het eten is super, en de prijs redelijk, wel moet je 10/15% bijtippen voor de “waitress”, wat we hier graag doen.
Ik koop nog een fles rum, want met onze gasten is er een flinke deuk geslagen in de rum voorraad van het schip (Sorry Anja, maar ik moet toch een excuus hebben). 3,39US$ voor 1Ltr fles lokale rum en 7,95US$ voor een fles Mount Gay, die bij ons thuis dan weer bijna 4x zoveel kost…
Terug aan boord geraken is vlot. Ik passeer nog even bij “US Immigration, Ship Clearance” om zeker te zijn of alles in orde is en weer is het een vriendelijke gast die me te woord staat en me garandeert als ik maandag kom dat er geen problemen zullen zijn. Hij geeft me al de documenten mee en zegt me hem te bellen in geval van problemen. Ik lees op een affiche “Customs, we are the face of our country” en dat heeft de BVI zeker niet begrepen.
We meren af om 17.00u met zo een 150 mensen. Om 17.25u komt de “customs officer”, een “zij”, erdoor en begint ze één voor één de paspoorten van iedereen te onderzoeken. Het is 18.20u als het aan ons is, ze heeft net een dame uit St Kitts en Nevis met een 3maand oude baby terug gestuurd omdat het kind geen documenten had. De vrouw was met ons aan boord gestapt zonder problemen 8uur ervoor vanaf hetzelfde bureeltje. Ik vraag de dame naast me of dit de BVI of Noord Korea is waar we binnenkomen. “They are just having an attitude, just to annoy us”. Ik vraag “You local people too?”. “Oh sure, everybody, they just cannot stand we do our shopping in the USVI, too expensive down here” zegt ze en ik zie een zak van 25kg hondenbrokken op de band voor me verschijnen. Deze mensen sleuren zakken hondenbrokken de grens over met een ferry en hun regering boekt 250% belastingen op een vlucht naar St Maarten (22US$vlucht, 35US$ airport tax en 20US$ departure tax) en ze hebben bovendien zelfs geen openbaar vervoer om thuis te geraken met hun hondebrokken. De BVI is voor ons de grootste teleurstelling op deze tweejaarlijkse reis. Een tweede “customsdame” vraagt of we niets aan te geven hebben. Ik zeg haar: “one bottle of export rum, quite cheap, you should go shopping there”. We worden door verwezen door een metaaldetector waarvan ik aan Inge toon dat de stekker die het ding stroom moet leveren uit het contact naast onze voeten ligt! Wat een pretentie om zich een land te noemen. We zijn eindelijk buiten het customs-office, het is 18.25u. Snel naar Booby’s supermarkt om het hoogstnodige te kopen om te overleven en geen dollar meer dan noodzakelijk te investeren. Het is al 19.00u als we terug aan boord zijn, en de “moneymen” zijn waarschijnlijk al terug gaan slapen. We starten de motor en hijsen het grootzeil, navigatielichten op en weg zijn we. In de Caribbean wordt er zelden in de donker gevaren, maar de aanloop naar Deadman’s Bay kennen we zowat. De wind staat er nog steeds, een kleine 20kn, maar een driekwart maan maakt het ons gemakkelijk. Tegen 20.00u valt het anker in het water van de baai. We eten nog wat, drinken er een op, want we zijn binnenkort weg, op naar nieuwe avonturen...
Zondag 09 april 2006 (Dead Man’s, Peter Island, BVI)
We slapen uit en gaan vandaag de boot in orde brengen voor de tocht naar de USVI.
In feite gebeurt er tot de middag weinig. En het is een rustige palmzondag. Ik werk wat aan de planten aan boord, onze orchideeën moeten water krijgen, ik moet het plantje planten dat we van Mary gekregen hebben, en zo is de morgen weer voorbij.
De boot moet wat opgeruimd worden en Inge spoelt met zeewater de dekken want overal ligt er fijn wit zand. Ik tank meer dat 50Ltr water in de drinkwatertanks en ook de motor krijgt een extra 20Ltr diesel, olie wordt nagezien, en de bilges worden geleegd.
Inge en ik gaan nog even douchen in de installaties van Peters Island resort en we maken de boot zeilklaar: slingerzeiltjes, cd’s opruimen, boeken vastzetten, kruidenrekje vastmaken, brandblussers en duiktanks vastsjorren, enfin…zeilers onder jullie kennen dat: schip zeevast maken. Immers bij zware zee kan ieder losliggend object een projectiel worden.
Aperitief en eten…onze laatst dag op de BVI…ooit
Donderdag 06 april 2006 (am: Road Town, Tortola, BVI; pm: Charlotte Amalie, St Thomas, USVI)
Het is toch 09.00u als het anker boven water komt en het waait weer 20kn. Het grootzeil gaat erop en een uurtje later meren we af op een boei voor de hoofdstad Road Town. We gaan naar de customs en eigenlijk moet ik zeggen dat het vlot gaat. Slechts drie keer moet ik van Customs naar Immigrations gaan telkens weer met een ander papier en ik plakte mijn “departure taks” zegels met wat speeksel op hun vorige stempels. In de hoop dat ik weer geen departure taks moet betalen. Maar het was maandagmorgen en de “costums-dame” moet een zwaar weekend gehad hebben, we moeten geen “departure taks” betalen! Wel om met een ferry te vertrekken, niet met een jacht, begrijpe wie kan. We stappen het daar zo snel mogelijk af voor ze van gedacht zal veranderen.
Nog even bij de chinees twee middagmalen gaan ophalen, ze zijn open van 11.00u. In de haven mag ik nog even in het water en wat zoeken haal ik het ankertje dat eergisteren gezonken was boven. Het is 12.00u als we dit onzalige land verlaten, gelukkig gaf de zee en het onderwaterleven ons wat soelaas.
Ik ga vissen, zonder toelating! En de lijn met groene inktvis loopt achter de boot mee. Met zo een 18 tot 20kn wind loopt Eli snel, en op vol grootzeil alleen zijn we snel binnen US wateren. Nu zijn we zelfs legaal aan het vissen! Het is op sommige plaatsen wel even uitkijken en de wat tokkelen op de toetsen van de autopilot om bij te sturen om riffen en rotsen te ontwijken. Maar tegen 16.30u zijn de 27mijl voorbij gegleden onder de boot. Het was net in de Trades weer te varen: wind 180° op de kont, grootzeil uit, preventer op maar zonder uitgeboomd voorzeil. We rolden wat en tijdens het eten was het wat moeilijk de glazen zonder te morsen te vullen maar we zijn er. Anker naar beneden vlak voor Charlotte Amalie, gele Q-vlag op, want dat betekent hier wel iets en we gaan aan wal, tegen 17.00u. De customs zijn gesloten maar hier mag je ’s anderendaags ook inklaren, dit is het land van “freedom” en niet van “repression”. Even aan wal betekent ook naar een internetcafé dat we zaterdag al verkend hadden. 3US$ voor een half uur, in de plaats van 5US$ voor 10min op de BVI: leve Amerika!
Wel weer slecht nieuws: een vriend van ons op de zeilclub is onverwachts overleden, morgen zakken we “het belgiekske” (onze Belgische driekleur) even. Inge is ervan onder de indruk, maar toch gaat het leven verder. Vermoeid eten we de rest van de Chinese maaltijd van deze middag op en drinken er één.
Dinsdag 11 april 2006 (Charlotte Amalie, St Thomas, USVI)
We staan met gerust hart op. De Amerikanen zijn wel serieuze gasten en we zien twee Coastguard boten met zware machinegeweren op de voorpiek. Terwijl ik me scheer (heb ik niet gedaan voor de BVI customs) land er op geen 100m een vliegtuig naast ons, een watervliegtuig, een bijzonder populair transportmiddel bij de Amerikanen. Ik denk aan de kuifje verhalen…
Enfin, op naar customs. Binnen 5 minuten waren we buiten, de I94 in ons paspoort deed het. We vragen na bij de Customs officer en die zegt ons de juiste procedure te hebben gevolgd. Ofwel via de I94, ofwel via de ambassade in Bridgetown Barbados. Indien je dit niet zou doen, vraagt men je ofwel door te varen ofwel 250US$ boete te betalen, maar je kan kiezen. Als je niet deze “administratieve kost” wil dragen, dan vaar je gewoon weer hun wateren uit. Ze respecteren tenminste de “gele” vlag. Niet zoals op de BVI, een halve dag discuteren over de boete en dan valselijk een andere datum afstempelen. Toegegeven, de US zijn streng maar correct.
Buiten moeten we dringend naar een pompstation, Brutus heeft geen benzine meer. Daarna nemen we een bus, of taxi-bus, of one-dollar bus/taxi naar de K-markt. De bussen zijn grote terreinwagens waar in de plaats van een bak, een aantal zitplaatsen en een dak is op gelast. Eenvoudig maar efficiënt. De K-markt is een tegenvaller, in die zin dat je er alles kan krijgen, behalve etenswaren, of toch heel beperkt. Maar van NBA artikelen (Jarno!) tot hondebrokken (daar kwamen ze vandaan, zaterdag!) van vishaken tot sexy slips, van tv’s tot pantoffels.
De gigantische shopping mall eraan verbonden, de tutu-mall was voor Inge het Walhalla. Even iets gaan eten in een van de verschillende restaurants, even van plaats veranderen want een kakkerlak had ook interesse voor de maaltijd en dan: “Shop till you drop!” En dat doet Inge ook. We bellen ook eens naar huis, met een 10US$ kaart kun je, volgens de kaart, via Miami 11uur en 30 minuten bellen…we zullen zien! Na drie uur is het genoeg, terug een bus op naar de haven. Drie gigantische schepen hadden dikke, witte sokken dragende, kreeftrode, toeristen uitgebraakt en deze keerden nu terug naar hun drijvende hotels. Wij nog even wat inkopen doen in de stad en naar het internet.
Terug aan boord moet het gewaaid hebben want er was meer dan 60Amps bijgeladen vandaag. Ik tank Brutus en een klein bootje met 6 tal mensen passeert ons en een man spreekt ons in het Vlaams aan. Belgische toeristen op bezoek bij vrienden in de USVI! Het doet deugt weer eens Vlaams te horen en te spreken. Ik nodig hen uit voor een rum maar ze hebben geen tijd. We proberen de Seana op te roepen die volgens een email in de baai hiernaast moet liggen maar geen antwoord.
We lezen wat, drinken er ene op, eten wat en gaan slapen. We beginnen te twijfelen of we wel de nu 100 mijl tegen de wind zullen invaren om terug naar St Maarten te keren. Dit lijkt ons hier ook een goed plekje om op te stocken. We zullen zien, hangt ook af of er kandidaten zullen zijn om mee te zeilen.
Woensdag 12 april 2006 (Charlotte Amalie, St Thomas, USVI)
Inge is al vroeg op…te vroeg naar mijn goesting want ze heeft een afspraak…met de kapper. Ik hou het aan boord ook niet te lang uit want het waait weer meer dan 25kn. Niet voorspeld maar dat gebeurt wel vaker. De boot rukt aan haar ankerketting die bijna horizontaal staat. Gelukkig is het goede ankergrond en ligt er meer dan 100voet uit. Ik begin al gelijk die Amerikanen hier in voet te denken, sorry 35m ketting. Het wordt ook water scheppen uit Brutus want een fikse regenbui is deze nacht voorbijgekomen en even later tuf ik naar het dinghy dok. Inge staat er al, “Jennifer Aniston” look en natuurlijk hebben de blonde lokken de nodige bijval bij de lokale bevolking. We lopen wat winkels af en gaan een heerlijke gyros eten in “the green house”. Hier zijn de prijzen redelijk zoals op St Maarten, en ongeveer de helft als op de BVI eilanden, behalve bij de Chinees dan. Natuurlijk ben je hier in de VS dus moet de “tip” van 15% er achteraf bijbetaald worden afhankelijk van de “service”. We hadden een goede service, en de “waitress” noemt me zelfs “darling” als Inge naar de WC is. “Voor de tip, of voor mij?” denk ik bij mezelf. Ik zal het nooit te weten komen.
We stappen nog wat shops af in de namiddag en nabij het cruise dok is een “Pueblo”, een supermarkt voor alles wat eetbaar is. Het is een droom: ze hebben werkelijk alles. Enkel de visafdeling valt tegen: diepvries of gezouten. Maar vlees echt op zijn Amerikaans en zeer eerlijk geprijsd. Met drie zakken vol zijn we weer klaar voor een paar dagen. En op naar de haven terug waar Eli ligt. De taxi chauffeurs maken weer veel geld, want dit keer ligt de “Queen Mary II” voor anker, want het ding is te groot om in het cruisedok af te meren.
Ik breng de stock aan boord en we gaan eens naar een Indiër die fototoestellen verkoopt. Blijkt dat de processor die het beeld naar het scherm moet brengen om zeep is in onze oudere camera. We kunnen een nieuwe kopen voor 200US$, of een waterdichte tot op 2m voor 300US$…toch even broer Frank consulteren. Even naar het internet en …er zit schot in de zaak van de bemanning. We hebben iemand die geïnteresseerd is in de oversteek, maar…hij zit nog in Martinique…dus het wordt mailen.
Terug aan boord houden we het op een rustige avond, maar we hebben radio contact met Mary en Erwin van Seana. We spreken morgen af voor “breakfast at Trickels” in Crown Bay.” Ik ga vroeg slapen, ik ben een beetje moe van de vele winkels, geef mij maar een rif met wat haaien en schildpadden…
Donderdag 13 april 2006 (Crown Bay, St Thomas, USVI)
Vandaag Witte donderdag, de dag dat Jesus de voeten van zijn apostelen waste en het laatste avondmaal met hen nam. En vanavond is het volle maan! Zo leert ons de Druivelaar het. 07.45u…piep, piep, piep…het klokje dat ons doet denken aan “the land of Two Towers” (België) waar we in de duisternis opstaan om te gaan werken en in de duisternis thuiskomen van het werk na 250km gereden te hebben. We starten de diesel en varen via Hassel Island door het pas met Water Island naar Crown Bay. Mary en Erwin liggen ons al op te wachten maar het is zoeken om een plekje te vinden om te ankeren. In deze “Semana Santa” komen veel Porto Ricanen hun verlof op de USVI doorbrengen met de boot en alles ligt afgeladen vol. Tegen 09.20u zitten we toch bij Trickels aan tafel met hen voor een “American Breakfast”. Zij nemen het ontbijt op zijn Amerikaans, gebakken aardappelen, eieren, chili con carne; wij op z’n Europees “cereals” en Inge pannekoeken, maar de koffie blijft maar komen, steeds weer vult de “waitress” de koppen bij. We nemen afscheid en deze keer zal het wel voor een langere tijd zijn, ze gaan eind april uit het water en keren terug naar huis, wij zeilen terug naar huis begin mei.We ontmoeten ook nog de “Belgen” die ons goedendag komen zeggen zijn met een bootje dinsdagavond. Ze hebben twee jaar gewerkt en gewoond in de VS en hadden eveneens aanpassingsproblemen met de terugkeer naar ons landje. Er staat ons wat te wachten.
We gaan de omgeving verkennen en vinden weer twee supermarkten waar men “alles” heeft; van ferrero roché chocolade tot hero confituur, zelfs Belgische Looza, Belgische wafelmix en Belgisch witloof en spruiten. De wijnafdeling heeft zelfs de “Chateau d’Yquem” Sauternes van 1966 staan voor de luttele prijs van 950US$, waarom nog terugzeilen naar St Maarten?
Aan boord is het een salade met kalkoenborst in tortilla’s.
Na de middag nog even met de dollarbus naar havensight, een ander groot shoppingcenter waar de cruiseschepen afmeren, en weer passeert een squall, met veel regen. We vluchten een gigantische schoenwinkel binnen en na de regen springen we nog even binnen in het internetcafé. Dit weekend zeilt de Brexan van Eric en Liliane, onze gasten met kerst en nieuw terug…de zomer (op z`n Belgisch ) is er bij jullie ook alweer.
Terug naar de boot, en weer ontdekken we een supermarkt “Pueblo”, nu wordt het echt moeilijk om ons te overtuigen nog naar St Maarten terug te zeilen, 100mijl in de wind. De USVI heeft alles wat de BVI niet heeft: bussen, vriendelijke mensen, goedkoop internet, lekkere rum, eerlijke customs…
Aan boord is het dobberen onder een volle maan, soms afgeschermd door wolken die wat regen brengen. Binnen is het een dikke US steak met gebakken aardappelen. Het enige wat we missen komt uit St Martin, wijn en Franse kazen, maar daarvoor nu 100mijl in de wind zeilen.
Vrijdag 14 april 2006 (Crown Bay, St Thomas, USVI)
Weer een dagje in het paradijs. Maar wat een nacht. Vannacht is het beginnen waaien, maar echt waaien, dik over de 30kn wind. Niet dat dit een probleem is, maar we liggen op een zeer drukke ankerplaats, waar iedereen verwacht dat de wind uit het oosten zal waaien. Niets van aan dus: 30kn westenwind, alle boten swingen 180° graden. Behalve dat dit voor sommige een probleem is met te weinig ketting die hun anker dan gaan uitbreken…en voor ons. Waarom voor ons? Omdat de boot het dichtst bij ons een wrak is dat na één of andere hurricane gelicht is en “gedicht” is. Nu dobbert het met 10cm waterfauna en flora aan de romp, met alles wat er ingebouwd was op dek: van mast tot toiletten. En dat ding dat ooit een mooi zeiljacht was ligt vast op twee ankers: een hek en boeganker. Deze draait dus als enige niet op zijn anker met de westenwind die hier met 2% kans kan waaien, maar blijft ter plaatse. Resultaat is dat de twee boten achter hem, wij en een motorboot nu opeens naast hem liggen. Ik blijf een uur in het heetst van de squall hem van nabij, soms tot op 2m volgen. De motorboot zijn anker slipt en hij drijft wat achter hem voorbij; ons anker houdt het goed en wij blijven bij hem. Tegen 03.00u gaat de wind afnemen en terug naar het zuiden draaien. Met minder druk op de ketting kan ik 10m ketting innemen voor het geval het weer zou beginnen waaien. Dan zouden we voor hem moeten draaien. En dan komt de regen, de tropische regen. Gedurende een uur valt het water met bakken uit de hemel. Ze hebben hier maar 2,75m water per jaar, wel vandaag is er daarvan zeker de helft gevallen. Tot laat in de ochtend regent het. Alle waterbakken staan buiten en alle planten. Alle dektanks van 5ltr zijn tegen 10.00u met vers regenwater terug gevuld, afdruipende van de zonnetent. Tegen de middag vaart een zeiljachtje weg en negeert de boei die het rif achter ons aanduid. Met veel gehuil van de motor komt het los: “idioot” denk ik, “leer je boeien kennen”.
Niets vergeleken met wat later op de middag gebeurt. Een 58ft motorjacht Fairline vaart recht op ons af, eveneens de boei negerend. Ik zie het niet want ben aan het lezen, maar hoor het. Een immens gekraak, die idioot is op het rif gelopen aan meer dan 10kn. De boot zit muurvast. Ik zie dat uit alle rompopeningen water begint te lopen, de elektrische lenspompen beginnen te werken. Kinderen komen op het zonnedek zitten met de zwemvestjes aan. Een boot met krachtige motor om parasailing mee te doen, is er het eerst bij. Ik begrijp die mensen niet, onze kaart toont duidelijk het rif, en als je geen kaart hebt zie je de boei toch liggen en als je geen kaart hebt en je ziet de boei niet, dan kijk je toch voor je uit als je met een kapitaal van 750.000 Euro rondvaart. Het water is zo klaar dat je de ondieptes zo kan zien liggen: helderblauw water en je ziet de stenen en het koraal zo klaar door het water steken. Een duiker gaat naar beneden en ik tuf met Brutus nabij. Aan een volslanke Amerikaans-Spaans sprekende dame vraag ik of we kunnen hulp bieden, eventueel via radio. “All Ok, we are taking water but only one prop is damaged”. De parasailing boot slaagt er na veel moeite in de boot los te trekken. Ik zou nooit durven de schroeven te activeren, om geen verder schade te induceren met verbogen schroefas of beschadigde propellers. Maar neen, de schipper geeft bij het loskomen “vol achteruit op beide motoren”. Zand en koraal komen aan de oppervlakte en ik hoor een vreemd soort gerammel. De stuurboord motor wordt afgelegd, en op één motor sukkelt de kerel, dit keer wel rond de boei, naar Crown Bay Marina, water uit alle mogelijke gaten in de romp pompend. Hij heeft zojuist uit eigen stommiteit evenveel geld erdoor gejaagd als wij onze boot hebben kunnen kopen, uitrusten en twee jaar hier rondzeilen. Maar “money is no issue”, de vakantie met de boot zit nu wel letterlijk aan de grond.
We gaan nog even aan wal gaan nazien als de winkels open zijn, om naar huis te bellen en om eens weg te zijn. Alles blijft hier open, zolang er cruiseschepen komen blijft alles open.
Gemakkelijk voor ons. Dan maar terug aan boord: aperitief, en een hapje eten. Scampi’s deze keer want vandaag, op Goede Vrijdag, mogen we geen vlees eten!
Zaterdag 15 april 2006 (Crown Bay, St Thomas, USVI)
Weer een feestdag…maar niet voor ons. We gaan deze morgen de was doen. Sedert St Maarten is het een grote hoop geworden want we wilden gewoon geen $ uitgeven in de BVI. Op naar de wal met 11Kg was. Een machine is snel vrij in de laudry en voor 4,5US$ kunnen we alle 11kg kwijt in dit roestvrijstalen monster. We moeten wel van een Porto-Ricaanse dame de nodige uitleg krijgen om het ding op gang te krijgen en ik sta direct in het middelpunt van de wasvrouwen. Eén andere man is er ook en als Inge vraagt hoelang het gaat duren antwoord hij: “like 40 minutes or the time of two beers…budweizer”. De dames helpen me zelfs de 18 quarters in de machine duwen en dan is het wachten. Dan nog eens 6 quarters in een andere bak (droogkast genaamd), met de medewerking van de bewoners van Porto-Rico, en na nog eens 25 min is alles droog. Ik heb mijn eerste lessen “wasmachine” achter de rug. Nog even samen alles plooien en de uitbaatster komt me Easter cokie aanbieden omdat ik een nice guy ben. Superyachten dumpen hun was maar wij doen alles samen en ik bracht zeker wat plezier bij de “wasmadams”.
Op naar de stad, “havensight”, de ene na de andere shop…bweeek. Toch vind ik in een boekenwinkel met de laatste ontbrekende Clive Cussler uit mijn reeks. En ik kan in een duikshop, omdat ik zeg dat ik ook resident ben, een “liveaboard”, een “two tank dive” voor Inge en ik voor maandag versieren aan de helft van de prijs. Maandag gaan we op een navy barge duiken die omgeslagen is met cargo erop toe ze het vliegdekschip “USS Kennedy” aan het bevoorraden was. Dan nog een tweede duik op “Buck Island” op een rif.
Nog even naar huis bellen, naar het internetcafé, want nu zijn de prijzen weer eerlijk, wat inkopen gaan doen, onze was, die daar was achtergebleven, gaan ophalen en terug aan boord. aperitief en wat eten en weer een dagje dichter bij….
Zondag 16 april 2006 (Crown Bay, St Thomas, USVI)
Vrolijk Pasen aan iedereen op deze aarde, die van goede wil is. Vandaag gaan we er een superluie dag van maken. Denk nu maar niet dat de ganse wereld in verlof is, neen hoor. Alle winkels, ook de supermarkten zijn open. “Business as usual”, zolang er cruiseschepen zijn, blijft alles open. Luie morgen, even naar de wal tuffen terwijl een sleepboot een romp waarvan ik vermoed dat het ooit een schip moet geweest zijn met ketting aan en af vaart tjokvol geladen met containers, die gewoon als op elke werkdag gelost worden. De Amerikanen zijn zeer inventief met de schepen die ze niet meer nodig hebben. Zo gaan ze de USS Oriskany, een 269m vliegdekschip half mei laten afzinken aan westkust van Florida in 64m diep water zodat de brug en opperbouw tot op 20m van de oppervlakte zal blijven. Het moet een artificieel rif worden en een paradijs voor duikers die zonder nitrox toch niet naar de schroeven zullen duiken maar het “flight deck” wel kunnen verkennen. Kost voor het gecontroleerd afzinken: 19 miljoen US$, economische return 92 miljoen US$ per jaar, plus een nieuw huis voor honderdduizenden zeewezentjes en miljoenen koralen, plus een bescherming van een strand in geval van een passerend hurricane.
Er zit niets anders op dan wat te gaan wandelen in een buurt die “Honduras” noemt. Het is eerder een arme buurt en men spreekt er uitsluitend Spaans. Hier merk je wel al dat je in een ander deel van de Caribbean bent. De diep zwarte bevolking is er niet zo uitgesproken, men spreekt meer Spaans, de muziek op straat is Latino in de plaats van Reggea, de huisjes zijn nog wel in pastelkleuren maar toch niet meer deze van bijvoorbeeld St Vincent, de meisjes lichter van kleur maar warmer van…Rare dingen hier: Zo rijdt bijvoorbeeld bijna iedereen met een zware Amerikaanse wagen, jeep of personenwagen met het stuur links zoals bij ons, maar toch rijdt men nog steeds aan de rechterkant van de weg, zoals op de ex-Engelse eilanden. Het is Amerika, maar toch mogen deze mensen niet meestemmen in de presidentsverkiezingen. Wel wordt je fles rum in het gekende bruine papier gewikkeld, maar je mag gewoon een pint of alcohol op straat drinken wat in de US “ferboten” is. Maar de mensen zijn er ongelooflijk vriendelijk, en komende van de BVI is dit echt op geen 10mijl een andere wereld. De buurt is wel arm, maar bijna iedereen heeft een boot met minimum een paar honderd PK’s aan buitenboordmotoren eraan voor zijn deuren hangen. Sommigen zijn wel broedplaatsen voor de dikke hagedissen geworden, niet meer de slanke aoelis of gekko’s, maar echte dikke luie hagedissen die je moet opschrikken of ze gaan nog niet weg. Inge belt nog even naar huis om te weten hoe de eierenraap geweest is in de tuin van meter en dan naar de “Pueblo” supermarkt en wat inkopen gaan doen. Dan terug naar de boot waar we de rest van de dag blijven: zalig niets doen, buiten de website updaten, aperitieven en lekker eten.
Maandag 17 april 2006 (Crown Bay, St Thomas, USVI)
Tweede paasdag en alles is open. We gaan aan wal en gaan eerst even bellen naar de duikshop. We waren maar met twee om te gaan duiken en dus heeft men besloten de duik af te gelasten, voor ons getweeën gaan ze geen tocht doen en men vraagt ons het uit te stellen tot morgen. Voor ons geen probleem, we duiken dan morgen wel. Het weer is terug picobello en het is redelijk rustig in de stad. Eerst wat US $ gaan afhalen en we passeren een rekruteringsbureau van de US Navy. Men maakt er publiciteit door te zeggen dat je kunt studeren, een diploma halen en werken in een “maritieme” job naar keuze terwijl je dient op een “aircraft carrier”. Inge moet me tegenhouden of ik was binnengestapt en had me aangemeld om marine-biologie te gaan studeren en terwijl te varen. Maar misschien steekt, zoals men in ons leger doet, er geen adder maar een python onder het gras en kom je in het landleger terecht…in Bagdad. Dus maar niet binnen gegaan. Even later cruisen we door de stad: “taxi” is weer het meest gehoorde geluidje en voor elke zaak staat er iemand je bijna naar binnen te duwen om toch maar juwelen, rum of T-shirts te kopen. We vinden een kerel die cd’s verkoopt en Inge vindt eindelijk “Nookie, Nookie”, het liedje dat we elke vrijdagavond in de Streethappening op St Lucia hoorden. Nu al kijken we vol nostalgie terug naar deze dagen. Een hapje gaan eten bij Wendy’s en dan weer van shop naar shop in het Havensight dorp, een dorp alleen maar voor cruiseschepen toeristen gebouwd. Ik vind er wel een kerstgeschenk voor broertje Frank…
Terug naar de Pueblo, want we kunnen nu dagelijks onze inkopen doen wat we nodig hebben zonder alles in de koelkast te moeten proppen. Nog wat aan boord in de zon zitten en dan is het weer voorbij. Tussen de jachten en de ondergaande zon passeert nog een watervliegtuig en we kunnen de aperitief nemen en iets eten. Ik ga dit leven missen…
Dinsdag 18 april 2006 (Crown Bay, St Thomas, USVI)
Vandaag weer een prachtige dag…en eentje om te gaan duiken. Vandaag is het OK om te gaan duiken dus is het deze morgen weer inpakken. We gaan er geen doekjes om winden en tegen 10.00u zijn we al op pad naar de “one dollar”-busstop. Op weg naar de jachthaven vallen we in panne met Brutus, we hebben waarschijnlijk over een plastiek zak gevaren en de breekpen in de schroef is om zeep. Ik kan het niet verwisselen omdat ik geen schroevendraaier bij heb om de cover van de motor af te bouwen, dan maar roeien... Maar met de taxi hebben we meer geluk en kunnen meteen inschepen in een “dollar bus”. Het probleem hier is dat er heel wat bussen, of taxi’s of bakken die voor transport zorgen rijden maar ze zijn niet zo aan “white people”. Ze denken meteen dat we van een cruiseschip afkomstig zijn en vragen 4US$, maar wij als “locals” gedragen ons als “locals”, inclusief het rum drinken en gebruiken het transport van de locals. Gewoon vragen naar de “safari-bus” en binnen een paar “taxi’s” heb je er eentje te pakken aan 1US$. Onze duikzak gaan afzetten in de duikshop en wat gaan winkelen; een snelle hap bij Wendy’s met veeeel frieten en we zijn er klaar voor.
Ik geef aan de dame van de duikshop wat informatie over Wreck Alley op de BVI en we worden goed ontvangen. We duiken ook als “locals” dus aan 50% van de normale prijs. Eerlijk gezegd zouden we niet gaan duiken aan de normale prijs maar aan deze prijs…dan is de verleiding te groot. We worden ingedeeld in en de “duikers” worden gescheiden van de “snorkelaars”. We gaan aan boord van een boot speciaal uitgerust voor duikers, volledig in aluminium met 2x 225 Pk buitenboord motoren op. Een briefing volgt, volledig volgens de US coastguard normen. Spijtig, we zijn niet meer bij Big John op Antigua, want het is “dry ship” dus geen booze aan boord na de duiken, enkel water. Om insurance reasons zegt men ons…bla bla bla, Big John trok zich daar niets van aan en de rum vloeide rijkelijk.
Eerste duik is in de “Supermarket”. Een 1000 jaar oud rif op 22m tot 12m diepte. Het is prachtig qua koralen maar de vissen zijn niet zo spectaculair als we gewoon zijn. We geraken echt te verwend en zijn rif duiken en wrakduiken op ons getweeën gewoon. Maar de duik is meer dan mooi aangezien de koralen werkelijk spectaculair zijn. Je kunt ook gemakkelijk in tunnels van koraal gaan duiken en even wachten. Rifvissen wachten geduldig tot je hun schuilplaats verlaat en het licht vanuit de tunnels dat op het rif zelf invalt is gewoon adembenemend. Croonies, fluo-blauwe visjes leiden je de tunnel terug uit en boven het koraal zie je de uitgeademde lucht ontsnappen tussen de spleten van het koraal. Met je vinnen wat zand opgooien is voldoende om een horde geitvisjes, met 5cm snorharen en een gel streep over hun lijfje, rond je vinnen te krijgen. Ik word zelfs op een bepaald moment aangevallen door een juffervis die mijn kuit als indringer ziet. De sergeant majors, die zilvergeel zijn gestreept zijn nu blauwzilver gestreept want betekend dat ze met eitjes zitten ergens aan een rots vastgekleefd. Het mannetje doet hier de bewaking en het vrouwtje…heeft haar plicht gedaan. De diertjes zijn nu hypernerveus en dus laat ik ze hun bewakingsopdracht verder zetten. De koraal en sponzen zijn prachtig. Ik heb iets minder lood genomen en mijn bewegingen zijn veel meer gecontroleerd om tussen de nauwe spleten te gaan waar er iets te zien is. Je kunt ook zo zien wie er in de groep gewoon is om te duiken en wie niet. Voor ons duurt de duik te kort en net onder half fles is het al tijd om terug naar boven te gaan. Tienermeisjes die perse in ienie wienie tienie biniki’s willen duiken ontwikkelen snel kippenvel en willen naar boven, de Caribische temperaturen overschat. Even later van de boei af en naar de “navy barges”. Het weer is prachtig, vlakke zee en terwijl de huppelkutjes gaan opwarmen in de zon worden onze duikflessen vervangen zonder dat we iets moeten doen. Twee duik is een wrakduik. In de tweede wereldoorlog was St Thomas een opleidingscentrum en ook een duikbootbasis. Omdat er te weinig plaats was aan wal werden de bemanningen in barges gelogeerd die na de oorlog geen nut meer hadden. Ze werden naar zee gesleurd en als “target practice” gebruikt. Half opgeblazen en aan flarden geschoten zonken ze en werden ze een artificieel rif. We gaan naar beneden en bezoeken deze riffen. We zijn wrakken gewoon maar dit is slechts een hoop rechthoekig ijzen dat geen vergelijking toont met een wrak. Geen brug, geen schoorsteen, geen schroeven, geen patrijspoorten…een hoop verwrongen ijzer…we zijn te verwend geweest de laatste duiken. Een meisje krijgt het te koud en wordt afgevoerd. Jeetje wat zou dat kind doen op 30m? Enfin de duik is mooi te noemen en Inge vindt terug tot groot jolijt van de cruiseschip duikers een grote rog die, het zand van zich afschuddend, er genoeg van heeft en wegzwemt, onder het geklikt van de dure onderwatercamera’s. Terug aan boord en terug naar het cruisedok. Deze mensen zijn echt aan een tijdschema gebonden en meteen inschepen is de boodschap. We boeken volgende week weer, want wanneer zullen we anders nog eens duiken, terug in Europa? Dan maar op naar de “Dubloon” shop. Een toffe shop waar je een rum punch gratis krijgt. We kopen er een topje voor Inge en dus komt van één …twee rums… De zaak loopt vol “dronken” vrouwen die zeer “open minded” zijn…terug naar jullie cruiseschepen…creatures of the dark… Dit gezegd zijnde, ook wij terug een bus op en naar ons scheepje.
We krijgen een lift en moeten niet roeien want de motor draait nog steeds even goed, maar het schroef draait niet mee. Eens aan boord heb ik het euvel in 5 minuten opgelost en er zit snel een nieuwe pen op de schroef…en dan weer rum punch en …scampi’s in Indische saus en rijst. Ik heb eindelijk een lekkere goedkope, niet klevende rijst gevonden.
Woensdag 19 april 2006 (Crown Bay, St Thomas, USVI)
Weer een prachtige dag. Wat zullen we doen vandaag…niets. Eerst en vooral gisteren is er iets ergs gebeurd.Er is een vliegtuig neergestort. Een watervliegtuig met 4 gevangenen op weg vanuit St Croix, het derde eiland van de USVI 400 mijl naar het zuiden, naar hier is in de oceaan gestort. Daarom was de US Coastguard zo in volle vaart ons gisteren gepasseerd. Op de BVI zouden we gedacht hebben dat een jacht met de reglementaire Q-vlag zou zijn gesignaleerd, maar hier gaat het om serieuze zaken. Enfin, deze morgen doen we buiten het opbergen, na gedroogd en gespoeld te zijn, van de duikuitrusting.
We eten op ons gemak aan boord deze middag en dan is het naar de stad. Inge wil perse weten wat er in ons geliefde Belgenlandje gebeurd. Weer niets goed, een jongen werd in Brussel vermoord voor een MP3 speler. Ik heb zelf 3 jaar Brussel centraal, tweemaal daags moeten passeren en eerlijk gezegd verwonderd het me niet, maar zo een dingen mag je natuurlijk niet zeggen, laat staan schrijven. Weer leuke dingen…we nemen de dollar bus terug, die nu nog minder beschikbaar is want er is een vierde en nog groter cruiseschip net naast ons komen liggen en nu moeten ook deze toeristen onze richting uit.
Even naar de “Pueblo” supermarkt, waar al zodanig ingeburgerd zijn dat we een aanvraag lopende hebben voor een klantenkaart. Hier is het om van de promoties te kunnen genieten en van de eerste dag al hebben we voor bijna 2US$ aan kortingen.
Terug naar de boot, waar we de motor moeten opstarten. Geen wind de afgelopen dagen en een gemiddelde van 3amp voor de frigo en twee uur later zitten we weer met meer van 175Amp in reserve. Ik probeer tijdens het uur van de aperitief wat te vissen maar de jacks blijven jagen op de kleine vis naaste de boot en onze metalen vis interesseert hen niet…
Eten en weer een dagje in paradijs minder…en dichter bij de terugkeer naar…
Donderdag 20 april 2006 (Crown Bay, St Thomas, USVI)
Vandaag gaan we eens een wandeling maken naar het cruiseschipdock hier vlakbij. Immers het schip van Dockwise ligt er afgemeerd. Weten jullie nog, vorig jaar in Martinique, een groot afzinkbaar schip waar jachten invaren en dan door duikers op stoelen geplaatst worden, terug leeggepompt wordt en dan doorvaart naar Europa. Als je dus je boot niet wil overzeilen maar laten overvaren: dit is de manier. We hebben zelfs onmiddellijk een plaats geboekt toen we een offerte kregen om Eli voor 300 Euro over te laten varen. Daags nadien kwam de koude douche, ze hadden een foutje gemaakt:…12.500 Euro maar als we vroeg boeken ging er 10% af. Kopen we liever een nieuwe auto mee met dat geld.
Langs het dok wandelend komen we twee van Inge’s beste vrienden tegen: iguadons van een slordige meter. De diertjes zijn niet bang van ons en pas als je eentje wil strelen wandelen ze er vandoor, hun nageltjes schrapend over de beton van de weg. Ze zien er voorhistorisch uit maar doen geen vlieg kwaad.
Het warm, zeer warm…Inge moet onder een boom gaan zitten, terwijl ik leer van een crewmember dat het dockwise schip naar Miami vertrekt om jachten op te halen, eind mei komen ze hier terug om nog een 40tal jachten op te pikken en dan is het richting Middellandse zee. Ijdele hoop dus om nog een laatste plekje te vinden aan een braderieprijsje. Eerlijk gezegd zien we echt op tegen de terugkeer (gepland rond 8 mei)…maar een “rondje Atlantic” is niet volledig zonder de laatste 3500mijl die er wel 4500 zullen worden, want we varen niet recht op recht maar volgende het weerpatroon en de stromingen op de Atlantische Oceaan.
Terug aan boord gaan we de omgeving in de namiddag verkennen. We gaan Ruyter Bay, Elephant Bay en Druif Bay ook wel Honeymoon Bay gaan verkennen. Snorkelgerief en extra benzine in de bijboot, Brutus, geladen en weg zijn wij. Er liggen verschillende wrakken in de baaien en de dieptes variëren van 3 tot 7m, allemaal te doen dus zonder flessen. Het is opletten geblazen want er duiken een paar keer een nietsvermoedende zeeschildpadden op, die we zouden kunnen wegjagen met onze pruttelende motor. Maar de diertjes duiken snel onder de bijboot en verdwijnen in het diepe blauw. We volgen ze met het oog en onder ons, in het zonlicht zie ik het silhouet van een gezonken schip liggen. Een oude met eendenmossels begroeide boei hangt erlangs. Vinnen aan en bril, naar beneden. Het is een stalen ketch uit de jaren ’50, zo een 12 à 15m, doorlopende kiel, romp intact, ingezakte dekken, zelf het bijbootje hangt er nog aan, eveneens achter het moederschip gezonken. Het is er ongeveer 5 tot 7m diep wat het onderzoek makkelijk maakt maar niet toelaat lang in het wrak zelf te blijven. Er leven een schop grunds in de schaduw van de dieselmotor, nog in het wrak liggend en op het achterschip wonen er diverse koppels vlindervisjes en een paar Queen Angelfish (Holacanthus ciliaris); de mooiste van alle vissen levend in de Atlantische Oceaan en de Caribische zee volgens velen, en ook volgens ons. Geel van kleur met een blauwe kop, blauwe onderbuik en blauw lichaam waar elke schub van geel afgerond is. Een sponseter die eerder nieuwsgierig is dan verschrikt. Het wrak biedt interessante mogelijkheden, en we duiken er lang op. In het slib naast het ingezakte dek vind ik een complete patrijspoort, in koper. Compleet met glas en met de afsluitschroeven er nog op. Een trofee! Deze komt thuis in de living te staan, als souvenir van onze duiken in de Caribbean. Een winkel in de stad verkoop deze dingen aan 350US$ stuk, kleiner en niet in de zelfde staat, maar voor geen geld doe ik die weg.
Aangekomen op Honeymoon Bay, na weeral het ontwijken van een argeloze schildpad, is het hetzelfde patroon. Wit strand, palmbomen, lokale verkoper en shops die je alles willen aansmeren die je net niet nodig hebt…en we gaan er snel terug vandoor want ondanks de pittoreskheid van het baaitje is er een boot met “toeristen” aangekomen. Als walvissen uit de oceaan rollen de vrouwen en mannen het strand op, de meer atletische typetjes pronken met tatoeages en met bierflesjes in de hand…arm paradijs. Het weer en de sfeer ter plaatse verandert, we tuffen terug naar de boot. Onderweg stop ik langs 3 grotere wrakken die er zeker al een paar decennia liggen en helemaal zijn weggerot. Er moet hier toch langs deze kust wat gebeurd zijn want de zandstrook ligt bezaaid met verroeste kielen, stukken van polyester roeren, gebroken masten, en grote en kleine delen van jachten. Ik vind nog een danforth anker van een 50kg maar met een geplooide “fluke”.
Terug aan boord is het conservering van de patrijspoort en …aperitief en lekker eten.
Vrijdag 21 april 2006 (Crown Bay, St Thomas, USVI)
Vandaag naar de stad. Eerst even aan het internetcafé passeren. Weer slecht nieuws onze tweede mogelijke opstapper heeft in Martinique een andere boot gevonden. Nogmaals als er kandidaten zijn om mee te zeilen naar de Azoren of zelfs naar Oostende, laat maar weten, details kunnen we jullie geven per email hoe hier te geraken en vergeet niet volgende week is het hier carnaval met een 11 uur durende parade!
We nemen de bus naar een andere site op het eiland, een andere shopping mall met cinema centrum met 8 zalen. De “costuless” is inderdaad spotgoedkoop. Het begint hier echt alweer warmen te worden en voor geen 150US$ kunnen we een airco kopen voor de boot…spijtig op 110V. We gaan op de middag een pizza eten…een 18inch. Even later komt de waitress met een pizza van bijna een halve meter naar onze tafel, de cola is hier ook op zijn Amerikaans. Je krijgt een dikke halve liter en ze vullen “gratis” bij, zoals de koffie, van zodra je glas leeg is. Alles is echt groots in dit land. De wagen bijvoorbeeld zijn bijna allemaal jeeps en goedkoop. Een boekje in de mall toont ons wat je voor “less than 5000US$” kunt krijgen…ik ween bitter! Waarom is bij ons alles zo duur wat moet rijden? Na de superpizza die toch voor een deel in een doos en terug mee aan boord gaat, nog even de cinema checken en terug naar het schip.
De rest van de avond houden we het rustig…en eten weer pizza. Voorlopig geen pizza meer op het menu aan boord.
Zaterdag 22 april 2006 (Crown Bay, St Thomas, USVI)
Vandaag…ja vandaag: niets doen staat er op het programma. We willen echt dagen hebben dat we niets gaan doen. Immers binnen twee weken zitten we voor weken aan boord en dan terug in België is het gedaan met het zalige leventje. Maar het weer is vandaag ook spelbreker want er is een systeem dat over de Virgins trekt dat heel wat wind brengt en de squalls brengen met regelmaat van de klok een fikse regenbui. Goed voor onze orchideeën die terug in bloei staan. Trouwens bloemen en planten zijn hier wel duur in de USVI. Een orchidee zoals wij er drie aan boord hebben, kost hier snel rond de 30US$. Een tuinplantje snel rond de 15US$ dus daarvoor blijf je beter in ons Belgenlandje…
Natuurlijk doen we iets aan boord. We maken een strategisch plan op hoe we indeling zien van de boot op zee en hoeveel we van alles moeten inkopen. We maken al verschillende kasten leeg en beginnen een plan van menu’s op de oceaan op te maken.
Weer tijd voor de apero en dit maal is het steak, dikke Amerikaans Angus Beef (spotgoedkoop hier trouwens), met plantaan.
Zondag 23 april 2006 (Crown Bay, St Thomas, USVI)
We zitten weeral door onze dollars dus terug naar de stad deze morgen om een “cashmachine” te vinden. Natuurlijk liggen er alweer 3 cruiseschepen aan de kaai te wachten en deze braken hun melkwitte toeristen uit over de stad. Alles, maar dan ook alle winkels, ook deze waar de lokale bevolking gaat winkelen zijn open. Hier kent men geen zondag of 38uur week. T-shirts zijn in en ik zou me graag eentje vinden met “I do not need a taxi” maar die zijn er niet. Een kerel draagt eentje die ik graag zou hebben “Who are you and why are you looking at my T-shirt?” staat erop. De meeste zijn hier met “sunny Caribbean” en piraten citaten op. Eentje trekt mijn aandacht dat in de Clubs in België wel zou passen, ik citeer “The beatings will continu until moral improves”…hmmm.
Ik heb het wat moeilijk vandaag, en eindelijk zou ik 3500mijl verder willen zijn, neen niet in België, maar in Beaulieu, Southampton. De grootste boatjumble in Europa, jaren hebben we die afgeschuimd, maar broer Frank en Marc van Magic Sailing zullen ons vertegenwoordigen.
We gaan terug naar de shopping mall, uptown. Het weer zit niet mee en we gaan dan maar een filmpje meepikken in de late namiddag. Onze eerste cinemafilm in 2006, of sedert Martinique. En in de originele versie, dus niet vertaald! En wat wordt het…de nieuwste met Bruce Willis “16 Blocks”…raad eens wie er gekozen heeft? Maar het is een prachtige film. Enkel wat koud want de airco draaide op volle toeren. Een verademing terug buiten in de 32°C. Nog even terug naar de stad, naar het internetcafé. We tekenen allebei de petitie voor een veiliger leven in België, om het tuig dat roofmoorden pleegt om een MP3 speler, van de straat te houden, en dan terug aan boord.
Een prachtige dag, want met dit minder goede weer heeft de windgen haar best gedaan en we zijn aan onze vierde dag dat we geen motor moeten draaien om elektriciteit te maken.
Ik verwen me nog even met een Ricard met ijs voor het slapen gaan en weer een dagje voorbij in het paradijs.
Maandag 24 april 2006 (Buck Island, St Thomas, USVI)
Vandaag zijn we ingeschreven voor een paar duiken. Eerst naar de wal om te zien of de duiken doorgaan, als de firma genoeg duikers heeft om te gaan duiken. Ja hoor vandaag zit alles vol. Snel wat inkopen gaan doen in de Pueblo, en dan aan boord alle duikmateriaal gaan inpakken. Met de dollarbus naar de Havensight waar we al ons materiaal kunnen laten liggen in de duikshop.
We zondigen nog even aan een dikke hamburger met frieten met mayonaise (ik toch) want we moeten scherp staan om te gaan duiken. Het is weer een probleem met enkele Amerikanen die, gelogeerd in het dure Mariott hotel, willen duiken maar geen brevet kunnen voorleggen. Na op en af getelefoneer en via internet op te zoeken kunnen we eindelijk vertrekken.
Aan boord is het Jeff, die onze divemaster is. Hij doet dit als bijberoep en zijn vriendin is marine-biologe op St Croix. Samen doen ze als vrijwilligers het recupereren van eieren van de “leaderback” schildpad om deze eitjes in perfecte omstandigheden te laten uitkomen en de kleine schildpadjes de gevaarlijke wandeling naar de oceaan te besparen. De diertjes worden dan van een nummer voorzien en vrijgelaten... Waarom ben ik België geboren en niet hier?
Ik zeg Jeff dan we al op de Navy Barges gedoken hebben en hij heeft er geen probleem mee het programma aan te passen. We gaan naar Buck Island en gaan er eerst een reef dive en dan een wreck dive doen.
Het schip meert af op een boei en we duiken meteen het water in. Het weer is terug prima en de zon schijnt hoog aan de hemel. De eerste duik is prachtig. We gaan onder andere naar een scheepskanon uit de 18de eeuw van een Spaan galjoen en duiken tussen de koralen waar er een duizendtal vissen wonen. Ik ontmoet een “jewfish” (Epinephelus Itajera), een beestje van zo een anderhalve meter, dat kleine schildpadjes, langoest en kleine visjes verslind. Het dier zit in een poetsstation, waar een tiental kleine paarswitte garnalen het monster van parasieten ontdoen. Rondom het rif, in het zand op zo een 25m zitten de “Jawfish”. Kleine lieve visjes, met een melkwit lichaampje en een geel purperkopje die een holletje graven in het zand. Ze zweven boven het holletje en verstoppen zich erin als je te dichtbij komt. Even later zijn enkel de kopje zichtbaar. “Jawfish” genoemd omdat het mannetje de eitjes in zijn bek houdt tot de geboorte van het nageslacht. Even later “out of the blue” een rif haai! Het beestje is maar een meter groot en je hoeft niets van vis te kennen om te weten dat dit diertje de top van de voedselpiramide is. Het zwemt met luie slagen van de staart tussen Inge en ik door, ziet de bellen van de andere duikers en draait terug de blauwe dieptes in. De ogen kijken naar nergens maar zien alles. De romp is perfect aangepast aan snelheid en wendbaarheid op het rif. De rover is even snel weg als ie gekomen is.
De tweede duik is een duik naar een 190ft, 58m lang vrachtschip de “Cartanza Senora”. Het schip is einde de jaren 70 na een duistere geschiedenis van drugschip, met een lading cement, en door de bemanning verlaten gezonken in de haven. Toen een Italiaans cruiseschip in brand vloog en half zonk, kwam er een bergingsteam ter plaatse die, betaald door lokale duikersverenigingen het schip ook naar de oppervlakte bracht. Het werd afgesleept naar Buck Island en er gezonken. In 1989 kwam hurricane “Hugo” het in drie stukken breken en in 1995 gooide hurricane “Marilyn” het vlakbij Buck Island. Het eerste stuk is het middenschip, met een ingang in de cargoruimte. Om uit wrak te geraken moet je door een luik waar het wat krap is met de duikfles op je rug. De machinekamer met de twee diesels staat er nog zoals vroeger. De diesels zijn nu bewoond door sergeant majoors, de geel/zwart gestreepte visjes. Nu zitten ze met eitjes, die als “paintball” purperen vlakken op het roestige wrak zijn aangebracht. Het mannetje, nu blauw/zwarte gestreept verdedigd de eitjes moedig tegen de grote bellen makende duikers. Het achterschip ligt een eindje verder en je ziet mooi waar het roer en de supports van de schroeven hebben gezeten. Een hawksbill schildpadje van zo een 30cm zit rustig wat koraal te eten van een nabij gelegen rif. Ik zak er tot op minder dan een meter van en het diertje eet gewoon verder. Alle duikers respecteren het motto: “diving is only to touch water”. Je raakt niets aan, het koraal niet, zeker niet met je vinnen, en kijkt. De rijke Amerikaan heeft het anders begrepen en raakt het schildpadje aan, dat direct er vandoor gaat. Het gaat naar de oppervlakte om te ademen. Jeff de “divemaster” grijpt in, maar wat kan hij doen? Natuurlijk verknoeit de “hotel Mariott” bewoner het voor de andere duikers. Inge en ik zijn zo voorzichtig geweest het te benaderen en keken gefascineerd hoe het at en die idioot moest het natuurlijk aanraken. Enfin de boegsectie van het wrak is ook interessant, de ankerwinch en de motoren staan nog op het dek van nu op zijn zij ligt en van de romp is losgebroken. En dan is het over, de 3minuten stop onder de boot. Inge en ik blijven tot de laatste omdat een grote school “yellow tail snappers” langskomt om rond ons te blijven wachten op een hapje. We kunnen ze bijna aanraken, de 50cm grote vissen.
Terug aan boord en dan terug naar de haven. In de haven kopen we nog een T-shirt en een paar badpakken. Nog even in de “Doubloon” een paar “free booze” (gratis rum) gaan drinken en we zijn weer op weg naar de boot.
Aperitief aan boord en uitgehongerd vallen we de zalm aan die uit de “costuless” komt, gebakken in Deense boter en met Linguini Nr 3 pasta…
Tijd om te gaan slapen.
Dinsdag 25 april 2006 (Crown Bay, St Thomas, USVI)
Wat laat uitslapen want het worden zware dagen. Immers Carnaval is begonnen. Vandaag zijn er standjes en wat kermistoestanden maar morgen is het food day. Niemand op het eiland maakt iets klaar thuis. Allen naar de stad, waar elk Caribisch eiland zijn beste keuken komt voorstellen. We zullen er zijn. Donderdag is het repetitie, vrijdag is het kid’s carnaval en zaterdag is het de grote “adult” parade die vorig jaar 11u duurde! Dat belooft.
Uitwassen van de het duikgerief en de boot op orde stellen. Een boot meert af op een boeitje naast ons, door een andere boot als merk gelegd voor zijn anker. Natuurlijk gaat ie op drift. Ik help een handje met andere cruiseboot eigenaars om het anker uit te leggen en even later komt de firma, eigenaar de parachute-sleepboot zijn verontschuldigingen aanbieden. Weer een goede daad. Dan naar de wal om wat inkopen te gaan doen want ik wil deze middag nog eens op het wrak van het jacht gaan duiken.
We nemen het middag maal aan boord maar het weer verandert in de namiddag. Het waait en het wordt donker achter de wolken. Zelfs een spatje regen. Dus we blijven wat lezen aan boord, ledigen de bilges van regenwater en kuisen wat kasten uit.
Een luie dag dat eindigt zoals gewoonlijk…aperitief en lekker eten.
Woensdag 26 april 2006 (Crown Bay, St Thomas, USVI)
Vandaag is start het eerste van het Carnaval!! De Food Fair: vandaag eet niemand van de lokale bevolking thuis, ook wij niet. We tuffen dus tegen 11.00u naar de wal, het is al bedrukkend heet. De laatste dagen is er bijna geen wind geweest en dus hebben we deze morgen wat motor moeten draaien. De schroeven van de windgenerator hangen er hulpeloos bij, en de zonnepanelen zijn “uitgewerkt”. Vorig jaar gaven die nog iets van energie, dit jaar is het marginaal. Ik beklaag het die panelen gekocht te hebben. Ook andere zeilers geven toe dat de output van die dingen per jaar afneemt en hun de kost eindelijk niet echt waard is. Ik begrijp nu ook waarom zonne-energie hier niet “de” oplossing. De techniek om volwaardige, continue over lange periode grote output te leveren via zonnepanelen is hier nog niet helemaal onder de knie. In de ruimte misschien, maar de prijsklasse zal er dan ook naar zijn. Enfin we hebben voor het vertrek naar de wal een dikke 180Amps binnengetrokken via de zwaardere alternator die ik gestoken heb voor het vertrek.
De food-fair is al volop bezig, overal zijn er standjes met Caribische specialiteiten maar “de” specialiteit kost hier ook al snel 30US$: langoest. We houden het eenvoudig met wat rijst, aardappelen met kaneel, kool en andere groenten en een stukje BBQ kip. Er is dan de officiële plechtigheid die het carnaval opent met een lintje door te knippen door de “governor” en de “Queen of Carnaval”. De politici zijn overal in de wereld dezelfde: lullen, en nog eens lullen over dingen die ze gedaan hebben, dingen die ze aan het doen zijn, en dingen die ze gaan doen in de toekomst maar niet echt menen te doen. Tijdens zijn speech kon de Queen niet nalaten even te geeuwen. En dan is er het nationaal volkslied gespeeld door een lokale saxofonist. Alle Amerikanen staan er met het hand op het hart mee te zingen, maar net als bij ons kent niet iedereen de juiste tekst.
Nog even naar het internetcafé de website gaan updaten en dan terug naar de winkel. Wat inkopen en terug aan boord. De dagen lijken sneller en sneller te gaan. We hebben ook een mailtje naar het Nederlandse maandblad Zeilen, het Belgische maandblad Varen en de krijgsmacht gestuurd met de vraag of er avonturiers zijn die willen een Atlantische oversteek met ons meedoen…geen reactie.
Donderdag 27 april 2006 (Crown Bay, St Thomas, USVI)
We besluiten aan boord te blijven vandaag. De komende dagen zullen immers zwaar zijn. Twee dagen carnaval op het programma dat blijkbaar in FrenchTown al is begonnen deze nacht. Steeldrums, en muziek dat rimpels op het water deed veroorzaken waren er al van 04.00u in de morgen. Deze mensen zijn hier ongelooflijk, dit is voor hen het grootste feest van het jaar. Een zondag of Pasen of een andere feestdag is gewoon “business as usual” maar carnaval…hoo maar.PAAAAAAARTEY!!!
We houden het rustig deze morgen en na de middag beslis ik om nog eens naar het wrak van het jacht te gaan duiken. Deze keer met flessen. Inge gaat net aan de oppervlakte blijven snorkelen terwijl ik eens ga nakijken of er nog iets te rapen valt. Het water is helaas veel troebeler dan de vorige keer en ik wil voor de kleine duik geen shorty aandoen, iets wat ik me strak zal beklagen. Ik ben niet van plan meer dan 30bar op te gebruiken en het wrak zelf
ligt maar op 5m diepste punt. Ik doe wel handschoenen aan en kniebeschermers en neem een scherp duikmes mee omdat er nogal wat draden en touwwerk loshangen in het wrak. Onder de romp is het een drukte van jewelste, tientallen grunts en eekhoornvisjes wonen er in de relatieve veiligheid. Ik duik de opengevallen romp in, het dek is weg. Uit het zilt steekt nog een stuk koper uit, weer een patrijspoort, maar deze keer is het glas zo broos dat met het wegwrijven van het zilt het glas wat breekt, niettemin een mooi exemplaar. Maar met het oppikken ervan komt heel wat silt opgewaaid en de zichtbaarheid is nu nog minder. Ik zit half in het wrak mijn trimvest af te stellen om zo stil mogelijk te blijven hangen en zo weinig mogelijk silt op te waaien met mijn vinnen als ik opeens voel dat iets me vastgrijpt. Ik verschiet me een bult. Kun je voorstellen, half in een scheepswrak, met slechte zichtbaarheid, opeens een hand die in je billen nijpt. Inge natuurlijk, ze neemt mijn octopus (voor de niet duikers: een tweede reserve regulator waar ook lucht kan aan genomen worden, dus niet …) om mee te duiken in het wrak, maar zonder loodgordel stijgt ze snel op. Met haar longen vol lucht is ze als een luchtballon dat verticaal aan mijn fles hangt. De motor staat nog in de machinekamer en ik herken het ding direct: een perkins 4108. Het jacht moet in de jaren ‘80 een nieuwe motor gekregen hebben, dezelfde als die van ons. Spijtig zijn de eventuele wisselstukken niet meer bruikbaar. Nu het is in de machinekamer niet te doen, overal hangen ex-electrische kabels en buizen die naar en van de romp komen. Ook de twee wc potten vindt ik terug. Er is niets meer te doen in het wrak, een koppel vlindervisjes hapt naar het opgewaaide silt als ik het wrak verlaat. Ik kan nu zelfs de naam van het wrak op de spiegel ervan lezen: “Gheisa”. Ik volg nog even de romp want het dek bestaat bijna niet meer en in de romp-dek verbinding zit een grote groene murene, een diertje met zelfs tanden in zijn gehemelte dat je beter gerust laat. Gelukkig is het dier zeer bijziend en ziet dus niet verder dan zijn hol. Ik ga terug naar boven. Het wrak is gemerkt met een touwtje met eraan een oude colafles en een zwemvest. Inge vraagt me even de onderkant van Brutus van algen te ontdoen en ik begin eraan. Ik kom echter met mijn onderbuik, mijn trimvest half geblazen tegen het touwtje van het wrak, een striemende pijn. Ik heb het zitten, er zit vuurkoraal op. In een jong stadium weliswaar maar voldoende om een rode vlek van 5cm op 3cm te geven die enkele uren zal striemen. Terug aan boord van Brutus en even naar de wal. De zon staat bijna loodrecht boven ons en aan de wal is het doodstil. Het is een vuilnisbelt van boot materiaal: oude buitenboord en inboard motoren, een kapotte Hobie 16, een tiental kapotte bijboten, geen tijd om alles uit te zoeken want we moeten vluchten van de muggen. Met honderden zijn ze er en binnen een paar minuten zitten we vol beten. Terug aan boord. Ik duik nog even rond de boot om het anker te controleren en om te zien of er niets overboord is gewaaid maar alles is in orde. Terug aan boord is een Amerikaans jacht toch volgens ons te dicht komen ankeren.
We nemen een zoetwater douche en lezen wat.
Aperitief tijd en etenstijd: een dikke steak met aardappelen. Heerlijk vlees hebben die Amerikanen hier.
Vrijdag 28 april 2006 (Crown Bay, St Thomas, USVI)
Vannacht was het dus zover, de wind gevallen en de boten draaien wat op de stroom, de Amerikaan bijna op ons. Maar hij licht anker en vaart weg, natuurlijk recht naar het rif. Bekijken deze mensen hun kaarten dan niet. Onze buurman roept nog dat ie op het rif zal lopen, maar hij antwoord: ”be nice and go back to sleep”. Even later is het zover, op het rif. Hij geeft snel vol achteruit en komt er met wat krassen op de kiel van af. Draait 360° ter plaatse en geeft mopperend bevelen aan zijn vrouw aan het stuurwiel. Ik hoor onze buur nog zeggen “told you”. Hij gaat dieper in het kanaal voor anker.
We gaan naar de stad. Het is 10.30u als we er al zijn en we vinden een goed plaatsje in de schaduw. Zolang er schaduw is want straks staat de zon loodrecht boven ons en dan is er nergens schaduw meer.
De parade begint op z’n Caribische: een half uurtje te laat maar het loont echt de moeite. De kinderen zijn als echte prinsjes en prinsesjes uitgedost, met kroontje, staf en lang gewaad.
Er zijn een 50tal groepen, en de meeste zijn majorettes, soort van cheerleaders, of toch meisjes die een stokje zwaaien. Fiere moeders staan langs de kant van de weg en wuiven hun defilerende kroost moed in. Het is verschrikkelijk warm en begeleidingsmeisjes moeten constant ijs, water en frisse stukjes sinaasappels aan de deelneemster uit delen. De meisjes, hoe jong ook, dragen allemaal een panty onder hun rokje en je ziet van velen het zweet in stralen van ze lopen. De eigenlijke parade, waar ze hun show moeten verkopen is aan de marktplaats, waar de notabelen in een mooie tegen de zon beschermde tribune met onder andere de Gouverneur in zetels zitten te kijken. Ook verschillende tv stations staan er opgesteld. En ondanks het soms lange wachten doen de meisjes verschillende opvoeringen voor het publiek dat aan de kant van Main street staat opgesteld.
Op de middag gaan we snel een hamburger bij Wendy’s eten, om zo weinig mogelijk te missen van het spektakel.
Na de middag staan we naast de tv camera’s opgesteld, zodat we een prachtig zicht hebben van de marktplaats, ook net onder de luifel van een tent beschermd tegen de zon. Inge haar schouders zien al wat rood, mijn neus ook, maar dat kan ook van iets anders zijn dan van de zon…
Hoogtepunt is een parade wagen die 3 aanhangwagen, elk met meer dan 80 steeldrums (echt eerlijk geteld) (steeldrum= olievat waarop met sticks gedrumd wordt en die een typisch Caribische sfeertje brengt) Dit maakt zo een 250 steeldrums die ter gelijke tijd spelen, ongelooflijk…
De foto’s zeggen waarschijnlijk genoeg hoe het feest hier verder verloopt. En tegen 16.00u is de kids parade gedaan. We gaan nog even naar het internetcafé waar we weer ijdele hoop koesteren een opstapper te vinden maar weer niets. Zelfs carnaval in de Caribbean is geen argument. Tegen dat we de bus willen nemen, zo een half uurtje later ligt de stad er kraaknet bij. Alle vuil, lege blikjes, zwerfvuil…is al opgeruimd. Sommige steden kunnen hier, ook zonder carnaval een voorbeeld van nemen.
Terug aan boord gonst de muziek ons nog in de oren en we nemen een uitgebreid aperitief, en een lekkere spaghetti volgt even later. Vroeg gaan slapen want morgen nog een carnaval.
Zaterdag 29 april 2006 (Charlotte Amalie, St Thomas, USVI)
Opstaan en klaarmaken voor de dag. Weer geen wind geweest vannacht en weer een paar liter vocht “uitgezwoten”. Erger voor de boot, want we moeten even een uurtje draaien om de batterijen bij te laden.
Op naar de stad en tegen 10.30u staan we al terug klaar. Van een politieagent leer ik dat er zo een 94 groepen op het programma staan en dat we ongeveer vertrokken zijn voor een 10 tot 12 uur carnaval.
We gaan niet in detail gaan, maar de foto’s (en als het deze keer lukt de filmpjes) zeggen genoeg. Niet zoals bij ons lopen de mensen er “gemaskerd” bij, waar sommige onverlaten dit dan nog misbruiken om het “lekker onveilig” te maken, maar het zijn de kostuums en de hoofdtooien die het zo uniek maken. Sommige meisjes en mannen moeten met een ondersteuningssysteem geholpen worden om de metershoge pluimen en gekleurde doeken te kunnen dragen. De ene groep is al imposanter dan de andere maar de “chaka zulu’s” steken er zeker boven uit. Zulu krijgers doen Zulu dansen, simuleren Zulu aanvallen en geven een prachtige show weg. Eén voor een zijn het grote sterk gespierde zwarte mannen met krijgskleuren getooid en natuurlijk gaat Inge ermee op de foto. Ze poseren maar al te graag met de blonde Europese. Maar ik krijg ook waar voor mijn geld. Honderden zwarte meisjes geven een show weg door met hun kont te swingen…en eerlijk, ik wist niet waar naartoe eerst te kijken. De zwarte parels zijn echt overal. Ik had wel wat meer Braziliaans verwacht, ’t is te zeggen “topless”, maar (helaas) geen enkel meisje was topless. Misschien later op de avond? Des al niet te min; wie van het mooie zwarte ritme houdt: zeker een must!
Tegen de middag een stop van een klein uurtje in de airconditioning van Wendy’s (lekker ongezond eten) en weer verder naar het paradeplein. Demo’s van steltlopers, zeker 3m hoog, en schaars geklede steltloopsters die met hun attributen op deze hoogte nog meer elan geven aan het dansen…overweldigd. Even later een groep die een uiteenvallend huwelijk voorstelt. De ganse inboedel vliegt eruit. De praalwagen gooit honderden dassen rond en elke man moet een das dragen. Gelukkig heb ik een hemd aan en Inge vindt me een mooie das, die bij het hemd past…Ik val zelfs niet op in de groep.
Het wordt donker, en de twee 128MB kaarten staan vol met foto’s en korte filmpjes. Het wordt tijd voor een glaasje rum. We breken niet met tradities. Ik krijg voor een paar dollar twee glazen rum met “juice” van een Porto Ricaanse Chica…mamamia! De zwarte meisjes zijn hier “hot” maar de latino meisjes…echt te gek. De Spaanse Virgin Island (Vieques) en de Porto Ricaanse, en de Dominicaanse (Dominicaanse Republiek, niet te verwarren met het eiland Dominica, tussen Martinque en Les Saintes) delegaties zijn hier zeer sterk vertegenwoordigd. Wel, ik denk dat menig man hier zijn echtscheiding zeer dichtbij ziet komen. Zo een mooie meiden heb ik eerlijk gezegd, buiten Inge natuurlijk, nog nergens niet gezien. En “openlijk” in hun omgang…en de manier waarop ze gekleed zijn…en de manier waarop ze je glas vullen met rum (niet zo een krenterig gedoe met een maatglaasje)…en de manier waarop ze je aankijken als ze je rum bijschenken…Waarom zeil ik hier in Godsnaam binnen twee weken weg?
Enfin de stoet schoonheden en stoere gespierde mannen is voorbij; het is 20.30u en na de stoet is er een stoet vuilnismannen die alles netjes opruimt. Ik heb nog nooit zo een veilig en plezant carnaval meegemaakt zoals hier, geen enkel incident. Ja natuurlijk een paar kerels die te veel rum en te diep in de “chica’s” hun ogen kijken en dan lazarus tegen een paal in slaap vallen. Ook politie is vriendelijk en behulpzaam, ze staan niet klaar om boetes uit te schrijven maar om te helpen en richtlijnen te geven… Zo zie je dat de flik waar je vertrouwen kunt in hebben bestaat.
En wat doet een Belg na het carnaval? Een pak frieten gaan halen, weliswaar bij een Chinees en voor 1US$ met ketchup (mayonaise was iets teveel gevraagd) en dat aan de kant van de weg gaan opeten.
Naar de bus en naar de boot…het is genoeg geweest! Slapie, slapie doen…en dromen van “chica’s” en “Zulu’s”.
Zondag 30 april 2006 (Crown Bay, St Thomas, USVI)
Vandaag rustdag. Onze oren suizen nog van de “like Batman, like Superman, like Spiderman…local hero”. Ik ga enkel het energie bilan van de boot nagaan, en dan lees ik de rest van mijn oorlogsboek, een mens moet eens veranderen van soort boeken. Altijd maar techo of horror of boat of andere… thillers: Stephen King, Clive Cussler, John Grisham, James Pattersen, Robert Ludlum, Jeffery Archer, Wilbur Smith, Michael Di Mercurio, Patrick Robinson…nu eens een “oldie”: “KG200”…aan u om te raden wie de schrijver is. Tip: er is een film over gemaakt en er is door een email met het juiste antwoord een fles “dark rum Crusan Virgin Islands” mee te winnen!
We verbruiken nu ongeveer met frigo 24/24, 7/7 op en de lichten ’s avonds op…en ik weet dat dit weinig is, minder dan 3Amps/uur gemiddeld wat betekent een 70Amps/24u. Neem dit niet als norm want dit is ons leven, ander boten zullen meer verbruiken. Dit is met alles zo: sommige mensen gebruiken meer water, meer elektriciteit, meer…geld. Maar we ontzien ons niets en houden er een gezonde politiek qua verbruik en inputs (qua elektriciteit op na).
Ik raad iedereen die langere tijd gaat zeilen, ook voor periode vanaf meer dan 4 dagen op zee, een batterijmanager aan. Wij hebben voor “mastervolt” gekozen, ok duurder maar toch zo betrouwbaarder. Dit instrument heb ik meer dan de GPS, de windmeters, de dieptemeter samen gebruikt. Ik weet op elk moment van de dag wat we ons kunnen permitteren qua verbruik: wat cd’s beluisteren, wat meer lampen op dek, wat meer frigo, een beetje ijs….zonder dit ding wil ik niet meer vertrekken.
Onze dag…simpel: another lazy day in the Caribbean…Hoogtepunt van de dag: een halflege doos muesli, die over de houdbaarheidsdatum was, “deep six” ik (overboord gooien in het jargon) tot groot jolijt van een paar tiental kokmeeuwen die geen probleem met houdbaarheidsdata hebben. Inge gaat nog even de rond af en verwijderd alle aangroei. Een zware klus maar ze heeft er zin in, een paar uur later is de romp weer helemaal flora-vrij.
Verder gaan we vandaag niet aan wal (“the day after” is er toch niks open): lezen, rusten, eten…aperitieven