Home - Wie zijn we - Schip - Route - M@il ons - Gastenboek - Links

Verslag Mei 2006

Maandag 1 mei 2006 (Crown Bay, St Thomas, USVI)

Moeten we nu ook met rode vlaggen rondlopen en deze optrekken in de mast? Neen hoor! Ondanks dat onze “hometown” nu volledig rood gekleurd is, willen we ons afzijdig van de politiek.
Dag van de arbeid, maar voor ons wel “arbeiten”. We zijn van plan binnen 1 week het ruime sop te kiezen. De lange termijn statistieken geven mei de best voorwaarden om naar de Azoren te zeilen: weinig wind, geen voorjaarstormen, en vooral nog geen hurricanes die ons kunnen pesten. Maar wat kun je nog geloven van de statistieken? Onze heen reis was een ramp op gebied van statistieken, niets klopte, we zijn zelfs aan de wind naar de Cabo Verde gezeild!
Inge gaat naar de wasserette met…winterkledij: winterslaapzakken, kousen, ondergoed, pulls en andere dingen die jullie thuis normaal vinden te dragen. Ik weet zelfs niet meer wat het woord “kousen” betekent! Alles zit al twee jaar in de kast en kan een “Ariel sopje” gebruiken.
Ik ga beginnen met de fuel- en watersituatie van de boot. Diesel is hier redelijk goedkoop, vergeleken met ons thuislandje, logisch ook want hier hebben ze geen “clicksysteem” kunnen invoeren. Dus slaan we hier diesel in; misschien kunnen we er op de Noordzee nog mee goedkoop varen. Onze boot is een ex-wedstrijdboot; volgens de huidige normen is ze te zwaar maar toch heeft ze maar een watertank van 125Ltr en een dieseltank van 110Ltr. Helemaal niet genoeg. Bedoeling is dat we voor 500mijl diesel aan boord hebben en voor 30dagen (10Ltr zoet water per dag) 300Ltr water mee zullen nemen. Let op daar is GEEN drinkwater inbegrepen! Deze nemen we uit flessen aan een ratio van 2,5Ltr/man(vrouw)/dag, inclusief fruitsap, soep, bier, cola, frisdrank (geen rum)… Dus watertanks aanvullen en dektanks optoppen. Belangrijk is ook een rotatie van zoetwater te voorzien, evenals van alle tanks van de nodige chloraminetabletten te voorzien. Al is het maar tegen algenvorming en tegen de “beestjes”, voor andere zeilers, een soeplepel per 25Ltr chloorwater is ook voldoende.
De rest van de voormiddag gaat in het openmaken van alle voorraadkasten en de stocks ervan op te nemen.  
Na de middag nemen we even de bus naar “Havensight” om nog wat dingetjes te kopen die we als souvenir willen meenemen. Ik had nog eens willen duiken aan de prijs van een “local” maar de andere duikclub, die de andere sites (met meer wrakken) wilde ons niet de korting geven. Dan maar bij de eerste duikclub terug omdat we daar nog een korting krijgen op onze spullen…mooie liedjes duren niet lang.
Terug met de bus naar Crown Bay en terug aan boord…klassieke scenario…



Dinsdag 2 mei 2006 (Charlotte Amalie, St Thomas, USVI)

Opstaan en ontbijt; weer een dag met een programma. We zijn het niet meer gewoon. Maar tegen 10.00u zitten we op de “one” dollarbus. Van juwelen zaak naar juwelen zaak. Maar ik probeer wat kerst versiering te kopen voor de duistere dagen die ons tegemoet komen.
Na de middag terug naar de boot, na eerst wat stocks in de Pueblo te zijn gaan halen. Blikvoer want na een week op de oceaan is buiten de vis die je gisteren gevangen hebt, niets meer vers (buiten fruit en groenten natuurlijk). En zo laden we zaken met blikvoer in Brutus die ons terug aan boord van Eli brengt. Het is toch een raar gevoel, dit hier alles te moeten achterlaten…om wat te vinden: een “nanny state” die je 250Euro aan je laars lapt als je met je wiel op het voetpad staat,… regen, parkeerbriefjes, stenen pleinen, onveiligheid…neen, neen, neen…positief blijven…de wijn is er goedkoop, en…het regenwater.
Sorry voor deze uitval, ondertussen is Inge volop bezig met het in orde zetten van de “grabbag”. Dit is de zak die meegaat als we in het reddingsvlot moeten stappen, als de boot dus onder onze voeten wegzinkt. Met deze zak overleven we de oceaan…ik voeg er een fles rum bij “old English tradition”. De automatische zwemvesten komen aan dek, de lifelines, de straps worden op dek gespannen om jezelf aan vast te haken….allemaal dingen die de oceaan je oplegt, je mag niet teveel compromissen sluiten op de Oceaan! Dit is real life!
Een van de kasten is er erg aan toe…deze van het veiligheidsmateriaal, erg hoor want dikwijls tussen de eilanden gaat het er soms hard aan toe, maar ja…de Oceaan hanteert andere normen.
Tegen aperitieftijd is de boel opgeruimd, en …

 

Woensdag 3 mei 2006 (Crown Bay, St Thomas, USVI)

Terug naar de wal, en terug water en diesel gaan tanken. We hebben besloten van 220Ltr diesel mee te nemen: 110Ltr in de hoofdtank, 60Ltr in cans achterop de zwemtrap, nogmaals 40Ltr in cans op de reling en 10Ltr strategische reserve. 15x, om de twee dagen 2 uur motor aan 1,5Ltr om eventueel energie te maken, Verbruik van 1,75Ltr/uur voor de rest is bijna 113uur motor aan 1350rpm is 4,75mijl/uur is een klets meer dan 500 mijl actieradius.
Water is opgetopt met 125Ltr, extra is 16 cans van 5Ltr water op het achterdek en 4x 6 ½ gallon of 4x 25Ltr cans op het voordek vastgemaakt. Totaal  305Ltr zoet water voor 30 dagen, of meer dan 10Ltr/dag te gebruiken als NIET drinkbaar water. In nood is het water drinkbaar mits aanvulling van een extra tablet chloramine, als de can meer dan een paar dagen op dek in de zon heeft gestaan.
We zitten dus safe, behalve dat onze visa kaart het erg te verduren krijgt. Troost is dat we deze maand niet teveel meer kosten zullen maken op de oceaan.
Ik heb geluk, tijdens het tanken meert een vissersboot af om te tanken, en ik zie een bak met langoesten liggen…Stoute schoenen aan en “how much for the lobster?” 7US$/pound, of geen 13Euro/kilo…niet aarzelen en als ik terug vaar naar Eli ligt naast de diesel en watertanks een dikke langoest te klappen met zijn staart. Even laten is het gedaan…in de pot ermee.
Na de middag nog even naar de stad, internet, naar de supermarkt en terug aan boord. De langoest is nog niet koud maar afgekoeld en zij (het was een vrouwtje) gaat de koelkast in.
Aperitief en een klein hapje, want de Chinees “in town” was super lekker en gaan slapen.

 

Donderdag 04 mei 2006 (Crown Bay, St Thomas, USVI)

We blijven aan boord, er is een ganse hoop werk te doen, je kunt je niet voorstellen wat er allemaal aan het lijstje wordt toegevoegd: achterdek proper maken, watercans vullen, achterste cabines uitmesten, zeevast maken, visgerief klaarmaken, aftapen alle spanners en nazien alle verstaging, olie in motor en gearbox nazien, duikgerief opbergen… en zo blijft de lijst maar doorgaan.
Tegen de middag is alles bijna rond, terug tijd om naar de Pueblo af te zakken en weer met een 120US$ winkelkar naar het bijboot ponton afgezakt. Alle kasten geraken stilaan volgestouwd.
Tegen de avond nemen we het ervan. We spelen het stripspel, niet “strippen” (bloot gaan) maar een spel waarin stripfiguren (de 8ste kunst) centraal staan. En dan is het langoestenavond! Ergens in de catacomben van de boot tover ik een flesje Muscadet wijn, die snel in de frigo op temperatuur is…zeg nu eerlijk wat is beter dan een dikke langoest en een Franse muscadet…

 

Vrijdag 5 mei 2006 (Crown Bay, St Thomas, USVI)

Weer een dag dichter bij de afvaart, en nog zo veel te doen. Hoe meer we van de lijstjes schrappen hoe meer dingen erbij komen.Via internet hebben we te weten gekomen dat de Marysol, een Nederlands jacht dat met ons ging terugzeilen met een hoop pannes op Bonaire is terug geslagen door harde wind, terwijl wij hier zuchten naar een beetje wind. Pech voor onze Nederlandse zeilers, maar ze gaan volgend jaar pas terug opnieuw proberen…pech???In de stad zelf, even later kopen we nog wat rommel, ja wat wil je?
Ik wil wel een setje kerstlampjes kopen-ja die Amerikanen, en ik ook, hebben iets met kerst- in de vorm van flip-flops en palmbomen, maar het is hier 110V 60Hz, dus niet te branden, of te verbranden bij ons. Spijtig, dan maar op naar de plastieken papagaaien. Ik twijfel om de T-shirt te kopen met opschrift onder een doodshoofd “the beatings will continue until morale improves” maar  zal dat wel in dank af genomen worden op bepaalde plaatsen in de zeilwereld?
We nemen de bus naar de Tutu mall want Jarno, Wim en Anja hun zoon, die kampioen is geworden met de basket, wil wat NBA en Michael Jordan kledij, en waar is dit beter dan in de US? Even later komen we buiten met….als we terug zijn zul je het weten….niet eerder Jarno!
Even wat inkopen gaan doen naar de “Cost U less” waar we eindelijk, de eerste keer dit jaar, verse champignons vinden. Ik weet het, het is een luxeproduct maar morgen staat er spaghetti met saus met verse gesneden champignons op de menu. Het is 17.00u als we buiten komen en ik kan de laatste twee cans voor diesel in de “Home Market” vinden (soort super-super bricocenter, op zijn Amerikaans: brico tot de derde macht). De cinema is vlakbij…en uitnodigend. Ja we gaan ervoor! Even nog een New York chease cake gaan nemen in de zaak vlakbij en dan naar de cinema. Het opent pas om 18.00u en we zijn bij de eersten, inclusief een dikke zak popcorn. Het wordt kiezen qua film: “Mission Impossible III” te macho en voor de Tom Cruise fanatici. De Bruce Willis films zijn op en spelen niet meer dus…En dan is er…”Basic Instinct II” met…Sharon Stone. Dus zitten we even later de geile Sharon te bewonderen, helemaal nat in de jacuzzi…
Het is tegen 21.00u als we met onze boodschappen, inclusief twee cans voor diesel, op de bus staan te wachten…na een kwartier geen bus, als plots een jeep stopt en vraagt waar we heen moeten. De lokale bussen stoppen met rijden als de cruiseschepen weg zijn, en we gingen daar nog lang staan. Een toffe Amerikaan, met zijn Oegandeese vrouw is helemaal omgereden om ons in Crown bay af te zetten, zonder geld te vragen. Zo een dingen kom je toch bij ons niet tegen! Bij ons sluit men de deuren als ze iemand langs de baan zien staan. Spijtig, het zou het leven zoveel aangenamer maken voor iedereen, met iets meer veiligheid.
Het is al tegen 22.00u als alles ingeladen in de kasten zit en we kunnen gaan slapen; wegdromend (ik toch) van de geile maar inslechte Sharon Stone.

 

Zaterdag 6 mei 2006 (Crown Bay, St Thomas, USVI)

Veel werk vandaag. We beginnen met uitgebreid te ontbijten. Wat een luxe eigenlijk als je kan beslissen wat wanneer te doen. Maar tegen 10.00u ligt de ganse HF verbinding en antenne kabels open. Elke kabel maak ik los en schuur de koperen leidingen op en maak overal nieuwe verbindingen. De gasinstallatie wordt aangepast, met de koppelingen van de Shell gas Cube, overal beschikbaar in Portugal, dus op de Azoren ook. Een nieuwe plank inschroeven opdat de frigo niet zou gaan lopen in zwaar weer en de windpilot vaan verstevigen met laminaat plankjes tegen het zwiepen. Tegen 12.30u en een liter zweet minder aan tafel. Inge heeft het weer gemaakt, een slaatje met fagitas en tonijn, uit blik, maar opgesmukt met een scheutje rum en verse uitjes en frisse groentjes…heerlijk.
Na de middag terug naar de wal, eerst de watercans nog maar eens bijvullen en dan naar de supermarkt. Eerst even bellen naar “De Yot” (www.deyot.be) het restaurant van Koen en Ilse, zus en opstappers in St Vincent & Grenadines. Koen watertandt bij het horen van onze langoest en verwacht ons terug met een dikke Vlaamse bbq. Ik zal een flesje rum klaar houden voor onze webmaster.
In de Pueblo, weer water, cola, Budwieser en andere dingen in kopen en weer Brutus overladen om terug naar de boot te keren.
Eens aan boord geef ik de motor nog een oliewissel, want ik verwacht dat ze wat zal moeten werken. De HF heeft nu een prima (5 op 5) verbinding met Herb. De goeroe dit al jaren jachten de Atlantische oceaan begeleidt. Op de 12359 kHz USB om 20.00u UTC krijgen we nu een beeld hoe de wind op de Atlantic eruit ziet. Eenvoudig samen te vatten: geen wind, zelden boven de 10kn. We zullen zien. We hebben nog maar zelden de genua Nr 1 op gehad op de oceaan, en de weerberichten waren voor ons altijd aan de zwakke kant. Altijd meer dan 25kn gehad op grote oversteken: Biskaye (30kn), naar de Canaries (35kn), aan de wind ipv met de passaten naar de Cabo Verde en tot 45kn op de oversteek zelf…we zullen zien ter plaatse. In alle geval de HF doet het prima, morgen doe ik een test met Oostende Radio.
De website bijwerken, en een dikke spaghetti met verse champignons is de afsluiter van de dag. Morgen zijn we er weer.  

 

Dit zal ons laatste verslag zijn vanuit St Thomas, we zijn van plan om begin de 2de week van mei te vertrekken richting Azoren. Er wacht ons een oversteek van ongeveer 2800 mijl. Wij rekenen dat we ongeveer 24 dagen op zee zullen zijn voor we Horta zullen binnenzeilen.
Maar niks is zeker in het leven en een zeilboot is nu eenmaal afhankelijk van de weersomstandigheden. De route wordt bepaald door de positie van de straalstroom. Hoe noordelijker we gaan, hoe meer we in een gebied komen dat beïnvloed wordt door de route van lage druk gebieden (depressies) die van oost naar west de noordelijke Atlantische Oceaan oversteken.Tijdens de oversteek naar de Azoren is er geen constante wind te verwachten. Veel is afhankelijk van de grootte van het Azorenhoog. Dicht bij de Azoren is het gebruikelijk dat er weinig wind is. Kortom we moeten rekening houden met een behoorlijke onzekerheid.
Maar dit is de beste periode om te vertrekken, dus…daar gaan we!
Als het thuisfront iets van ons hoort zullen ze dit zeker op de site plaatsen, zodat jullie een beetje kunnen volgen waar we zitten en hoe het met ons gaat. 

Tot over een maand!
Groetjes, Inge en Dirk

 

Zondag 7 mei 2006 (Crown Bay, St Thomas, USVI)

Opstaan onder een stralende zon, ik ga het niet meer gewoon kunnen worden, geen moment passeert er nu zonder te denken aan ons grijs thuisland. Tegen de Atlantische oversteek zie ik eindelijk wel uit, een uitdaging, het luilekker leventje eventjes ruw verstoren met golven en stormen…maar het is hetgeen erna zal komen…
We gaan naar de wal om onder andere onze vuile olie weg te brengen, en dat kost hier 1US$, maar de jongen van de jachtclub neemt gelijk ons ander huisvuil ook over. Dollar-busje dan maar naar de stad. Het weer op het internet gaan bekijken…gruwel ende horror. De wind zal aantrekken door een “frontal boundery” die zal passeren tot 30kn en zal uit de 060° waaien, en welke koers denken jullie dat we moeten varen? Jawel 060°. We stellen dan maar meteen 48uur uit. Ik haal nog wat GRIB files binnen om de evolutie van de komende dagen op de oceaan te kennen. Dan een dikke hamburger met frieten gaan eten, want we zullen het drie weken zonder frieten moeten stellen op de oceaan. Even naar huis telefoneren om de situatie van het vertrek uit te leggen en dan terug naar ons scheepje.
De radioverbindingen nogmaals uitgetest, Herb komt er klaar en duidelijk door, maar Oostende Radio helemaal niet.
Voor diegenen die niet weten wie Herb is: Herb Hilgenberg is een begrip voor iedereen die de oceaan oversteekt. Deze Canadees geeft weeradviezen aan jachten die op de Atlantische oceaan zeilen ten noorden van de evenaar. Deze Canadees die eerst van op Bermuda uitzond, maar uiteindelijk terug naar Canada vertrok is zelf zeiler en heeft een passie voor het weer. In Canada was er heel wat te doen over het verkrijgen van een zendvergunning als kuststation en dit uniek “weerstation” dreigde weg te vallen. Mede door de protesten van vele honderden zeilers aan de Canadese autoriteiten, kreeg Herb dan uiteindelijk toch zijn vergunning om van op Canadees grondgebied uit te zenden. “Southbound II” bleef bestaan. Dagelijks kun je hem horen op 12359 kHz om 20.00u UTC. Je begint eigenlijk al met je aan te melden vanaf 19.30u UTC, gewoon “Southbound II, Southbound II, this is Elegance, Elegance, standing by”. Je wordt door hem in een groep gezet afhankelijk van je bestemming of de plaats waar je bent. Voor ons: “eastbound, heading Azores” en dan afhankelijk van je positie gaande van west naar oost. Let op: het gaat hier om dikwijls meer dan 50 jachten, zeker in de maanden waar veel jachten de passage maken (mei, juni, november en december). Even voor 20.00UTC geeft hij bevestiging van je oproep en deze jachten krijgen dan later een weerbericht “op maat”.
Het kan gerust een paar uur duren vooraleer hij je oproept. Je geeft je positie door, de wind die je hebt, golfhoogte en de barometerstand. Eventueel speciale zaken, zoals het op drift zijnde containers, boeien, ondieptes in de oceaan (jawel…meer daarover later de seamonts). Hij geeft je daarop een super weerbericht voor de daarop volgende dagen specifiek voor jouw buurt en in functie van je vooruitgang die je maakt, gebaseerd op je vorige posities. Het grote voordeel is dat je de route kiest in functie van de wind die je denkt aan te kunnen. Zo kun je ook van depressie in depressie zeilen en steeds met meer dan 25kn wind. Soms is er kritiek op Herb omdat hij ongezouten mening zou zeggen aangaande niet geijkte barometer, slechte lading van de batterijen die het zend vermogen aantasten, dit publiekelijk voor alle luisterend boten, maar zelf vinden we dit onterecht. Wat de kwaliteit van de weerberichten betreft, Herb heeft ook geen kristallen bol, en kan er evengoed naast zitten als onze Belgische Frank en Sabine. Europese en Belgische zeilers in het bijzonder, die willen gebruik maken van de adviezen wordt het niet gemakkelijk gemaakt contact met hem te leggen. Hier in de US bijvoorbeeld kan een machtiging voor een korte golf zender gratis en zonder examen verkregen worden. Onder Belgische vlag zeilende is het weer een examen af te leggen en daarin boven moet het toestel en de installatie gekeurd worden door de BIPT. Meer informatie kun je hierover vinden op www.bipt.be, waar zelfs de types examenvragen staan. Zoals altijd in België is de wetgeving geschreven door ambtenaren die helemaal niets van de oceanen of de gevaren ervan af weten en enkel in de fiscale zegels en eventuele boetes geïnteresseerd zijn. Echter bij ons vertrek hebben we met de Hr Paelinck, hoofd van de BIPT een onderhoud gehad, en ook hij is het eens met ieder logisch denkend mens dat een kortegolf zender aan boord van een oceaangaand jacht meer een verplichting dan een verbod moet zijn, al is het maar om de veiligheid. Wij hebben evenmin officiële roepletters, buiten deze van onze VHF om dan, maar de BIPT heeft toch de twee kortegolf toestellen, een zender/ontvanger en een ontvanger op onze lijst van communicatie toestellen gezet. De ambtenaar-mentalitiet is bij het hoofd van de BIPT opzij gezet en de veiligheid is prioriteit geworden, met de knipoog van “niet te zenden, behalve in noodgeval”. Trouwens als je de examenvraag eens bekijkt zul je begrijpen dat deze zijn opgesteld om zo een radio te bouwen, in de plaats van het te gebruiken…”geef de werking van een pentode”! Door deze wettelijke hindernis kiezen veel zeilers ervoor toch illegaal een kortegolf, goedkopere amateur radio aan boord te zetten. De autoriteiten in de andere landen doen daar helemaal niet moeilijk om en trouwens in ons geval staan beide radio’s op de scheepspapieren. Een ander voordeel van de HF zender/ontvanger is het sociaal contact die je hebt met andere zeilers, waarbij je enkel de scheepsnaam in de plaats van roepletters gebruikt. En wie dan toch heiliger wil zijn dan de paus en de Belgische wetgeving wil volgen, installeert dan enkel een ontvanger, en hoopt dat er steeds een boot in je buurt vaart die wel een weerberichtje van Herb krijgt. Tot zover Herb.
Verder “klussen” we wat aan de boot: paddel monteren van de windstuurinrichting, stormfok nazien en de leuvers ervan met WD40 onder handen nemen (we leggen alvast de stormfok op de genakker want iets zegt me dat we die eerder zullen nodig hebben dan het grote gekleurde zeil), programmeren van de oude trouwe Texas Instruments Ti59 (dit jaar 26jaar oud, van mijn studententijd) met navigatiemodule om grootcirkel routes te berekenen en met de zon, maan en sterrentafels erin geprogrammeerd, zeekaarten met grote schaal (overzeilers) opgezocht…
Enfin weer een dagje voorbij in paradijs…

 

Maandag 8 mei 2006 (Crown Bay, St Thomas, USVI)

Het weerbericht was juist…gans de nacht heeft de windgenerator geloeid met pieken van over de 35kn (want dan gaat ie in “safe”mode) en ’s morgens staan we op met een bijna horizontale ankerketting. Gelukkig zit de CQR 45lbs met 40m 5/16 ketting diep in het koraalzand ingegraven en is Eli niet bewogen. Best dat we niet op de oceaan waren.
Inge gaat terug naar de wasserette om de slaapzakken, die we sedert de Canarische eilanden in november 2004 niet meer nodig hadden, te gaan wassen. En ik ga nog wat diesel en water halen in de marina. De stocks staan nu op 100% en zijn vers (voor de stocks zie verslag van 3 mei), en na op en af geshuttle naar de boot gaan we tegen de middag naar de stad.
Ik hou me nog wat bezig met heel wat rum in te kopen, aan 4,85US$ de literfles, een investering. De boot zal diep liggen van de stocks, maar deze zullen waarschijnlijk België nooit bereiken. Het begint nu echt te kietelen, want de weerberichten beginnen er beter uit te zien, nog één dagje wachten en dan is het zover…
Het waait nog steeds hard tegen de avond en eens aan boord geeft de batterijmanager aan dat we weer 120Amps rijker geworden zijn. Volle batterijen om te vertrekken dus.

 

Dinsdag 9 mei 2006 (Crown Bay, St Thomas, USVI) 
       
Opstaan en ontbijt in paradijs, onder de zonnetent met kabbelend water tegen de romp, de wind is terug “a soft balmy breeze” geworden. En Inge en Dirk gaan naar de “Customs en Immigration”. Sedert 9/11 heet dat officieel “Department of Homeland security” “US Customs and border protection”. Een vriendelijke “officer” legt ons uit dat hij de I 94 zal afsluiten en dat we nu 24 uur hebben om de US te verlaten “by sea”. Dit ook weer zonder kosten, want we zijn hier niet op de BVI. Trouwens de criminele behandeling die de BVI ons aangedaan hebben komt in een artikel van Compass, juni 2006, (gratis krant in de Caribbean) om andere cruisers op de hoogte te stellen van deze toch wel erg vreemde praktijken.
We bellen nog een laatste keer naar huis om te horen hoe voorzichtig we moeten zijn en kunnen aan de spotprijs van een telefoonkaart heel wat bijpraten.
Daarna nog even naar de Pueblo wat inkopen gaan doen en naar de Gourmet om wat specialiteiten, en dan terug aan boord. Het is tijd dat we vertrekken want alles is klaar en behalve de verse en gekoelde spullen die we op het laatste moment zullen kopen, is alles aan boord en gestuwd. In de namiddag kan ik het niet laten en tuf nog even naar het strand. Het is een klein baaitje, Elephant Bay, afgezoomd met palmbomen. Een wrak van een cargo, enkel nog de geroeste frames steken uit, en heel wat achtergelaten onderdelen van bijbootjes liggen in het kreupelhout te rotten. Grote halve meter gekleurde hagedissen vluchten tussen het kreupelhout weg en holen van zo een 20cm maken het stappen soms moeilijk. Het zijn de holen van Matoutou’s (patoisnaam in gebruik op Martinique), grote landkrabben, groter dan onze gekende noordzeekrabben maar verschrikkelijk snel en met klauwen die een kindervingertje met gemak kunnen afknippen. Onder de palmbomen liggen tientallen noten, sommige al met scheuten jonge bladeren. Het water is kristalhelder en een paar vlindervisjes happen naar wat groen aan de koraalrotsen. Ik zwem lui naar het midden van de baai en duik nog even naar het wrak van de “Gheisa”, maar er zijn geen koperen patrijspoorten meer over. De laatste twee liggen aan boord van Eli…De groene murene komt even kijken maar het diertje ziet letterlijk niet verder dan zijn neus lang is, zo bijziend zijn murenes. Wat verder hapt een grote schildpad wat lucht en uit het wrak komt een koppel Queen Angelfish paraderen met hun blauw/gele schubben. Mijn God, wat zal ik dit alles missen. Ik moet terug naar Eli, en duik nog even onder de romp om te zien of er geen aangroei is, maar de antifouling Black Hawk antifouling is super (niet gaan zoeken: “forboten” in Europa en de US door de groene jongens; voor jachten wel te verstaan, niet voor zeeschepen, dus als je gif aan je boot smeert moet het in grote hoeveelheden zijn, niet aan jachtjes)
Bizar maar duizenden kleine soort garnalen hebben zich op de romp geïnstalleerd. Als ik uit het water kom zit ik ook vol van deze diertjes. Ze bijten niet zoals zeeluizen, misschien zijn het wel allemaal piepkleine langoestjes? Afdrogen en uit je navel, oren en andere lichaamsholtes verwijderen van de kleine zeewezentjes en dan avondeten…de laatste in de Caribbean…

 

Woensdag 10 mei 2006 (Crown Bay, St Thomas, USVI)

D-day, onze laatste rustige nacht, onze laatste nacht in de Caribbean…ontbijt en dan de zonnetent afbouwen. Ook een ding die we in België niet meer nodig zullen hebben…tenzij als regenscherm. We tuffen naar de Pueblo om alles wat gekoeld is en vers is in te kopen: groenten en fruit, vlees en zuivel en met een volgeladen kar terug naar Brutus, die in het dinghy dok ligt te wachten. Aan de “madam” van de wasserette geven we onze Pueblo kortings kaart. We hadden net 600US$ bijeengespaard en hebben recht op 12% korting, das nogal wat anders dan de GB punten! We geven haar ook de resten van de telefoonkaarten die niet genoeg meer hebben om internationaal te bellen maar nog lokaal kunnen dienen.
Terug aan boord alles in bakken geladen zodat niets kan rotten en deze afgeschermd van licht, die het rijpingsproces zou kunnen versnellen. En dan willen we nog één keer genieten van de Caribbean. We tuffen zoals we zovele keren gedaan hebben enkel met vinnen en snorkelgerief naar Honeymoon Bay. Landen op het strand en zwemmen wat in het kristalheldere water. Er is een ponton in het midden van de baai, waar je op kunt gaan zonnen. Eronder zitten kolonies van piepkleine juffervisjes, sergeant majoors en “tangs” (de kleine gele visjes die je op je screensaver ziet of op de mousepads). Zo mooi is deze wereld hier…wat gaan we dit missen! Op het strand onder de wuivende palmen in het witte zand heeft Heidi haar gril opgesteld. Op de middag heeft ze er haar Heidi’s Honeymoon Grill, “the best burgers in paradise”, opgesteld. We doen ons te goed aan een stuk gegrilde kippenborst en een een dikke hamburger. Ik gooi uit nostalgie nog een kokosnoot in de bijboot, niet wetende wanneer ik dit ooit nog zal kunnen doen.Tegen 13.30u is het zover. Onze voetjes hun laatste contact met vaste bodem was koraalwit zand en we tuffen terug naar onze grote boot. Brutus komt aan dek en wordt gelost en op dek vast gesjord. Tegen 14.00u lokale tijd (UTC min 4 uur) komt het anker los uit het witte zand en wordt vastgezet aan dek. We hebben maar 12kn wind en varen langs Water Island naar het zuiden. Vrij van de koralen is het dan koers naar het westen, jawel…naar de Spaanse Maagdeneilanden, (Viesques) en Porto Rico…nieuwe avonturen. Neen, helaas, want twee uur later op het meest westelijke punt van St Thomas is het koers 000°, en dan eens voorbij de kleine onbewoonde eilandjes die nog hier en daar rond St Thomas liggen, is het koers 060°, het geen we dagen zullen aanhouden.
Ik ben ervan overtuigd dat de route die je zegt van eerst 1000 mijl naar het noorden, naar Bermuda te zeilen en dan pas pal oostelijk te gaan, niet meer de beste is. Vroeger als het weer nog te vertrouwen was en in statistieken te meten was, kon dit misschien zijn. Ik opteer ook niet om de rhumbline (kortste lijn naar Horta, Faial, Azores op de grootcirkel) te volgen maar voor een compromis en ga noord-oostenlijk en zal bijstellen in functie van het weer en de evolutie van de weersystemen die Herb ons zal doorspelen. Immers op een afstand van, op de rhumbline gemeten 2267 zeemijl is elke graad van 000° tot 090° goed. Meer dan 090° en minder dan 000° keer je terug of ga je naar de VS…dus.
Het weer is squally, grote squalls, regenbuien en rukwinden inbegrepen zitten ons op de hielen en na drie uur moet de genua 1 er al af omdat we met 25kn wind zitten. Een half uur later er weer op, met 8kn wind…dat beloofd. Er is door de passage van de depressie van eergisteren een zone van convectie gevormd en als even later de zon onder is, gaan we de nacht in met een klank en licht spel van donder en bliksem die je bij ons niet ziet. Na de middag zijn we al over de Porto Rico Trench gezeild, dit is het diepste punt van de Atlantische oceaan, zo een 8250m diep, maar waar we nu varen is het “maar” 4650m diep, wat een opluchting!
Inge neemt de eerste wacht en tegen middernacht is het mijn beurt. In de verte zie ik de lichtjes van St Thomas nog heel zwak. De Caribbean liggen nu definitief achter ons.

 

Donderdag 11 mei 2006 (Atlantische oceaan, 19°57’,5N-064°24’,5W) Day’s run 111 miles

De posities die in de dagtitel staan zijn de posities om 14.00u, net 24 uur verder en de afstand is de gelopen afstand op deze 24 uur. Het is een warme vochtige nacht met al dat gebliksem geweest maar we zijn uit de ergste bliksems en onweder kunnen blijven. Het weer is regenachtig en de lucht is grijs en de wind is eruit. Nog slechts 8kn en op genua 1 en vol grootzeil glijden we door een blauwe oceaan. Tegen 10.00u is het helemaal gedaan en we doen nog 3,5kn bootsnelheid. Ik wil niet motoren, ik haat motoren en trouwens wat zou het baten met meer dan 2000 zeemijl voor de boeg. We denken terug aan de visjes, de palmbomen, de rum…Met Herb hebben we een slechte ontvangst, door de elektriciteit in de lucht maar de wind zou terug SE worden aan 12kn tegen de avond. Een pizza in de oven en inderdaad tegen 20.30u zeilen we weer aan 5,5kn maar de bliksems zitten nog steeds rond ons en verlichten de nacht spookachtig. Achter de boot komt een vin boven, niet zo groot, een driehoek van zo een 30cm,…we zijn niet meer alleen en als we in het water vallen zullen we in ieder geval niet ver zwemmen…echt spookachtig een haaienvin in de nacht door bliksems verlicht…waren we maar in de Carib gebleven.

 

Vrijdag 12 mei 2006 (Atlantische oceaan, 21°21’,7N-063°25’,6W) Day’s run 104 miles

We zitten met een probleem, de wind is er helemaal uit sedert 05.00u deze morgen en we dobberen aan net geen 3kn naar het NE. Om 07.00u geven een kudde dolfijnen een prachtshow voor de boeg van de boot. Altijd een opkikker die diertjes te zien.Op dek vind ik een vliegende vis, die in de loop van de nacht ergens tegen het voorzeil is gesmakt. We vissen nog niet want we hebben voldoende eten in de koelkast die trouwens propvol zit. Maar met dit soort aas op dek waag ik het toch even. De haak gaat overboord met het fluogroene inktvisje en tussen de plastieken tentakeltjes de vast gehaakte vliegende vis. Geen uur later “strike”, de vliegende vis en de bally hoo (Hemiramphus brasiliens) is de beste aas die je kunt hebben om te vissen op de oceaan. Het is een grote amberjack (Seriola dumerili), diertje van zo een 80cm dat de oceaan bevolkt maar dikwijls zich gaat voederen met rifvissen, helaas één van de grotere oorzaken van de gevreesde ciguetera vergiftiging. Haak uit de bek vol vlijmscherpe tandjes geprutst en mee op de foto. Even later krijgt de oceaan het zeewezen terug. De haak had bijna geen beschadiging aan zijn bek gedaan en we zien hem met een paar slagen het diepe blauw in verdwijnen. Een goede daad van ons?
Even later met de motor op, niet alleen voor de batterijen maar ook om wat te varen. De schroef staat nu voor 2 uur bij en we nemen toch 11 mijl mee zodat we op de middag toch boven de 100 mijl stranden. Het weer is beter en de zon staat hoog aan de hemel. En Inge kan haar haar wassen. We houden zo om de twee dagen een grote wasdag op voor of achter dek.
Iets na de middag hebben we weer wat wind en aan net geen 5kn nemen we de aperitief op het voordek. Ik hou geen “dry ship” maar we blijven wel van de alcohol af, dus geen rum en 1 ijskoud pintje op de middag is geen crimineel feit…maar we zijn op autopilot! Broodje met hesp en een slaatje op de middag en we kunnen er weer tegen. Herb geeft in de middag een voorspelling van goed weer en goede wind. We horen en hebben contact met andere boten over de volledige oceaan, behalve met Oostende Radio, bizaar, nog in simplex, nog in duplex.
We zien een containerschip en ik heb VHF contact met de officier van wacht, maar hij loopt meer dan 20kn en is zo uit het zicht en radioverbinding op VHF.
De wind gaat er even uit tegen de avond maar we gaan de nacht toch in met 10kn SSE wind, genoeg om ons scherp aan de wind een kleine 5kn te geven op een iets oostelijke koers.

 

Zaterdag 13 mei 2006 (Atlantische oceaan, 23°03’,8N-061°51’,1W) Day’s run 137 miles 

We lopen de ganse nacht lekker en krijgen het weerbericht binnen om 11.39 UTC van Radio France International op de 15300 kHz, ook op de 11700 kHz te horen. Let wel op dat je een grid of een roostertje hebt van de gebieden gedefinieerd door de Fransen. En dat ziet er best aardig uit voor de komende 48 uur, ware het niet dat we nog steeds niet uit de convectie zone met onweders geraken. Overdag is alles blauw, maar eens de zon ondergaat wordt de lucht dreigend zwart en begint het gerommel. Ik probeer weer een vruchteloos op 7 verschillende frequenties in contact te komen met Oostende Radio. De dag verloopt rustig en we lopen steeds rond de 5 en 6kn, dus geen vuiltje aan de lucht. We geraken in ons oceaanritme en eindelijk doe je niets anders dan lezen, eens op de GPS kijken, plot uitzetten en zien dat je een millimeter op de oceaan bent opgeschoven…en wat slapen. Daarom houden we om 11.30u een praatuurtje met een pintje op het voordek om een beetje schaduw te hebben van de zeilen tegen de brandende zon. Herb geeft ook weer hetzelfde weer; SSE light winds en geen “lows” (depressies) in de maak, maar daar zal verandering in komen naarmate we noordelijker gaan zeilen. Tegen 18.00u is het zover, de lucht wordt zo donker als de nacht, niet omdat de zon wegzakt, maar een gigantisch onweder is zich aan het vormen. We lopen net een anderhalf uurtje om de batterijen bij te laden zonder de schroef te moeten bij zetten. Het is nu zo zwart en donker als de hel, muisstil en geen wind meer. Ik betrouw het niet en alsof men hierboven een kraan opendraaide gaan de hemelsluizen open. Het regent niet, er zijn geen druppels meer, het straalt naar beneden. Beneden in de boot loopt het water uit de mast en de bilges zijn in een mum van tijd vol. Het regenwater komt al vanonder de planken, een nadeel van een doorsteekmast. Opeens zet de wind in, van 3 naar 25kn in minder dan een minuut, in de gietende regen, met automatische zwemvest en vast geklikt met lifeline moet ik in de duisternis naar voor om de genua 1 te zakken, gelukkig hebben we zware voordek en zalinglichten gemonteerd voor dergelijke situaties. De boot loopt op vol grootzeil nu 6kn, maar de wind komt in een half uur uit de bijna 4 windstreken. Het is nu 21.15u we gaan naar de 30kn, het grootzeil moet gereefd worden. Het water valt nog steeds met bakken uit de hemel en soms is het net dag, zo erg zijn de bliksems. Ik ga naar de mast en Inge bedient de valstoppers. Ik kijk naar boven om de haak van het tweede rif in het giekbeslag te slaan, en met een bliksemschicht wordt een nieuwe nachtmerrie werkelijkheid. Het grootzeil is gescheurd. Hoe gaan we de stukken naar beneden krijgen? Maar verrassend gemakkelijk komt het naar beneden. De wind gaat naar de 40kn. Echt leuk, minimum 500km van dichtst bijzijnd land, geen voorzeil op, een gescheurd grootzeil, helledonker behalve als het bliksemt in 40kn wind, ik heb betere tijden gekend. Hoe meer het grootzeil zakt hoe mooier de “scheur” eruit ziet, maar toch hangt het zeil enkel met zijn voorlijk en het achterlijk trimtouwtje aaneen. En aan de “scheur” wordt alles duidelijk. Het is de naad die helemaal weg is. Blijkbaar is slechte kwaliteit gebruikt van stikdraad, en is dit gaan verweren. We hebben in Antigua al eens een herstelling aan de naad gedaan, maar nu is ie finaal van voorlijk tot achterlijk gewoon weg.
Nu geen nood, ik heb een reserve grootzeil aan boord maar daarvoor moeten een twintigtal leuvers opgenaaid worden aan het voorlijk. De leuvers heb ik klaar en zitten bij het zeil maar eerst hebben we andere katten te geselen. De stormfok moet erop, de windmeter geeft een gust naar 44kn, maar we weten hoe intenser het wordt, hoe sneller het zal gedaan zijn. Gelukkig ligt de stormfok niet in één of andere zeilbak onderaan en met de behandeling met WD40 staat het ding er in een paar minuten op, we hebben weer “headway” en kunnen manoeuvreren. De autopilot had het al opgegeven omdat ie “off course” gaf, meer dan 10° af van de voorgeprogrammeerde koers en Inge heeft “the wheel”. Zo snel als de wind kwam, zo snel was ie terug weg, en daar liggen we dan met 5kn wind en 4m² zeil op, te dobberen. Wat een ellende, en het blijft maar gieten. Wat doen we hier eindelijk? De wind blijft weg en de bliksems nemen toe, en plots is de regen ook weg, we zitten in het oog van het onweer. Doodstil wordt het, enkel wat gedruppel van water uit het grootzeil. En dan begint het terug te bliksemen. Zo erg hebben we het nog niet gezien, seconden lang is het alsof het dag is. Ik schakel alle navigatiesystemen uit en hou enkel de verlichting binnen op. Het laatste wat ik wil is een blikseminslag op de mast en alle elektronica weg. Er is een verbinding met de nieuwe RVS plaat waar de mast nu opstaat en de kielbouten maar of dat voldoende is om een bliksem af te leiden zonder de elektronica te raken? En dan is de wind er terug, nu helemaal uit de andere hoek en Inge neemt het roer. De stormfok gaat eraf en de Nr 3 kevlar fok gaat erop, het werkpaard in “windy conditions”. We zeilen weer en de wind gaat niet meer boven de 15 tot 20kn, ideaal dus, behalve dat het nu motregent. Het onweer trekt weg, en nog wat klank en lichtspel achter ons geeft aan dat we eruit zijn. De elektronics gaan terug op en de autopilot neemt over. We maken de boot droog binnen, 30ltr regenwater, en doen droge kleren aan. Het is over, maar we varen op één poot. De fok trekt goed maar net geen 5kn. Morgen als het klaar is zullen we een overzicht maken van de situatie. Ik prop de stormfok in de zak en sjor die aan de reling vast. De Nr 1 maak ik vast met elastieken aan de voorste reling, en dat kost me weer een natte broek, want een kleine emmer regenwater zal verstopt in het zeil. En dan wat rust voor ons beiden. Het water klotst weer langs de romp alsof er niets gebeurd is…we gaan de nacht in zonder verder onweer en de wind blijft constant rond en boven de 15kn waaien, zoals Herb en de Fransen voorspeld hebben.

 

Zondag 14 mei 2006 (Atlantische oceaan, 23°58’,7N-060°48’,6W) Day’s run 94 miles

De natuur doet alsof er niets aan de hand is geweest. De zon komt op in het oosten en kondigt een stralende dag aan. We moeten gisterenavond of deze nacht ook door de kreefskeerkring gevaren zijn, op 23°27’N, nu gaan we de zon nooit meer boven ons hoofd zien doorschuiven over het zenit naar het noorden. Op die plaats is het op de eerste dag van de zomer, 21 juni ongeveer, zo dat de zon culmineert loodrecht boven je, 90° ten opzichte van de horizon. Een specialeke als je astronavigatie doet, maar ondanks dat we een sextant en de H0247 zon en sterrentafels aan boord hebben (3 delen: 0° tot 39°, 39° tot 90°, en de sterrentafels), houden we het simpel en geeft de trouwe GPS een paar keer per seconde op een paar centimeter na, onze positie.
De boot loopt nog steeds aan een manke 4kn onder haar kevlar zeiltje maar hunkert naar meer zeil. We zijn al vroeg op en om 07.30u meten we de schade op aan het grootzeil. Zoals verwacht is de naad helemaal weg, zelfs geen spoor meer van een stiksel, enkel twee zig-zag rijen gaatjes over het volledige zeil. De enige beschadiging is een kleine scheur op het achterlijk, net boven de zeilzak van de tweede lat. Het achterlijklijntje heeft de boel bijeen gehouden, maar de zeillat ligt ergens op de Nares Abyssal plain, zo een 5800m diep. Eigenlijk kan de slijtage niet van de bakstagen zijn, want die grijpen lager aan, dus moeten we het wel op de kwaliteit van het stiksel steken dat niet zo UV bestendig was dan dat op de andere zeilen. Het wordt dus een naaiwerkje, en wat voor eentje, reken zelf maar uit: 4 gaatjes per deeltje van een zig-zag, dat betekent 8 gaatjes per hoekje of per centimeter. Dit over een afstand van 1,4m of 1120 gaatjes, maal twee want het zijn twee zig-zag lijntjes of 2240 gaatjes. Neem dan nog de herstelling van het dichtnaaien aan voor en achterlijk en je bent zoet met ongeveer 2500 gaatjes te dichten met nylondraad. Gelukkig hebben we genoeg draad en naalden aan boord en tegen 08.00u zitten de eerste 50 gaatjes er al in. We werken elk een uurtje om onze vingers wat te laten rusten, zeildoek is immers redelijk hard en een lederen palm over je hand komt van pas…dit het na 1500 gaatjes opgeeft, gescheurd lederen straps…
We zijn vandaag de 4de ijsheilige, dat zegt onze Druivelaar kalender althans, en dus vanaf nu kan het niet meer vriezen… in België. Daar hebben we nu echt niet veel aan, alhoewel we tegen 09.00u wel wat ijs kunnen gebruiken om af te koelen. Het is weer heet, en de zon geeft al goed sedert 07.00u. De boot ligt vol spullen te drogen: shorts, broeken, zeevesten, zeilen en Dirk en Inge. In een uurtje of zo is alles droog en kan alles opgeborgen worden.
Tegen de middag is de wind 8kn en komt nu achterlijk in, dus de grote genua die er sedert 08.00u opstaat gaat op de spinakkerboom. Pas tegen 16.00u hebben we weer de wind voorlijker en kunnen we weer over de 3kn lopen. Onze dagmijlen zijn ernaar, op één been 94 mijl. Pas tegen 16.00u na meer dan 8 uur naaien kan het grootzeil er terug op. Tussen de vallen vinden we ook nog een grote vliegende vis die de frigo ingaat. Als het vlees op geraakt wordt dit ons aas om te vissen. Herb is weer correct, de wind is van SW naar NW gegaan, nu een “thundery band” gepasseerd is. Tegen wie zeg je het, maar ook andere boten klaagden van onweer en hevige regen. Tegen de avond wacht beginnen we te voelen dat het kouder begint te worden en een dekentje gaat mee op dek om over je benen te leggen ’s nachts. De wind begint er terug uit te gaan tegen 22.00u en de snelheid valt terug rond de 3kn.

 

Maandag 15 mei 2006 (Atlantische oceaan, 24°39’,4N-059°22’,4W) Day’s run 94 miles

Een koude nacht met een regenbuitje maar bijna zonder wind, de gemiddelde snelheid valt zelfs terug onder de 3kn. Een klein regenbuitje maakt het nog onaangenaam tegen de morgen. Maar tegen 09.30u en met 11kn loopt  Eli weer meer dan 5kn, gelukkig aan de wind. Met dat licht weer hebben we al drie dagen elke dag anderhalf uur moeten de motor bijzetten maar de schroef wil ik nog niet bijzetten. De zon komt erdoor en het is wasdag. Inge haar haar, en ik een volledige douche. Inge wil dat ik wat experimenteer met een “goatee”, soort minibaardje en ik heb er geen probleem mee. De enige zoogdieren die me zo zullen zien zitten in het water. Na het laden van de batterijen hebben we weer geen contact met Oostende Radio. Voor ons zo geen probleem maar het thuisfront wil op de hoogte blijven van onze voortgang en zal daarvoor na Oostende Radio bellen…tevergeefs. Deze middag, er is toch weinig wind, staan er scampies met een eitje en uitjes en …veel verse look op het menu.
Na de middag trekt de wind aan, 18kn en Herb geeft alle jachten aan die Noordelijk varen richting Bermuda af te remmen, zelfs te stoppen, want een depressie heeft zich tot storm ontwikkelt. We krijgen advies een oostelijke koers aan te houden willen we met winden onder de 20kn blijven zeilen. We nemen geen risico’s en de Nr3 kevlar gaat er terug op en twee reven in het grootzeil als het donker begint te worden. De herstelling is prima gedaan aan het grootzeil, er zitten zelfs geen kleine plooitjes in het zeil.We beginnen al goed te zien dat we oostelijker gaan. Elke dag gaat de zon vroeger onder, voor onze klok althans, die op UTC – 4 staat, of 6 uur eerder dan jullie in België. Daarintegen wordt het op onze klok elke morgen vroeger dag. Elke 15°W ga ik een time-shift invoeren. Weer een dagje verder en al om en bij de 700 mijl gevaren, dat begint te tellen.

 

Dinsdag 16 mei 2006 (Atlantische oceaan, 25°20’,3N-057°22’,6W) Day’s run 121 miles

Het weer boven de 29N is ronduit slecht, wat ik daaruit afleid is dat deze depressies die de oceaan oversteken, gevormd boven de US, de route volgen over Bermuda, en langzaam afdraaien benoorden de Azoren op weg naar…jawel het Kanaal. In de plaats van de Ierse zee in te trekken zoals ze in de periode mei tot augustus moeten doen. Voor ons is dit niet zo een probleem maar ik durf er een fles rum op verwedden dat het weer in België weer “typisch Belgisch” is en dat de strandkabines thuis in Oostende niet te veel zullen openstaan.
De wind is er terug wat uit gegaan en we zeilen weer wat onder bezeild maar een dikke 4kn zit er toch in. Op dek deze morgen twee vliegende vissen, ze zijn te klein om mee te vissen, ze zijn al helemaal opgedroogd en ik noem ze Inge en Ilse. We moeten Oostelijk blijven varen onder de 27N om geen 35kn te hebben maar boven de 25N om nog wat wind te houden, want bezuiden ons is er helemaal niets meer. Nog 1680 mijl te gaan. De ganse morgen neem ik de handleiding van de ICOM 725 HF zender/ontvanger en de AH3 antenne tuner door. Ik herzet alle functies op het toestel, we laten de motor twee uur bijladen en roep terug tevergeefs Oostende Radio op. Niemand zal thuis weten waar we zijn.
Op de middag lekkere kip met tortilla’s en een tomaten/peper sausje. Het weer blijft stralend en we moeten dikwijls in de schaduw van de zeilen gaan zitten om niet te verbranden. Na de middag staat de zon echter bijna loodrecht boven ons en is er te weinig schaduw. Afkoelen met de beentjes over de reling, waar dan af en toe een verfrissend golfje tegenspat.    
Door die oostelijke kern gaan we nu niet recht mee af op Corner Seamounts, een gebergte dat bezuiden het Sohm Abyssal plain (diepte 5500m) opkomt naar de oppervlakte tot een paar honderd meter. Eindelijk beter zo want heel wat geruchten doen de ronde over deze seamounts, die zelfs hemelmaal tot aan de oppervlakte zouden komen. Neen, onze koers is loodrecht op de Mid Atlantic Ridge, die een breukvlak is en een N-S lopend gebergte dat van de Azoren helemaal naar de evenaar loopt. Al die onderwater gebergten, abyssen zijn over het algemeen weinig gekend door de mensen maar voor de zeevaarder kunnen ze wel van betekenis zijn. Ze hebben stromingen die de fameuse “eddies” kunnen generen.(herinneren jullie de “meddies” die we beschreven hebben toe we de Kaap van Sao Vincente op weg naar Lagos beschreven hebben, grote kolken zich generend vanaf 600m diep en hun oorzaak vinden in het vol en leeglopen van het mediterrane bassin, vandaar “meddies” ipv “eddies”)
Zo horen we dikwijls op de radio jachten klagen dat ze tot anderhalve knoop stroom tegen hebben, terwijl wij soms een knoop mee hebben. De lagen heet tropische water mengen zich met het koude polaire Atlantische water en dat geeft speciale stromingen. We zitten niet in de golfstroom, die langs de US je twee tot zelfs 4 knopen kan geven, we zitten nog niet in de North Atlantic current die je een halve knoop geeft benoorden de Azoren, en ook nog niet in de Azores current die je naar het SE zet aan een halve knoop. En, zoals op elke plek van de wereld waar warm en koud water elkaar ontmoeten, stikt het van planton, en dus van walvissen en kleine planton etende visjes (zoals de vliegende visjes) die dan weer opgejaagd worden door de grotere jagers zoals tonijn. Ik probeer jullie deze informatie mee te geven om aan te tonen dat de Oceaan meer is dan gigantisch veel zoutwater dat af en toe opgejaagd wordt door winden. Het is spijtig om te zeggen maar we weten nog steeds zeer weinig over de oceanen. We weten meer over de ruimte dan over de oceanen, slechts 4% van de oceanen is bestudeerd onder de 400m diepte. Meestal beperkt het zich tot universiteiten, in opdracht van een regering, of landen die een bepaalde economische interesse nastreven: vismigraties, onderzee mineralogie, wraklocaties…
Enfin, het is druk vandaag op de oceaan, we zien ons tweede schip: een supertanker op weg naar de Carib. Spraakzaam zijn ze niet, want geen gehoor op VHF, wat ons eerste containerschip wel deed enkele dagen geleden. De rest van de dag verloopt zonder dat er veel te melden valt, weinig wind, genoeg om rond de 5kn te blijven zeilen, en ook Herb zegt dat we op deze koers moeten blijven om de zware winden in het noorden te laten uitrazen. Ten minste nog 12uur, en dan pas terug een NE koers op de autopilot zetten. We gaan om middernacht een koersaanpassing geven. 

 

Woensdag 17 mei 2006 (Atlantische oceaan, 26°29’,2N-056°37’,1W) Day’s run 91 miles

Nog 1581 mijl te gaan, en een week weg. Een schamel gemiddelde van 107 mijl/24 uur, de winden geven ons niet te veel elan. Maar beter zo dan in 35kn tegen 3m golven te worstelen, we hebben tijd en het leven is, buiten die onweerscatastrofe, bijzonder aangenaam. De dagmilage is steeds weer een berekening. Eerst heb je hetgeen de GPS afgeteld heeft en zich baserend op de rumbline milage die hij telkens weer berekent. Dat is niet correct want we zeilen niet op de rumbline en dus is de afstand door het water is niet puur af te tellen. Dan is er de log, die telt de mijlen water die onder ons passeren, en niet de mijlen oceaanbodem want we gaan ook vooruit met de stroming. Dan heb ik de Ti 59 die de loxodromische (<600 mijl projectie) afstand berekent tussen de twee geografische posities die ik hem geef. En dan heb je nog het gegist bestek die ik zelf bij hou. De breedte verschillen zijn op de orthodromische (>600 mijl projectie) gemakkelijk te tellen en die stellen de echte zeemijlen voor in de noordelijke richting. Voor de mijlen gelopen in de lengteverschillen moet ik met de natte vinger even een correctiefactor geven om de zijde van de driehoek te berekenen die we gevaren hebben. Ik doe die verschillende berekeningen puur uit eigen interesse en het is een goede oefening als navigator. Voor de leken, een loxodromische kaart is een kaart waar de meridanen rechten zijn en een koers deze allemaal onder dezelfde hoek snijdt. De breedtes op deze kaarten zijn allemaal dezelfde, de klassieke zeekaart op kleine schaal bij iedereen aan boord. Een orthodromische kaart is ook een kaart waar de meridanen rechten zijn maar waar een koers deze niet allemaal onder dezelfde hoek snijdt, maar in feite een boog is. Op dergelijke kaart zijn de breedtes, bezuidelijk op de evenaar, kleine stukjes kaart. In het noorden, zijn deze grotere vakjes omdat ze kromming van de aarde meerekenen. Zo zie je nu duidelijk dat een afstand van 150mijl in de Caribbean een aantal cm voorstelt, daar waar dezelfde afstand in potlood op kaart opeens halfweg de Azoren, in breedte, heel wat meer voorstelt. Dus als er mensen onder jullie zijn die de berekening maken met onze milage per dag, kan het zijn er dus enkele mijlen verschillen opzitten.
De wind, tja, de zuchtjes bedoel je: 3 tot 7kn ESE gelukkig scherp aan de wind. Dus hovert de windmeter wel eens rond de 12kn. Best dat Herb ons gisterennacht de “go” gegeven heeft NE te gaan, anders waren we boorden aan het trekken. Maar enfin het gaat traag. En de motor mag op, want de windgenerator geeft enkel een zachte bzzzz vanaf 8kn, maar niets spectaculair qua stroom. Maar de schroef wil ik niet bijzetten, wat maakt het uit en trouwens we zijn een zeilboot.
Ik ga vissen. Ik snij een stuk uit de vliegende vis uit de frigo en gooi de lijn overboord. Lap, een half uur later hangt de hengel geplooid over de reling en rukt de 150Lbs lijn heftig.”Strike”, ik begin in te halen, maar ik zie de blauwe gestroomlijnde torpedo van een yellowfin tuna niet, ook niet het smaragdgroene lijf van een mahi-mahi, neen het is iets zwart.
Ik haal binnen en een grote zwart-bruine vis met heel grote vinstralen. Niet gekend, even de schade opmeten. Het dier heeft enkel de haak in de bek en dus heeft hij “chance”. Even op de foto en dan gaat de zwarte zwemmer terug naar zijn element. Een slag van de zwarte staart en hij is terug het diepe blauw in. Ik vind ook helemaal geen gegevens terug in de boekwerken aan boord, misschien wel een reeds lang uitgestorven gewaande soort. De lijn gaat terug over de zijde met hetzelfde stukje vliegende vis als aas. Ongelooflijk maar geen uur later weer gesnok aan de lijn en opeens een hevige ruk. Ik haal binnen maar niets aan de haak. De haak is echter volledig open geplooid, en staat onder een rare hoek. Best dat we dit diertje niet binnen moesten halen. Even stoppen met vissen.
Inmiddels staat er varkenshaas met plantaan en spinazie op het menu. Echte zeebonken eten, zoals Popeye spinazie, wij dus ook.
Na de middag is de wind er, zeer snel naar 18/20kn aantrekkend. Natuurlijk net als ik in radiocontact ben met Herb, met er een zeilwissel gebeuren. Herb geeft ons een waypoint op 30N 52/53W en met een SSE ipv een S veering SW wind gaan we eindelijk tegenaan. Eli is in haar element en ondanks de wind, staat er bijna geen zeegang. De boot trekt op naar 7kn en het is een plezier om haar de trage oceaanswell te zien nemen. Dit is pas leven. Midden op de oceaan, aan 7kn glijdend over het zachte water, een zonsondergang, een halve maan en fluorescentie die langs de romp oplicht. Een prachtige koepel van duizenden sterren over de boot. Kun je jezelf een betere wacht voorstellen? Een vallende ster, Orion, de grote en de kleine beer en de poolster die elke dag een graadje of zo hoger aan de hemel komt te staan… (Poolster is de enige ster die niet beweegt aan het firmament en waar alle andere sterren in de loop van de nacht rond draaien, zijn hoogte boven de horizon geeft je de breedte waarop je bent).    

 

Donderdag 18 mei 2006 (Atlantische oceaan, 27°53’,2N-054°34’,0W) Day’s run 144 miles

Nog 1444 miles to go…8 dagen op de oceaan. De wind is blijven staan maar naar 15/17 SE. En wat gaan we doen vandaag... De zon is al aan het branden, weer een Clive Cussler verhaal verslonden vannacht (speciaal enkele boeken gespaard voor deze trip). Wel…vissen. Een nieuw stuk vliegende vis aan een nieuwe plastieken inktvis met een nieuwe scherpe niet geplooide haak wordt “gedeepsixed” (Amerikaans om te zeggen “overboord gezet”. Het is 10.00u in de morgen. Het is 10.15u als een hongerige 8kg mahi-mahi (Dolphin (geen dolfijn!!), of dorado het plastieken inktvisje aanvalt. Het is 10.30u als ik het groen/blauwe lijf aan dek breng. Deze keer krijgt de oceaan haar bewoner niet terug, dit is eten voor ons voor de komende drie of vier dagen. Het prachtige dier mag niet afzien en wordt meteen verdoofd met een scheut Mount Gay Barbados Rum in de kieuwen ( what a way to go!). Hij is compleet weg als ik het mes tussen de kieuwen steek en de halswervel oversteek. Het is snel gebeurd. En dan bloed afspoelen en een uurtje later liggen 4 prachtige filet dorado steaks gespoeld in oceaanwater op het dek. De staart wordt opgehangen als traditie en bedanking aan de vrijgevigheid van de oceaan, aan de achterframe, naast de zonnepanelen. De filets gaan de frigo in. Maar deze middag is het nog vlees op de menu, gehakt die we voorgebakken hadden in een ratatouille speciale saus met tortilla’s. We hebben als vervang product van brood heel wat tortolla’s meegenomen, omdat dit niet moet gekoeld worden. En tenzij we beginnen brood te bakken, zoals met de oversteek naar Barbados, kunnen we nog een tijdje verder met onze tortilla’s. Natuurlijk is de “leute” van korte duur en wind gaat naar 20/25kn. Eli heeft er geen probleem mee, en onder Nr 3 Kevlar en grootzeil dubbel gereefd is ze in haar element. Ze beuk door de oprukkende golven, de swell als een sinusoïde op en af glijdend. Geniepige golfjes komen over het voordek heen en de ettertjes vinden al snel de weg lang het lekkende voorlijk. De oplossing komt er met Wim zijn Loctide tape. Spijtig want het weer wordt ook grijs en overtrokken, sensibiliserend voor het thuisland.
Op de middag is het een pot ravioli, want meer laat de zeegang niet toe te koken.
We willen niets forceren en nadat de windmeter 28 en net geen 30kn heeft getoond zakken we de Nr3. Ik wil ook geen situaties net als ik met Herb en de andere boten in contact ben. Na het aanmelden bij Herb duurt het nu steeds langer eer we opgeroepen worden, we zitten immers meer en meer oostelijker. Elke dag melden zich jachten aan die vertrekken vanop Antigua, Guadeloupe, St Maarten, de BVI…Zelfs de jachten die met de ARC Europe, vertrokken vanuit Jolly Harbour Antigua op 11 mei 06 zijn, buiten hun eigen weernet van de partij. We zitten samen met de Blue Iguana, Zadar, Kitzo, Indian Summer (solo zeiler), …in een groep en hebben onderling ook contact met elkaar. Ook zij hebben 25/30kn wind en nemen het “easy”, niemand wil stukken maken op deze plaats van de wereld, minimum 1500 mijl van civilisatie (een klein eilandje Bermuda genoemd). Herb heeft ook geen uitleg voor de convectie, met harde winden en onmogelijke windhoeken, die sommige boten hem melden; de satellietbeelden geven dergelijke kleine lokale systemen niet duidelijk weer maar ondertussen hangen onze windmeters rond de 25kn. Daar in tegen gaat het hard over de grond… en we hebben onze beste dayrun: 144 mijl. We krijgen een nieuw stel waypoints 30N51W en later 35N45W, dus nieuwe koers op de autopilot en we gaan ervoor.
Tegen 18.30u gaat de Nr 3 er terug op want we hebben nu een kalme 18/22kn, maar nu verschrikkelijk last van een bijzonder onaangename zeegang, 3m golven vanuit het SSE. Veel gespat en dekgolven, gebeuk benendendeks en Eli trilt in haar voegen. We zijn toch blij geen “tupperware” boot te hebben maar een degelijke schip. Gezellig in je bunk, het water te horen schuimen langs de romp en af en toe een golf te horen breken op de buiskap, een trilling door de boot gaande, wetende dat Eli met haar V boeg golven gaat snijden in de plaats van te hakken en te plensen met een U boeg zoals de nieuwe getekende schepen. Het jacht “Zadar” heeft problemen, een vulleiding van hun hoofdwatertank is afgebroken en meer dan 350ltr is in de bilges gelopen. Via Herb maken we een noodplan op en we zijn het dichtst bij hen in de buurt. We zijn één van de weinig jachten die “deckcans” met water aan boord hebben en kunnen hun eventueel met een 20 gallon, 75Ltr, weer op weg helpen. We houden ons klaar een bevoorradingspunt te maken voor een RV midden op de oceaan. Toch een geruststelling dat iedereen elkaar helpt als je hoort dat ook andere jachten meteen koers willen verleggen, willen afremmen en samenkomen om te helpen.
Enfin, we beuken de nacht in op de grote oceaan, wetende dat het gaat beteren; immers op 29N op onze lengte wordt een High Pressure Ridge gebouwd.   

 

Vrijdag 19 mei 2006 (Atlantische oceaan, 29°31’,0N-052°35’,5W) Day’s run 142 miles

Een heerlijk dag breekt aan, de wind is terug 14kn SSE en de Nr 1 kan er terug op. De oceaan vlakt uit en het leven is weer aangenaam. Alles wat vochtig en vol zout hangt wordt gespoeld en aan dek te drogen gelegd. Het voorluik gaat open en een frisse warme wind waait door de boot. De wind gaat er zelfs helemaal uit en met 7kn wind wordt het middag.
Mahi-Mahi met gebakken aardappelen, en worteltjes, wat een festijn. Ik moet eerlijk zijn en mis een lekker flesje wijn. De eerste keer in drie dagen moet de motor het overnemen van de windgenerator om de batterijen bij te laden. Immers het radiocontact is veel beter met volle batterijen dan met halfvolle; je zendt uit met een verbruik van 25 Amps, dus je hebt er alle belang bij de batterijen “opgetopt” te hebben.
Helaas weer met iedereen contact, behalve met Oostende Radio, we vragen ons al af of er weer geen één of andere besparingsmaatregel de oorzaak is van het stom blijven van onze thuisbaken. Het zou typisch zijn te voor ons thuisland te besparen op dit soort dingen.
De wind trekt na de middag terug aan tot een gezellige 14/16kn en Eli loopt nabij de 6kn scherp aan de wind.
Herb is er om 16.00u lokale tijd aan boord (Carib time) met slecht nieuws. Het jacht “Joshua” is vermist. Het was op 3 mei 06, op 29°15’N-53°12’W, het laatst gehoord en sedertdien niets meer, ook niet op Horta. We krijgen een “look out” bericht en een VHF standby. De US Coastguard, de Portugese autoriteiten vragen via Herb een algemene “look out” te organiseren. Buiten dit nieuws dat je weer even zegt dat je nog steeds op de oceaan bent, lijkt alles OK. “SSE winds, veering S later SSW and SW 10/15kn, and “Elegance” your are in good shape, extended outlook for sunday and monday, light winds S of 32N, you are well ahead of the front, so keep your NE track for at least 24hr, talk to you again tomorrow, have a good watch”. We zijn weer gerust. Maar geen dag gaat voorbij of er gebeurd iets ergs. Vandaag is het letterlijk en figuurlijk: “shit”. De Wc is verstopt. Na het met de hamer ontkalken van de leidingen in St Lucia (Oktober 05) is het weer zover. Een combinatie van papier en aankalken, ondanks het regelmatig bijvoegen van ontkalker, is het ding verstopt. Alle shit is opgeruimd een uurtje later. Gelukkig hebben we twee volledige sets aan boord van wc pompjes en klapsystemen. Ik ga het kort houden, niet een zaak om aan herinnert te worden.
Een ongeluk komt nooit alleen. Tegen 18.30u “piep,piep,piep,piep…” de autopilot geeft “no data”. Nazicht in de boekjes geeft aan dat het fluxgate elektronisch kompas geen gegevens meer geeft aan de pilot. Om de 3 min valt het ding uit. Nachtmerrietoestanden, nog een dikke 1000 mijl te gaan zonder pilot. Maar…we hebben back up systemen. Een tweede autopilot, een oude ST 4000 autohelm kan ik installeren, we hebben de windstuurinrichting en hebben een ST 1000 aanboord, tillerpilot om op de windvaan te zetten in geval van geen wind. Toch gaan we de nacht in met de piepende autopilot ST 6001 smartpilot.

 

Zaterdag 20 mei 2006 (Atlantische oceaan, 30°57’,0N-050°30’,0W) Day’s run 142 miles

Rotnacht; ik heb de helft van de nacht door gebracht aan de console van de autopilot, maar liefst 52 keer is het ding uitgevallen. Alles heb ik geprobeerd: het kompas van allerlei dingen errond vrijgemaakt die kunnen storen, zoals een haardroger, een ladyshave, de motor van de frigo…, de kabelconnecties nagezien, de kabel vanuit de diepste krochten van de boot gevist en nagezien op beschadigingen…niets. Gewoon “bugs” in het systeem, niets meer of minder. Inge neemt over om 05.00u en plot een koers in het systeem en het valt niet meer uit. Gefrustreerd kruip ik in bed. We moeten een timeshift doorvoeren want we zijn 15°w opgeschoven (4min per graad). Een laat ontbijt met een roereitje, en op de middag een mahi-mahi steak en ondanks boze gezichten naar de Raymarine autopilot doet ie alsof er niets aan de hand is en stuurt ie de boot netjes door de golven heen. We hebben geen bakboter meer aan boord maar plantaan bakken in Canola olie geeft prachtige resultaten. Cholestrol vrij en bijzonder lekker, beter dan sommige olijfoliën waarmee we gebakken hebben. Een dagje of nachtje rust genomen voor de autopilot? De etter heeft ons een nacht gekost en heel wat grijs haar betreffende de komende 10 dagen! We hebben immers nog een kleine 1100 mijl te gaan. De wind blijft S tot SSE matig zoals Herb zei, 10/15kn en Eli houdt er de vaart in….en de wc-pot doet het ook weer alhoewel er een extra dichting moet komen op de water intake…voor Horta dan maar.
De Blue Iguana en de andere boten zijn ook op post en de Zadar meldt eveneens problemen met de autpilot. Je gaat aan alles denken. Magnetische stormen, straling van een gezonken Russische duikboot, zelfs aan het onverantwoord gedrag van het omgaan met kernenergie van bepaalde staten, wat elektromagnetische pulsen zou kunnen geven (EMP-effect).   
Herb geeft geen noemenswaardige verandering in het weer de komende 72 uur dus we varen maar door. De Corner Seamounts liggen nu zo een 200 mijl benoordoosten van ons met een diepe trog van 6800m net benoorden ons. Dus ook daar geen verrassingen van te verwachten.
Met argusogen gaan we de nacht in en geen gepiep komt vanuit de console van de autopilot.
De koersen op het hoofd stuurkompas moeten serieus aangepast worden want hier hebben we 18°westelijke variatie.

 

Zondag 21 mei 2006 (Atlantische oceaan, 31°39’,3N-048°12’,5W) Day’s run 128 miles 

De autopilot en de wc-pot hebben het gehaald. De wind is blijven staan en we zeilen een goed gemiddelde van 5kn. Vandaag is het bewolkt en de dag glijdt voorbij alsof er niets gebeurd is. Enkele bizarre zeevogels, midden op de oceaan, “petrels” landen telkens terug achter de boot en duiken om als het ware het opgewaaide planton uit het water te zeven.
Het middag maal wordt eentonig…jawel weeral tonijn steak met aardappeltjes en kool.
De rest van de dag…alleen water en nog eens water. Tot om 15.00u Inge haar ogen helemaal opengaan en sprakeloos wijst ze naar de oceaan: een gigantische bruine rug komt uit de oceaan. Onmiskenbaar een potvis. Het dier blaast een fontein zeewater metershoog de lucht in. En lui gaat ie even uit de weg; de afstand tussen onze voortrazende romp is slechts 10m maar het beestje trek zich niet teveel aan van ons. Rondom het grote lijf rollen de golven als op een eiland, maar de specifieke staart krijgen we niet te zien. Rustig blaast ie fontein na fontein lucht metershoog de lucht in en rolt lui op de swell. De natuur is toch mooi. Van dit soort dingen wordt je echt stil. Even twee uurtje motor lopen om met frisse batterijen Herb te horen.Herb is even later kristalhelder op de radio. Weer niets met Oostende Radio. De Blue Iguana heeft een “near miss” gehad. Ze liggen zo een 60 mijl benoorden ons en hebben in 32°27’006N-047°27’157W een verroeste boei, half gezonken, slechts 2m boven water uitstekend net naast de boot gehad. Zo een ding midden in de nacht aan 6kn en het is gedaan met zeilen. Een “look out” wordt doorgegeven aan alle jachten. Van de “Joshua” nog steeds geen spoor. Het zou gaan om een oude klassieke ketch dat motorpech heeft gehad en geen communicaties meer heeft. We krijgen door weer een oostelijke koers te houden en voorlopig niet boven de 32N te gaan “you need not to push N, stay on your E track , except if you want winds above 25kn”. Geen van de boten in onze groep is geïnteresseerd in N 32N te gaan. “Oh Yes Herb, we prefer comfort above speed”.
We hebben rekening gehouden met 2850 mijl te zeilen, de oude route via Bermuda, maar dat is nu terug geschroefd naar 2500 mijl door NE te gaan. Enkele Nederlandse boten waarvan ik de log heb aan boord deden 18,5 dagen over de trip, vanuit St Maarten, naar Flores. Nu dat is meer dan 150 mijl dichter dan waar wij vandaan komen, en Flores ligt ook nog eens een 100 mijl meer naar het westen dan Horta, onze bestemming. Dus 20/24 dagen moet er in zitten.


  
Maandag 22 mei 2006 (Atlantische oceaan, 31°52’,1N-045°50’,8W) Day’s run 120 miles

We liggen weer pas oost te zeilen. Natuurlijk kunnen die koersveranderingen weg van de rumbline wat mijlen en dus dagen kosten maar het is geen race. De boten rondom ons zijn allemaal groter en lopen dikwijls minder mijlen dan wij, het ukje van de bende. Gelukkig is het bijna steeds scherp of halve wind, de ideale koersen om Eli te laten lopen. Vandaag is er niets dat de moeite waard is te vermelden. Het weer is goed, de wind is goed, buiten enkele inzinkingen tot 8/10kn maar we blijven zeilen. Toch wel? Ik kan niet meer vluchten. Inge heeft al een paar dagen geleden vastgesteld dat er haartje over mijn oren groeien, dus de schaar wordt boven gehaald. En even laat zit ik onder de wind als een geschoren schaap er bijzonder triestig bij…het leven kan hard zijn. We vissen nog wat maar de sensor in de log zegt het water zeker 10°C kouder geworden is, nog 18,1°C in de plaats van de gewoonlijke 28°C. Wat een ellende. De nachten zijn ook kouder en een nylon slaapzakje over de benen is geen luxe. Ook ’s morgens is de boot nat van de condens…allemaal tekenen dat we naar het noorden gaan.
Deze middag staat er rijst met krab en verse groentjes op het menu, maar als we niet snel weer wat vangen zal het potjesvoer worden. En deze keer is er geen cornet beef, of andere ingeblikt vlees aan boord…Dan is er het normale scenario: motortje lopen, Oostende radio tevergeefs oproepen en om 20.00UTC Herb.
Herb heeft slecht nieuws, zeker voor de jachten N 34N; Twee “lows”(lage drukgebieden) zijn zich aan het vormen waar toch een 30kn wind inzit. Door onze oostelijke koers en onze goede snelheid zitten we goed bezuiden ervan. De jachten op Bermuda worden geadviseerd te wachten te vertrekken. We krijgen advies oost te blijven varen de komende twee dagen. SSW veering 15kn tegen morgen tot 40W, en dan vanaf donderdag tot 37W 20/25kn. Boven de 33/34N SW 30/35kn. Advies voor sommige boten is zelfs SE te gaan. Zaterdag zou dan de “frontline” passeren en de wind naar het NW laten shiften aan terug 15kn. Gedaan met ons lui leventje, de komende dagen zullen er mijlen getrokken worden. De vorige ingevoerde waypoint worden gewist en de koers blijft behouden. Alles is onder controle en gelaten wachten we de windtoename af. Tenminste weten we waar we ons moeten aan houden. Nog steeds geen nieuw van “Joshua”, alhoewel er een verhitte discussie is ontstaan over een Naxtex bericht dat het jacht zou binnen gesleept zijn in Horta, maar achteraf bleek het een verkeerde melding te zijn van een cargo die een ander schip “gezien” heeft. De “Joshua” is nog steeds “overdue”.


 
Dinsdag 23 mei 2006 (Atlantische oceaan, 32°08’,6N-043°11’,2W) Day’s run 138 miles

We kruipen dus niet meer naar het noorden en wachten af. We lopen goed en buiten een kudde dolfijnen die ’s morgens even goedendag kwam zeggen, gebeurt er weinig. De wind blijft eerder uit het zuiden, dus halve wind voor ons. We houden de vaart erin, bijna 6kn continue. Tegen de middag staat de “afteller” op nog 808 mijl, nog even van de Canarische eilanden naar de Kaap Verdische eilanden en we zijn er.
Ten zuiden van ons lost een squall (micro depressie)op en we zien een schildpad maffen aan de oppervlakte. Ook de Portugese oorlogschepen, neen geen schepen van de Marine, maar de gevaarlijke, maar prachtige kwallen (Physalia physalis). Deze diertjes, marineblauw, blazen een deel van hun lichaam op en zeilen als heuse zeilscheepjes de oceaan af. Ze pompen water in hun onderlichaam dat als kiel dient en aldus, door onze boeggolf omvergeworpen zijn ze zo weer onder zeil. Het zeil heeft soms een oranje schijn maar het zijn de tentakels die levensgevaarlijk zijn. Een steek van een groot exemplaar kan een volwassen mens verlammen. Met tientallen drijven ze op de oceaan, zeilend zoals wij…een hapje voor zeeschildpadden.
Op de middag is het spaghetti met zalm, weliswaar zalm uit blik, uit Alaska…
Anderhalf uur motor lopen om de batterijen te laden en dan terug aan de radio voor een paar uur. Herb heeft zo geen al te best nieuws. De twee depressies diepen uit en we mogen de komende 48u niet noordelijker dan 34N gaan. Toch zullen de winden aantrekken tot 25kn, met een grijze hemel. Alles zal afhangen hoe snel de depressies zullen NE tracken, en hoe snel ze elkaar zullen opvolgen. Voor de “extended outlook” wordt het voor donderdag 33N37W en voor vrijdag 34N34W te blijven. We gaan de nacht in met weer verminderde zeilvoering, de nr 3 kevlar en het grootzeil dubbel gereefd.   

 

Woensdag 24 mei 2006 (Atlantische oceaan, 32°21’,3N-040°45’,3W) Day’s run 125 miles

De wind is er niet gekomen deze nacht en is zelfs geheel weggevallen. Tegen de morgen zelfs nog 7kn, en dus gaat de nr 1 genua er terug op. We liepen onderbezeild deze nacht en dus zijn we blij toch de 90 mijl grens behaald te hebben, deze morgen om 06.00u. Maar de bewolking is er al en we moeten toch tegen 08.30u al 20° geven om op koers te blijven. Het staat me helemaal niet aan: om te blijven zeilen moeten we nu al 20° lager zeilen en dus gaan we meer noordelijk, wat niet goed is; daar in boven weten we dat er iets aan het broeden is maar we weten niet wanneer het zal toeslaan. De barometer is ook al drie punten gezakt, weer een slecht voorteken. Squalls bouwen zich alom rond ons, donkere wolken waar bakken regen uit valt, maar we blijven gespaard. Het wordt aanzienlijk kouder en nu hebben we al een lange broek, en een polar aan op dek. Inge heeft de moed om Amerikaanse “pancakes” te bakken voor ontbijt. Als het goed gaat moet je koken, slapen en eten, want als het slecht gaat weet je niet wanneer je dit nog eens zult kunnen doen.
Tegen 11.00u begint het spelletje: 12/15kn naar 18/22kn, gelukkig draait de wind terug SSE maar weer een zeilwissel met de Nr 3 erop. Eli loopt nu 6,5kn over de nog redelijk rustige oceaan. Weer geen radiocontact met Oostende Radio, we zijn vandaag twee weken op weg en niemand thuis weet van iets. De windgenerator staat nu te loeien in de 25+kn schijnbare wind aan boord en tegen de avond hebben we al 80Amps binnen, geen motor nodig vandaag.
De oceaan vormt een moeilijke swell, niet helemaal loodrecht op de windrichting. Dit geeft af en toe een freakwave die naast de boot op de romp inslaat en de ganse kuip in een witte golf douchet. De splash baches aan de zeereling houden wat water tegen en we foefelen de grote Nr 1 genua in een zeilzak, niet geplooid en binden die op de loefzijde, in het gat tussen de splash bache en de buiskap om het water uit de kuip te houden. Herb blijft bij zijn waypoints en we horen verschillende jachten klagen over 25/30kn gusting 35kn wind. We zijn nog aan de goede kant van de “low”, het SE kwandrant. Doordat de winden in een “low” tegenuurwijzers in naar de kern waaien, en de track van de “low” NE is, worden door het pad, eindelijk bepaald door de aardrotatie, de winden bovenaan het systeem versterkt met de bewegingssnelheid, en onderaan de “low” vertraagd met de bewegingssnelheid van het systeem. Maar Herb zegt dat we in “good shape” zitten. Dit drie dagen oostelijk aanhouden brengt ons natuurlijk verder van de rumbline en doet ons meer mijlen zeilen dan nodig, maar we blijven aan de safe side.

 

Donderdag 25 mei 2006 (Atlantische oceaan, 32°49’,7N-037°35’,8W) Day’s run 162 miles

We hebben geen zeil geminderd deze nacht en hebben bijna de ganse nacht 7kn gelopen. De oceaan heeft nu een zware swell (zeegang)opgebouwd en de boeg van ons scheepje wordt nu regelmatig met bakken water overspoeld. Alles staat stijf van het zeezout. Geen beweging op het voordek zonder zwemvest en aangelijnd te zijn, ook niet voor de dagelijkse controle van de mast, de giekverbinding en de verstaging. Af en toe horen we het anker in haar ligplaats vooraan protesteren tegen een ruwe golf als de boeg weer eens helemaal wit wordt. Ook dit is oceaan zeilen, wegzakkend in diepe troggen en er terug uit klimmend, hopend dat bovenop op de turkooizen doorzichtige kop niet dat ene venijnige golfje zal komen die alles weer blank zal zetten. De bovenkant van de ruiten van de buiskap zijn bijna één korst zeezout, terwijl de onderkant soms weg heeft van een aquarium. Natuurlijk zoekt het water zich overal een weg, onder de spleet van de buiskap door, in de valdoorvoeren, en langs de mast. Dit laatste is erg, want het water sijpelt, niet veel, hooguit een klein glas op een dag, tussen het dekpolyester en de binnenbekleding, langs de houten panelen naar de kasten waar nu boeken staan. Bij het oversteken van de Golf van Biskaye, ook met 25/30kn ware wind, heeft dit grapje ons een digitale camera gekost.
Maar het gaat snel. Tegen de middag klokken we onze snelste dagrun af en zijn we binnen “dieselrange”. Dit wil zeggen, als de mast naar beneden komt, we, met de diesel aan boord, naar Horta kunnen motoren.Weer niets op Oostende Radio, wel met de Franse meteo en met Herb. De wind zal morgen terug naar 15/20 gaan en dan zo blijven voor het weekend. Maar voor de boten achter ons is er zich iets aan het vormen dat tot een heuse storm zou kunnen uitdraaien op 32N 38W, de volgende. Het kan niets worden maar verschillende computermodellen geven slecht weer vanaf 5 dagen en verder. Herb geeft nu al waarschuwingen aan de jachten die snel gaan, 3 graden oostelijk/24hr, om vaart te minderen en duidelijker voorspellingen af te wachten in het weekend. We zitten bij de boten die al over het systeem zijn en kunnen Horta aanlopen voor volgende week dinsdag, dus moeten we er de pas inhouden. We mogen ook al wat noordelijker sturen.Gemakkelijk gezegd met 25kn op je donder in een grote oceaan. Een opmerkelijk detail, we zijn zonder erom gedaan te hebben over de seamont Colorado gevaren, diepte 772m, in een vlakte met gemiddelde diepte van 2800m. Tijdens de wachtwissel wordt het onhoudbaar, de windgen huilt en de windmeters gaan naar de 30kn, ik beslis voor de rest van de nacht de Nr3 te zakken en op grootzeil alleen (dubbel gereefd) verder te gaan, twee knoop per uur tenminste tot het licht wordt. Best dat we weer die sterke dekspots hebben, want op het voordek in de nacht in volle oceaan…kolkende zee naast je, in het water en…geen website meer.

 

Vrijdag 26 mei 2006 (Atlantische oceaan, 33°56’,0N-035°16’,1W) Day’s run 134 miles

Dus lopen we de nacht door op één poot, niet zo slecht want bijna 5kn op een zelf hersteld grootzeil. Tegen 08.00u is de wind niet echt geminderd maar de pieken boven de 28kn zijn eruit en een dikke 20/25kn en zeer zware zee blijft staan. We nemen geen risico en zetten de Nr4 op. Eindelijk is dit de kevlar Nr 3 maar waar onderaan een reef in kan genomen worden, het zeil hangt niet meer over het dek, maar loopt nu onder een hoek, vanuit een tweede halshoek naar boven, 7m² minder zeil. De boot voelt er zich prima bij en spurt vooruit zonder extra helling en zonder het roer en dus de autopilot te moeten belasten. Tegen 10.00u komt de zon er terug door en shift de wind door naar het SW, het front van de eerste “low” is gepasseerd. Een show van een grote kudde dolfijnen volgt. Er moet een school vis zijn want ook tientallen oceaanvogels hangen rond de kudde. De dolfijnen springen helemaal uit het water, en vallen soms op hun rug of hun zij terug in het water; spektakel alom. Ze zijn helemaal niet geïnteresseerd in de boot, en trekken even later verder naar het noorden.
Tijdens de middag krijgen we nog een extra pauze, want de wind gaat naar 15/20kn. We profiteren ervan om een warme maaltijd, met kool, worst en aardappelen te maken.
Herb geeft ons de “go” voor de volgende dagen eindelijk goed door te trekken naar het noorden, we zijn nog steeds in “good shape”. Trouwens vandaag is het Herb zijn verjaardag. De andere boten hebben het moeilijker, de “low” eerder aangekondigd zal zich nu vormen op 32N37W, en het zal een diepe worden, 990Mb, met winden rond de 40kn. We hebben thans nog steeds meer dan 1020Mb op onze barometer staan en inderdaad “rising”, tussen de twee oude “lows pressures” in. Voor de leken: de Fastnet storm, tijdens de Admiral’s Cup in augustus 1979, met 15 doden, was goed voor 967Mb, en het diepterecord op de Atlantische oceaan, sedert 1832 gemeten, was in het record jaar van hurricanes 2005, hurricane “Wilma” met 925Mb. Deze bewesten ervan worden aangeraden “to heave to”, te blijven liggen en niet door te zeilen naar het oosten, tenzij richting SE quadrant als je geen schrik hebt van 30kn wind.
Herb heeft andere vreemde informatie: in het verslag van 16 mei heb ik gesproken over “seamounts”. Wel Herb vraagt nu, op vraag van de US coastguard, uit te kijken in positie 35° 22’235N-051°29’294W aan de boten achter ons voor een naar de oppervlakte komende seamount. Reeds in 2003 is daar een diepte gemeten van 18ft of 6m. Op zeekaart is het een gebied waar wel onderzeese bergen zijn, maar de diepte gaat van 5700m naar 1600m met een piek van 865m, wel heel raar daar opeens 6m te meten. De US Coastguard vraagt een scherpe lookout te houden en elke anomalie te melden. Kan het een wrak geweest zijn? Er bestaan zelfs kaarten met de posities van (half) drijvende wrakken. Een schip kan jaren op de bodem liggen en door “omstandigheden” terug naar het rijk der ademenden terug keren. Door een wijziging in gewicht na een chemische reactie van de lading (oplossen ervan en zuurstof vormend in het wrak), door een vulkanische activiteit onder het wrak, door het afbreken van een stuk ervan, dat op zich een positief drijfvermogen heeft door een luchtbel… Enfin, gelukkig een ettelijke honderden mijlen achter ons. Nu de Azoren zijn ook wel gekend om hun seamounts. We naderen het NE gedeelte van de Atlantic Ridge. Daar zijn er seamonts pas in de jaren 1980/90 ontdekt met zeer wijzigende diepte. De Atlantic Ridge is het breukvlak tussen het Europese en het Noord Amerikaanse continent. Dit onderzees gebergte rijst naar de oppervlakte op een 1000/1500m diepte, komende van de abyssen van 4000/6000m. Vooraleer terug beoosten de Ridge, en bezuiden het eveneens vulkanische actieve Azoren terug naar dieptes van 5000m+ te gaan ligt het Canary  Basin (5000m diep). Dit gaat dan over in het Cape Verde Abyssal Plain, eveneens 5000m+ diep. Maar net bezuiden de Azoren liggen de rare seamounts, die hydrovents zijn. Deze zijn warmwater bronnen die lava en sedimenten opstuwen en zo bergen vormen met soms een “champignonachtige” top. Door het af en toe afbreken wijzigt de diepte regelmatig maar diepte blijven van 200m tot een 1000m, zeer ondiep als je weet dat er rond de diepte amper boven de 4000m komt. Zo zijn er onderwater steden, “skyscrapers” gevormd. Nog eigenaardiger is dat deze thermische “vents” waar de temperaturen 300°C, in omringende water van 5°C (op grote diepte is de watertemperatuur relatief constant rond de 5°C, het vriest er nooit, ook niet aan de polen) een bron van leven zijn van algen, bacteriën en zelfs geleedpotigen. Deze vaststelling leidde tot de theorie dat daar de sleutel tot het ontstaan van “leven op aarde” ligt. Geen zonlicht, geen koude of hitte, stoort deze wezentjes, en als er iets met de atmosfeer van de aarde zou gebeuren zouden ze de enigen zijn die kunnen blijven voortbestaan. Een andere theorie is deze van de meteoriet: 600 mijl bezuiden de Azoren ligt wat men noemt de “great meteor tablemount”. Een berg die tot 250m onder de oppervlakte rijst vanaf een diepte van 4000m+. Deze berg zou, gezien haar andere geologische samenstelling, afkomstig kunnen zijn uit de ruimte en op de aarde gevallen zijn een aantal duizend jaar voor onze tijdsrekening. Toevallig in de buurt van het tijdsera dat van net voor de grote Egyptische beschavingen is. Nu beweren de “believers” dat deze seamounts ooit het oude Atlantis zou geweest zijn. Immers het tijdsbestek klopt en het zou een uitleg zijn voor bijvoorbeeld de mathematische perfectie van de piramides, de gruwelijk juiste sterrentafels, de openingen in piramides en de stenen in Stonehedge (UK) die de zonnestilstanden op evenaar en keerkringen zo juist aanduiden. De oude, zeer geavanceerde beschaving zou daar gelegen zijn en een meteoriet zou deze met al hun kennis op slag vernietigd hebben: de Atlantis seamount staat echt op de zeekaart (275m diepte).
Enfin, iets om over na te denken, maar wij hebben nu weer aan de aantrekkende wind te denken. Gelukkig is het de Nr 4 en dubbel gereefd grootzeil dat opstaat en zo gaan we weer met 20/25kn de nacht in. Nog net 400 mijl te gaan.   

 

Zaterdag 27 mei 2006 (Atlantische oceaan, 35°17’,0N-032°48’,1W) Day’s run 145 miles

08.00u de wind begint eindelijk te minderen. Vannacht was het verschrikkelijk. Een gigantische golf brak om 03.00u over de buiskap en zette alles blank in de kuip, inclusief ikke, de wacht, de slaapzak en alles wat ik aanhad. Nu zeilen we weer zoals in België ’s nachts: lange broek, daarover zeilbroek, sokken, T-shirt, polar, muts, sjaal, zeilvest en voetjes in een warme nylon slaapzak, en niet te vergeten een warm instant soepje voor de opgaande wacht. Wat een ellende, waar zijn de dagen waar een spray zout water een welkome verfrissing was. Nadat de wind afgezwakt was en we de Nr 1 terug op hadden, gaat ie natuurlijk weer aantrekken en de ganse morgen is het “kantje boord” voor de Nr 1. Ik wil geen zeilwissel door voeren en als ik tegen de middag 145 mijl mag aftrekken, weet ik dat er nog een 280 mijl te lopen zijn. Dit zou betekenen een ETA van maandagavond. Wat getokkel op de rekenmachine en het verdikt is: 130 mijl de komende twee dagen en we zijn voor de donker daar in Horta. Nu dat zou een uitzondering zijn. Statistisch gezien hebben we 37% kans in de duisternis aan te komen, maar na de Golf van Biskaye, na Lagos-Lanzarote, na Gomera-Mindalo was het telkens putje nacht. Onze enige landfall was op Barbados, op de middag maar toen regende het zo erg dat we na 2100 mijl varen, op 5 mijl het eiland zelfs niet zagen! Dit keer moet het lukken…hmm
Herb geeft nu redelijk weer voor ons, met zelfs wegvallende wind, maar we moeten ons haasten. De wind zal vanaf dinsdag SW worden, dan variabel en vanaf woensdagavond zal de hel losbreken. Geen jachten zullen de Azoren kunnen aanlopen van volgende donderdag tot zaterdag: E winds 35/40kn. Gezellig: but “ Elegance, you’re in pretty good shape”. Het front van de tweede oude “low” zal ons morgen passeren met en shift naar SW tot NW maar het is zeer zwak dus met weinig wind NW 10/15kn. De “Redina” is op 30 mijl en zegt zijn stootkussens al uit gehangen te hebben. Maar er is ook goed nieuws. De “Joshua” is terecht! Het Nederlandse schip is na 32 dagen waarvan 14 dagen zonder motor en dus zonder communicatiemiddelen met platte batterijen binnengesleept in Horta. De ganse zeilwereld haalt opgelucht adem.   
Voor de nacht gaat de Nr 3 er terug op want er staat nog steeds rond de 20kn wind en er zitten enkele vieze squalls in de buurt.

 

Zondag 28 mei 2006 (Atlantische oceaan, 36°38’,3N-030°55’,5W) Day’s run 122 miles

De wind blijft erin tot 03.00u en alsof iemand een sleutel omdraaide, valt ze weg. De zeegang blijft natuurlijk en pas tegen 07.00u met de opgaande zon gaan de Nr 1 erop. Spijtig genoeg gaat de wind tegenwijzers in shiften wat ons 20° kost en heel wat mijlen in de goede richting. Het wordt stilaan duidelijk, het zal weer een nachtelijke landfall worden…shi…
Twee vieze squalls passeren ons met wat gedruppel, maar ook deze brengen geen wind, hooguit een 10° windshift. Ik ga terug vissen. De groene inktvis gaat overboord, zonder brokje vliegende vis eraan en al pratend tegen Inge help ik de lijn van de Penn molen glijden. De inktvis is geen 10m achter de boot als opeens de lijn strak komt te staan en er hevige rukken bijna de complete hengel overboord trekken. Iets zeer groot zit daar. Ik blokkeer de lijn en probeer in te halen, no way, de ganse boel wordt bijna uit mijn handen gerukt en dan…pioeing: lijn over, alles weg, 7cm haak, mijn beste fluo inktvis (ik geloof dat het Koen Crucke was, we noemden onze fluo inktvissen naar Vlaamse “zangers”; neen het was Jo Vally, Crucke was de rose inktvis), een 70cm staaldraad en een roestvrijstalen swivel. Verbijsterd kijk ik naar de overgerukte 150lbs lijn. En achter de boot kolkt het water van een grote boze vis. Snel een nieuwe, rode fluo inktvis (den Eddy ) maar het zeemonster heeft er geen zin meer in.
Tot 6x  bereken ik deze morgen onze ETA, en nog meer gefrustreerd van weer niets meer dan static geruis te horen in de plaats van Oostende Radio, ga ik wat slapen. Tegen de middag is het duidelijk: met die wind en die voorspelling is het niet haalbaar. Nog 161 mijl te gaan, dus wordt het weer nacht bij aankomst, traditiegetrouw. Herb geeft ons weer te melden “good shape, NNW 10/15kn” maar we zitten met ENE scherp aan de wind te rammen op de left-over swell. De anderen moeten wachten, hij stuurt ze bijna alle richtingen uit, maar niet oostelijk, sommige jachten liggen op grootzeil in 5kn wind te wachten op de “big bad low” die in 72u de Azoren zal raken. Prognoses geven een NE tracking maar SE kan ook zijn…We zeilen in elk geval nog en kunnen het zo houden voor de rest van avond en het begin van de nacht. De mijlen tellen af…de kaap van 100 mijl passeert. De GPS geeft voor het eerst de mijlen met de tienden ervan erbij.    

 

Maandag 29 mei 2006 (Atlantische oceaan, 38°02’,4N-029°24’,3W) Day’s run 111 miles
Vanaf 14.00u (UTC-4uur) tot 23.59u (UTC-4uur) resterende mijlen 47

Lap, we hebben het zitten, om 03.00u is het gedaan met zeilen. 8kn wind met 3,5kn over de grond in een lichte dwarse stroming. En dan is het helemaal gedaan: niets meer; 85 mijl voor het einde sneuvelen. De autopilot geeft “off-course”, de boot drijft alle richtingen. Ik neem over en na 2x 360° gedraaid te hebben met winden van 3 tot 5kn in alle richtingen, krijg ik ze weer aan de praat. 7kn wind nu, genoeg om nu net geen 4kn wind te lopen. De log heeft weer kuren maar dat zijn we gewoon. Ze heeft het 14 dagen prima gedaan, nu is ze het beu.
Maar het wordt daglicht en ik hoop eindelijk de shift naar het NW op te pikken en met halve wind Horta aan te zeilen. Ik wil niet motoren, zolang we zeilen. Ik herbereken de ETA en plaats die nu op dinsdagmorgen, zodanig dat we met daglicht aankomen, zolang we kunnen zeilen, zeilen we. We blubberen maar wat voort. Een dolfijnen show en een grote, weer luie, potvis, is het hoogtepunt van de morgen.
De natuur wil absoluut niet mee. We lopen koers op de bestaande wind van 3/5kn 350°, dus achteruit. De laatste 70mijl is de wind…op kop, bijna niets. Eerste tekenen van land: een vlinder die op de oceaan drijft en ook steeds meer dingen van menselijke oorsprong: piepschuim kisten, plastieken flessen, touwwerk, houten paletten… Om 09.00u moet de motor op voor de batterijen en voor de eerste keer sedert dag 2 slaat de schroef in het oceaanwater.
Tegen 10.30u en na het zien van een school long finned pilot whales (Globicepala Melas) zijn de batterijen vol, maar de wind volledig weg. We hebben de “Zadar” en de “Blue Iguana” achter ons gelaten de laatste dagen maar een mast verschijnt aan de horizon, achter ons. Via de VHF horen we het dat het de “Blue Iguana” is, hun 12jarig zoontje is ziek, na een allergische overreactie en ze motoren al de ganse nacht om zo snel mogelijk in Horta te zijn. Via de HF hebben ze contact met een dokter en geven ze hem histamine. We kunnen niets doen. Nu is de oceaan een laken, enkel hier en daar een Portugees oorlogschip (kwal) die ook al niet kunnen zeilen. Ik vang er eentje met de bootshaak voor de foto en zet het wezentje voorzichtig in het water. De motor loopt nog steeds tegen de middag. Een loodgrijze hemel en van puur frustratie heeft geen van ons zin om te koken: instant spaghetti verbeterd met wat tonijn en spinazie. Tegen 16.00u is er even hoop, een squall brengt wat wind, voorzeil op en motor af. De “Blue Iguana” vaart ons voorbij onder motor, ze doen bijna 6kn. Raar eindelijk een gezicht op een boot te kunnen plakken na bijna 3 weken elkaar enkel op de radio gehoord te hebben. Het zeilen is van korte duur, de motor is nog niet afgekoeld als de wind er terug uit gaat: misérie, misérie…Weer motoren, nog 30 mijl te gaan; het zal zelfs geen daglicht zijn als we zullen aanlopen. We kunnen toch niet de motor aan 850 rpm, bootsnelheid 2,75 laten lopen? Neen, geef haar 1250 rpm en we doen 4,5kn, zachtjes zwalpend over een gladde oceaan. Met Herb krijgen we geen contact, de motor geeft teveel storing in het systeem, de “Blue Iguana” klaagt over hetzelfde probleem.
Het wordt donker, en we zien de verlichting van het eiland Faial tegen de lage grijze bewolking weerkaatsen, maar geen lichtjes. We hebben alle navigatielichten op, ook het toplicht om eventuele vissersschepen te tonen dat we er zijn. Toegegeven om energie te sparen voerden we enkel een klein lampje op de oceaan dat door een 5cm op 5cm zonnepaneeltje werd gevoed overdag. Niemand ziet dat natuurlijk, maar onze navigatielichten staan op de reling en niet in de mast, dus in de oceaandeining ziet niemand deze ook niet. Navlights slokken al gauw een kleine 50Amps/nacht, dus de rekening is gauw gemaakt. (2x25W+1x15W=65W/12V=5,4Amps+verlies in de draden= 6Amps X8 uur= 48Amps)    
De wind is echt op zoek naar een hoek en het grootzeil staat soms vol over stuurboord, soms over bakboord. We naderen, nu zijn de lichtjes zichtbaar, van Faial en van het naburige eiland Pico. We ruiken land. Ja, echt je ruikt aarde na bijna 3 weken op de oceaan, en bloemen en kruiden, vreemd maar het is zo.
09.00u Carib time, de GPS teller komt onder de 10 mijl, nu hebben we de afstand in 2 cijfers na de komma. En wat gebeurt er, jawel er is wind…recht op de kop. Ik plotte gisteren al de koers naar de pas tussen Pico en Faial, omdat Horta achter het kleine schiereiland Monte da Guia ligt, GPS gaat recht op recht berekenen en neemt geen “navigational hazards” in overweging. Natuurlijk met de vulkaan Pico, 2356m hoog, en ook op Faial is het 1043m hoog, geeft dit een windgat in het 6mijl brede kanaal. Soms 20kn wind, maar echt recht op de neus, meer frustrerend kan het niet. Maar dan opeens zijn ze er: dolfijnen. Je hoort ze niet alleen met hun splashes, en hun gesnuif bij het ademhalen, maar ook hun getjierp verraden ze. Als torpedo’s schieten ze voor de boeg van Eli. De fluorescentie in het water geeft een bellenlijn achter hun machtige staarten, een spektakel ongelooflijk, zonder moeite, en zonder bang te zijn van de draaiende schroef schieten ze voor en onder de boot door. We krijgen een fenomenale show van 20 minuten vooraleer ze terug de diepte van de oceaan prefereren.
Deze middag zijn we over de Princess Alice banks, met diepte tot 27m maar nu is het weer 450m diep. Net voor middernacht wordt het anders. De diepte meter geeft eindelijk diepte. 65m net naast de Monte da Guia…maar dat heeft weer zijn nadelen. Stroom, en alhoewel de stroom ook hier 6uur mee en 6 uur tegen loopt, hebben we deze natuurlijk…tegen. De bootsnelheid valt op 2,5 mijl, over een afstand van 2412 mijl terug naar 2,8kn. Het grootzeil ziet af in de 20kn wind en ik durf niet teveel dwars op de wind, en dus stroom te gaan vooraleer we vrij zijn van de Monte da Guia. Grootzeil naar beneden dus. In het zicht van de masten van de jachtclub, zonder zeilen op, met 20kn wind op kop, en 2,3kn stroom tegen, na 465 uur varen de havenlichten tergend langzaam zien langs kruipen. Even voor de havenhoofden is het voorbij met de stroom en wind en opeens toont de GPS weer 4,5kn groundspeed. We lopen Horta binnen na net geen 466u gevaren te hebben.
Het ligt overvol, alle boxen zijn bezet, en de boten liggen aan de muur 5 dik. Anker klaarmaken! We maken twee rondjes in de haven en zien dat ook de “Blue Iguana” op anker is gegaan. Tegen 01.30u plonst ons anker in de haven en liggen we eindelijk doodstil. We doen de rest morgen wel. De 3 uur time shift is niet genoeg want de Azoren leven in UTC, dus als we tegen 02.00u in bed kruipen is het hier 06.00u en begint het ironisch genoeg daglicht te worden. Enfin, we zijn er: zonder brokken aan onszelf, en evenmin aan de boot.     

   

Dinsdag 30 mei 2006 (Horta, Faial, Azores, Portugal)

Tja met daglicht slapen is niet zo eenvoudig, zeker als je een beetje opgewonden bent na de oversteek. Het kietelt om aan de wal te gaan, vaste grond terug onder je voeten. Ik neem even een slok rum, mijn eerste in drie weken! En kan toch een 5tal uur slapen, zie je wel dat een natuurlijk product uit suikerriet gezond is om te slapen… Tegen 10.00u lokale tijd zijn we op. Eerst zien om een ligplaats zien te versieren. We brengen de boot wat in orde en  beginnen onze trouwe bijboot Brutus op te blazen. Naast ons doet de “Blue Iguana” hetzelfde. De eerste die staat te roepen aan de kade is René van de Mary Blue. We tuffen naar de kade en gaan ons aanmelden in de jachthaven. Op de kade is het een vrolijk weerzien met René en Dirk van de Mary Blue. Ze hebben maar 13 dagen vanuit St Maarten erover gedaan, en de reden waarom we geen verbinding hadden was dat hun zender problemen had. We spreken af om iets te gaan drinken. Maar ze zijn gehaast om terug te vertrekken. Hun vluchten vanuit Portugal, want de boot moet naar Villamora, zijn al op 10 juni, dus binnen 9 dagen, met nog een 1000 mijl oceaan ertussen. Maar eerst naar de autoriteiten. We tonen dat we op anker liggen midden in haven, naast verschillende andere jachten maar we zijn niet in België. En dus doen de Portugese autoriteiten helemaal niet moeilijk over het ankeren. Ook de historie van 2 jaar geleden met de controles van de Brigada Fiscal bestaan niet meer, zeker niet voor jachten van EU. Trouwens voor deze die een boot in het buitenland kopen, dit is “the place to be” om haar in te voeren, de goedkoopste manier in de EU om de BTW op de boot te betalen van 12,5 tot 15% (België is 21%) en met deze invoer krijg je eveneens je vlaggebrief! Enfin, de Portugese autoriteiten zijn bijzonder vriendelijk en  behulpzaam. Een box is voorlopig niet te krijgen, maar we kunnen, 3 boten dik, naast een prachtige nieuwe Oyster 56 “Spellbound” gaan liggen, met water en elektriciteit aansluiting aan…9 Euro/dag. Waarom is dit niet mogelijk bij ons? En het is zeker de BTW niet die het zo bijzonder duur maakt in onze thuishaven!
Er moet wel nog een boot verhaald worden en dus gaan we de stad even verkennen, en natuurlijk naar huis telefoneren om te zeggen dat alles OK is. Eerst Inge en een paar uur later mijn ma, ze zijn dolgelukkig onze stemmen terug te horen. Dan maar onze mails gaan bekijken in de stad, en de mailbox valt best mee qua volume. We vinden een klein lokaal restaurantje waar we voor 5 euro een dagschotel, varkensvlees met frieten (na drie weken eindelijk frieten!) en een heleboel groentjes vinden. Overgoten met een fles Vino de Casa Tinto, voor 5 Euro. Verse broodjes met boter en een lokale kaas, een glas rode wijn…wat moet een mens meer hebben? En dan een lekker gerechtje en een kleine koffie…heerlijk gewoon!
Verkennen dan maar, en even later zijn we in het kloppend hart van Horta, voor zeilers althans. Peter’s Sport Café. Voor een Euro heb je een pintje op de middag, nu nog niet, even wachten? Maar na toch een pintje gaan we naar de boot terug, anker op en afmeren naast “Spellbound”. We hebben elektriciteit en een wateraansluiting. Weten jullie wie op een paar boten van ons ligt? De “Joshua”, veilig en wel afgemeerd in Horta. We moeten niets zeggen tegen de crew van “Joshua”, de meeste jachtlui zeggen hun al dat ze minimum een paar dagen de afgelopen week naar hun aan het zoeken geweest te zijn. Dat geeft toch een goed gevoel, wetende dat als er iets verkeerd loopt, een hele grote groep zeil(st)ers en professionelen naar je gaan zoeken. De solidariteit onder zeil(st)ers op de oceaan is ongelooflijk.
Inge vindt een kapperszaak en heeft meteen een afspraak voor morgen. En dan gaan we even naar de Café Sport. Even iets drinken en eventueel een hapje eten. Maar dan komen de mensen van de “Zadar” binnen…Een Nederlander komt naast ons zitten en begint op een gitaar “Sloop John B”  te spelen. De “Zadar” crew komt naast ons zitten…Geen verder commentaar maar zo een 5 uur later goed na middernacht is het als we het café verlaten…een gevaarlijk café…en lekker eten…en allemaal mensen die minimum duizend(en) zeemijlen achter de hielen hebben. Geen ergerlijke betweters, “dikke nekken” die nooit uit de territoriale wateren komen, ook niet met de kleinste over de weg transporteerbare boten…Jachtclubs zouden moeten gerund worden door dit soort mensen, die je hier vindt! Maar meestal zijn het dit soort mensen die liever op het water zijn dan in jas en das de ligplaatsprijzen bepalen voor volgende zomer…spijtig.

 

Woensdag 31 mei 2006 (Horta, Faial, Azores, Portugal)

Lang slapen, tot 09.30u en met wat hoofdpijn, van bier dan nog wel te verstaan. Echt lang geleden. Inge is er al klaar voor en verdwijnt naar de kapper. Het voelt raar aan bij de kaartentafel te gaan zitten en geen van de navigatie systemen, of GPS die data weergeeft…
Alle schermpjes staan blank.Wat verder rusten en een deel van de kuip opruimen is de boodschap. Niet dat het vuil is maar er ligt bijna overal een dikke centimeter zout op alles. Ook onze planten houden niet van dit weer. Onze orchidee heeft zijn bloemen verloren en er zijn ook geen nieuwe blaadjes bijgekomen. Alle schoten en vallen spoelen en opschieten.
En dan de gegevens van het logboek, de radio-sheets en de kladnotities in een tekst beginnen te verwerken voor de website.
Inge is pas om 13.30u terug en dus gaan we na de middag de stad verder verkennen. Terug iets gaan eten in het restaurantje van gisteren middag. Een kippetje op de dagschotel en dan verder Horta uitpluizen.We vinden een kleine mercado en gaan het eenvoudig houden deze avond: pizza. We moeten een paar dvd’s vinden voor de komende avonden.
De mensen van de jachtclub beginnen iedereen te waarschuwen voor de storm die eraan komt en in de boxen wordt zelfs gevraagd een hek anker uit te gooien, om de druk op de vingerpontons af te houden.

 

Terug boven

 


Deze pagina afdrukken