ALLERGIE

Terug naar trefwoordenlijst

Prof Dr Wim STEVENS
Voordracht van Prof Dr Wim STEVENS
Allergie is geen Zeldzame Ziekte
Allergie neemt toe
Allergie - Mechanisme
Histamine en andere Mediatoren
Allergische Ziektebeelden
Overgevoelig Orgaan
Bijkomende Prikkels
Overprikkelbaar Orgaan
Voornaamste Ademhalingsallergenen
Huisstof

  • Huisstofmijt
  • Verblijf in de bergen als therapie
  • Slaapkamer stofvrij als therapie

  • Pollen
  • Graspollen
  • Onkruidpollen
  • Boompollen
  • Kruisreactie
  • Mechanisme van de kruisreactie

  • Latex Allergie
  • Kruisreactie
  • Dragers van allergenen
  • Kruisimmuniteit

  • Vragen en Antwoorden

     

    Prof Dr Wim STEVENS

    Hij studeerde aan de Faculteit Geneeskunde van de Universiteit Gent. Zijn wetenschappelijke interesse ligt in het domein van de immunologie, speciaal op het terrein van de allergie. Hij is diensthoofd van de Afdeling Immunologie Reumatologie en Allergologie van het UZA en hoofd van het Laboratorium Immunologie van de UIA. Hij doceert Immunologie aan de faculteit Geneeskunde van de Universiteit Antwerpen. Hij publiceerde in Medische tijdschriften meer dan 230 wetenschappelijke artikelen merendeels over zijn werk in de verschillende domeinen van de immunologie. Zijn speciale interesse gaat op dit ogenblik naar de opheldering van de ziekteprocessen en naar efficiënte behandelingen in de allergie.

     

    Voordracht van Prof Dr Wim STEVENS

    van 18 juni 2001

    In deze voordracht zal ik een aantal belangrijke ademhalingsallergenen belichten en ook het probleem van de kruisreactie bespreken. Ook enkele elementen uit de therapie zal ik aanhalen.

     

    ALLERGIE IS GEEN ZELDZAME ZIEKTE

    We deden een onderzoek waarin we 1100 schoolkinderen tussen 6 en 18 jaar ondervraagden over een aantal klachten die in de tabel vermeld zijn en dat wees uit dat een groot deel van de mensen in hun jeugd met allergische klachten te maken heeft.

    Bij het beoordelen van de tabel moet men dan nog voor ogen houden dat er ook mensen zijn die astma hebben en die dat niet beseffen.
    Hooikoorts is een slechte term want dat zijn alleen neusklachten veroorzaakt door graspollen.
    Aanleg voor luchtwegen allergie komt vaak tot uiting door frequente verkoudheden en frequente bronchitis.

    Vanaf hun geboorte tot het ogenblik van het onderzoek hadden 27,6 % van de leerlingen één of meerdere van de ademhalingsklachten gehad. Tellen we daarbij degenen die atopisch eczeem gehad hadden dan zien we dat een derde van de schoolgaande populatie allergische klachten heeft of gehad heeft.
    Het aantal dat allergische klachten had op het ogenblik van het onderzoek bedroeg 16,6 %.

     

    % die klachten hebben of gehad hebben

    % met klachten op het ogenblik van onderzoek

    astma

    4.0

    2.0

    hooikoorts

    9.8

    5.7

    frequente verkoudheden

    10.2

    3.3

    frequente bronchitis

    6.9

    2.5

    valse kroep

    4.4

    0.6

    chronische neusklachten

    8.1

    4.8

    één of meerdere van
    deze ademhalingsklachten

    27.6

    13.7

    atopisch eczeem

    7.6

    4.0

    één of meerdere van al
    deze allergische klachten

    31.9

    16.6

    tabel: allergische klachten bij leerlingen tussen 6 en 18 jaar

     

    ALLERGIE NEEMT TOE

    Het aantal mensen met allergie neemt toe.

     

    ALLERGIE - MECHANISME

    Dat is een reactie waarbij het afweer systeem, dat dient om het lichaam te beschermen tegen infecties, ons ziek maakt.

    Het afweer systeem is een leger van witte bloedcellen waarvan de lymfocyten de belangrijkste afdeling zijn voor de immuniteit. Deze herkennen elk vreemd deeltje dat het lichaam binnendringt. Die vreemde indringer is de vijand en we noemen hem verder "antigeen" of "allergeen". De lymfocyten maken daarbij gebruik van een wapen dat we "antistoffen" noemen of ook immunoglobulines wat letterlijk betekent bolvormige afweerstoffen.

    Komt een antigeen voor het eerst het lichaam binnen dan nemen de lymfocyten 2 - 3 weken vooraleer ze massaal antistoffen daartegen kunnen aanmaken. Die lymfocyten en ook hun antistoffen blijven daarna jarenlang in het lichaam aanwezig. Komt het antigeen daarna nog eens in het lichaam dan reageren die lymfocyten en die antistoffen onmiddellijk. (Ze zijn het soort geheugen van het immuun systeem dat belangrijk is bij besmettelijke ziekten, maar dat geen rol speelt bij allergie)

    De lymfocyten maken tegen elk antigeen een reeks types antistoffen waaronder een type (IgE) dat zich kan verankeren op andere cellen: mastcellen en basofielen (behorend tot de afdeling granulocyten).

    De mastcellen vindt men in de huid en in de slijmvliezen van de neus, de longen, de darmen en de genitaliën, in een woord op al die plaatsen waar allergenen het lichaam kunnen binnendringen.
    De basofielen circuleren in het bloed en zij spelen een centrale rol bij allergische shock.
    Alle granulocyten zijn bewapend met een arsenaal moordende chemische stoffen die ze uitstorten in de omgeving van het antigeen waardoor er ontsteking ontstaat.

    Komt een allergeen voor het eerst het lichaam binnen dan maken de lymfocyten antistoffen waaronder ook de specifieke IgE antistoffen die zich vastzetten op de mastcellen en de basofielen en alzo in het afweer systeem een geheugen tegen dat allergeen vormen. Men zegt dat de persoon gesensibiliseerd is tegen dat allergeen. Dat geheugen blijft niet levenslang: het sterft stilaan uit na verloop van maanden als men niet meer in contact komt met het allergeen.
    Komt het allergeen het lichaam binnen van een gesensibiliseerd persoon dan wordt het onmiddellijk vastgeketend op die IgE antistoffen van de mastcellen of de basofielen.

    De mastcel reageert hierop met het uitstorten van zijn lading chemische stoffen maar ook met het uitzenden van stofjes die werken als alarmsignalen en die we verder mediatoren noemen. Een van die mediatoren kennen we allen en dat is histamine.

    Het kan op twee manieren mislopen met het afweer systeem.

    Vergrijpen de lymfocyten en de antistoffen, die dus gericht waren tegen vreemde indringers, zich per vergissing aan deeltjes van het eigen lichaam dan spreekt men van auto immuun ziekten. Denk aan reuma waarbij het afweer systeem de eigen gewrichten vernietigt. We gaan daar vandaag niet verder op in.

    Een tweede manier is allergie. "Allos" en "ergon" zijn Griekse woorden die betekenen "anders" en "werken": het afweer systeem werkt anders dan het zou moeten. De mediatoren brengen een aantal reacties op gang die normaal zouden moeten beperkt blijven tot een kleine ontsteking die juist voldoende is om de geringe hoeveelheid binnendringende allergenen te vernietigen. Bij mensen met een genetische voorbeschikking wordt IgE gevormd en is de hoeveelheid door de mastcellen uitgestorte histamine en andere mediatoren alsook de daardoor opgewekte reacties en de ermee gepaard gaande ontstekingen veel te groot: zij zijn de allergische patiënten.

     

    HISTAMINE en andere MEDIATOREN

    Als histamine op een bloedvat komt, doet het dat bloedvat opengaan, omzeggens ogenblikkelijk. Gebeurt dat bijvoorbeeld in de neus dan gaan alle bloedvaten in de neus open en zo klapt de luchtdoorgang door de neus dicht.
    Als histamine op de klieren komt, verhoogt het de secretie. De neus begint te druipen.
    Als histamine op gladde spiervezels komt, trekken deze samen: spasme. In de luchtpijp zijn gladde spiervezels aanwezig. Deze vernauwen en de doorstromende lucht maakt een piepend geluid, dat we allen kennen bij astmapatiënten.
    Neusverstopping, druipneus en piepende ademhaling worden bij allergie veroorzaakt door het teveel aan histamine dat uitgestort wordt bij het binnendringen van het allergeen.

    De andere mediatoren hebben allen diezelfde en gelijkaardige effecten als histamine: neusjeuk, niezen, ... ontsteking, en dat geeft de allergische ziektebeelden als hooikoorts, astma, bindvliesontsteking, eczeem, netelroos,... die iedereen kent. Bij het binnendringen van het allergeen bij een allergische patiënt is het die te overvloedige stroom aan histamine en andere mediatoren en de lawine van de opgewekte reacties die al de verschijnselen van allergie veroorzaken. Normaal is men niet ziek van de geringe ontsteking die nodig is voor het opruimen van dat beetje allergeen, maar de allergische patiënt is wel ziek, erg ziek zelfs van de overvloed aan mediatoren en van de overmatige reacties.

    SAMENVATTING

    Eerste contact met het allergeen

     

    Volgende contacten met het allergeen

     

    Je kan het allergeen best bekijken als een sneeuwbal. Eens ze het lichaam is binnengedrongen verwekt ze een aantal mediatoren met een aanzwellende reeks effecten op allerlei cellen, wat uitloopt op een omzeggens onstuitbare lawine van reacties.
    Effectieve behandeling vereist dus een tussenkomst in de eerste stappen en dat betekent het vermijden van het allergeen. Daarvoor is een concrete kennis van het allergeen nodig. Daaraan zal ik de voordracht van vandaag besteden.

    Langs alle plaatsen waar er contact is met de buitenwereld kan er allergeen binnendringen en op mastcellen stoten: langs de huid, het verteringsstelsel, de luchtwegen en ook langs inspuitingen van medicamenten in spieren, aders,...en langs verwondingen door insectenbeten, .... Dat is een heel uitgebreide wetenschap en in deze voordracht zal ik me beperken tot ademhalingsallergenen en enkele kruisreacties, zoals ik gezegd heb. Toch zullen we noteren dat luchtwegen allergieën kunnen veroorzaakt worden, niet alleen door ademhalings-allergenen maar ook soms door voedingsallergenen. Anderzijds kunnen ademhalings-allergenen ook ziektebeelden verwekken buiten de luchtwegen.

     

    ALLERGISCHE ZIEKTEBEELDEN

    1. Hooikoorts of rhinitis

    Onder "itis" verstaan we ontsteking en "rhin" betekent neus. Iedereen kent rhinoceros = neushoorn. Rhinitis is dus gewoon neusontsteking of ontsteking van het neusslijmvlies.
    De vorm die door graspollen veroorzaakt wordt, noemt men hooikoorts. In de volkstaal wordt de naam hooikoorts wel regelmatig gebruikt voor allergische neusklachten, dit wel ten onrechte want bij de ziekte hoort geen koorts en ze is niet door hooi veroorzaakt maar door graspollen.
    Die kinderen zitten steeds met de hand aan de verstopte neus in een poging om die open te krijgen. Ze wringen aan de neus en ze duwen die naar omhoog en na verloop van tijd krijgen ze een dwars streepje over de neus.

    2. Oogbindvlies-ontsteking of conjunctivitis

    Die kan door allergie veroorzaakt zijn. Ze gaat gepaard met zwelling, tranenvloed en veel jeuk, waardoor die kinderen continu in de ogen zitten te wrijven. Soms is er een donkere verkleuring rond de ogen.

    3. Sinusitis

    Dat is ontsteking in de sinussen, de bijholtes van de neus.

     

    De beenderen rond de neus bevatten holtes, sinussen genoemd, die met lucht gevuld zijn en die geventileerd worden langs openingen naar de neus. Neusverstopping sluit soms, maar niet altijd, die openingen af wat het ventileren belet en dat geeft dan op die plaats het zwaar drukkend gevoel dat sinusitis-patiënten kennen.

    Op een computertomografie van het hoofd zien we de tanden, het neustussenschot, de ogen en de sinussen.
    Op het beeld is been wit, weefsel grijs en lucht zwart en dus zouden de sinussen langs weerszijden zwart moeten zijn. De rechter is echter deels grijs door het ontstekingsweefsel dat in die sinus ontstaan is.

    Bij 80% van de astma-patiënten geven de sinussen zon afwijkend beeld, zonder dat de patiënten daar iets van merken, want heel dikwijls geeft dat geen symptomen als pijn, ... Toch moet die ontsteking behandeld worden, want effectieve behandeling van deze sinusitis verbetert meestal de astma.

    4. Astma

    Dat zou men ook astmitis kunnen noemen want het behelst, naast spasme van de luchtpijpvertakkingen, ook en vooral ontsteking.
    Hoest kan een eerste symptoom zijn, bij kinderen kan dat valse kroep (ontsteking in het strottenhoofd) zijn. Als de verstopte longblaasjes lange tijd niet meer open en dicht gaan, verliezen ze stilaan hun elasticiteit: dat noemt men emfyseem en dat heeft kortademigheid tot gevolg. Het is het definitief late gevolg van astma. Voor astma is dus een vroegtijdige en efficiënte behandeling vereist.

    5. Urticaria, netelkoorts of netelroos

    Ook buiten de luchtwegen kunnen de mediatoren van ademhalingsallergenen ziektebeelden verwekken, als bijvoorbeeld urticaria.
    Die mensen hebben de tekenen van iemand die in de brandnetels is gevallen. Dat zijn papels, kleine of grotere, gescheiden of samenvloeiend, van zeer verscheidene vorm en kleur, maar een ding is er altijd bij en dat is jeuk.
    Urticaria komt en gaat meestal na enkele uren, gelukkig maar. Bij mensen bij wie ze toch langer blijft, is die hevige jeuk een groot probleem.

    6. Angio-oedeem

    Dat is ook een reactie buiten de luchtwegen.
    Oedeem is een zwelling door vochtophoping, dikwijls in de voeten als het hart niet meer in staat is om het vocht terug naar omhoog te pompen. Angio-oedeem krijgt men op de plaats in het lichaam waar de diepere bloedvaten overmatig uitzetten, bijvoorbeeld door de werking van de mediatoren vrijgesteld door een allergie. Dat kan op eender welke plaats van het lichaam zijn, bijvoorbeeld op de lippen en de wangen. Daar blijft het dan enkele uren, gaat weg en komt weldra terug op een andere plaats.
    Als dat in de keel is of in de luchtwegen kan het levensbedreigend zijn.

    7. Kindereczeem of atopisch eczeem

    Dat is een andere mogelijke reactie buiten de luchtwegen.
    Jeuk is er hier ook bij. Verder gaat het hier om een totaal ander ziektebeeld. De letsels blijven niet gedurende enkele uren zoals bij urticaria en angio-oedeem, maar gedurende vele dagen. Ze kunnen open gaan en vocht afgeven. Die open wonden kunnen besmet worden. Er zijn letsels van het krabben en de huid op die plaatsen kan verdikken.
    Het begint meestal op kinderleeftijd maar kan tot ver in het leven blijven.

     

    OVERGEVOELIG ORGAAN

    Allergie beperkt zich dikwijls tot een orgaan. We zeggen dat het orgaan overgevoelig is. Dat orgaan heeft speciale structuren die maken dat de mediatoren en de reacties daar overvloediger zijn of meer effect hebben dan in de andere organen van het lichaam. Die speciale structuren zijn aangeboren.

    Er zijn dus 3 dingen nodig om allergie te krijgen:

    1. de genetische aanleg om IgE aan te maken op normaal onschadelijke stoffen
    2. frequent contact met het allergeen
    3. een orgaan dat overgevoelig is voor de mediatoren en de reacties

    Soms volstaan ook deze nog niet om allergische klachten te hebben.

    Mediatoren opgewekt door ademhalingsallergenen kunnen dus ziektebeelden verwekken, niet alleen in de luchtwegen, maar ook daarbuiten als daar overgevoelige organen liggen. Omgekeerd kunnen luchtwegen allergieën afkomstig zijn van voedingsallergenen als er in de luchtwegen gevoelige delen liggen. De mediatoren worden immers langs het bloed verspreid over het ganse lichaam.

     

    BIJKOMENDE PRIKKELS

    We zagen dat een allergeen, langs het allergisch mechanisme met mastcellen en IgE antistoffen, een overvloed aan mediatoren en reacties kan verwekken met klachten als astma, neusverstopping,... als gevolg. Maar er zijn ontelbare andere prikkels die langs andere mechanismen een overvloed aan mediatoren en reacties kunnen verwekken. Deze geven uiteraard dezelfde klachten in dezelfde organen: astma, neusverstopping,... Het is eender vanwaar de mediatoren komen. Zelfs als men gewoon de mediatoren inspuit, zien we dezelfde klachten: dat wordt ten andere gedaan om te testen of de luchtwegen gesensibiliseerd zijn en in hoeverre.

    De prikkels kunnen van de meest verschillende aard zijn:

     

    OVERPRIKKELBAAR ORGAAN

    Als een orgaan overmatig mediatoren produceert onder invloed van een bijkomende prikkel zeggen we dat het overprikkelbaar is. Bijvoorbeeld: luchtwegen bevatten receptor-zenuwen die de temperatuur waarnemen en bij verandering ervan de productie van mediatoren op gang brengen. Bij sommige mensen is die productie overmatig en dan zijn hun luchtwegen dus overprikkelbaar.

    We stellen vast dat alle mensen met luchtwegen allergie ook overprikkelbare luchtwegen hebben. De overvloed aan mediatoren wordt voor een deel verwekt door het allergeen en voor een deel door de bijkomende prikkel. De som van de twee bepaalt de ernst van de klachten. Soms is een van beide niet voldoende om klachten te verwekken. De allergische patiënt is dan vrij van klachten tot er een bijkomende prikkel is. Zo komt het dat opstoten van astma bij hen verwekt worden door bijvoorbeeld overgang van warm naar koud.

    BESLUIT

    Een mens wordt gesensibiliseerd tegen een allergeen door in aanraking te komen met het allergeen. Hij is allergisch als hij bij de volgende contacten een overvloed aan mediatoren uitstort. Hij krijgt een allergie op dat orgaan dat overgevoelig is voor mediatoren. Dikwijls heeft hij slechts allergische klachten als dat orgaan daarbij overprikkelbaar is voor bijkomende prikkels.

    Een mens met een luchtwegen allergie zal dus niet alleen op zijn ademhalingsallergeen letten maar ook op eventuele voedingsallergenen, ... en zeker ook op alle bijkomende prikkels waarvoor zijn luchtwegen overprikkelbaar zijn. Bij alle mensen met astma zijn deze prikkels belangrijke factoren die de opstoten uitlokken. Bij mensen met hooikoorts verergeren deze de klachten. Veel mensen met een luchtwegen allergie hebben geen last zolang ze de bijkomende prikkels kunnen mijden.

     

    VOORNAAMSTE ADEMHALINGSALLERGENEN

    Huisstof
    Pollen
    Dierlijke huidschilfers = epithelen
    Schimmels

    Vandaag bespreek ik huisstof en pollen.

     

    HUISSTOF

    Reeds 70 jaar is bekend dat huisstof een verwekker kan zijn van aanvallen van astma/rhinitis/conjunctivitis. Bij ontleding vond men in dat huisstof alles wat in de natuur aanwezig is en daarenboven huisstofmijt.

    Dat het al of niet aanwezig zijn van de huisstofmijt (Dermatophagoides) meestal overeenstemde met het al of niet oplopen van een allergie, werd in 1966 voor het eerst door Prof R. Voorhorst gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Zijn bevinding werd daarna in grote delen van de wereld waargenomen, hoofdzakelijk in de gematigde klimaatzones (met uitzondering van de Scandinavische landen waar dierlijke huidschilfers het belangrijkste allergeen zijn in huisstof).

    Niet het diertje zelf is allergeen maar de uitwerpselen. Daarin zitten spijsverterings-eiwitten. Verscheidene daarvan zijn allergeen. Allergenen zijn bijna altijd eiwitten, quasi nooit suikers. Als we een allergeen moeten opsporen, zoeken we dus altijd naar een eiwit. Huisstofmijtallergenen zijn dus spijsverterings-eiwitten in de uitwerpselen van huisstofmijten.
    Die uitwerpselen hebben afmetingen van 0,02 mm = 20 m.

    Huisstofmijt

    "Derma" en "phagein" zijn griekse woorden voor "huid" en "eten". Dermatophagoides betekent dus huidschilfers etende dieren. Er zijn verschillende soorten. In Europa is de meest voorkomende soort D. pteronyssinus, in Amerika is dat D. culinae seu farinae. Wie allergisch is aan een soort is dat in grote mate ook aan de andere soorten. Een mijt heeft 8 poten. De huisstofmijt is zowat 0,3 mm lang en is dus niet zichtbaar met het blote oog maar wel heel goed zichtbaar onder de microscoop.

    De huisstofmijt komt op de wereld vooral voor in de gematigde klimaatzones. In de Scandinavische landen komt ze niet voor, evenmin als in de bergen boven 1200 m.
    Men vindt ze vooral in oude vochtige huizen omdat een vochtige omgeving gunstig is voor de voortplanting.

    De huisstofmijt gedijt bij voorkeur in de volgende omgeving:

    Ze voedt zich met menselijke en dierlijke huidschilfers, mogelijk voorbereid door schimmels.
    Dat verklaart waarom men ze vooral in bed aantreft.

    Ze worden hoofdzakelijk gevonden in slaapkamers, in de oneffenheden van knopen en stiksels van de matrassen, in het beddengoed en in de tapijten naast het bed. Een matras kan gemakkelijk meer dan 100.000 huisstofmijten bevatten. Daarin is de temperatuur ideaal, de vochtigheid hoog door het zweten en de voeding overvloedig door het afschilferen van de huid. Hoe verder men van het bed weggaat, hoe geringer het aantal mijten wordt.Vooral na het slapengaan s avonds en s nachts heeft de patiënt klachten.

    In droge hete zomers gedijt ze minder goed. In de lente en de herfst neemt het aantal toe.
    De allergische klachten van huisstofmijt blijven het ganse jaar doordat er altijd mijten zijn. Doordat het aantal mijten dan afneemt, verminderen de klachten wel iets in de zomer, maar niet in dezelfde mate als het aantal mijten want niet de mijten zelf maar hun uitwerpselen zijn allergeen. Deze blijven ook als de mijten al lang verdwenen zijn.

    Mensen met huisstofmijt allergie hebben dus klachten:

    Ze hebben minder klachten in droge zomers en in de bergen boven 1200 m.

    Verblijf in de bergen als therapie

    Huisstofmijt komt minder of niet voor boven 1200 m, want daar is de vochtigheidsgraad te laag voor de voortplanting van de mijten.

    Men heeft in een studie schoolkinderen met allergie tegen huisstofmijt gedurende verscheidene maanden in Davos in de bergen laten verblijven. Er werd niets aan hun medicatie of behandeling veranderd behalve het feit dat ze daar in een omgeving zonder huisstofmijt verbleven. Bij die kinderen verdween in de loop der maanden de overprikkelbaarheid van hun luchtwegen door histamine in zeer grote mate. Na 10 maanden bleef daarvan geen 10 procent over.
    Het verblijf gedurende verscheidene maanden in een omgeving zonder huisstofmijt is een zeer efficiënte therapie.

    Slaapkamer stofvrij als therapie

    Het eenmalig doden of verwijderen van de huisstofmijt is geen afdoende therapie omdat daarmee het huisstofallergeen niet weg is. Als men de mijt lange tijd kon buiten houden, was dat effectief maar ze heeft de eigenschap van heel snel terug te komen. De huisstofmijt en het huisstofmijtallergeen zitten in het stof en dat moet heel regelmatig uit de slaapkamer verwijderd worden.

    Er zijn routine testen waarmee men de concentratie van huisstofmijtuitwerpselen (guanine dosering) in het slaapkamerstof meet. De resultaten corresponderen goed met deze van wetenschappelijke proeven via monoclonale antistoffen. Die resultaten vindt men in het verslag uitgedrukt in "g Der p 1 antigeen per gram stof". Men kan dus laten meten of de slaapkamer wel voldoende vrij is van huisstofmijtallergeen.
    Men mag daarbij aannemen dat 2 g Der p 1 allergeen per gram stof zoveel als voortgebracht wordt door 100 mijten per gram stof voldoende is om een persoon te sensibiliseren. Daarna is de hoeveelheid allergeen voortgebracht door 500 mijten voldoende om bij die allergische persoon een aanval van astma uit te lokken.
    In het bed zitten normaal 100.000 mijten en er moet dus duchtig opgeruimd worden.
    Daarbij zal men voor ogen houden dat vooral het stof dat zweeft in de lucht de allergie verwekt.

    1. Goede afwasbare matrasovertrekken die de huisstofmijt tegenhouden, bestaan en zijn efficiënt.

    Als men op een gegeven ogenblik zon speciale overtrek over de matras aanbrengt dan ziet men het aantal mijten in het bed verminderen van enkele duizenden naar enkele honderden, gemiddeld, zelfs als men daarna wekenlang niet meer stofzuigt. Als men daarentegen het stofzuigen wekenlang weglaat bij een gewone overtrek dan vermeerdert het aantal mijten van enkele duizenden naar verscheidene tienduizenden.

    2. Matrassen, lakens, dekens, hoofdkussens,...zijn liefst synthetisch. Tapijten zijn reservoirs van huisstofmijt en huisstofmijtallergeen, en het gebruik van tapijten en karpetten is uit den boze.
    Beddengoed regelmatig wassen is best want dat vermindert de hoeveelheid huidschilfers, maar echt efficiënt is wassen slechts als het gebeurt boven 50 C want alleen boven die temperatuur is de huisstofmijt dood.

    3. Stofzuigen is absoluut noodzakelijk. Huisstofmijt uitwerpselen zijn een zwaar allergeen met afmetingen van 20 m: vergelijk het met de afmetingen van cementstof. Bacteriën blijven in de lucht hangen, maar hun afmetingen zijn 100 maal kleiner. Huisstofmijtallergeen zakt dus tamelijk snel uit de lucht. Een goede stofzuiger kan het uit de lucht halen. Hier zit wel een lelijke strikval: neemt men het stof op met een slechte stofzuiger dan blaast deze het bezonken huisstofmijtallergeen met enorme hoeveelheden weer in de lucht zodat men het inademt en dat is veel slechter dan het te laten liggen.

    Een medische stofzuiger is natuurlijk het zekerste maar persoonlijk ben ik er niet van overtuigd dat het nodig is. Een moderne stofzuiger met een goed filtersysteem volstaat. De kwaliteit van de filter is belangrijk. Als men na een tijdje stofzuigen het apparaat naar de zon houdt en men ziet dat het stof er uit blaast, dan moet men ophouden en het apparaat of de filter vervangen. Er bestaan betere stofzuigers.

    Grootte van de in de lucht aanwezige stofdeeltjes
    in m = 1 duizendste van een millimeter

    huisstofmijt

    300

    huisstofmijt uitwerpselen

    20

    pollen

    50 - 200

    cementstof

    10 - 35

    bacteriën

    0,3 - 35

    virussen

    0,03 - 0,5

    Huisstofmijtallergeen is het meest voorkomend allergeen: bijna 70 % van de patiënten hebben allergie tegen huisstofmijtallergeen.

     

    POLLEN

    Pollen zijn het tweede belangrijkste allergeen.

    Deze kleine korrels (5 tot 200 m) zijn de mannelijke vruchtbeginselen van de planten die de vrouwelijke stampers in de bloemen bevruchten.

    Van belang voor ons zijn de massieve hoeveelheden pollen die de windverstuivers in de lucht sturen.

    Specifiek voor de pollenallergie is dat ze afhankelijk is van het seizoen, het weer,...

    Pollen worden vrijgesteld:

    Regen doet het aantal pollen in de lucht sterk dalen.
    Pollen verspreiden zich kilometers ver - tot 30 km in zee - en heel hoog, zodat de pollenconcentratie in de stad even groot is als op de buiten. Daaruit volgt dat allergische klachten even veel voorkomen bij stedelingen als bij plattelandsbewoners.

    Pollen in de lucht vindt men in de bloeitijd van de plant. Die verschilt van streek tot streek en er bestaan pollenatlassen, die de aanwezigheid en de bloeitijd van de verschillende allergie verwekkende planten in elke streek aangeven.

    De allergenen zijn eiwitten die meestal in de pollenkorrel liggen. De korrel wordt meestal opgevangen in de neus en door de trilhaartjes afgevoerd naar de keel. Gedurende dat transport wordt het eiwit vrijgesteld dat de allergie verwekt.

    Er zijn 3 soorten pollen die in onze streken belangrijk zijn:

     

    Graspollen

    Graspollen zijn tamelijk groot: 20 m. Alle pollen (die groter zijn dan 5 m) worden opgevangen in de neus waar het allergeen wordt vrijgesteld. Graspollen veroorzaken vooral rhinitis en conjunctivitis.

    Dat is de regel voor alle allergenen: als de stofdeeltjes groter zijn dan 5 m dan blijven ze in de neus en veroorzaken vooral rhinitis en conjunctivitis, alleen de deeltjes kleiner dan 5 m dringen door tot in de diepere luchtwegen en veroorzaken astma. Verder zien we waarom graspollen toch soms astma veroorzaken.

    Wie allergie heeft tegen de pollen van een grassoort, is ook allergisch tegen de pollen van alle andere grassoorten. Dat vereenvoudigt de proeven bij de diagnose: het volstaat een grassoort te testen.

    Graspollen worden geproduceerd, niet door het gras van de tuintjes want die worden gemaaid en dat gras bloeit niet, maar door het gras op de niet gemaaide terreinen en graskanten.

    De bloeiperiode gaat van midden mei tot juli, voor sommige grassoorten tot augustus. Dat is de tijd dat de studerende jeugd last heeft van hooikoorts.

    De concentratie van graspollen in de lucht wordt door de meteorologische stations regelmatig gemeten en weergegeven in korrels per m. Ze stijgt geleidelijk vanaf half mei, bereikt een maximum in juni en daalt vrij scherp in juli. De meeste patiënten vertonen verschijnselen van hooikoorts wanneer de concentratie stijgt boven 50 korrels per m = 1 NE.

    Afhankelijk van het weer kan de concentratie heel sterk verschillen van jaar tot jaar. Dat heeft consequenties voor het uittesten van een nieuw medicament. In een jaar met weinig pollen zal elk nieuw medicament schijnbaar een goed resultaat hebben maar het volgend jaar met veel pollen kan het helemaal inefficiënt blijken.

    Ze hebben allen dezelfde ronde vorm en hetzelfde uitzicht. Onder de microscoop kan men niet zien van welke grassoort ze afkomstig zijn. Concentraties vermelden dan ook altijd het totaal aantal korrels.

    Onder de elektronenmicroscoop ziet men op het oppervlak de structuur van eiwitten, die in de neus vrijkomen. Spuit men graspollen in een proefdier dan maakt het antistoffen daartegen en dan ziet men dat het tegen minstens 26 verschillende eiwitten antistoffen maakt. Verscheidene daarvan zijn allergeen: de ene persoon is allergisch tegen het ene eiwit en de andere persoon tegen een ander eiwit. Er is dus niet een bepaald eiwit dat men kan extraheren om alle patiënten te testen op graspollenallergie: men moet bij de diagnose complete graspollen gebruiken.

    Mensen met allergie (rhinitis, conjunctivitis) tegen graspollen kunnen ook astma krijgen, al zijn de korrels 20 m groot en worden ze in de neus opgevangen. Dat kan verklaard worden doordat graspollen openbarsten in water en dan zowat 700 korrels van 2 m verspreiden die wel tot in de diepere luchtwegen gaan.

    Dat hebben we ontdekt doordat mensen die graspollen allergie hadden, na een onweer (dat de graspollen doet openbarsten) plots een astma aanval kregen.
    Het kan ook dat het vocht in de neus de pollen doet openbarsten waarna de korrels van 2 m dieper in de luchtwegen doordringen.

    De voornaamste grassoorten verantwoordelijk voor allergie zijn:

    Dactylis glomerulata = Kropaar, mei augustus

    Lolium perenne = Engels raaigras, juni oktober

    Phleum pratense = Thimotheegras, juni juli

    Poa pratensis = Beemdgras, mei juni

    Anthoxanthum adoratum = Reukgras, april - juni.

    Verder zijn er een hele waaier van grasachtigen die geen allergie verwekken omdat ze zelfbestuivers zijn of omdat de pollen groot zijn en zich dus niet ver verspreiden in de lucht. Tarwe, gerst, haver en rijst zijn zelfbestuivers. Mais pollen zijn zeer groot. Rogge pollen zijn weinig allergiserend.
    Hooi is allergiserend door de graspollen die eraan zijn blijven kleven. Boerenlong = allergisch alveolitis is veroorzaakt door schimmels die gemakkelijk woekeren in gestockeerd hooi.

    Onkruidpollen

    Onkruidpollen zijn minder allergiserend dan graspollen. Daardoor zijn ze voor allergie niet zo belangrijk als graspollen, ook al zijn de meesten windverstuivers.

    Ze verwekken rhinitis en conjunctivitis alsook astma.

    Er zijn een paar verschillen met graspollen: minder kruisreactiviteit en latere of langere bloeiperiode.

    1. Als iemand allergisch is tegen een onkruid, is hij dat niet noodzakelijk tegen de andere. Dat maakt de diagnose moeizamer: de patiënt moet tegen een reeks onkruidpollen getest worden.
    2. De onkruiden die belangrijk zijn voor allergie bloeien in de zomer en de nazomer. Patiënten bij wie de allergie lang aanhoudt tot juli, augustus en eventueel september moeten niet alleen onderzocht worden op graspollen allergie, maar ook op onkruidpollen allergie.

    In onze streken zijn vooral belangrijk:

    Iets minder belangrijk zijn:

    Wie allergie heeft tegen graspollen en tegen onkruidpollen heeft kans klachten te hebben vanaf eind april tot september.

    Onder de microscoop kan men de onkruidpollen zeer goed van elkaar onderscheiden naar hun vorm. Bij het bepalen van de concentratie van onkruidpollen in de lucht kan men ze dus per onkruid klasseren.

    Bloemen, ook onkruiden met mooie grote bloemen zoals Paardebloem, Madeliefje, ... geven geen problemen omdat het insectenverstuivers zijn.

    Boompollen

    Boompollen allergie komt steeds meer en meer voor.

    De hazelaar bloeit vanaf januari tot april. De meeste bomen bloeien iets later, vanaf maart.
    Mensen die pollenallergie hebben van maart tot september moeten op boompollen, graspollen en onkruidpollen getest worden.

    De Berk is de boom die in onze streken het meest allergie verwekt. Onder de boomsoorten is er weinig kruisreactiviteit, behalve met de Berk. Als een patiënt allergisch is tegen een andere boomsoort is hij dat zeker ook tegen de Berk. Dat hebben we bij honderden patiënten vastgesteld. Dat vereenvoudigt in zekere zin de diagnose: om te testen of een patiënt allergisch is tegen boompollen, volstaat het te testen of hij allergisch is tegen de Berk.

    Onder de bomen met jaarlijks afvallende bladeren zijn het vooral de katjesdragende bomen die problemen geven. Vooraleer de bladeren aan de bomen komen, hebben ze vruchtbeginselen waar de wind dan heel goed bij kan.
    De den-achtigen (bladhoudende bomen) verwekken geen allergie omdat ze grote kleverige pollen hebben die zich weinig of niet in de lucht verspreiden.

    Boompollen zijn heel goed van graspollen, onkruidpollen en ook van elkaar te onderscheiden zodat ze per soort kunnen geteld worden.

    Berkenpollen allergie is steeds belangrijker geworden. In een studie hebben we 400 mensen met hooikoorts en astmaklachten tussen 1975 en 1979 eerst, en 400 andere tussen 1992 en 1995 later, getest om te weten waartegen ze allergisch waren.

    In de periode 1975-1979 was 70 % allergisch tegen huisstofmijt, 62 % tegen graspollen en 17 % tegen onkruiden, terwijl dat in de periode 1992-1995 respectievelijk 65 %, 61 % en 15 % was. Het aantal mensen met allergie tegen huisstofmijt, graspollen en onkruidpollen is dus niet gestegen. Tegen boompollen was dat laag in de periode 1975-1979: slechts 11 %, maar dat is gestegen naar 37 % in de periode 1992-1995. Boompollen allergie is op 15 jaar verdrievoudigd.

    De verklaring hiervoor werd in het milieu gezocht. Maar dit bleek onjuist want het aantal Berkenpollen geteld door het Instituut Pasteur is over het verloop der jaren niet gestegen.

    Het is niet het aantal Berkenpollen in de lucht maar de vatbaarheid voor Berkenpollen allergie bij de mensen die gestegen is.
    Die stijging is belangrijk omdat een derde van de mensen met Berkenpollen allergie ook allergisch is tegen fruit als Appelen, Peren, Kersen,... - de lippen zwellen en er is jeuk ter hoogte van de mond en de lippen. Dat noemt men het Oraal Allergisch Syndroom = OAS.

    Kruisreactie

    Mensen die allergisch zijn tegen het inademen van graspollen kunnen ook allergisch zijn tegen het eten van Aardappelen of Tomaten. Mensen die allergisch zijn tegen het inademen van onkruidpollen (Bijvoet) of van boompollen (Berk) kunnen ook allergisch zijn tegen het eten van Selder, Wortelen, ... Zij hebben kruisallergieën. Zo komen er hele kluwens van stoffen waartegen men allergisch wordt en dat is een verschijnsel dat veel mensen kennen. Hiervoor is er een klein voorbeeld van zon kluwen.

    ademhalingsallergeen -->-- voedselallergeen

    Maar hier gaat het niet altijd om het eerder onschuldige OAS maar dikwijls om urticaria, angio-oedeem, en soms om anafylactische shock met plotse bloeddrukdaling en met bewustzijnsverlies eventueel. Vandaar komt de ernst van de toename van boompollen allergie: als de pollen allergie stijgt wordt dat derde deel van de mensen, dat door kruisreactiviteit daarenboven een allergie krijgt tegen het eten van groenten en fruit, ook groter. Die allergie is heel dikwijls een stuk ernstiger dan de Berkenpollen allergie.

    Bij proeven op zowat 4.000 mensen met Berkenpollen allergie bleek dat het minder ernstig ziektebeeld van OAS het meest frequent voorkomt terwijl urticaria op de 2e plaats komt en anafylactische shock gelukkig slechts heel zelden voorkomt.

     

    aantal

    OAS

    724

       

    Extra Oraal:

     

    urticaria/angio-oedeem

    299

    gastro-intestinaal

    164

    larynx-oedeem

    69

    rhinitis

    69

    astma

    35

    eczeem

    26

    anafylactische shock

    4

    Het allergeen waartegen kruisreactiviteit ontstaat, bepaalt het ziektebeeld (OAS of Extra Oraal) en dus de ernst van de klachten.

    Allergie
    tegen

    Aantal
    mensen

    OAS

    %

    Extra Oraal of
    Extra Oraal + OAS
    %

    Appel

    139

    82

    18

    Perzik

    104

    79

    21

    Abrikoos

    60

    76

    24

    Peer

    57

    90

    10

    Meloen

    42

    81

    19

    Pinda

    93

    71

    29

    Walnoot

    86

    67

    34

    Amandel

    57

    75

    25

    Aardappel

    30

    10

    90

    Erwt

    26

    46

    54

    Sinaasappel

    42

    36

    55

    Van degenen die allergie krijgen tegen Appel, zullen 82 % OAS hebben terwijl van degenen die allergie krijgen tegen aardappel er 90 % Extra Orale klachten zullen hebben: urticaria, angio-oedeem en andere ernstige klachten tot anafylactische shock.

    Mechanisme van de kruisreactie

    We hebben gezien dat de antistof die op de mastcel zit, grijpt naar een (antigeen) eiwit dat deel uitmaakt van het allergeen. Daarvoor is de antistof voorzien van een vuist met welbepaalde vorm waarmee hij grijpt naar het uitsteeksel (epitoop) op het eiwit dat best past in die vuist. Een eiwit heeft een structuur met allerlei plooien, waarvan er af en toe een paar uitsteken.

    Maar ook naar een uitsteeksel dat erop gelijkt, grijpt hij alhoewel wat onzeker. Als een mens allergie heeft tegen Berkenpollen en tegen Appel, is dat omdat Berkenpollen en Appel hetzelfde eiwit hebben of zeer gelijkende eiwitten. Dat eiwitten van zeer verschillende planten bijna identiek zijn, komt omdat die eiwitten in de evolutie doorheen de eeuwen overgeërfd zijn van een zelfde oerplant en daarbij bewaard gebleven zijn.
    De Medische Wetenschap zoekt nu naar die kluwens van allergieën, en in elk kluwen naar dat eiwit en zijn epitoop die het kluwen van allergieën verwekt. Met de kennis van dat epitoop kan men echte geneesmiddelen maken die de vuist van de antistof bezetten zonder de mastcel te activeren.

     

    LATEX ALLERGIE

    Latex allergie is de laatste jaren sedert 1980 enorm toegenomen. Dat heeft te maken met de toename van het gebruik van condooms en handschoenen uit latex. Latex allergie wordt verwekt door contact met de huid en ook door het inademen van stofferige additieven aan latexrubber partikels.

    Latex is een chemische stof "poly-isopreen" die absoluut geen eiwit is: het is niet de latex zelf die allergie verwekt. Latex is het sap van de latexboom "Hevea brasiliensis" die men langs een kerf (insnijding) laat bloeden. Het sap een wit melkachtig vocht dat uit de kerf druppelt dient feitelijk om de wonde te herstellen. Het is de geringe hoeveelheid "afweer eiwitten" die als een mantel rond de latexkorrels ligt, die allergie veroorzaakt. Bij het verwerken van latex tot latexrubber worden die eiwitten niet verwijderd en ze zijn dus in het eindproduct handschoenen, condooms,... aanwezig: 1,8 %.

    Synthetische rubber geeft geen enkele allergische klacht tenzij contact allergie tegen additieven.

    Noot: Latex handschoenen bevatten ook additieven, die een contact overgevoeligheid geven volgens een niet IgE mechanisme die zich alleen plaatselijk op de huid manifesteert. Dat laten we nu buiten beschouwing. Verder hebben we het alleen over de allergische reacties verwekt door latex. Dat kan door contact met de huid, met de slijmvliezen in de luchtwegen,...

    Latex kan alle allergische ziektebeelden verwekken: rhinitis, conjunctivitis, astma, angio-oedeem = opzwelling door uitzetting van de diepere bloedvaten, maag en darmproblemen,... tot zelfs anafylactische shock. Bij het gebruik van handschoenen, katethers, knelbanden,...in operaties zal men er rekening mee houden dat 1 tot 2 % van de bevolking gesensibiliseerd is tegen latex en dat de patiënt dus een anafylactische shock tegen latex kan krijgen

    De toename van de latex allergie wordt verklaard door de toename van het gebruik van condooms sedert de opkomst van AIDS en de toename van het gebruik van handschoenen in de medische sector en ook in het huishouden. De productie van latex werd opgedreven: daarvoor werd dezelfde boom meer gekerfd met als bijkomend gevolg dat hij meer afweer eiwitten ging produceren wat de concentratie aan eiwitten in de latexrubber verhoogt.
    Men blijft latexrubber gebruiken omdat het energieverbruik voor de productie van synthetische rubber 10 maal hoger ligt: synthetische rubber handschoenen kosten 10 maal meer dan latexrubber handschoenen. Toch gebruikt men in ons ziekenhuis synthetische rubber.

    Vooral in de medische sector en in de sectoren die latexrubber verwerken is de toename aan allergie opmerkelijk. In Europa is 3 tot 12 % van het medisch personeel allergisch en in Amerika is dat zelfs 20 %.

    Huishoudelijke artikelen uit latexrubber:

    - rubber handschoenen

    - rubber speelgoed

    - condomen

    - zwembrillen, snorkels, badmutsen, zwemvinnen

    - contraceptieve rubber diafragmas

    - brillen

    - elastieken

    - oogkapjes foto en video

    - handvaten van fietsen,motos

    - rubber banden

    - rubber laarzen

    - kauwgom

    - ballonen

    - luchtmatras, latexmatras

    - sportartikelen
    (handvaten raket, golfartikelen,...)

    - gordijnen stortbaden / badkamer

    - stretch textiel

    - rubber textiel

    - warm water kruiken

    - gommetjes

     

    Medische artikelen uit latexrubber:

    - handschoenen

    - reflexhamers

    - intubatie tubes / maskers

    - intestinale tubes

    - tandbeschermers

    - stoma zakken

    - beademingsballonnen

    - drains

    - infuusmateriaal

    - knelbanden (garrots)

    - bloeddrukmeters

    - adhesieve banden

    - stoppen van vials en bloedafname buizen

    - pipetten

    - catheters

    - ECG,EEG en EMG toebehoren

    Dat zijn lange lijsten maar ze zijn absoluut nog niet volledig.

    Vanaf de kinderjaren reeds wordt men gesensibiliseerd door het gebruik van fopspenen, het opblazen van ballonnen,...
    Handschoenen geven het meeste kans op latex allergie omdat ze een glijmiddel bevatten voor het vlot aanschuiven: dat is een zetmeel. Daaraan blijven de eiwitten gemakkelijk kleven: die zetmeelkorrels verstuiven in de lucht en zetten zich op het neusslijmvlies.

     

    Kruisreactie

    In latex zitten veel verschillende eiwitten die allergie kunnen veroorzaken, een 60-tal, waarvan er ene namelijk profiline relatief veel voorkomt in groenten en fruit.

    Bij mensen met latex allergie komen allergie tegen huisstofmijt en pollen evenveel voor als bij de gewone populatie. Doch 88 % van de mensen die latex allergie hebben, zullen ook allergisch zijn tegen vooral exotische groenten en fruit: Banaan (34 %), Kiwi (20 %), Avocado (25 %),... Deze geven mondklachten, urticaria, astma,...
    Verscheidene van die mensen zijn ook allergisch tegen kamerplanten: Ficus benjamina, (20 %)...Dat kan door aanraken, maar ook door inademen van hun stof.

     

    Uit een studie die we zelf gemaakt hebben, blijkt dat 76 % van de mensen met latex allergie ook allergisch is tegen groenten en fruit en 30 % tegen planten.

    Dragers van allergenen

    Een drager werd hierboven reeds vermeld: aan het zetmeel dat als glijmiddel in latex verwerkt wordt, kleeft het eiwit van de latex. Die zetmeelkorrels met eiwit verstuiven in de lucht en vormen een nieuw luchtweg allergeen.

    Hetzelfde gebeurt met de latex die verwerkt wordt in de banden van autos. Deze slijten en geven stofdeeltjes af waarvan 15 % kleiner is dan 5 m en dus kan doordringen tot in de longen. Daarop vindt men de eiwitten van latex. Maar ook alle andere in de lucht zwevende eiwitten blijven daaraan kleven en worden zo ingeademd tot in de diepere luchtwegen.

    Koolstofpartikels van dieselolie en mazout en stofdeeltjes van veel andere materialen hebben de eigenschap van gemakkelijk eiwitten aan te trekken om daarna als een allergene stof in de lucht rond te zweven. Die eiwitten kunnen huisstofmijtuitwerpselen, dierlijke huidschilfers,... zijn.

     

    Kruisimmuniteit

     

    Het onderzoek naar kruisreacties bij mensen met latex allergie leerde dat een groot aantal van die mensen Ig E antistoffen had tegen Papaya maar dat de overgrote meerderheid van hen bij het eten van Papaya niet de minste klachten had. Dat roept de vraag op: is het mechanisme volgens dewelke allergie opgewekt wordt dan zo dat naast kruisallergie ook kruisimmuniteit bestaat.

    Blijkbaar zijn de mastcellen die bezet zijn door Ig E antistoffen hier wel aanwezig maar loopt de productie van histamine en de andere mediatoren bij kruisimmuniteit niet uit de hand, evenmin als de reacties die zij verwekken. Een grondige kennis van die mechanismen zou ons moeten tonen hoe men daarin kan tussenkomen met geneesmiddelen. Dat is een onderwerp waaraan de Medische Wetenschap op dit ogenblik alle aandacht besteedt.

     

     

    Patiënten vragen

    Prof Dr Wim Stevens antwoordt

     

    Wat is het principe van de desensibilisatie? Hoever staat het met dat type behandeling?

    Hier behandelt men de kwaal met de oorzaak: een patiënt die allergisch is tegen graspollen spuit men in met een vaccin bestaande uit een mengsel van graspollen of uit een graspollen extract. Moest men in het begin de dosis geven die men op het einde van de behandeling geeft dan zou dat een anafylactische shock verwekken. Men begint met een extreem lage dosis (1/10.000 van de einddosis) en verhoogt die dosis geleidelijk aan.

    De behandeling kan gebruikt worden bij:

    Voor graspollen allergie is het effect bewezen. Ze vermindert de ernst van de aanvallen van allergie. Dikwijls, maar niet altijd, geneest de allergie na een 5 jaar durende behandeling, althans als het vaccin uit graspollen extract bestaat.
    De studies over het gunstig effect bij graspollen allergie vermelden dat 1 op enkele miljoenen van de mensen door de inspuitingen gestorven is. Van hooikoorts is nog nooit iemand gestorven. De therapie zou dus gevaarlijker zijn dan de kwaal. Dat men geen absolute zekerheid kan geven omtrent de genezing terwijl er anderzijds een levensgevaarlijk risico bestaat, staat het algemeen gebruik in de weg. Ik gebruik voor het ogenblik deze behandeling uiterst zelden bij mensen met graspollen allergie. Voor hen bestaan er op dit ogenblik betere en veiligere behandelingen.

    Voor mensen met een allergie tegen wespen of bijensteken geldt juist het tegenovergestelde. Een steek kan een levensbedreigende reactie geven met anafylactische shock of met een dichtgeknepen keel. Worden ze na de behandeling opnieuw gestoken dan krijgen ze die shock niet meer. De behandeling heeft de gevaarlijke witte bloedcellen uit het afweersysteem verwijderd. De kwaal was levensbedreigend en de behandeling neemt de bedreiging weg. Voor hen is de desensibilisatie behandeling algemene regel en zelfs omzeggens een verplichting.

    Een paar zaken wil ik nog vermelden.

    1. Vroeger hebben we de desensibilisatie behandeling voor hooikoorts, astma,...geregeld toegepast. Men deed huidtesten en alle stoffen waartegen er reactie was, stak men in een vaccin. Dat was niet gevaarlijk maar het gaf weinig of geen effect. De problemen zijn maar gekomen toen men met gezuiverde extracten begon te werken en een extract per vaccin gebruikte: dat gaf wel een merkbaar effect maar het bracht de gevaren.
    2. Daarbij vestig ik Uw aandacht op de huidige ontwikkeling in de Medische Wetenschap op dat gebied. Men beproeft voor de desensibilisatie behandeling nieuwe vaccins die geen eiwitten bevatten maar DNA (genetisch materiaal). Er is veel kans dat er hiermee geen gevaren meer zullen zijn We hopen ook dat die vaccins een grotere kans op genezing zullen geven zodat we die therapie dan ook voor graspollen allergie zullen kunnen hernemen.

    Wat adviseert U dan wel voor hooikoorts?

    De behandeling om hooikoorts te genezen die absoluut veilig en zeker is, bestaat dus nog niet. Er bestaan wel medicamenten om de klachten te verminderen. De inhaleerbare corticosteroïden zijn daarvoor eerste keus middelen. Vergeet nu eens alles wat er verteld wordt over de bijwerkingen van corticosteroïden. Dat geldt voor oraal ingenomen of ingespoten corticosteroïden en niet voor inhaleerbare. Ze helemaal vrij pleiten van bijwerkingen doe ik niet maar ze werken alleen lokaal. Ze remmen het ziekteproces reeds op het niveau van de mastcellen, nog een stap eerder dan de antihistaminica. Deze verhinderen de werking van histamine en andere mediatoren maar beletten niet de productie ervan. Corticosteroïden doen dat wel en daarbij remmen ze de vermenigvuldiging van de mastcellen die bij de allergie betrokken zijn. (Corticosteroïden hebben een anti-inflammatoire en een immunosuppressive werking) Ze komen dus tussen helemaal in het begin van het ziekteproces en beletten zo het op gang komen van het sneeuwbal effect van de histamine en andere mediatoren.

    Het reduceren van het aantal mastcellen door de inhaleerbare corticosteroïden neemt enkele weken. Om het hooikoorts seizoen te kunnen ingaan met een minimum aan mastcellen, begint men de behandeling voor de aanvang van het pollenseizoen, dus voor er klachten zijn. Ik verzeker U dat met die therapie, als ze zo doorgevoerd wordt, 99 % van de mensen met hooikoorts goed en zelfs zeer goed is gedurende het grootste deel van het pollenseizoen. Als de pollenconcentratie in het midden van het seizoen heel hoog is, zullen die mensen toch nog wel een paar dagen last hebben. Op dat ogenblik wordt iets bijgenomen, bijvoorbeeld een antihistaminicum.

    Ik heb het hier wel over hooikoorts. De andere vormen van allergie eisen een verschillende behandeling.

    Kan men kruisallergie tegenhouden met inhalatie corticosteroïden?

    Bij kruisreactie heeft de natuur met behulp van de luchtwegen allergie een voedsel allergie opgestart. Soms kan die kruisallergie verbeterd worden door de luchtwegen allergie te verbeteren. Dat gaat echter niet met inhalatie corticosteroïden. Die werken alleen plaatselijk.

    Kruisallergie kan eventueel verbeterd worden door inspuitingen. We weten dat mensen die boompollen allergie hebben, wanneer we die Berkenpollen inspuiten, in 1 op 2 gevallen verbetering van de bijhorende voedselallergie hebben.

    Het gaat hier om een verbetering, geen genezing. De voedsel allergie blijft doordraven ook als de luchtwegen allergie niet meer bestaat. Voedsel allergie opheffen doet men met de voeding aan te passen.

    Mijn zoontje heeft een overgevoeligheid aan melk en moet elke dag Zyrtec nemen. Kunnen inspuitingen nuttig zijn? Als luchtwegenprobleem heeft hij alleen maar een bepaalde hoest.

    Inspuitingen zijn zeker geen oplossing voor voedsel allergie.

    Kleine kinderen die een genetische voorbeschikking hebben voor allergie, zullen eerst een voedsel allergie krijgen. Het eerste waarmee ze in contact komen, zijn koemelk en eieren. Meestal verdwijnt die voedsel allergie spontaan, vanaf de leeftijd van 4 jaar, maar komen er daarna andere vormen van allergie, bijvoorbeeld tegen huisstofmijt. Er zijn een aantal kinderen die de allergie tegen melk houden en er zijn ook volwassenen die deze allergie hebben. Een zelfde verloop is er ook dikwijls bij kinderen met atopisch eczeem.

    Ook het vervangen van koemelk door paardenmelk is geen oplossing want die eiwitten gelijken zeer sterk op elkaar.

    Hou er rekening mee dat alles wat hierboven vermeld is, ook het medicament Zyrtec, gaat over allergie met mastcellen en Ig E antistoffen. Wat U erbij meedeelt melkovergevoeligheid met longklachten en pneumonie - wijst wel op een ander ziektemechanisme met Ig G antistoffen. Nu kunnen we dat niet, maar eerst moet U het juiste ziektemechanisme bij Uw zoontje laten bepalen voor U verder kunt.

    Hoe zou dat laatste kunnen behandeld worden?

    Er zijn geen medicamenten voor het aanpakken van de oorzaak hiervan.

    Wat kan gedaan worden, is gelijkaardig aan de behandeling voor bepaalde vormen van allergie: men mijdt een tijdlang de voeding die oorzaak is van de ziekte om zo te komen tot een ontwenning. Men kan dat zien als het laten uitsterven van de cellen die verkeerd reageren in het afweersysteem.

    Eenvoudig is dat in Uw geval niet omdat melk noodzakelijk is voor kinderen. De voeding dient heel goed gevolgd en aangepast te worden. Supplementen en essentiële stoffen moeten bijgegeven worden waaronder vooral kalk omdat het skelet opgebouwd wordt in de kinderjaren.

    Mijn zoon met allergie is 5 jaar. Ik hoorde dat er vanaf de ouderdom van 6 jaar kan getest worden tegen welke stof hij allergie heeft. Zou het nuttig zijn van vroeger te testen?

    Er zijn 4 jaar blootstelling nodig om iemand allergisch te maken (te sensibiliseren) tegen huisstofmijt (en daarna 12 maand huisstofvrije omgeving om hem te ontwennen). Onder de ouderdom van 4 jaar is het dus nutteloos te testen op huisstofmijt. Maar kinderen kunnen reeds allergisch zijn tegen melk of eieren vanaf enkele maanden na de geboorte. Men test waaraan men allergisch is vanaf het ogenblik dat er klachten zijn.

    Het is niet omdat sommige allergieën spontaan kunnen verdwijnen dat men zou moeten afwachten en niet behandelen. Allergische klachten brengen schade aan de ontwikkeling van het kind en men behandelt die klachten dus ook bij kleine en zeer kleine kinderen.

    Let er ook steeds op dat een allergie hebben of niet hebben tegen een bepaald allergeen niet zoiets is als behoren of niet behoren tot een bepaalde bloedgroep. Dat laatste is, eenmaal het bepaald is, definitief voor altijd. Doch van allergie kan men op dit ogenblik volledig klachtenvrij zijn en toch kan men binnen 2 jaar een allergie oplopen.

    Kan allergie plots spontaan genezen?

    Plots zeker niet maar het kan slijten, en in sommige gevallen stilaan verdwijnen, ook spontaan zonder tussenkomst van medicamenten.
    Alle statistieken bevestigen dat dit regelmatig voorkomt.

    Uit statistieken op grote aantallen blijkt dat in de regel de allergische klachten verminderen na de ouderdom van 45 jaar. In het gemiddeld geval is dat zo, maar er zijn uitzonderingen: bij sommigen blijft het na de ouderdom van 45 jaar en bij anderen komt het slechts op hoge leeftijd. In de geneeskunde is niets absoluut zeker.
    Met allergische rhinitis heb ik bij wijze van spreken1 patiënt van 90 jaar, 2 van 80 jaar, 3 van 70 jaar: het is zeldzaam maar het bestaat.

    Is allergie erfelijk?

    De vatbaarheid voor allergie is erfelijk.
    Als de moeder een luchtwegen allergie heeft dan heeft het kind 1 kans op 4 van ook een luchtwegen allergie op te lopen, als de vader een luchtwegen allergie heeft dan heeft het kind 1 kans op 4 en als ze allebei een luchtwegen allergie hebben dan heeft het kind 1 kans op 2.

    Maar welke vorm van allergie het kind zal hebben, is niet bepaald. De moeder kan dus atopisch eczeem hebben en het kind ofwel eczeem ofwel rhinitis ofwel astma ...

    Mijn kind heeft valse kroep. Men zegt dat dit een aanwijzer is voor latere allergie?

    Zeer zeker. Ook de kinderen die regelmatig een lopende neus, een verkoudheid of andere luchtwegen klachten hebben, zal men volgen voor eventuele allergieën.

    Men zegt dat alleen een rauwe appel allergie kan verwekken en een verwarmde appel niet?

    Dat is bij de meeste mensen juist maar niet bij iedereen.

    Een aantal eiwitten wordt door verwarming vervormd (ontplooid, gedenatureerd,...). Het eiwit moet een uitsteeksel met een bepaalde vorm hebben om allergie te kunnen veroorzaken. Verliest het die vorm dan verwekt het geen allergie. Het kan dus dat men allergisch is tegen appelen en dat men geen enkele klacht meer heeft door de appel 30 seconden in de microgolfoven te leggen. Alles hangt er vanaf tegen welk eiwit men allergisch is en dat is verschillend van mens tot mens. Het is raadzaam dat niet op eigen houtje uit te testen want het kan ook mislopen.

    Elke vorm van bewerking of bereiding van voedsel, groenten en fruit kan eiwitten vervormen en de allergische eigenschappen ervan verminderen.

    Kan het langdurig gebruik van inhalatie corticosteroïden een nadelig effect hebben op de groei van kinderen?

    De bijwerkingen van inhalatie corticosteroïden zijn afhankelijk van de dosis.
    Meestal gaat het om een vertraagde groei die later gerecupereerd wordt. Dat komt vooral voor bij dosissen van 1000 g per dag en meer. De meeste kinderen blijven niet op die hoge dosissen.

    De kinderen die zon hoge dosis nodig hebben, kunnen niet zonder medicatie. Vroeger moest men ze wel perorale corticosteroïden geven, alle ernstige bijwerkingen ten spijt. De invoering van de inhalatie corticosteroïden, 20 jaar geleden, is voor hen een enorme vooruitgang. Datzelfde geldt voor alle zware gevallen van allergie waar die deze hoge dosissen van 1000 g per dag nodig zijn.

    Het gevaar bestaat wel dat, gezien de trefzekerheid van dat middel en de geringe bijwerkingen, men voor de lichte gevallen te lichtzinnig met het gebruik van de inhalatie corticosteroïden gaat omspringen.

    Het woord cortisone doet denken aan de ernstige bijwerkingen als botafbraak, suikerziekte, cataract,... Inhalatie corticosteroïden hebben niets daarvan als ze in lage dosissen gebruikt worden.

    Er zij alleen geringere bijwerkingen aan inhalatie corticosteroïden. Welke zijn die?

    De bijwerkingen zijn dosis afhankelijk.
    Bij dosissen van 1000 g per dag heel lang genomen, kan men naast groeivertraging ook schimmel (candida, aspergillus) krijgen in mond, neus en keel. Deze kunnen met een anti-schimmel behandeld worden zonder dat de behandeling met inhalatie corticosteroïden gestopt wordt.
    Een overgevoeligheid aan het medicament kan ook voorkomen maar die is er meestal slechts in het begin van de behandeling.

    Mag men inhalatie corticosteroïden nemen tijdens de zwangerschap?

    Ze mogen genomen worden tijdens de zwangerschap, althans in de beperkte dosissen.
    Ze dringen ook niet door tot in de moedermelk

    De perorale cortisone verspreidde zich langs de bloedbaan in het ganse lichaam en werkte op een hele reeks organen en functies, ook waar het niet hoorde, terwijl de inhalatie corticosteroïden plaatselijk worden aangebracht en alleen plaatselijk werken.

    Al 8 jaar zit ik met hooikoorts in het pollenseizoen. Daar komt nu stilaan astma bij. Iets zeer hinderlijk daarbij zijn de jeukende ogen. Ik neem Zyrtec en dat verbetert niets aan mijn ogen. Is er een middel daartegen?

    Er zijn mensen die antihistaminica verkiezen maar dat geeft minder effect doordat het te laat ingrijpt in het ziekteproces.
    Een behandeling met inhalatie corticosteroïden, gestart reeds voor het begin van het pollenseizoen, zal een veel beter effect hebben. De meeste mensen met hooikoorts (rhinitis) hebben ook die bindvliesontstekingen (conjunctivitis) waarover U spreekt. De behandeling met inhalatie corticosteroïden in de neus doet in de meest gevallen niet alleen de neusklachten verdwijnen maar ook de oogklachten. Vergeet niet tijdig de behandeling te beginnen: 1 mei is een gepaste datum.

    Ik gebruik elke dag Flixotide gecombineerd met theophylline. Kan dat kwaad?

    Theophylline doet de luchtpijptakken uitzetten en Flixotide is een inhalatie corticosteroïde die voor astma gegeven wordt. Die zult U vermoedelijk heel lang of misschien altijd moeten gebruiken.

    Men moet hier de schadelijke bijwerkingen van de medicatie afwegen tegen de schade aangebracht door de astma zo men de medicatie niet zou nemen.

    Onbehandelde jarenlange astma eindigt met emfyseem: de longblaasjes vergroten en verliezen hun elasticiteit (als een verharde oude opgeblazen ballon). Men ademt gemakkelijk in maar het uitademen gaat moeizaam en men wordt kortademig.
    Een ononderbroken behandeling is effectief en voorkomt in de meeste gevallen die kortademigheid. In de plaats zal men de bijwerkingen van de medicamenten hebben, deze die U nu ondervindt en misschien schimmels of overgevoeligheid. Gemiddeld zijn die bijwerkingen 10 maal minder erg dan de kortademigheid.
    Dat afwegen van de schade bij niet of wel gebruiken van medicamenten moet geval per geval gebeuren want de graad van de astma en de ernst van de bijwerkingen zijn allebei verschillend van patiënt tot patiënt.

    Hierin is er een belangrijk punt waarop ik even Uw aandacht wil vestigen. Het is absoluut verkeerd van medicatie voor allergische astma slechts te nemen van zodra en zolang er klachten zijn. Emfyseem kan alleen voorkomen worden door de medicatie ononderbroken te nemen. Hier besparen op medicamenten is als besparen op water bij het blussen: de ziekte smeult onderhuids verder en verricht daar haar vernieling terwijl ze telkens weer oplaait.
    Bij suikerziekte is er geen enkele patiënt die slechts medicamenten neemt als hij in de coma gaat om daarna te wachten tot hij opnieuw in de coma gaat vooraleer nog eens medicamenten te nemen. Alle patiënten vinden het heel normaal dat ze getrouw hun medicamenten moeten nemen om een nieuwe coma te voorkomen en te beletten dat de ziekte haar vernieling op ogen, nieren,... zou voortzetten. Bij allergische astma moet dat ook zo, maar dat is bij de patiënten nog altijd niet bekend en zo wordt er onbewust veel schade aangericht door het zomaar onderbreken van de medicatie. Hier schiet het onderricht aan de patiënt tekort. In publicaties regelmatig erop wijzen dat de allergische astma patiënt alle baat heeft bij het getrouw en ononderbroken nemen van zijn medicamenten kan hieraan heel wat doen.

    Is het logisch dat men terzelfder tijde Zyrtec en puffers neemt?

    Het ziektemechanisme bestaat uit trappen en het terzelfder tijde nemen van verschillende medicamenten die inwerken op verschillende trappen is heel logisch. Men begint met een medicament dat op de eerste trap inwerkt en als dat niet volstaat dan voegt men een medicament toe voor de tweede trap,...

    De graad van de ziekte is verschillend van patiënt tot patiënt. Als men het kan doen met een medicament dan zal men zich daaraan houden. Men gebruikt alleen een tweede medicament als het eerste onvoldoende effect geeft. Een voorbeeld daarvan is het bijnemen van een antihistaminicum of een leukotriëenantagonist,... bij inhalatie corticosteroïden voor pollen allergie in de periodes waarin de pollenconcentratie hoog is.

    Wat kan gedaan worden voor de patiënt die het hele jaar door luchtwegen allergie heeft?

    Er is een hele batterij medicamenten en een bepaald schema wordt gevolgd. Deze is effectief in de meeste gevallen. Dat begint met een aanvalsbehandeling. Daarna bouwt men de dosissen van de verschillende medicamenten af, volledig als dat lukt en anders tot op een minimale onderhoudsdosis. Al de medicamenten die de patiënt blijkt nodig te hebben, geeft men dan tezamen. Men beperkt dat tot een medicament per trap, indien mogelijk, want zoals we zagen verloopt de ziekte in trappen.

    Gaat het om astma dan is dat bijvoorbeeld een medicament voor:

    1. voorkomen van astma met inhalatie corticosteroïden
    2. beletten van het vrijzetten van mediatoren met medicamenten die het membraan van de mastcellen stabiliseren
    3. beletten van de werking van de mediatoren door het bezetten van hun receptoren op gladde spieren,...met leukotrieenantagonisten
    4. dilateren van de longblaasjes door het stimuleren van de beta2-receptoren van de gladde spieren met sympathicomimetica .

    In astma zijn er graden: sommigen hebben een tijdje een zeer lichte astma gehad, anderen hebben een chronische 100 % invaliderende astma. Het type en de graad van de allergische astma bepalen hoeveel en welke medicamenten er nodig zijn. Ook theophylline kan daarbij eens nodig zijn.

    Ik heb allergie sedert mijn 15 jaar en nu ben ik 52 jaar. Ik gebruik bij wijze van spreken 50 verschillende medicamenten en nog altijd heb ik problemen. Is er nog iets dat ik kan doen?

    Al zijn de schematische behandelingen effectief in de meeste gevallen, bij ongeveer 1 op 1000 patiënten werken ze niet. Bij die patiënten gaat men soms zover dat men immuno suppressiva gebruikt, maar dergelijke behandelingen zijn geval per geval te bepalen. Daar gelden geen schemas en geen regels meer.

    Ook in de huidige stand van de geneeskundige wetenschap zijn er nog altijd gevallen die men niet kan oplossen.

    Als men een bindvliesontsteking krijgt als gevolg van een laryngitis of keelontsteking, is dat ook een allergische reactie?

    Normaal niet. Deze twee symptomen samen wijzen meestal op een virale infectie. De keelontsteking veroorzaakt geen allergische reactie maar toch vergroot ze de reeds aanwezige allergische klachten.

    Virale infecties verhogen gedurende een periode van een 8-tal weken de overprikkelbaarheid van alle allergische bindvliezen zowel van de neus als van de diepere luchtwegen. Heeft een persoon reeds astma dan zullen daardoor zijn astmatische klachten toenemen.

    Meer algemeen is het zo dat elke ontsteking in het lichaam, of ze nu door een virale infectie of door een andere oorzaak verwekt is, een aantal mediatoren in het bloed stort, die zich voegen bij deze die door de allergie geproduceerd worden. Meer mediatoren geeft meer allergische klachten, vanwaar die mediatoren ook mogen komen.
    Er zijn een hele reeks bijkomende prikkels die op die wijze de allergische klachten vergroten. Het is belangrijk dat de patiënt daaraan aandacht besteedt.

    U sprak daarstraks van zwellingen door uitzetting van bloedvaten. Bij mij ontstaat zon zwelling op 10 minuten tijd en die kan daarna een paar dagen blijven. Wat kan men daartegen doen?

    Van een angio-oedeem zoekt men eerst de oorzaak. De beschrijving van alle mogelijke oorzaken en van de bijhorende mechanismen zou ettelijke uren vragen. Ik probeer even heel kort samen te vatten.

    In 20 % van de gevallen is er een aanwijsbare oorzaak. Dan vermijdt men uiteraard die oorzaak. In de andere 80 % zal men het symptoom moeten behandelen. Gelukkig kan dat, in de meeste gevallen van angio-oedeem, met een onschadelijk medicament.

    In enkele gevallen is de oorzaak een allergie maar in de meeste gevallen is de oorzaak een pseudo-allergie. Daarin komt wel het woord allergie omdat ze ook veroorzaakt wordt door een vreemde stof die in het lichaam komt en omdat ze dezelfde symptomen heeft als allergie.

    Maar het ziektemechanisme is heel anders en zelfs niet immunologisch.

    Goed gekende oorzaken van pseudo-allergie zijn:

    Het grote probleem met de pseudo-allergie is dat de rechtstreekse diagnostiek niet kan toegepast worden. Als iemand pollen allergie heeft, kan men hem blootstellen aan pollen en zien of er al dan niet reactie is. Met pseudo-allergie kan dat niet omdat de reactie, bijvoorbeeld het dicht zwellen van de keel, te gevaarlijk is. Dat verplicht ons van te werken met de moeizame methode van eliminatie.

    Wat is inspanningsastma?

    Bij inspanning verlaagt de vochtigheidsgraad van de luchtwegen. In de luchtwegen zitten receptor-zenuwen voor de vochtigheid, die een overprikkelbaarheid verwekken als ze een lage vochtigheid waarnemen, hier ook weer door het verwekken van een uitstorting van mediatoren.

    Dat is heel goed getest. Inspanningen bij het zwemmen geven aan patiënten met allergische astma geen vermeerdering van de klachten omdat daar een heel grote vochtigheidsgraad is (tenzij men chloor of ozon aan het water toevoegt). Laat men aan kinderen inspanningen doen in een omgeving die verzadigd is aan waterdamp dan hebben ze geen inspanningsastma.

    Dit is dus weer geen allergie maar een van de vormen van overprikkelbaarheid van de allergische luchtwegen waardoor astmapatiënten ernstiger klachten krijgen.

    De remedie ligt voor de hand: de lucht bevochtigen.

    Ook koude lucht in de neus kan op dezelfde wijze een overprikkelbaarheid geven en een verergering van allergische klachten. Dat komt veel voor.

    Is er enige ontwikkeling of vooruitgang in de antihistaminica en dergelijke medicamenten?

    In de antihistaminica spreekt men van 3 generaties.
    De eerste generatie medicamenten waren slaapverwekkend en werkten ook bij depressie. Ze konden zelfs tegen reisziekte aangewend worden.
    De tweede generatie (Hismanal = astemizole en Triludan = terfenadine) kunnen bijwerkingen hebben, alhoewel zelden, vooral als ze gegeven worden samen met antischimmel-medicamenten, en moeten daarom verlaten worden.
    Dan zijn er een reeks andere gekomen die deze bijwerkingen niet hebben maar die moeten gemetaboliseerd worden door het lichaam om het werkzame deel vrij te zetten.
    De derde generatie medicamenten zijn de metabolieten (= het werkzame deel) van de medicamenten van de tweede generatie. Deze medicamenten zijn nog niet op de markt: het werkzame deel bijvoorbeeld van Claritine (loratadine) noemt desloratadine en zal er weldra aankomen.

    Het negatieve punt aan al deze antihistaminica is dat ze alleen de slechte werking van histamine beletten wijl de andere mediatoren die bij allergie ook vrij gezet worden hun nefaste werking kunnen voortzetten. Men zoekt nieuwe geneesmiddelen die niet alleen de histamine receptoren maar ook de receptoren van de andere mediatoren op de witte bloedcellen blokkeren, zodat ook de ontsteking afgeremd wordt. De eosinofielen zijn de voornaamste van de witte bloedcellen die bij allergie betrokken zijn en men zoekt zelfs om bij allergie de instroom van eosinofielen in het bindweefsel af te remmen.
    Het is raadzaam deze ontwikkeling te volgen.

    Heeft stress een invloed op allergie?

    Er is een omzeggens oneindige lijst van factoren die de overprikkelbaarheid bij allergie kunnen vergroten. Stress is zeker een van die factoren. Stress kan geen allergie verwekken maar kan wel de klachten ervan verergeren, juist zoals koude, inspanning, ontstekingen,...

    Als kinderen met een allergie (atopisch eczeem bijvoorbeeld) naar een examen moeten, kunnen ze dus een opstoot krijgen. Maar niet iedere persoon met allergie zal dan een opstoot krijgen. De factoren die bij een bepaald allergisch persoon de overprikkelbaarheid vergroten, zijn verschillend van persoon tot persoon.

    Heeft iemand allergie dan zal hij acht geven op twee onderscheiden zaken: 1. welk is het allergeen dat ik moet mijden 2. welke zijn de bijkomende prikkels die de klachten verergeren en die ik moet mijden. Die bijkomende prikkels zijn individueel en ieder zal trachten die voor zichzelf te bepalen.

    Ik heb een reeks klachten die op allergie wijzen en mijn specialist zegt dat ik geen allergie heb terwijl de huisarts zegt dat ik allergie in beperkte mate heb. Alle testen op allergenen hebben tot nu toe niets uitgewezen. De factor in het bloed die de ernst van de allergie aangeeft, is 116: is het met die waarde nog nuttig verder te zoeken naar een allergeen?

    Bij 80 % van de mensen met allergische astma is die factor (IgE totaal) verhoogd zoals in Uw geval, bij de andere 20 % is ze dat niet. Anderzijds is die factor ook verhoogd bij 50 % van de mensen die een rhinitis hebben met niet allergisch mechanisme. Het is dus niet met die factor dat men kan besluiten dat de klachten een allergisch mechanisme hebben of niet.

    Ik zit met netelroos. De specialist beweert dat de oorsprong medicamenteus is. Ik heb nooit medicamenten genomen tenzij echinacea en bachbloesems. Hoe kan ik dan tegen medicamenten reageren?

    Deze medicamenten geven zeker geen problemen. Maar mensen met pseudo-allergie tegen medicamenten (aspirine, NSAID, ...) hebben dikwijls ook pseudo-allergie tegen kleurstoffen en bewaarmiddelen, en omgekeerd. Het gebruik van kleurstoffen en bewaarmiddelen is zo verspreid in de voedingsindustrie dat wij allen ze elke dag innemen zonder het zelf te beseffen. Het komt dus heel veel voor dat iemand een pseudo-allergie oploopt tegen kleurstoffen en bewaarmiddelen en reageert tegen medicamenten.

    Kan men bepalen tegen welke stof of medicament ik pseudo-allergie heb?

    Uiteraard wel. Als men een welbepaalde daarvan verdenkt, kan men ze provoceren. Heeft men geen enkel vermoeden, dan zou men ze allen moeten testen en het aantal van die stoffen en medicamenten is zo groot dat het werk praktisch onuitvoerbaar is.

    Bedenk dat dit provoceren niet zonder gevaar is. Als U een van die medicamenten nodig hebt en men vermoedt een pseudo-allergie dan zal men U eerst met dat medicament provoceren, maar wel met de nodige voorzorgen.

    Ik heb hevige jeuk die begint s avonds en die s nachts voelt alsof er mieren in mijn bed zitten. Eerst kreeg ik Zyrtec, daarna Claritine, benevens cortisone. De jeuk blijft. Is er iets te doen tegen die hevige jeuk.?

    In het algemeen wordt jeuk het best verholpen met antihistaminica van de eerste generatie. Het mechanisme van jeuk ligt voor een deel in de hersenen en wordt beïnvloed door histamine. De antihistaminica van de eerste generatie gaan door de bloed-hersen barriere, deze van de tweede en derde generatie niet.
    Histamine heeft in de hersenen de functie van de mens wakker te houden. Met antihistaminica valt men in slaap. Ze hebben een sederende werking. Dat moet men er dan wel even bijnemen. Bij veel mensen is dat alleen in het begin van de behandeling en slijt dat stilaan. De voorloper van Zyrtec is Atarax, die door de bloed-hersen barriere gaat, maar er zijn een reeks medicamenten van die generatie. Welke het meest effect geeft, dient voor ieder geval apart bepaald te worden.

    Er wordt verteld: "Als men hooikoorts 100 % uitroeit krijgt men eczeem, als men eczeem 100 % uitroeit krijgt men hooikoorts". Wat bedoelt men hier juist en wat is de waarheid?

    We zouden gelukkig zijn als we allergieën, eczeem, hooikoorts, astma 100 % konden uitroeien maar dat is een illusie. Als die ziekten genezen dan heeft niet het medicament dat gedaan maar dan doet de natuur van de persoon dat, spontaan. Wij kunnen alleen de natuur een handje toesteken en de mens door de crisis van de ziekte slepen, trachtend van de schade die door de ziekte veroorzaakt wordt, zoveel mogelijk te beperken.

    Bij veel patiënten is er inderdaad een spontane overgang van een vorm van allergie naar een andere. We zien bijvoorbeeld dikwijls een overgang van astma naar atopisch eczeem en bij sommigen zelfs een afwisseling over de jaren heen tussen astma, eczeem, astma,... Dat heeft bij sommigen schijnbaar te maken met de leeftijd.

    Het mechanisme van die overgang zou men heel graag kennen want dat zou de dokter toelaten van daarin tussen te komen maar zover is de Medische Wetenschap nog niet.

    Ik heb al 44 jaar rhinitis. Ik blijk niet allergisch te zijn tegen een welbepaalde stof. Ik ben wel gevoelig aan veranderingen in temperatuur. Er zijn poliepen weggenomen en ik vermoed dat ik gewoon overgevoelige slijmvliezen heb. Is daar iets aan te doen?

    Zeer zeker. De ontstekingen in de slijmvliezen kunnen met medicamenten afgeremd worden en die maken de slijmvliezen na langdurige behandeling minder gevoelig voor verandering van temperatuur,...

    Of de rhinitis allergisch is of niet kan door de dokter uitgemaakt worden. Bij 50 % van de mensen met rhinitis of astma zijn deze niet allergisch, bij kinderen is dat bij 25 %. Het is dus heel gewoon als een rhinitis niet allergisch is, bij de helft van de mensen is dat zo. De symptomen rhinitis samen met poliepen wijzen eerder op een vasomotorische rhinitis. Soms komt daar astma bij en dan heeft men bijvoorbeeld APA = aspirine, poliepose en astma. Bij pseudo-allergieën heeft men dikwijls dergelijke clusters.

    Om de ontstekingen in de slijmvliezen tegen te gaan zijn er verstuivers of aerosolen. Poliepen zijn een teken van chronische ontsteking. Ze komen heel langzaam en reken erop dat ze bij behandeling ook niet op een maand zullen weggaan. Laat men ze opereren en behandelt men niet dan komen ze terug; Antihistaminica hebben bij slijmvliesontsteking weinig effect.

    Allergie is erfelijk. Kan men bij de geboorte laten onderzoeken of het kind aanleg voor allergie heeft?

    Men kan het navelstrengbloed onderzoeken. Men meet het totaal Ig E. Is dat hoger dan 0,8 0,9 (wat zeer laag is want normaal daalt de grens maar tot 5) dan heeft het kind een verhoogde kans op allergie: 30 tot 40 %. Dat geeft dus geen zekerheid in een individueel geval.

    Als men vermoedt dat het kind een erfelijke aanleg heeft, kan men dan maatregelen nemen vanaf de geboorte? Is het kind verwijderd houden van alle mogelijke allergenen wel een goede maatregel of maakt men het op die manier juist gevoeliger?

    Men mag het kind zeker niet in een porseleinen kas steken. Het mag naar de kribbe gaan, daar verkoudheden opdoen,... Ik zou zeggen dat de confrontatie met een beperkte kleine dosis allergeen zijn afweersysteem opvoedt en leert van gedisciplineerd te reageren, al is dat nog een onderwerp van onderzoek. Dat beperken doet men met gladde vloeren in huis te voorzien zonder tapijt, pluche diertjes te verwijderen,...
    Over een puntje is men het wel eens en dat is dat het contact met dieren op een bepaald tijdstip van de ontwikkeling van het afweersysteem het kind meer vatbaar maakt voor allergie. Wanneer dat tijdstip nu precies is, weet men nog niet en men weet ook niet of dat tijdstip voor iedereen hetzelfde is.

    Als men allergie heeft, mag men dan zijn kind borstvoeding geven?

    Dat is zeker, dat vermindert zijn kans op allergie.

    Zijn desensibilisatie inspuitingen ook efficiënt tegen urticaria?

    Urticaria is nu juist een van de vormen van allergie waarin histamine een hoofdrol speelt. Antihistaminica zijn bij huidklachten wel heel efficiënt (in tegenstelling tot hun beperkt effect bij slijmvliesklachten). Slechts in enkele gevallen zijn er bijkomende medicamenten nodig als leukotrieenantagonisten.

    Dat neemt de oorzaak niet weg, veronderstel ik?

    Nee, als de mens een bepaalde constitutie heeft dan kunnen medicamenten die constitutie niet veranderen. Men kan met medicamenten te nemen de kleur van zijn haar niet van zwart naar grijs veranderen maar dat kan wel spontaan gebeuren.
    Als de ene persoon met aanleg voor allergie astma krijgt en de andere urticaria, is dat omdat de ene persoon overprikkelbare longen heeft en de andere een overprikkelbare huid. Die eigenschappen kan men met medicamenten niet wegnemen, maar toch kunnen sommige overgangen spontaan gebeuren.

    Maar de medicamenten steken de natuur toch wel een handje toe.
    De allergie op zichzelf is meestal niet voldoende om opstoten te verwekken: deze worden verwekt door een of ander bijkomende prikkel. Bij mensen met urticaria bijvoorbeeld stellen we vast dat hoe frequenter de opstoten zijn, hoe overprikkelbaarder de huid wordt of hoe minder bijkomende prikkel er nodig is om een nieuwe opstoot te verwekken.
    Bij langdurige behandeling met een medicament dat het aantal opstoten vermindert, zal de bijkomende prikkel op de duur niet meer in staat zijn om klachten te verwekken. Daarna kan men verder gaan en het medicament afbouwen. Dat kan zover gaan dat men met minder of zelfs zonder medicamenten kan, in veel gevallen, afhankelijk van de persoon.

    Kunnen allergieën dan toch genezen worden?

    Luchtwegen allergieën genezen is een te sterke uitspraak. Behandelen is het juiste woord zoals dat in de Medische Wetenschap gebruikt wordt: de dokter behandelt en de natuur geneest het gebroken been. Ze zijn er allebei nodig.

    Ik tracht even samen te vatten wat men met een doelmatige behandeling van allergie dan wel kan bereiken.

    1. Contact allergie (tegen koper, nikkel, chroom,... in oorbellen, sieraden,...) is perfect behandelbaar. Als men lang genoeg het allergeen mijdt de oorbellen of sieraden niet meer draagt kan die contact allergie verdwijnen. De betrokken witte bloedcellen worden een aantal jaren niet meer gestimuleerd en sterven stilaan uit: de allergie is uit het geheugen van het afweersysteem gewist.
    2. Wespen en bijen allergie wist men uit het geheugen van het afweersysteem met desensibilisatie inspuitingen.
    3. Bij luchtwegen allergie heeft men:

    Men kan de allergie uit het geheugen van het afweersysteem wissen met het allergeen te mijden, zoveel mogelijk, of met desensibilisatie inspuitingen.
    Maar de bijkomende prikkels die de klachten verwekken of verergeren, zijn een probleem. Men kan het mechanisme van die bijkomende prikkels niet uit het lichaam wegnemen en men kent die mechanismen niet of zeer onvolledig. Dat maakt de medicamenten veel minder trefzeker. Maar de praktijk heeft uitgewezen dat elke behandeling die de klachten vermindert, ook de kans verhoogt dat de klachten op langen duur definitief verdwijnen.

    Bij luchtwegen allergie als rhinitis, allergische astma,...en bij de andere allergieën (urticaria..) waarbij er bijkomende prikkels zijn, verdwijnt bij een aantal mensen de allergie na verloop van jaren en dat soms zonder enige behandeling. Maar dat aantal wordt merkelijk verhoogd door doelmatige behandelingen.

    Toch zijn er een reeks mensen bij wie ernstige opstoten blijven komen en dat zijn vooral degenen bij wie de bijkomende prikkels een grote rol spelen.

    Heel mijn leven heb ik hooikoorts gehad, met alleen klachten in neus en oren. Ik heb de kuur met inspuitingen gehad en inderdaad was ik merkelijk beter gedurende de eerste 4-5 jaar daarop. Maar daarna kwam de hooikoorts terug. Is het effect van de inspuitingen slechts tijdelijk?

    De pollen komen elk jaar terug en na het stoppen van de inspuitingen kan opnieuw allergie optreden.

    Bij mij vermindert de allergie niet met ouder te worden, integendeel ze verergert. Is dat te verklaren?

    Die uitzonderlijke gevallen moeten geval per geval bekeken worden.
    Neem een persoon die in zijn kinderjaren atopisch eczeem gehad heeft, welke daarna overgegaan is in astma door huisstofmijt allergie enz. Als die persoon ouder wordt, kan men soms geen allergie meer meten met laboratoriumproeven maar toch heeft hij klachten als astma,... Deze blijken dan te wijten aan de bijkomende prikkels als stress, temperatuursveranderingen,... die niet alleen blijven maar nog al eens erger worden met de ouderdom.
    Bij een ander heeft langdurige allergische astma blijvende schade aangericht aan de longen waardoor chronische bronchitis is ontstaan, wat helemaal geen allergisch mechanisme meer is.
    Er zijn ook enkele mensen met luchtwegen allergieën als hooikoorts bij wie de hooikoorts verergert met ouder te worden.

    In de geneeskunde is niets 100 % zeker. Voor het gemiddeld geval kan men regels geven maar de uitzonderlijke gevallen moeten heel aandachtig bekeken en speciaal behandeld worden. Ook is er altijd een kans dat alle behandelingen falen.

    Is Polaramine, als basismedicament tegen een allergie die zich vooral uit in frequente hoestbuien, het efficiënte medicament?

    Polaramine is een eerste generatie antihistaminicum met gelukkig niet teveel bijwerkingen maar het zal in de meeste gevallen op zichzelf niet voldoende zijn om dat soort allergische klachten zoals frequente hoestbuien te onderdrukken. Hoest wijst namelijk op bijkomende prikkels die langs overprikkelbare zenuwuiteinden in de longen de hoest verwekken. Polaramine houdt de lawine van de reacties, die langs de overprikkelde zenuwen door de bijkomende prikkels verwekt worden, niet tegen.
    Hoest is soms een eerste symptoom van wat later een astma kan worden.

    Zou Zyrtec het in dit geval beter doen?

    In de meeste gevallen niet: Zyrtec is ook een antihistamicum en geen antihistaminicum zal het beter doen.
    Inhalatie corticosteroïden en inspuitingen zijn de beschikbare middelen die de klachten verminderen maar de ziekte niet definitief doen verdwijnen omdat de bijkomende prikkels een te belangrijke rol spelen.

    Ik kreeg in het begin van het jaar twee cortisone spuiten voor mijn rugpijn en daarna had ik gedurende twee maanden geen allergie tegen huisstofmijt meer.

    Ja dat is zo. U had die cortisone spuiten nodig voor andere klachten en het effect op de allergie was mooi meegenomen. Toch zal men voor luchtwegen allergie de cortisone inhaleren en niet inspuiten. De bijwerkingen van herhaalde cortisone inspuitingen zijn te ernstig.

    Als men lange tijd cortisone genomen heeft, werken de bijnieren niet meer. Wat is daarvan juist?

    Sommige organen en weefsels van het lichaam hebben een enorm herstelvermogen, o.a. de huid, de gewrichten, de spieren,... De bijnieren horen daar ook bij.
    Als die tientallen jaren niet meer gewerkt hebben doordat men hoge dosissen cortisone innam dan hebben ze het produceren van cortisone afgeleerd en als daarna de cortisone medicatie stopgezet wordt, mist het lichaam de levensnoodzakelijke cortisone. De productie van cortisone door de bijnieren komt echter stilaan weer op gang en na maanden of jaren wordt ze zelfs weer normaal. Het herstelvermogen van de bijnieren is enorm.

    Die overgangsperiode is wel een moeilijke periode, vooral als daarin situaties voorkomen die veel cortisone vereisen: operaties, ongevallen en stress situaties. In die situaties moet een spuit cortisone gegeven worden. Vereist een ziekte op een gegeven ogenblik geen cortisone medicatie meer, dan wordt de cortisone heel langzaam afgebouwd over een periode van maanden of jaren om de bijnieren de tijd te geven om de productie weer op gang te brengen.

    Het gaat hier niet om allergieën want die vereisen slechts geringe dosissen, lokaal toegepast.

    Mijn zoon van 6 jaar heeft netelroos en kreeg wijnpokken en zona. Heeft netelroos iets met wijnpokken of zona te maken?

    Met geen van beide. Wijnpokken en zona hebben met elkaar gemeen dat het virusziekten zijn die men veelal oploopt in de kinderjaren.
    Tegen wijnpokken bouwt het lichaam een weerstand op en daarna komt de ziekte nooit meer terug. Zona wordt verwekt door een herpesvirus dat de kinderen oplopen meestal zonder het te merken. Dat virus kent de truc om zich te verstoppen, slapend in de zenuwwortels en wachtend tot het afweersysteem door een of ander oorzaak verzwakt is om op dat ogenblik naar buiten te komen en toe te slaan. Dan geeft het koortsblazen en soms een zona.

    In het geval van Uw zoon moet uitgemaakt worden wat de oorzaak is van de verzwakking van het immuunsysteem.

    Mag een kind elke dag Zyrtec nemen?

    Zyrtec is een medicament dat ontwikkeld is om lange tijd gebruikt te worden en het heeft geen bijwerkingen. In zeer uitzonderlijke gevallen zijn er lichte ongewenste effecten gemeld.

    Uit principe neemt men geen medicamenten tenzij men die nodig heeft, maar kwaad doet Zyrtec niet.

    Is het mogelijk dat acrylnagels hooikoorts verergeren?

    Acrylnagels geven meestal een contact overgevoeligheid met niet IgE gemedieerd allergisch mechanisme.

    Cosmetische producten die vluchtige organische oplosmiddelen bevatten,... zullen wel de klachten van luchtwegen allergie verergeren, langs het mechanisme van de bijkomende prikkels. Het zelfde geldt voor ozon en chloor die in het zwembad gebruikt wordt. Die dampen kunnen de allergische klachten verergeren, tijdelijk toch.

    Hoelang kan dat dan wel duren?

    Dat effect kan enkele uren duren, maximum enkele dagen, tenzij men continu aan de damp blootgesteld zou zijn.

    Buiten het hooikoortsseizoen zal men daar minder last van hebben. De som van de twee oorzaken het allergeen en de bijkomende prikkel maken het effect. Een van beide is misschien, naargelang de persoon, niet voldoende om effect te hebben.

    Hoelang mag men cortisone huidzalf gebruiken?

    Huid zalven met cortisone worden altijd zo kort mogelijk gebruikt omdat, in tegenstelling tot inhaleerbare corticosteroïden, zalven een bijwerking geven namelijk atrofie van de huid. De huid wordt dunner. De beschadiging aangebracht door atopisch eczeem is wel veel ernstiger dan de bijwerking van de cortisone huidzalf zodat men ook hier voor het medicament kiest, met enige voorzichtigheid weliswaar.

    Hier is er dus wel een verschil tussen de cortisone huidzalf en de inhaleerbare corticosteroïden. Bij inhaleerbare corticosteroïden worden goede resultaten alleen bekomen door ononderbroken getrouwe inname van het medicament. Cortisone huidzalven moet men zo kort mogelijk gebruiken om de bijwerkingen te beperken.

    Kunnen cortisone huidzalven osteoporose geven?

    Buiten verdunning van de huid geven cortisone huidzalven geen van de vele bijwerkingen van cortisone op de andere organen en weefsels van het lichaam, althans niet in de voorgeschreven dosissen.
    Minimale hoeveelheden van de cortisone gaan door de huid tot in het bloed en verspreiden zich langs daar naar de andere delen van het lichaam. Die hoeveelheden zouden alleen zo groot zijn dat ze bijwerkingen kunnen geven als men de zalf over zeer grote oppervlakten gedurende lange tijd zou uitstrijken.

    Heeft Lichen planus iets te maken met allergie?

    Dat is geen allergie maar een van de vele zeldzame auto immuun ziekten waarvan men de oorzaak nog niet kent. Interferon alfa heeft een gunstige invloed op het verloop van de ongecompliceerde gevallen. Enkele zeer lichte gevallen genezen spontaan.

    Ik heb hooikoorts met pijnlijke oren waarvoor ik oordruppels neem. De eerste druppels geven een zeer erge pijn, de volgende niet meer. Is dat normaal?

    Zenuwen voor pijn in de oorslijmvliezen zijn overprikkelbaar: dat is de ziekte. In de druppels zitten allerlei producten (bewaarmiddelen, pH regelaars,...) en de ene of de andere daarvan prikkelt de histamine receptor zenuwen van de oorslijmvliezen. Dat is wat men voelt. Maar van zodra de oordruppels werken, voelt men niets meer omdat het werk van de oordruppels nu precies het blokkeren van de receptor zenuwen is.
    Het zelfde geldt voor verstuivers. Bij de eerste verstuivingen hoest men hevig. Zodra deze eerste verstuivingen hun werk doen, hoest men niet meer.

    Moet men in een acute periode zijn om te kunnen laten testen tegen welke stof men allergisch is?

    Zeker niet. Men kan op elk ogenblik het allergeen laten opsporen.

    Mijn echtgenoot had 5 jaar geleden een hartinfarct. Toen kreeg hij een inspuiting met een medicament dat een allergische reactie verwekte. Sedertdien krijgt hij regelmatig allergische reacties vooral gezwollen lip, gezwollen tong, dik oog,...Elke dag moet hij medicamenten nemen voor zijn hart, een halve Dispril als bloedverdunner,... Hij heeft ook een stent. Die allergische reacties worden erger, vooral het opzwellen van de tong geeft problemen. Wat kan daartegen gedaan worden?

    Men begint hier met het opsporen van het medicament dat de overgevoeligheid verwekt. Dispril (acetylsalicylzuur = aspirine) is bekend voor het verwekken van angio-oedeem, maar er kunnen onder de medicamenten die Uw man neemt ook andere medicamenten zijn die dezelfde bijwerking hebben.

    Hierbij zal men eraan denken dat het angio-oedeem door aspirine verwekt, tot 3 weken na de inname nog opstoten kan geven. Het volstaat dus niet van eens een dag geen medicament te nemen om te testen of dat medicament niet de schuldige is. De cardioloog kent de andere medicamenten die ter vervanging in die weken kunnen genomen worden.

    Een jaren durende hooikoorts geeft uiteindelijk bij sommigen aanleiding tot astma en bij anderen niet. Kan men van tevoren uitmaken bij wie dat zal zijn en bij wie niet?

    We weten, als we histamine laten inhaleren door een persoon die overgevoelige neusslijmvliezen heeft, dat die persoon een rhinitis aanval krijgt en als we histamine laten inhaleren door een persoon die overgevoelige longen heeft, dat die persoon een astma aanval krijgt.
    We hebben op veel patiënten die alleen neusklachten hadden, die histamine test uitgevoerd en vastgesteld dat 80 % van hen een astma aanval kreeg en dus ook overprikkelbare longen had.

    De patiënten die of hooikoorts of astma hebben en die overgevoelig zijn aan graspollen, laten we in een tweede test graspollen inhaleren. Na 10 minuten doen ze allen, dus zowel de hooikoorts als de astma patiënten, een aanval van astma die zowat 1 uur duurt: dat is de onmiddellijke allergische reactie. Alleen personen met astma vertonen bij ongeveer 80 % van hen na 4 tot 6 uur een tweede bronchospasma: de late fase reactie. Het is dus de late fase reactie in de longen die geassocieerd is met astma.

    We hebben in ons laboratorium gedurende 1 jaar kinderen met astma behandeld met huisstofmijt inspuitingen (de ene helft met huisstofmijt, de andere helft met suikerwater om de resultaten van de 2 groepen met elkaar te kunnen vergelijken). We zagen dat gedurende het jaar dat ze de inspuitingen kregen, de late fase reactie merkelijk verminderde, maar dat zodra men de inspuitingen ophield, de late fase reactie volledig terugkeerde.

    Het is wel in die richting dat men verder zoekt: inspuitingen die de klachten te wijten aan de bijkomende prikkels definitief kunnen verdrijven. In het allergisch mechanisme kunnen we reeds tussenkomen, in het mechanisme van de bijkomende prikkels nog niet.

    Trefwoorden: allergy, luchtwegenallergie, luchtwegen allergie, luchtwegen-allergie, allergische rhinitis (rinitis), allergische conjunctivitis, allergische sinusitis, allergische bronchitis, allergisch eczeem, pollenallegie (hooikoorts), pollen allergie, pollen-allergie, latex allergy, latexallergie, latex allergie, latex-allergie, astmatisch, astmatische, asthma, anafylactisch, anafylactische, anafylaxie, anaphylaxie, anaphylactic