CHIARI (ARNOLD) MISVORMING
&
SYRINGOMYELIE
Ü Terug naar trefwoordenlijst
ÜNaar verbandhoudende onderwerpen betreffende "Syringomyelie en Chiari Misvorming".
Voordracht
Prof Dr Frank Van Calenbergh
18 november
2000
Prof Dr Frank Van Calenbergh
Anatomie van de Structuren die met
hersenvocht te maken hebben
Hersenvocht
Intracraniële druk
Mechanismen van de
Aandoening
In beeld brengen van de aandoening
Symptomen -
Behandelingen
Lumbale Punctie
Patiënten vragen -
Prof Dr Frank Van Calenbergh antwoordt
Ik dank jullie voor de uitnodiging en voor de mogelijkheid om
over een onderwerp dat me al heel lang aan het hart ligt,
syringomyelie, te kunnen spreken met mensen die daarover vragen
hebben vanuit een heel ander oogpunt dan dat van de arts of
student, mijn gewone toehoorders .
Ik ben neurochirurg in Leuven (Universitair ziekenhuis
Gasthuisberg). Ik geef ook de lessen neuro-anatomie aan de KULAK
te Kortrijk, een afdeling van de Leuvense Universiteit. Ik kreeg
mijn opleiding in Leuven, van Prof Dr R. Van den Bergh, die in
1992 met emeritaat ging en een heel speciale interesse had voor
syringomyelie. Hiervoor werd hij zelfs internationaal als expert
beschouwd. In 1991 zijn we allebei naar het symposium in
Heidelberg geweest, dat gehouden werd naar aanleiding van de
honderdste verjaring van de eerste operatie die bij syringomyelie
uitgevoerd is. Zoals Prof Dr P. Cras hier een tijd geleden al
verteld heeft lijkt het dat Leuven het enige centrum in België
is dat in medische tijdschriften gepubliceerd heeft over
syringomyelie; een tiental publicaties in de loop van de laatste
20 jaar. Dit wou ik U zeggen ter illustratie van het feit dat ik
een speciale interesse heb voor syringomyelie. Maar ik moet
jullie niet vertellen dat het een zeldzame ziekte is, en dat het
behandelen van patiënten met syringomyelie en
Chiari-misvormingen niet mijn enige of hoofdbezigheid is. Dat kan
niet, omdat er in België te weinig mensen met die aandoening
zijn. Het is natuurlijk ook zo dat andere centra in België
patiënten met deze aandoeningen ook goed kunnen behandelen.
Syringomyelie wordt veroorzaakt door stoornissen in de
circulatie van het hersenvocht. Mijn voordracht zal hierdoor in
twee sessies gesplitst worden. Vandaag geef ik een inleiding over
de anatomie en de fysiologie. Ik zal ook spreken over
hydrocephalus, de meest voorkomende aandoening bij problemen van
het hersenvocht. Praten over syringomyelie en Chiari misvorming
(ACM = Arnold Chiari Malformation) en over hun behandelingen doe
ik de volgende keer.
Het programma voor vandaag bevat:
- anatomie van de structuren, in hersenen en ruggenmerg,
die met hersenvocht te maken hebben
- hersenvocht: - hoe en waar wordt het hersenvocht
aangemaakt - langs waar circuleert het tot wat
dient het hoe stroomt het en waar wordt het
geresorbeerd
- intracraniële druk: stoornissen in het hersenvocht met
als gevolg de verhoging van de druk binnen in de schedel
- mechanismen van de aandoeningen
- in beeld brengen van de aandoeningen
- symptomen - behandelingen
- lumbale punctie als methode om hersenvocht te bekomen
voor onderzoek
ANATOMIE
VAN DE STRUCTUREN
DIE MET
HERSENVOCHT TE MAKEN HEBBEN
In het laboratorium in Leuven zijn coupes
van hersenen gemaakt. Daarvan is door Dr Depreitere een boekje
gemaakt, dat door Acco gepubliceerd werd.
Dr Netter die heel goed kon tekenen, heeft
een jaar of dertig geleden heel de anatomie van de hersenen
getekend en de farmaceutische firma CIBA heeft het patent op die
tekeningen gekocht en daarmee heel mooie atlassen gemaakt, die nu
door Novartis Pharma verdeeld worden.
Dat is een horizontale doorsnede van de
hersenen ter hoogte van de structuren die te maken hebben met de
stroming van het hersenvocht.


doorsnede 1a
De hersenen bevatten de grijze stof (de
hersenschors = cortex die bestaat uit zenuwcellen = neuronen), en
de witte stof die bestaat uit de zenuwvezels, nl. de uitlopers
van deze cellen. De hersenschors vormt windingen, waartussen
groeven = sleuven zijn. Die sleuven zijn gevuld met hersenvocht.

doorsnede 1b
Er zijn twee hersenhelften of hemisferen,
een linker en een rechter, gescheiden door de
'interhemisferische' spleet. Tussen beide zijn verbindingen: de
hersenbalk = corpus callosum. Binnenin de hersenen zijn er ook
met hersenvocht gevulde ruimten, de laterale hersenkamers =
ventrikels, waarin men hier en daar kleine vlokkige structuren
vindt, de plexus choroideus of kortweg plexus, die het
hersenvocht aanmaken.
fig. 2
Figuur 2 geeft een verticale doorsnede door
de neus, loodrecht op het aangezicht, dus door de
interhemisferische spleet van de hersenen. Dat betekent dat we
een zijzicht hebben op de binnenkant van één hersenhelft, op de
rechter bijvoorbeeld.
Op de vorige tekening zag men de linker en
de rechter hersenkamer. Hier ziet men de hersenkamers die op de
middellijn liggen. Op een driedimensionaal beeld zou men halve
doorgesneden holtes zien: de 3de hersenkamer die door een fijn
kanaaltje (de aqueduct) verbonden is met de 4de hersenkamer,
driehoekig, die langs een ander fijn kanaaltje tot buiten de
hersenen uitmondt. Daar kom ik straks op terug.
Het vliesje dat de rechter (linker)
laterale hersenkamer omhult, raakt het middenvlak. Het is zo fijn
dat men in de hersenkamer kan kijken, als door een schemering
weliswaar. De franjes van de plexus zijn zichtbaar. Elk van de
laterale hersenkamers is langs een kleine opening (foramen van
Monro) verbonden met de 3de hersenkamer.

Figuur 4 toont de ligging van grote
hersenen, kleine hersenen, hersenstam en ruggenmerg.
fig. 4
Figuur 5 is een zijzicht van de hersenen.
Ze toont de hersenschors = cortex, die in gebieden ingedeeld is.
De rechter hersenhelft bezenuwt de linker helft van het lichaam,
t.t.z de zenuwbanen kruisen in het centraal zenuwstelsel.
fig. 5
Ieder gebied van de hersenschors heeft een
eigen functie:
Er zijn 4 grote slagaders naar de hersenen,
twee links en twee rechts. De grootste voelt men kloppen, op zij
van de hals. Dat is de arteria carotis = halsslagader, die zorgt
voor de bevloeiing van het grootste deel van de hersenen. De
arteria vertebralis is kleiner, maar ook heel belangrijk omdat
hij onder ander ook zorgt voor de kleine hersenen en de
hersenstam. De hersenstam is het onderste gedeelte van de
hersenen, langs waar alles passeert dat vanuit de hersenen naar
de rest van het lichaam gaat en vice versa en waar heel
belangrijke centra zijn in verband met bewustzijn, wakker zijn,
...

Rond de hersenen ligt het hersenvlies, dat
in feite samengesteld is uit 3 vliezen: pia mater tegen de
hersenen, dura mater meestal gewoon dura genoemd tegen de
schedel, en daartussen een heel dun vliesje genoemd de
arachnoidea = spinnenwebvlies.
De pia mater is een dun vlies dat alleen
onder de microscoop zichtbaar is en dat heel de hersenen omsluit.
Het volgt elke winding van de hersenen en bevat de kleine
bloedvaatjes.
Pia mater is latijn. Mater betekent moeder,
of hier ook substantie: in het idee dat de moeder de substantie
is waaruit we voortkomen. Het is ook verwant met matrix of in de
volksmond "matrisse" = baarmoeder die draagt.
De dura is een vlies uit heel stevig
bindweefsel, identiek aan het bindweefsel rond de spieren en even
taai en hard. Dat is de binnenste bekleding van de schedel. Ze
volgt de schedel en vormt daarenboven een paar tussenschotten,
namelijk deze tussen de linker en rechter hersenhelft, falx
genoemd, en deze tussen de grote en de kleine hersenen. Waar er
een bloedvat in zit, is ze heel dik.
Ook het spinnenwebvlies is op sommige
plaatsen wat dikker, zodat het op die plaatsen echt zichtbaar is.
HERSENVOCHT
Hierboven heb ik de structuren die met
het hersenvocht te maken hebben, kort geschetst. Het hersenvocht
wordt gevormd door de plexus choroideus in de twee laterale
hersenkamers, links en rechts. Deze hebben een typische vorm met
een frontale, een temporale en een occipitale hoorn. Van daaruit
stroomt het door de foramina van Monro naar de 3de hersenkamer.
Deze ligt in het middenvlak, bevat ook nog wat plexus choroideus
en voegt nog wat hersenvocht toe. Samen stroomt dat door een heel
dun kanaaltje, aqueduct van Sylvius, naar de 4de hersenkamer. Van
daaruit stroomt het naar buiten door het foramen van Luschka en
het foramen van Magendie in de ruimte tussen de pia mater en het
spinnenwebvlies, genoemd de subarachnoidale ruimte.

Het aqueduct van Sylvius, de 4de
hersenkamer, ... liggen langs de hersenstam. Vanuit de hersenstam
vertrekt het ruggenmerg. Bij de foetus stroomde het hersenvocht
verder in het centraal kanaal van het ruggenmerg. Maar dat gaat
in de verdere ontwikkeling volledig dicht en bevat tenslotte geen
vocht meer, in het normaal geval althans.
Bij de foetus van een paar millimeter is
het centraal zenuwstelsel een plat vlak van cellen, de neurale
plaat. Dat rolt zich op tot een buis waaruit de hersenkamers en
het centraal kanaal van het ruggenmerg ontstaan. In het begin
zijn deze met elkaar versmolten en gevuld met hersenvocht. Daar
rond groeien de hersenen en het ruggenmerg. Het volume van het
ruggenmerg in de wervelkolom neemt dermate toe dat het centraal
kanaal tenslotte volledig dichtgroeit en geen vocht meer bevat.
Op een coupe is het alleen onder de microscoop zichtbaar. Alleen
bij syringomyelie, in heel wat gevallen, is dit centraal kanaal
open gebleven en gaat het uitzetten en tenslotte drukken op het
zenuwweefsel van het ruggenmerg.
Het hersenvlies dat we hierboven
beschreven hebben, omsluit niet alleen de hersenen maar ook het
ruggenmerg, met een continue subarachnoidale ruimte. De pia mater
ligt tegen het ruggenmerg en de dura tegen de wervelkolom. Het
hersenvocht verspreidt zich in die subarachnoidale ruimte langs
de buitenkant van alle hersenen en ruggenmerg tot helemaal
onderaan in de wervelkolom.
En tenslotte wordt het opgenomen langs
speciale structuurtjes, granulaties van Pacchioni = arachnoid
granulaties die uitstulpingen zijn van het spinnenwebvlies
doorheen de dura tot in de grote aders of "sinussen" op
de middellijn. Het hersenvocht wordt dan in het bloed opgenomen.
We vatten dat samen: het hersenvocht
wordt aangemaakt door de plexus vooral in de laterale
hersenkamers, stroomt door de foramina van Monro, door de 3de
hersenkamer, door de aqueduct van Sylvius, door de 4de
hersenkamer, door de foramina van Luschka en Magendie, tot in de
ganse subarachnoidale ruimte rond hersenen en ruggenmerg, waar
het terug opgenomen wordt door de granulaties van Pacchioni. De
twee nauwe foramina van Monro, de dunne aqueduct van Sylvius en
de aqueduct naar de kleine foramina van Luschka en van Magendie
zijn de plaatsen waar de kans op storing van de stroming van het
hersenvocht het grootst is, omdat daar de doorgangen van nature
reeds heel klein zijn.
In het lichaam van een normale
volwassene is er ongeveer 150 milliliter hersenvocht. Er wordt
ongeveer 20 milliliter per uur aangemaakt, dat betekent een halve
liter per dag. De hoeveelheid die aangemaakt wordt is
onafhankelijk van de hoeveelheid die terug opgenomen wordt (de
resorptie). Is er een probleem met de stroming of de resorptie,
dan gaat de aanmaak toch verder. Dan ontstaat er een opstapeling
van hersenvocht.
De plexus choroideus is de belangrijkste
bron van hersenvocht terwijl een klein gedeelte door het
hersenweefsel zelf wordt aangemaakt. Die plexus bestaat uit
gespecialiseerde bloedvaatjes (haarvaatjes) die los hangen in het
vocht van de hersenkamers. In de wand van die bloedvaatjes zijn
er microscopisch kleine gaatjes waar de bloedcellen niet doorheen
kunnen. Alleen het water komt er doorheen. Dat noemt men passief
ultra filtraat: de wand van die bloedvaatjes is dus een heel dun
zeefje dat alle bestanddelen van het bloed tegen houdt behalve
het water. Daarnaast is er een actieve secretie: de cellen van de
bloedvaatjes van de plexus scheiden ook vocht af. Dat is water
met natrium, een van de hoofdbestanddelen van keukenzout, en
bicarbonaat.
De aanmaak van hersenvocht is geringer
overdag dan s nachts. Vooral in de tweede helft van de
nacht wordt er meer dan 20 milliliter per uur aangemaakt terwijl
dat overdag minder dan 20 milliliter per uur is. Waarom dat zo
is, weet men nog niet maar zou men heel graag weten, want
voorlopig kan de geneeskunde aan de aanmaak van het hersenvocht
nog niet veel doen.
Er zijn medicamenten die daar een beetje
op inwerken. Dit zijn medicamenten die ook gebruikt worden om
vocht af te scheiden uit de nieren, bijvoorbeeld Lasix of Diamox.
Ze beïnvloeden in zekere mate de actieve secretie: Diamox
verhindert de aanmaak van bicarbonaat en vermindert zo een beetje
de aanmaak van hersenvocht. Dat wordt af en toe gebruikt bij
babys met hydrocephalus, met meestal weinig effect.
Daarenboven hebben die medicamenten wel een sterke werking op de
nieren, zodat reeds na enkele dagen de gehele water en
zouthuishouding dreigt verstoord te worden. De patiënt
produceert wat minder hersenvocht maar verliest vooral zout langs
de nieren: pH = zuurtegraad van het bloed verandert, ...
Het hersenvocht heeft verschillende
taken:
- Het beschermt de hersenen. Als de
hersenen in de schedel als in een holle doos lagen,
rustend op de bloedvaten, dan zouden ze bij elke beweging
van het hoofd rondvliegen in de schedel en onmiddellijk
gekwetst worden. Langs alle kanten omringd door het
hersenvocht en nergens rakend aan de buitenwereld, hangen
ze als in een watertank. Dat zwakt de schokken heel fel
af.
- Het vangt de drukveranderingen op
binnenin de schedel. Er zit ongeveer 100 milliliter
hersenvocht in de schedel en 50 milliliter in het
wervelkanaal. Bij drukveranderingen in de schedel wordt
er hersenvocht geduwd vanuit de schedel naar het
wervelkanaal, waardoor de druk binnenin de schedel
vermindert.
- In de hersenen is er een zeer
intense verspreiding van elektrische signalen van cel tot
cel. Dat kan doordat het hersenvocht, waarin de
hersencellen liggen, omzeggens alleen water bevat met wat
natrium en bicarbonaat. In ons bloed zitten 60 tot 70
gram eiwitten per liter, die echter niet kunnen
doordringen tot in het hersenvocht. Als daarin het eiwit
gehalte toch hoog wordt, vertraagt en verzwakt dat de
elektrische signalen in de hersencellen.
- Het beschermt de hersenen tegen
giftige stoffen in het bloed. Er bestaat een barrière
tussen het bloed en het weefsel van de hersenen en tussen
het bloed en het hersenvocht: bloedhersenbarrière en
bloedliquorbarrière. Dat betekent dat alle stoffen die
in het bloed terecht komen, en dat kunnen ook eens
verkeerde stoffen zijn bijvoorbeeld als we iets verkeerd
eten, tegen gehouden worden aan de kleine openingetjes
van de haarvaatjes en dus niet doorgelaten worden noch
tot het weefsel van de hersenen noch tot het hersenvocht.
In de evolutie van het leven heeft deze barrière zich
reeds ontwikkeld 600 miljoen jaar geleden. Het beschermde
het dier bij het eten van giftige planten: het gif kwam
wel in het lichaam maar niet in de hersenen. Die
belangrijke bescherming heeft vooral positieve effecten,
maar geeft ook wel eens een probleem:ook vele
medicamenten komen er niet door. Dit verklaart dat
chemotherapie minder effect op tumoren in de hersenen en
in het ruggenmerg heeft dan voor vele andere tumoren.
Kwaadaardige tumoren op andere plaatsen in het lichaam
kunnen tegenwoordig al goed behandeld worden. 90% van de
mensen met leukemie genezen terwijl de meeste
kwaadaardige tumoren in de hersenen nog altijd dodelijk
zijn en dat meestal op vrij korte tijd.
De resorptie gebeurt door het feit dat
de druk in het hersenvocht iets hoger is dan de druk in de aders.
De bloedvaten verdeelt men in slagaders en aders. Langs de
slagaders wordt het bloed door het lichaam gestuwd. Die voelt men
kloppen op het ritme van het hart dat een druk geeft fluctuerend
van 90 tot 140 mm kwikkolom (120 tot 190 cm waterkolom, want 10
mm kwik komt overeen met bijna 15 cm water). Maakt men in een
slagader een sneetje dan spuit het bloed heel hoog op. De aders
zijn die bloedvaten die het bloed terugbrengen naar het hart.
Deze hebben een druk die ongeveer even groot is als de
atmosfeerdruk: als men de hand omlaag houdt dan spannen de aders
op, houdt men ze op de hoogte van het hart dan beginnen ze plat
te worden en houdt men de hand omhoog dan vallen de aders plat.
De druk in het hart is gelijk aan de atmosfeerdruk en het
verschil tussen de druk in het hart en de druk in de aders van de
hand, als men deze op de hoogte van het hart houdt, is dus nul.
De druk in het hersenvocht is iets hoger - 15 cm waterkolom - dan
de druk in de aders. Dat betekent dat het hersenvocht in een
holle naald, gestoken in de ventrikel, 15 cm hoog zou gaan. De
resorptie is passief, wat wil zeggen dat ze gebeurt doordat de
druk in het hersenvocht iets hoger is dan de druk in de aders. Er
is dus geen pompactiviteit in de granulaties van Pacchioni. Het
hersenvocht dringt daarin naar binnen en sijpelt door naar de
bloedbanen. Als er hersenvocht bijgemaakt wordt dan gaat de druk
een fractie stijgen, waardoor dan iets meer vocht naar het bloed
wegloopt. Dat gaat zo de hele dag door. Uiteindelijk komt dat
hersenvocht dus een halve liter per dag terug in
het bloed.
Die resorptie in de granulaties van
Pacchioni is het normale en belangrijkste mechanisme. Er is een
tweede mechanisme dat in normale omstandigheden weinig belangrijk
is, maar dat in sommige ziekteprocessen met een stoornis in de
normale resorptie toch wel van belang wordt.

Op de doorsnede door het ruggenmerg en
de wervelkolom ziet men de witte stof en de grijze stof van het
ruggenmerg met telkens de zenuwen die eruit komen. Het stevige
continue vlies van de dura dat de hersenen en het ruggenmerg
omsluit, volgt ook een eind deze zenuwen. Ook de subarachnoidale
ruimte met het hersenvocht gaat zover. Is er hier in dat
hersenvocht te veel druk dan wordt het langs de zenuw naar buiten
geperst. Dat gebeurt niet alleen aan het ruggenmerg maar zelfs
aan de hersenzenuwen van de ogen, ...Bij babys met een te
hoge druk in het hersenvocht, bijvoorbeeld als de ventriculo
peritoneale shunt niet meer werkt, kan dat zelfs gezwollen ogen
geven. Die babys blijven verder betrekkelijk goed omdat er
zon reserve mechanisme voor de resorptie van het
hersenvocht bestaat.

Het hersenvocht is helder als water,
even helder als spa water. Kraantjeswater is soms minder helder
dan hersenvocht. Het bevat een weinig ionen van natrium,
bicarbonaat, calcium, chloride,... Het eiwitgehalte is heel laag,
minder dan een halve gram per liter, 100 keer minder dan dat van
het bloed dat 60 tot 70 gram per liter is. Er zit ook wat suiker
in, glucose. Het glucosegehalte is ongeveer twee derde van dat
van het bloed. Er zitten ook heel weinig cellen in het normale
hersenvocht, 0 tot 3 per milliliter, vooral witte bloedcellen en
dat is uiterst weinig.
INTRACRANIELE
DRUK
De druk in het hersenvocht verspreidt
zich in de hersenen over de ganse schedel. Ze wordt de
intracraniële druk genoemd en speelt een belangrijke rol bij een
aantal aandoeningen. De schedel is voor de hersenen en het
hersenvocht een gesloten doos met als enige uitweg het
wervelkanaal langs het achterhoofdsgat waar het ruggenmerg uit de
hersenstam ontspringt. In die schedel zitten drie dingen: de
hersenen, het hersenvocht en het bloed in de bloedvaten. Het
volume van de hersenen is ongeveer anderhalve liter, dat van het
hersenvocht 100 milliliter en dat van het bloed in de bloedvaten
op een bepaald moment ook 100 milliliter. De intracraniële druk
is normaal 8 tot 15 cm waterkolom boven de atmosfeerdruk. Die
druk zorgt voor de stroming en de resorptie van het hersenvocht.

Elk volume dat er in de schedel
bijkomt, doet die intracraniële druk stijgen. Dat kan
bijvoorbeeld een tumor zijn die groter wordt. Op andere plaatsen
in het lichaam is er steeds een mogelijkheid tot uitzetting: bij
een tumor in de darmen of in de baarmoeder gaat de buik uitzetten
want die is elastisch en een tumor in de borstkas kan heel groot
worden door het verdringen van de lucht in de longblaasjes. De
symptomen worden nergens veroorzaakt door drukverhoging, tenzij
in de hersenen. Daar verklaart de drukverhoging een groot deel
van de symptomen en van de storingen in de werking van de
hersenen.
Bijkomend volume kan ook komen van
hersenbloeding of van bloeding buiten de hersenen zoals nogal
eens voorkomt na een ongeval, en ook van zwelling van de hersenen
door hersenschudding. Die zwelling is identiek aan deze van een
verstuikte enkel. In het ergste geval kan het zelfs nodig zijn
van een schedelboring uit te voeren om het hersenvocht naar
buiten te leiden in een poging om de druk onder controle te
houden. Teveel aan hersenvocht, hydrocephalus, is ook een
bijkomend volume en geeft dus ook een verhoging van de
intracraniële druk.
De intracraniële druk wordt gemeten
met een catheter in een hersenkamer. Ze stijgt niet lineair met
de toename van het volume van de hersenen: het is niet zo dat de
druk 5 mm waterkolom stijgt als het volume met 5 milliliter
toeneemt. Het verloop lijkt op een exponentiele curve.

Bij een eerste toename van volume
stijgt de druk niet. Er komen volumes bij, maar bestaande volumes
worden verplaatst naar plaatsen buiten de schedel.
Bij een beginnende tumor in de
hersenen bijvoorbeeld wordt een deel van het bloed uit de
bloedvaten geperst en het hersenvocht uit de ruimten als kamers,
kanalen, subarachnoidale ruimte... Deze worden wat platter
gedrukt en dat geeft samen een compensatie-volume van theoretisch
bijna 200 milliliter. Zolang slechts een beperkt deel daarvan is
ingenomen, is er weinig of geen drukverhoging.

Naarmate de tumor groeit, wordt het
compensatie-volume opgebruikt. De bloedvaten, kanalen, ... worden
platgedrukt en een volumeverhoging van 5 milliliter van de tumor
veroorzaakt dan wel een stijging van de druk van het hersenvocht
van 5 mm waterkolom. Maar als alle bloedvaten, kanalen, ...
volledig dichtgedrukt zijn, geeft een verdere toename van het
tumorvolume een heel snelle stijging van de intracraniële druk.
Alle compensatie-volume is opgebruikt. De elasticiteit van de
schedel is gering en al snel zou de intracraniële druk gelijk
worden aan de bloeddruk, het gemiddelde van 120 tot 190 cm
waterkolom.Als dat een paar minuten aanhoudt, betekent dat
onherstelbare schade aan de hersenen of zelfs de dood.
Als een mens niest, stuwt hij heel
even veel bloed naar de hersenen en dat jaagt de intracraniële
druk naar omhoog. Dat duurt maar heel even. Maar als iemand met
Chiari misvorming niest, kan hij - zeer uitzonderlijk -
bewusteloos geraken = syncope.
Als iemand, na een ongeval, een
zwelling van de hersenen krijgt, proberen we de intracraniële
druk onder 20 cm waterkolom te houden en de gemiddelde (tussen
lage en hoge) bloeddruk minstens 60 cm hoger te houden dan die
intracraniële druk, om de stroming van het bloed naar de
hersenen te verzekeren en zo de persoon in leven te houden.
MECHANISMEN
VAN DE AANDOENINGEN
Aandoeningen waarbij de stroming van het
hersenvocht verstoord is, zijn bijvoorbeeld: hydrocephalus,
pseudotumor cerebri en syringomyelie.
Onder hydrocephalus,
"waterhoofd" in de volksmond, verstaat men uitzetting
van de hersenkamers. Deze verdeelt men in de obstructieve en de
communicerende.
Obstructieve hydrocephalus is deze
waarbij er een verstopping is, die dan meestal optreedt aan de
smalle kanaaltjes en doorgangen. Dat is bijvoorbeeld de
aangeboren vernauwing van de aqueduct: aqueductstenose, die in de
kinderjaren vastgesteld wordt, meestal toch, maar heel
uitzonderlijk ook wel eens op volwassen leeftijd. Dat kan ook een
tumor zijn in de omgeving van zon kanaaltje, waardoor het
dichtgedrukt wordt. Ook een hersenbloeding kan dat. Dan krijgt
men, naast de rechtstreekse schade van de bloeding, de bijkomende
beschadiging door achteruitgang van de toestand van het centraal
zenuwstelsel door de obstructie van de stroming van het
hersenvocht.
Communicerende hydrocephalus is deze
waarbij de banen en de verbindingen alle intact zijn, terwijl de
stoornis ligt in de resorptie. Dat kan veroorzaakt worden door
een hersenvliesontsteking (meningitis) of door bloed in het
hersenvocht (meningiale bloeding), dat daarin komt door
aneurysma's (kleine aangeboren foutjes op de slagadertjes) die
niet in de hersenen maar in het hersenvlies liggen. Die geven
heel veel bloed in het hersenvocht dat, zodra het buiten de
bloedvaten komt, klontert en de resorptie blokkeert.
Onder communicerende hydrocephalus hoort
ook de "normal pressure hydrocephalus" waarbij de druk
zo weinig stijgt dat men het met de gebruikelijke apparatuur niet
kan meten.
Hierbij ontstaan, over jaren, toch de
ziekteverschijnselen, zelfs ernstige zoals dementie met
intellectuele vertraging en vergeetachtigheid, moeilijkheden om
te stappen en urinaire incontinentie. Ook deze vorm van
hydrocephalus kan dikwijls met operatie verholpen worden en, als
de ingreep tijdig gebeurt, soms zelfs met volledige herstel van
de persoon.
Pseudotumor cerebri is een
heel zeldzame ziekte. De hersenkamers zien er normaal uit. Ze
zijn niet uitgezet: er is geen hydrocephalus. De druk in het
hersenvocht is te hoog, zo hoog alsof er een tumor was, maar er
is geen tumor. Deze hoge druk verwekt de verschijnselen van de
ziekte, vooral op de oogzenuwen : die mensen dreigen blind te
worden.
Syringomyelia betekent de
vorming van een syrinx in het ruggenmerg Er zijn vele mogelijke
oorzaken en daar zal ik in de volgende voordracht over spreken.
IN BEELD
BRENGEN VAN DE AANDOENING
De structuren en de kenmerken van de
betrokken ziekten worden in beeld gebracht met een CT-scan
(Computer Tomografische scan) en tegenwoordig meer met een
NMR-scan (Nucleair Magnetische Resonantie scan = kernspin
resonantie scan).
De CT-scan gebruikt röntgenstralen, net
zoals de radiografie van longen, gebroken beenderen, ... Bij de
CT-scan draait de röntgenbuis rond de structuur en het
omschreven vlak is door de computer verdeeld in stippen (pixels:
denk aan een beeld dat door de computer afgeprint wordt) die elk
een bepaalde hoeveelheid van die röntgenstralen absorberen. Een
stip in de lucht absorbeert het minst en is zwart op het beeld,
bot absorbeert heel veel en blijft daardoor heel wit, water
absorbeert iets meer dan lucht en daardoor ziet het hersenvocht
er bijna zo zwart uit als lucht, de absorptie van het weefsel van
de hersenen ligt daartussenin en ziet er dus grijs uit. Op een
goede kwaliteitsscan ziet men dat de grijze stof iets meer
absorbeert dan de witte stof. Merk op dat zo, op het beeld, de
grijze hersenstof iets witter ziet dan de witte hersenstof.

De NMR-scan werkt met een heel grote
magneet, die steeds af en aan gezet wordt. Als men onder de
scanner ligt, hoort men de frequentie van het af en aanzetten. De
elektronen die rond een atoom draaien maken van elk atoom een
klein magneetje met een noord en een zuidpool. Als de magneet
aangezet wordt, richt het zich naar die magneet. Wordt de magneet
afgezet, dan valt het terug in zijn normale positie en zendt het
een minieme hoeveelheid energie uit die men kan detecteren. Die
energie is alleen afhankelijk van het type atoom en zijn positie
in de molecule. Water (hersenvocht) bestaat uit bepaalde atomen,
elk van de structuren van hersenen uit andere atomen. Ze zenden
dus allen een verschillende hoeveelheid energie uit. Als men dat
in beeld brengt, krijgt men tussen het milieu (hersenvocht) en de
structuren (hersenen, hersenkamers, ... tumor, bloedklonter,...)
heel duidelijke contrasten, die nog scherper zijn dan deze van de
CT-scan.
Men kan de computer zo instellen dat hij,
op het beeld, water als wit weergeeft en dan spreekt men van een
T2-gewogen beeld. Wordt het water als zwart weergegeven dan
spreekt men van een T1-gewogen beeld. T2-gewogen beelden zijn
meestal het mooist: daarop onderscheidt men de structuren het
gemakkelijkst en ziet men de aandoening het duidelijkst. In feite
versterken ze een beetje de realiteit als een tumor bijvoorbeeld,
zodat men deze meestal overschat. T1-gewogen beelden vertonen
minder contrast maar komen beter overeen met de anatomische
werkelijkheid.
 |
|
 |
| NMR - T1 |
|
NMR - T2 |
Op T1-gewogen beelden is water zwart en vet
wordt daarop wit weergegeven.
Hoe beweeglijker een atoom is in de
molecule waarvan het deel uitmaakt hoe meer energie het kan
afgeven bij aan en uitzetten van de magneet. In water zijn de
atomen beweeglijkst, in vet is dat minder en in de bijna
kristalstructuur van been is dat het minst.
Op T2-gewogen beelden is water wit, vet
minder wit en been zwart. Merk op dat op een CT-scan, het been
heel wit is.
De CT-scan maakt alleen horizontale
doorsneden, terwijl de NMR-scan de energie meet in elke stip van
de ganse ruimte onder de magneet. In die ruimte kan de computer
dan doorsneden maken in eender welke richting. Schuine doorsneden
kunnen even goed, maar om praktische redenen stelt men zich
meestal tevreden met horizontale, verticale en coronaire
(loodrecht op de eerste) doorsneden. Die kunnen zo dicht naast
elkaar genomen worden als men maar wenst.
Afwijkingen kunnen hiermee ontdekt worden,
hun afmetingen en ligging kunnen bepaald worden en hun evolutie
in de tijd kan gevolgd worden.
SYMPTOMEN
- BEHANDELINGEN
Op de echografie bij een moeder, net voor
de geboorte, had men gezien dat er iets was als een cyste aan het
achterhoofd van het kindje. Na de geboorte hebben we een scan
gemaakt en daarop was inderdaad een kleine vochthoudende cyste te
zien. We besloten af te wachten en te zien hoe het zou evolueren.
Drie maanden later kwam het kindje terug met een groot hoofd en
symptomen als braken, prikkelbaarheid, ... Benevens de cyste
toonde de CT-scan nu ook een enorme hydrocephalus: de
hersenkamers waren enorm uitgezet. De cyste aan de kleine
hersenen in het achterhoofd had de aqueduct plat gedrukt en dat
was de oorzaak van de hydrocephalus. We hebben de hersenkamers
onmiddellijk gedraineerd met een katheter gaande van de
hersenkamers tot het voorhoofd langs een boorgaatje door de
schedel. Dat was een tijdelijke maatregel. We hebben het kindje
daarna geopereerd. De cyste had een heel dun vlies. Het was geen
tumor, maar een aangeboren afwijking van het spinnenwebvlies, een
verdikking. Op de plaats van de cyste was het bot aan het
achterhoofd zo dun dat men de cyste er doorheen zag schemeren. Ik
kon dat met de vinger indrukken als een pingpongbal. Na de
operatie is het kindje helemaal hersteld. Dat is 5 jaar geleden.
De ouders sturen me nog elk jaar een nieuwjaarkaartje met een
foto van hun dochter die helemaal genezen is.
Dergelijke obstructieve hydrocephalus met
sterk uitgezette hersenkamers, die veroorzaakt wordt door een
cyste die de kanaaltjes van het hersenvocht dicht drukken, heb ik
meermalen geopereerd. Het plaatsen van een katheter om het
hersenvocht te laten aflopen naar een andere plaats in het
lichaam, als voorlopige oplossing, en de operatie worden in al
die gevallen uitgevoerd. CT-scan en NMR-scan geven vóór de
operatie een volledig beeld van de situatie. Ze zijn hiervoor
onmisbaar.
Het komt ook voor dat de cyste die de
kanaaltjes voor de stroming van het hersenvocht dicht drukt, diep
in de hersenen ligt, op de middellijn. Dan heb ik de cyste
geledigd met een operatie onder de hersenen door. Onder de
frontale kwab van de hersenen, tussen de oogzenuw en de
halsslagader door heb ik openingen in de cyste gemaakt.
Bij obstructieve hydrocephalus neemt men
de obstructie, de cyste, of in andere gevallen een tumor, weg en
kan men verwachten dat de stroming van het hersenvocht normaal
wordt. Een blijvende katheter is dan niet nodig.
Aanwijzingen over het bestaan van een
hersenstoornis worden ook verkregen door het meten van de
schedelomtrek van kinderen. Daarvan maakt men dan een curve met
de omtrek in functie van de tijd. Schiet de curve op een gegeven
ogenblik heel snel naar omhoog, dan wijst dat op de groei van een
of ander gezwel in het hoofd. Daarop wordt echter meestal te laat
gereageerd. De schedelomtrek is bij de geboorte zowat 35 cm. In
een kindje ging die bij 5 maand plots pijlsnel naar omhoog en pas
onlangs als het kindje 2 jaar was, kwam men er mee aan. Gisteren
heb ik het in het hoofd geopereerd van een tumor van 8 cm
diameter.
Communicatieve hydrocephalus is een
stoornis in de resorptie van het hersenvocht. Hier is er dus niet
alleen teveel hersenvocht in de hersenkamers maar ook overal
tussen de hersenen. Er zijn nog geen middelen om die resorptie te
verbeteren. Het draineren van het hersenvocht naar een andere
plaats in het lichaam, door middel van een katheter (ventriculo
peritoneale shunt), is de oplossing. Verstopping van die katheter
komt wel af en toe voor. Vroeger gebruikten we routinematig de
katheter met vinnetjes, die bedoeld waren om die verstopping
tegen te gaan. Maar er is nooit bewezen dat het systeem
efficiënt is. Nu gebruiken we vooral de katheter met gaatjes.
Daarop staat soms een klepsysteem, waarvan er in België een
40-tal types op de markt zijn, in de wereld wel een 500-tal. Die
klepjes dienen om de druk te regelen: in de hersenen plaatsen we
een katheter en van daar onderhuids een buisje dat het vocht naar
de buikholte leidt, terwijl het klepje er voor zorgt dat niet
teveel hersenvocht wegloopt. In die klepjes gebeurt de remming
van de stroming met balletjes in trechtertjes of door spleetjes
in membranen,...
Syrinx is een Grieks woord dat rietstengel
betekent. Aesopus schreef 500 jaar voor Christus het verhaal
"Pan en Syrinx". Pan is de god die op zijn fluitje
speelt en Syrinx is een waternimf, die aan de rand van het water
aan het spelen was. Pan had geen al te goede reputatie omdat hij
nogal achter de meisjes aanzat. Syrinx ging niet erg graag op
zijn avances in en liep weg, maar Pan haalde haar in. Een andere
god die zich haar lot aantrok, veranderde haar in een rietstengel
en Pan moest genoegen nemen met het knippen van rietstengels en
het maken van een fluitje. Dat verhaal gebruik ik ook om aan de
studenten duidelijk te maken dat er niet één syringomyelie is
maar een hele reeks verschillende soorten, zoals je ook kleine
piccolootjes hebt, blokfluiten, dwarsfluiten, ... In de volgende
voordracht spreek ik over al die verschillende ziekten.
Ook de verschillende theorieën over het
ontstaan van de syrinx zal ik de volgende keer geven.
Over een van de types syringomyelie wil ik
enkele woorden zeggen: Arnold Chiari Malformation = Chiari
misvorming. Vroeger vóór 1985 werd Chiari misvorming niet zo
gemakkelijk ontdekt in de kinderjaren, omdat men risicovolle
onderzoeken moest doen om de diagnose te stellen. Met de huidige
methodes wordt bij veel kindjes met Chiari misvorming de
aandoening vroegtijdiger ontdekt.

Daarbij zijn de kleine hersenen die
normaal tot juist boven het achterhoofdsgat komen, door het
achterhoofdsgat in de wervelkolom gedrukt. Op die plaats gaat de
hersenstam over in het ruggenmerg. Kleine hersenen en ruggenmerg
verdringen elkaar in het achterhoofdsgat en sluiten de
doorstroming van het hersenvocht af.

Op een T1-gewogen NMR-scan is het
onderhuidse vet wit, het ruggenmerg grijs en het hersenvocht
zwart. In het ruggenmerg ziet men een met hersenvocht gevulde
syrinx met een paar tussenschotjes, gaande bijvoorbeeld van C4
tot D12 waarvan in dit voorbeeld maar een gedeelte zichtbaar is.

De behandeling bestaat hier in een
operatie waarbij de doorgang aan het achterhoofdsgat groter
gemaakt wordt, wat neerkomt op meer plaats maken voor kleine
hersenen en ruggenmerg, zodat het hersenvocht weer vrij kan
stromen. Daarna wordt de ontwikkeling van de cyste gevolgd. Soms
blijft ze na de operatie even groot, in andere gevallen slinkt ze
en soms blijft er maar een heel fijn streepje van over. In mijn
praktijk zijn er genezen patiënten in alle drie de gevallen. Aan
mijn studenten leg ik die gevallen voor met de bedoeling hen
duidelijk te maken dat ze niet mogen zoeken naar het herstel van
de NMR-scan, maar naar de genezing van de patiënt. Na de
operatie is het de ontwikkeling van de ziekte bij de patiënt die
bepaalt wat er met de cyste moet gebeuren en dat is zeker niet
noodzakelijk het draineren van de cyste.
LUMBALE
PUNCTIE
Bij veel ziekten is een onderzoek van de
samenstelling van het hersenvocht noodzakelijk.
Bij hersenvliesontsteking is het hersenvocht
niet meer waterhelder, maar zelfs gewoon troebel. Daarin vindt
men dan ontstekingscellen, het eiwitgehalte is gestegen, en het
glucosegehalte is gedaald. Het is alsof de bacteriën en de
ontstekingscellen de glucose (suiker) opeten. Er is een ernstige
vorm, bacteriële, waarbij men microben in het hersenvocht vindt,
en een lichtere vorm, meningitis door sommige virussen
veroorzaakt. Merk op dat griepvirussen geen meningitis geven.
Bij meningiale bloeding, door aneurysma van
de slagadertjes, is het hersenvocht bloederig. Als men het
centrifugeert, bezinken de rode bloedcellen en is het
overblijvende vocht geelachtig door de afbraakproducten van het
bloed.
Bij ontstekingsziekten, waarvan multiple
sclerose het typevoorbeeld is, vindt men een verhoogd
eiwitgehalte, die bestaat uit globulinen die niet door de
bloed-hersenbarrière gegaan zijn maar die in het zenuwstelsel
gevormd zijn. Kleurt men die eiwitten in het hersenvocht en doet
men daarop een elektroforese (de eiwitten in een elektrisch veld
doen lopen totdat ze zich van elkaar afscheiden) dan krijgt men
wat bij multiple sclerose genoemd wordt de oligoclonale bandjes.
Het hersenvocht dat men nodig heeft voor het
onderzoek bekomt men door een lumbale punctie. Dat is een prik
met een holle naald tussen de doornuitsteeksels van de onderste
lendenwervels, juist op de middellijn. Bij de gemiddelde
volwassene eindigt het ruggenmerg aan de eerste lendenwervel en
gaat het over in de paardenstaart (cauda equina), een schuin
uitlopende bundel zenuwen die uiteindelijk naar de benen toe
gaan. Het hersenvlies met de subarachnoidale ruimte loopt door
voorbij het ruggenmerg tot over de paardenstaart. Daar prikt men
in de subarachnoidale ruimte en dus zeker niet in het ruggenmerg,
zoals veel patiënten verkeerdelijk denken. Onder de
lendenwervels zijn er nog 5 aan elkaar gegroeide sacrale wervels
(heiligbeen) en 4 aan elkaar gegroeide coccygeale wervels
(staartbeen). Bij de foetus was het ganse wervelkanaal gevuld met
ruggenmerg, maar doordat het wervelkanaal sneller groeit dan het
ruggenmerg, is het alsof het ruggenmerg naar boven opgetrokken
wordt. Is het ruggenmerg onderaan vastgekleefd door een afwijking
aldaar, dan spreekt men van tethered cord, die ook neurologische
verschijnselen geeft, maar daarover spreek ik volgende keer.
Patiënten
vragen
Prof Dr
Frank VAN CALENBERGH antwoordt
Als een syringomyelie patiënt griep
krijgt, kan dat gevaarlijke complicaties geven? Kan bijvoorbeeld
die griepvirus zich nestelen in dat syringomyelie systeem?
Een griepvirus zet zich niet op de
hersenen of de hersenvliezen, ook niet bij syringomyelie Die twee
ziekten verwikkelen elkaar in niets.
Als een syringomyelie patiënt
hersenvliesontsteking krijgt, wat gebeurt er dan?
Het is mij niet bekend of het
verloop van de hersenvliesontsteking (meningitis) erger is bij
syringomyelie patiënten dan bij anderen. Hersenvliesontsteking
is al heel ernstig op zichzelf, maar ik denk niet dat het nog
erger wordt door syringomyelie.
Het omgekeerde verband is het
verloop van de syringomyelie bij hersenvliesontsteking: dat moet
wel met aandacht gevolgd worden. Bij de hersenvliesontstekingen
zijn er vooral 2 grote groepen : de virale ontstekingen die
minder ernstig zijn, en de bacteriële ontstekingen waarbij
microben de ontsteking veroorzaken. Dat zijn soms heel
gevaarlijke microben zoals de meningocokken, die zo vlug mogelijk
met antibiotica moeten bestreden worden. Die tasten het hele
hersenvlies aan, vanaf de voorkwab van de hersenen tot aan het
uiteinde van het ruggenmerg. Af en toe ontstaat na genezing van
zon hersenvliesontsteking een verdikking van het
spinnenwebvlies en dat kan, alhoewel eerder uitzonderlijk,
syringomyelie doen ontstaan.
Ik heb gehoord dat, als men syringomyelie
heeft en men krijgt daar bovenop een hersenvliesontsteking, die
twee zaken elkaar de hand geven en zo de toestand erger kunnen
maken, ook nadien als de hersenvliesontsteking al genezen is.
Dat is juist, de
hersenvliesontsteking kan syringomyelie verergeren, en meer nog,
het kan zelfs syringomyelie doen ontstaan.
Maar het omgekeerde, als zou
hersenvliesontsteking erger zijn bij een syringomyelie patiënt,
dat is mij niet bekend en dat denk ik niet. Het is zo al erg
genoeg.
Lasix is een vochtuitdrijver waarvan U
zei dat het gebruikt wordt om de druk bij syringomyelie te
verminderen. Toen ik 20 jaar was, heeft mijn huisarts me Lasix
voorgeschreven om te vermageren. Ik woog toen over de 100 kg en
er was van mijn Arnold Chiari Malformation (ACM) nog geen sprake.
Als die Lasix invloed heeft op de druk in het hersenvocht, zou
het dan syringomyelie ook niet in de ongunstige zin kunnen
beïnvloed hebben? Ik verloor 4 kg per dag, zou dat de
syringomyelie kunnen veroorzaken?
Nee, het kan zeker niet de
syringomyelie veroorzaken. Maar 4 kg per dag kwijtspelen verwekt
wel gevaarlijke toestanden in heel het lichaam en die kunnen de
verschijnselen verergeren, vooral als men dat gewicht moet
verliezen om een of ander sport te kunnen beoefenen.
Als ik mijn neus snuit terwijl ik recht
sta, dan krijg ik een elektrische schok en zak ik gewoon door de
benen. Heeft dat ook te maken met dat vocht?
Dat heeft te maken met de druk van
het hersenvocht
Is daar een risico aan verbonden?
Door de benen zakken is voor U
gevaarlijker dan voor een ander mens. Dat geldt voor accidenten
allerhande waarbij de ruggenwervels kunnen betrokken zijn.
Bij het snuiten van de neus,
niezen, persen, hoesten, erg lachen of andere heftige
inspanningen wordt veel bloed naar het hoofd gestuwd. De druk in
de bloedvaten en in de hersenen neemt toe. Het hersenvocht wordt
niet meer geresorbeerd. De stijgende druk in de schedel deint uit
naar de wervelkolom langs de subarachnoidale ruimte die een
communicerend vat (vrije verbinding) vormt rond hersenen en
ruggenmerg. Bij de ACM-patiënt is die vrije doorgang geblokkeerd
aan de insnoering van het achterhoofdsgat. Op die plaats ontstaat
dan, bij hem, druk op het ruggenmerg. Bij syringomyelie
patiënten heeft men dikwijls een gelijkaardig verschijnsel ter
hoogte van de syrinx. Zo kan de doorgang van het zenuwsignaal op
dat ogenblik geblokkeerd worden met het gevolg dat U kent. Op
zichzelf, als het eenmalig is, heeft dat nog geen gevolgen voor
de syringomyelie. Het is gewoon een symptoom.
Maar van zodra men stopt met die
heftige inspanning, als bijvoorbeeld het snuiten van de neus,
vermindert die plaatselijke druk op het ruggenmerg weer. Een
hypothese, die ik in de voordracht van april zal uiteenzetten,
zegt dat die drukvermindering syringomyelie verergert, niet als
ze éénmalig gebeurt maar wel als ze over lange termijn steeds
herhaald wordt.
Moeten we besluiten dat we zoveel
mogelijk die heftige bewegingen moeten vermijden?
Het lijkt logisch om dat te doen,
zeker bijvoorbeeld voor mensen die heftiger hun neus snuiten dan
anderen.
Wijzen die symptomen op een ergere graad
van syringomyelie of is dat gewoon iets merkwaardigs?
Op de grond vallen als men zijn
neus snuit en analoge storingen komen nog voor bij syringomyelie
patiënten. Het zijn zaken die opvallen en die kunnen verklaard
worden vanuit het mechanisme van de intracraniële druk en de
blokkering van de circulatie in het hersenvocht. Maar de
rechtstreekse invloed ervan op een verergering van syringomyelie
blijft een hypothese en je mag daar dus geen overdreven belang
aan hechten.
Hetgeen U nu zegt over syringomyelie,
geldt dat voor elke syrinx in het ruggenmerg?
Dat geldt voor elke syrinx die de
circulatie in het hersenvocht tussen schedel en wervelkanaal
verhindert. Bij Arnold Chiari Malformation, de overeenstemmende
syringomyelie en chronische hersenvliesontsteking is die blokkade
duidelijk. Bij de syrinx die ontstaat door een trauma of door een
tumor, speelt de ligging een rol: veelal geeft drukverhoging door
heftige bewegingen hier geen van bovenvermelde opvallende
voorvallen.
Ik heb hemangioblastomas, Von
Hippel Lindau, waarvoor ik geopereerd ben. Een paar jaar geleden
was dat een tumor in het ruggenmerg en onlangs een tumor in de
hersenen. Geldt rustig snuiten, hoesten, niezen en stof vermijden
ook voor mij? Ik had vlak voor mijn operatie een heftige
hoestbui. Ik kreeg verschrikkelijke pijn in de rug en ik kreeg
precies een elektrische schok die voortging tot in mijn voeten,
zoals ik ook hier zo pas hoorde.
Bij Von Hippel Lindau is het
namelijk zo dat vanuit de hemangioblastoma die syrinx ontstaat en
dan voelt U dus druk langs alle kanten, omdat die druk op de
zenuwen begint te werken. Maar van niezen, hoesten, zult U
vermoedelijk nooit die uiterst opvallende last hebben.
Weet men of de samenstelling van het
vocht in de syrinx hetzelfde is als de samenstelling van het
hersenvocht?
Vroeger zijn er onderzoeken geweest
waarbij men punctueerde tot in de syrinx om daar contraststof in
te brengen. Dat was een vrij gevaarlijk onderzoek, dat sinds het
invoeren van de NMR-scan niet meer gebeurt. De enkele keren dat
men dat toch gedaan heeft, waren de samenstellingen ongeveer
dezelfde. Het eiwitgehalte is iets hoger waarschijnlijk omdat de
circulatie minder is, maar het gehalte aan natrium, bicarbonaat,
... is allemaal hetzelfde.
Mijn dochter is 5 jaar geleden
geopereerd: fossa posterior decompressie! Ze heeft een
uitgestrekte syringomyelie: van de 4de halswervel tot 12de
thoracale wervel. Ze heeft ook een redelijke scoliose. Die
verergert nu, welke gevolgen kan dat hebben?
Dat is een heel ingewikkeld
probleem.
Vroeger, vóór 1985, was het heel
moeilijk om syringomyelie vast te stellen. De onderzoeken waren
heel zwaar met lumbaal punctie, lucht inspuiten, contraststof
inspuiten,... De resultaten waren ook onbetrouwbaar. Die
onderzoeken gebeurden dan ook alleen bij mensen die tamelijk
zwaar aangetast waren, met gevoelsstoornissen, verlammingen,
abnormale reflexen,... De NMR-scan heeft dat veranderd. Als de
kinderorthopedisten, Dr Moens en Prof Fabry in Leuven, een kind
hebben dat op een schoolonderzoek een klein beetje scoliose
vertoont, zoeken ze vooraleer te behandelen eerst de oorzaak. Bij
een fractie, een kleine minderheid, blijkt dat dan syringomyelie
te zijn. Als dat een duidelijke syringomyelie is, worden ze
geopereerd als kind vooraleer er symptomen zijn als
gevoelsstoornissen, verlammingen, abnormale reflexen, pijn, ...
Dat is recent, en ik denk dat op die manier syringomyelie als
klassiek zeer ernstig ziektebeeld in de toekomst minder zal
worden. Het zal natuurlijk nog 20 jaar duren vooraleer dit door
de praktijk zal bevestigd zijn.
Scoliose is een heel typisch
verschijnsel. Als bij syringomyelie sommige van de rugspieren
verlammen en andere spastisch worden zodat de rug aan de ene kant
wat gaat trekken en aan de andere wat slap wordt, dan kan dat
scoliose veroorzaken.
Om op Uw vraag te antwoorden: U mag
aannemen dat syringomyelie de oorzaak is van de scoliose. Als de
hoek van de scoliose 30 graden is of minder, doet het opereren
van de syringomyelie in zeker - ik denk - 2 op 3 gevallen de
scoliose stoppen: is de hoek 30 graden of minder dan vergroot ze
niet meer. Bij een aantal kindjes, maar dat is een kleine
minderheid, wordt de scoliose zelfs beter. Maar vanaf een
bepaalde hoek van scoliose staat de rug zo scheef dat een
verbetering van de syringomyelie in feite niet meer in staat is
om de scoliose in orde te brengen. Het overhellen is zo groot dat
het gewicht steeds verder gaat doorhangen. Hetgeen dat dan moet
gebeuren, is de behandeling van de scoliose. Dat kan een operatie
zijn van de scoliose. Als het een echt scheve rug is, wordt dat
een heel grote operatie, die ook iets doet aan het ruggenmerg.
Het ruggenmerg kan bewegen in de wervelkolom, maar slechts in een
beperkte mate. Het hangt vast aan het ruggenmergvlies, ... aan de
ene kant en aan de hersenstam aan de andere kant, en als de rug
rechtgetrokken wordt, komt er tractie op het ruggenmerg, die de
Chiari uitstulping aan het achterhoofdsgat kan verergeren . Hoe
groot dat risico is, kan moeilijk ingeschat worden, dat vereist
altijd van de dokter een stukje ellebogengevoel.
Als er een echte Chiari misvorming
is, hebben we altijd de neiging om, maar dat zeg ik met heel veel
voorzichtigheid hoor, die eerst te behandelen, daarna de
ontwikkeling van de scoliose te volgen en slechts later de
operatie van de scoliose in overweging te nemen.
Als daarentegen het ruggenmerg
langs onder vastligt, tethered cord, wordt deze ofwel in één
operatie met de scoliose behandeld ofwel in een afzonderlijke
operatie korte tijd voordien, zodat het ruggenmerg los ligt en er
bij het rechttrekken van de rug geen bijkomende beschadiging
komt. Maar ook deze aandoening is zo zeldzaam dat niemand
daarover zekerheid kan geven.
(2de vraag) Mijn dochtertje is nu10 jaar,
ze is geopereerd van Chiari misvorming toen ze 5 jaar was. De
scoliose begint toe te nemen, ze groeit met de puberteit in
zicht. Het ergste symptoom nu, vinden we, is vermoeidheid. De
dokters veronderstelden dat het kwam door tekorten in het bloed.
Haar bloed is regelmatig gecontroleerd en de tekorten werden met
medicatie aangevuld. Haar bloedbeeld is nu volledig in orde, maar
ze blijft erg vermoeid. Is dat logisch?
Dat kan, maar ik denk dat het niet
zozeer met syringomyelie, maar eerder met de scoliose te maken
heeft. Deze moet aandachtig bekeken worden. Het is wel heel
moeilijk om nu daarover iets met zekerheid te zeggen. Toch denk
ik dat het nu bijna tijd is om ook de syringomyelie met een
NMR-scan te laten onderzoeken.
Bestaat er een verband tussen enerzijds
een lumbale punctie, epidurale verdoving, Chiari misvorming en
anderzijds Guillain Barré? Ik kreeg een lumbale punctie voor
Chiari misvorming en in 1991 had ik een knieoperatie met
epidurale verdoving. Twee weken daarna kreeg ik Guillain Barré.
Dat voorval is klassiek. Guillain
Barré is een zenuwontsteking, zoals multiple sclerose. Ze is
acuter maar ze geneest bijna altijd. Zelden ontstaat ze spontaan
(idiopatisch), meestal heeft ze een oorzaak. Dat kan allerlei
zijn, dat hoeft daarom geen epidurale verdoving te zijn, dat kan
een operatie zijn, een griep, een bacterie infectie, een
bevalling, ... in een woord alles wat het afweersysteem even
stimuleert. Dat overreageert dan en maakt ook tegen de zenuwen
van het eigen lichaam antistoffen aan. Men kan de ziekte
behandelen door het wegnemen van die antistoffen uit het bloed
(plasmaferese). Alleen mensen die een genetische voorbeschikking
hebben, en die zijn zeldzaam, kunnen de ziekte krijgen en dat is
dus een verkeerde immunologische reactie tegen zenuwen van het
eigen lichaam.
Ik heb een tiental kleine operaties
waarvan slechts één met een epidurale verdoving en twee weken
daarna kreeg ik Guillain Barré?
Een epidurale verdoving is niet
iets dat speciaal het afweer systeem stimuleert, ik denk dan ook
dat het niet de epidurale verdoving op zichzelf is, die de
Guillain Barré veroorzaakte. Dat snijden enz.... geeft in het
lichaam veel wanorde, die door het afweer systeem moet opgeruimd
worden en dat is het wat het afweersysteem stimuleert. Een
operatie is dan ook een klassieke oorzaak van Guillain Barré.
Ik heb verschillende lumbale puncties
gehad en in 1991 kreeg ik Guillain Barré en in 1996 na een auto
ongeval met een whiplash heeft men vastgesteld dat ik Chiari
misvorming had.
Tussen Guillain Barré en Chiari
misvorming is er geen verband. Het verband tussen lumbale
puncties en Chiari misvorming is theoretisch.
Chiari misvorming is een te laag
staan van de aanhangsels (tonsillen) van de kleine hersenen. Dat
wordt in het grootste deel van de gevallen verklaard door het
feit dat de ruimte in het achterhoofd, waar de kleine hersenen
zitten, te klein is. Dat is meestal aangeboren. Er zijn echter
gevallen beschreven in de medische literatuur waar die Chiari
misvorming niet bestond
bij de geboorte, maar dat is een
klein aantal gevallen. Daar is voorop gesteld dat deze kan
veroorzaakt worden door herhaalde lumbale puncties of een lumbo
peritoneale shunt, wat je moet zien als een continue lumbale
punctie die het hersenvocht vanuit het lumbaal ruggenmerg naar de
buikholte leidt. Vóór het plaatsen van de shunt was er op de
NMR-scan geen Chiari misvorming en erna kwam die er wel, alsof
het langs onder aanzuigen van het vocht de kleine hersenen wat
naar beneden getrokken had. Theoretisch is het dus mogelijk, maar
zekerheid is er nog niet. Bewijzen vereist een voldoende aantal
gevallen met NMR-scans voor en na de lumbale puncties.
Ik heb nu eigenlijk geen erge symptomen
van die Chiari misvorming. Kan ik die nog krijgen?
Meestal is dat iets van kinderen en
jonge volwassenen.
Misschien is het zo dat, als ik nu aan
mijn ouderdom geen symptomen heb, ik er ook nooit meer kan
krijgen?
Voorspellen wie met Chiari
misvorming nog erge symptomen zal krijgen en wie niet, dat is
echt glazen bol kijken, om U te zeggen dat het een moeilijke
vraag is. Er zijn in de geneeskunde altijd uitzonderingen, ook op
die regel van jong volwassenen. Zo oud bent U nu ook niet,
misschien hoort U daar ook nog bij.
Verder hangt het toch ook wel
enigszins af van de afmetingen van de Chiari misvorming. Is er
syringomyelie bij of niet? Hoe erg zijn de symptomen nu?
Mogelijke symptomen zijn: flauwvallen bij hoesten of niezen,
hoofdpijn bij inspanning of na inspanning, en bij de wat ergere
gevallen: slikstoornissen, slaapapneu (s nachts af en toe
stoppen met ademen), evenwichtsstoornissen, onstabiel zicht,
dubbel zicht,... Merk op dat nekpijn, pijn naar de schouders of
de armen, geen symptomen zijn van Chiari misvorming.
Sedert vier jaar heb ik symptomen: hevige
druk in de schedel en ook die symptomen waarvan U zegt dat ze er
niet bijhoren als nekpijn, pijn in de schouder en in de hals. Het
duurde lang voor men de Chiari misvorming vond. Deze werd
bevestigd in een tweede diagnose bij een andere professor. Een
fossa posterior decompressie werd uitgevoerd 9 maand geleden. Tot
7 maand na de operatie had ik hevige pijnen en nog altijd moet ik
naar de pijnkliniek. Ik ben helemaal niet tevreden over deze
afloop. Ik veronderstel dat de operatie perfect uitgevoerd is. Is
er nog iets dat kan gedaan worden?
Het is inderdaad zo dat in dit type
behandelingen er geen enkele is die 100% succesvol is.
Na jarenlange symptomen allerlei, stelde
men een paar jaar geleden bij mij Chiari misvorming vast. Van in
mijn vroegste kinderjaren al had ik slaapapneu. Daarover had ik
graag inlichtingen gehad, want tot nu toe konden weinigen me
daarover iets vertellen. Wat gebeurt er op dat moment precies? Is
het gevaarlijk? Op dat moment heb ik geen notie van tijd of zo en
ik weet dus niet hoe lang dat duurt. Hoe lang duurt het: 1 sec,
10 sec, 20 sec?
Er kunnen maanden verlopen zonder apneu,
maar als het weer begint dan gebeurt het regelmatig gedurende
weken. Ik heb de indruk dat het verergert. Ik word er wakker van
en op sommige momenten ben ik dan totaal aan het zweven. Is het
een tekort aan zuurstof? Hoe komt het eigenlijk? Kan het zijn dat
ik een verkeerde lighouding heb? Waarmee kan ik het vermijden?
Er kan wat aan gedaan worden en het
is raadzaam er wat aan te doen.
Eerst wil ik het hebben over het
gevaar. Spaapapneu is niet zonder gevaar, maar hoe gevaarlijk het
is, hangt af van het geval. Ik geef een voorval. We hebben
vroeger in 1987 toen we nog de cyste met een syringo peritoneale
drainage als eerste behandeling deden nu behandelen we
eerst de Chiari misvorming met een fossa posterior decompressie
en behandelen later de cyste naargelang de ontwikkeling van de
toestand van de patiënt een patiënte gehad die nochtans
goed was na de operatie. Ik was toen nog assistent en 6 dagen na
de operatie s avonds voor ik naar huis ging, ontmoette ik
haar in de gang: ze kon beter stappen maar ze zegde "Ik voel
me ongerust en ik weet niet wat er gaat gebeuren". Ik stelde
haar gerust: "Je bent goed en zie eens hoeveel beter
evenwicht je hebt". s Nachts vonden de verpleegsters
haar dood, op een gewone afdeling. Er is een sterk vermoeden dat
slaapapneu de oorzaak was.
Drie jaar geleden verscheen in een
medisch tijdschrift een artikel met de titel "Death by
syrinx" de dood met een syrinx, wat klinkt als de dood met
de kogel. De boodschap aan de dokters was: "Pas op bij
mensen die slaapapneu hebben, kijk na of de oorzaak niet een
syrinx is en laat die mensen behandelen".
De slaapapneu is hier te wijten aan
de verhoogde intracraniële druk die het ademcentrum in de
hersenen ontreddert. Maar slaapapneu komt meer voor, niet alleen
bij Chiari misvorming en syringomyelie. Er zijn ook veel mensen
met een slaapapneu die geen neurologische oorzaak heeft. Vooral
met ouder worden, krijgt men wat obstructieve slaapapneu: tong en
verhemelte worden wat minder elastisch
Zijn er geen toestelletjes die de mensen
kunnen dragen om hen te wekken als er slaapapneu is?
Zeker, dat werkt voor mensen met
obstructieve slaapapneu. Als die wakker worden, ademen die terug.
Bij Chiari misvorming, is dat minder duidelijk.
Als ik compleet bij bewustzijn kom, ben
ik niet bij machte om iets te doen, compleet verlamd. Toen ik nog
kind was, gaf me dat reden tot geweldige paniek en
angstaanvallen. Telkens kwam ik er dan toch door. Maar nu komt
daarbij dat, als ik bij bewustzijn kom, ik volledig het noorden
kwijt ben. Dat zegt me dat de apneu nu langer duurt dan vroeger,
dat mijn hersenen langere tijd zonder zuurstof blijven. Kan ik de
apneu vermijden door andere slaaphoudingen? Kan een cursus over
slapen mij iets bijbrengen?
In het algemeen is op de zij liggen
beter dan op de rug liggen. Een slaaplaboratorium kan in elk
geval al meten hoelang de apneu duurt en wat zuurstof er in het
bloed is, in elk van de slaaphoudingen of bij het gebruik van
bepaalde slaaptechnieken. Maar elk dergelijk geval is
individueel, en zo kan ik nu weinig bevestigen.
Buiten de slaapapneu zijn de eerste
symptomen begonnen 11 jaar geleden. Mijn rechterarm wou niet meer
mee en dat bleek te wijten aan een hernia in de hals. Tijdens de
onderzoeken stelden ze ook een Chiari misvorming vast en dat werd
me meegedeeld als iets waarmee ik geboren was en dat me geen
problemen zou geven. Ze deden regelmatig puncties en ik had de
indruk dat, hoe meer puncties ze deden, hoe meer symptomen ik
kreeg, t.t.z dat de symptomen aan de puncties te wijten waren.
Verleden jaar, dus 10 jaar nadat ik het woord Chiari misvorming
vernomen heb, verklaarde een jonge neuroloog me voor het eerst
dat al die symptomen aan de Chiari misvorming te wijten waren,
ook de slaapapneu. Van hem kreeg ik de eerste uitleg daarover.
Tot dan toe had ik de slaapapneu als iets normaals aanzien, iets
dat bij het leven behoorde.
Toen ik daar met andere dokters over
gesproken had, keken ze eens verwonderd en zeiden dat het er wel
vanzelf zou uitgroeien. Van de symptomen van de Chiari misvorming
heb ik zowat de helft en dat zijn er een hele reeks, en toch
heeft 10 jaar lang geen enkele van al die dokters de juiste
conclusie getrokken. Gaat dat gewoonlijk zo of heb ik gewoon pech
gehad?
Het is heel natuurlijk dat veel
dokters zon zeldzame ziekte niet herkennen, ze niet goed
kennen en zeker niet voldoende ervaring hebben om de ernst ervan
in te schatten.
Ik heb een syrinx en een hemangioblastoma
ter hoogte van de 3de thoracale wervel. Als ik volledig plat ga
liggen, dan wordt na een tijdje de druk tussen de schouders enorm
en dan worden mijn armen loodzwaar en is het precies of ze gaan
verlammen. Om echt te ontspannen moet men min of meer plat kunnen
liggen. Is er met een syrinx of een gezwel in het ruggenmerg iets
dat ik kan doen om plat te kunnen liggen? Of blijf ik met het
probleem totdat ik geopereerd wordt?
Ik denk dat geen dokter U een
betere houding kan aangeven dan diegene die U zelf
proefondervindelijk vaststelt.
Het is pijnlijk, heel pijnlijk. Ik heb
dat ook meegemaakt. Ik kon gewoon niet plat liggen en ik heb het
hoofdeinde van mijn bed rechtgezet. Maanden heb ik zo gerust. Een
tot twee uur kon ik zo slapen en daarna gaat zelfs dat niet meer
en dan moest ik recht komen.
Ik weet ook niet welke houding ik U
zou moeten aanraden. Verschillende houdingen uittesten en die er
uit nemen die het minst drukking geeft, is wat je kan doen.
Hoelang duurt het vooraleer ik een
raadpleging kan hebben in het Universitair Ziekenhuis?
Reken op een één à twee maanden.
De telefooncentrale van het
ziekenhuis kan u eventueel met mij verbinden voor dringende
vragen.
Hou er rekening mee dat
aandoeningen in hersenen en ruggenmerg aan de dokter tijd vragen,
ook reeds in de raadpleging. Dat zijn raadplegingen die niet op
een half uur gedaan zijn. Een dringend geval tussenin nemen,
betekent dus tijd afnemen van anderen. Doe het alleen als het
echt dringend is.
Als men symptomen krijgt van Von Hippel
Lindau in hersenen en ruggenmerg, gaat de meestal heel snel en is
het nodig vlug in te grijpen.
Daar overweeg ik dan ook een vroege
raadpleging.
Is Von Hippel Lindau een ziekte van
hetzelfde type als Chiari misvorming.
Neen, dat zijn goedaardige
gezwellen, tumoren. Bij Chiari misvorming is er helemaal geen
gezwel maar een aangeboren misvorming.
Die tumoren kunnen ook een syrinx
of een cyste vormen. Die hemangioblastomas die in de fossa
posterior liggen, en dat zijn er veel, kunnen ook problemen geven
in de circulatie van het hersenvocht. Daar heb ik vandaag niet
over gesproken, dat ging ik de volgende keer kort vermelden.
Kan men daarvoor ook bij U terecht?
Ja dat kunt U zeker, want dat is
ook een van de aandoeningen waar ik veel mee bezig ben. Samen met
Nijmegen doen we een genetisch onderzoek op mensen met
hemangioblastomas die geen Von Hippel Lindau familieleden
hebben.
ÜNaar verbandhoudende onderwerpen betreffende "Syringomyelie en Chiari Misvorming".