MASTOCYTOSE
Prof. Dr. Anne-Marie KOCHUYT
Mestcellen bij Allergie en Mastocytose
Definitie
Mestceldegranulatie bij Mastocytose
Oorzaak van Mastocytose
Indeling Mastocytose
Symptomen Mastocytose
Diagnose
Behandeling
Evolutie
Patiënten vragen Prof. Dr. Anne-Marie KOCHUYT antwoordt
Zij studeerde aan de Faculteit Geneeskunde van de R.U.G. en als Algemeen Internist specialiseerde zij zich in de Allergologie in het UZ Gasthuisberg in Leuven.
Zij is verbonden aan de afdeling Allergie/Klinische Immunologie van de dienst Interne Geneeskunde in het UZ Gasthuisberg in Leuven.
MESTCELLEN
bij Allergie en Mastocytose
Patiënten met allergie tegen verschillende allergenen als pollen, huisstofmijt … produceren overmatig een bepaald type antistoffen. Die allergische antistoffen zijn van het type IgE, die de eigenschap hebben zich vast te zetten op de mestcellen. Dat zijn een klasse witte bloedcellen die zich vooral bevinden waar een allergeen kan binnendringen in het lichaam: in de huid, in de slijmvliezen van de luchtwegen en de longen, en in de maag en de darmen. Als die IgE-antistoffen op de mestcellen opnieuw in contact komen met hun allergeen doen ze de mestcellen "ontploffen" waarbij dan substanties vrijkomen, mediatoren genoemd, die de symptomen van allergie verwekken.
Bij mensen met mastocytose vindt men niet meer IgE dan bij normalen, maar wel een veel groter aantal mestcellen. Als deze geprikkeld worden, stellen ze dezelfde mediatoren vrij waardoor gelijkwaardige symptomen ontstaan als bij allergie. Zo komt het dat ook mensen met mastocytose in onze afdeling terechtkomen.
Voordracht van Prof. Dr. Anne-Marie KOCHUYT
6 oktober 2002
DEFINITIE
|
Mastocytose |
Mastocytose heeft een hele reeks symptomen en verschillende ziektebeelden. Het is een Proteus ziekte. Proteus was een Griekse zeegod die de eigenschap had van gedaante te kunnen veranderen. Iedereen kwam hem wat vragen en als hij daar op een gegeven moment weer eens genoeg van had en wilde vanaf geraken, veranderde hij van gedaante.
Mastocytose heeft vele gedaanten maar geen enkel symptoom is specifiek voor de ziekte. Ook een standaard combinatie van symptomen is er niet. De klinische diagnose is dus zeer moeilijk.
Mastocytose is gekenmerkt door een te groot aantal mestcellen, in één of in meerdere organen. De infiltratie van organen kan verschillen van patiënt tot patiënt. Vandaar komen de verschillende klinische verschijningsvormen.
Mestcel
|
* is aanwezig in de meeste organen |
De mestcel is een witte bloedcel die aanwezig is in de meeste organen maar vooral in de huid, de luchtwegen en het maag-darm stelsel. Ze stroomt dus niet rond in het bloed maar vestigt zich in het weefsel van de organen, liefst rond de bloedvaten. Men veronderstelt dat ze een rol speelt in de verdediging, die vooral zou bestaan in het opstarten en regelen van de afweer tegen parasieten die pogen het lichaam binnen te dringen. In de landen waar nog veel parasieten zijn, hebben de mensen er meer dan bij ons.
De mestcel is gevuld met granulen, blaasjes met verschillende mediatoren, die ze kan vrijgeven en die inwerken op biologische processen in het lichaam. De meest bekende van die mediatoren is histamine. Mestceldegranulatie = vrijgeven van de granulen, waaruit vervolgens ook de mediatoren vrijgezet worden.
.gif)
Sommige granulen worden vrij gegeven in het weefsel maar veel granulen liggen dicht bij het membraan van de mestcel en daar scheurt gewoon het membraan open.
IgE-gemedieerde mestceldegranulatie
bij allergie
Alle IgE-gemedieerde allergische reacties, of ze nu gericht zijn tegen een voedingsstof als melk, een geneesmiddel, graspollen, huisstofmijt of een ander allergeen, verlopen volgens een zelfde mechanisme. IgE-gemedieerde reacties waren oorspronkelijk bedoeld als een afweer tegen parasieten. Bij mensen met een genetische voorbeschikking worden IgE-antistoffen echter ook aangemaakt tegen één of meerdere van boven vermelde allergenen. Dit is overbodig, erg hinderlijk en soms schadelijk. Men zegt dan dat die persoon allergisch is tegen dat allergeen en men spreekt van een allergische reactie tegen een bepaald allergeen.
Wanneer een allergeen voor het eerst het lichaam binnenkomt dan produceert het immuunsysteem van genetisch voorbeschikte mensen IgE (immunoglobuline E = IgE-antistoffen = IgE antibodies = IgE-antilichamen). Dat zijn kleine deeltjes bestaande uit een lijfje met twee armen.
.gif)
Het lijfje kan zich vastzetten op het membraan van witte bloedcellen als mestcellen, en de armen kunnen grijpen naar het bepaald allergeen waartegen de antistof aangemaakt werd.
.gif)
IgE-antistoffen zetten zich vast op de mestcellen. Wanneer het allergeen opnieuw het lichaam binnenkomt, grijpen de IgE op de mestcellen naar dat allergeen. Dan volgt er een reactie die men moet zien als een sleutel-startslot reactie, waarvan het allergeen de sleutel is. Deze doet de mestcel ontploffen: de granulen komen vrij en storten hun histamine en de andere mediatoren uit in de omgeving waar de mestcel zich bevindt. Is dat in de neus dan prikkelt de histamine daar de zenuwen en men begint te niezen. Is dat in de luchtwegen dan doet de histamine daar de bronchiën samentrekken en de ademhaling begint te piepen. Gebeurt dat in de huid dan doet de histamine daar de bloedvaten uitzetten en men komt vol rode uitslag. Gebeurt dat in de darm bij allergie tegen melk bijvoorbeeld dan geeft dat diarree. Histamine kan inwerken op veel biologische processen.
De allergenen komen het lichaam binnen in een bepaald orgaan en meestal krijgt men daar de symptomen, maar dikwijls niet alleen daar en niet noodzakelijk daar. Histamine stroomt het lichaam rond met het bloed en kan dus inwerken op andere organen. Zo kan men bij allergie tegen melk ook huiduitslag krijgen of alleen huiduitslag en geen diarree of omgekeerd. IgE-gemedieerde reacties kunnen dus een grote reeks mogelijke klinische ziektebeelden veroorzaken. In het ontstaan van allergische symptomen spelen dus minstens twee genetische factoren een rol: de genen die voorbeschikken voor de aanmaak van IgE-antistoffen tegen een bepaald allergeen en de genen die bepalen welk orgaan klinisch zal reageren.
MESTCELDEGRANULATIE BIJ MASTOCYTOSE
|
De symptomen van mastocytose wordt veroorzaakt door: |
Verschillende combinaties van deze factoren geven aan de ziekte de vele mogelijke gedaanten of ziektebeelden waarover ik in het begin sprak.
Mestcellen kunnen degranuleren door het IgE-mestcelmechanisme als een parasiet het lichaam binnenkomt. Bij IgE-gemedieerde allergische reacties gebeurt dat ook als een allergeen het lichaam binnenkomt. IgE-antistoffen tegen allergenen komen bij mastocytosepatiënten zeker niet frequenter voor dan in een algemene populatie en IgE-gemedieerde reacties zijn dus zeker niet de voornaamste oorzaak van mestceldegranulatie bij patiënten met mastocytose.
Er is meer: mestcellen kunnen ook degranuleren zonder dat daar IgE-antistoffen bij te pas komen. Er is een ander mechanisme dat mestcellen kan doen degranuleren en dat men de "aspecifieke" mestceldegranulatie noemt.
Als mastocytosepatiënten alcohol drinken kan de alcohol rechtstreeks op de mestcelmembraan inwerken zodat de granulen vrij komen. Als een patiënt gestoken wordt door een bij of een wesp zitten in dat gif een hoop substanties die als prikkel fungeren voor een degranulatie. De prikkels die zonder tussenkomst van IgE-antistoffen tot mestceldegranulatie leiden, noemt men de aspecifieke mestceldegranulatoren of histamineliberatoren.
Het is vaak moeilijk om te achterhalen welke prikkels of aspecifieke mestceldegranulatoren bij bepaalde mastocytosepatiënten wel of niet belangrijk zijn. Bij allergie zijn er IgE-antistoffen en die vindt men in het bloed: men kan een bloedstaaltje nemen en testen of het reageert tegen een allergeen bijvoorbeeld tegen pollen. Bij mastocytose kent men geen enkele parameter in het bloed die aangeeft of de prikkel belangrijk is. Het enige middel om te weten of een bepaalde prikkel klachten geeft bij een patiënt is hem blootstellen aan de prikkel al weet men dat dit gevaarlijke reacties kan verwekken. Dat doet de dokter uiteraard niet graag en dat doet hij alleen als dat werkelijk nodig is.
OORZAAK VAN MASTOCYTOSE
Vermenigvuldiging mestcellen
|
groeifactor afhankelijke vermenigvuldiging van mestcellen gemoduleerd door diverse factoren = gecontroleerde aangroei |
groeifactor onafhankelijke vermenigvuldiging van mestcellen door auto-activatie van kit receptor (gen-mutatie) = mastocytose |
In het beenmerg zitten cellen die nog het vermogen bezitten om zich te ontwikkelen tot eender welk type cel: pluripotente stamcellen. Het is een specifieke groeifactor (SCF = stamcel factor) die de pluripotente stamcel stimuleert om zich te ontwikkelen tot bijvoorbeeld een mestcel. Die mestcel migreert uit het beenmerg, langs de bloedbaan, naar de organen. Ondertussen stimuleert dezelfde groeifactor die mestcel om zich verder te ontwikkelen en zich te vermenigvuldigen.
Ook hier moet men de groeifactor zien als een sleutel. De mestcel draagt op zijn membraan een startslot, genoemd c-kit receptor. Komt de groei-factor op de c-kit receptor dan begint de mestcel zich te vermenigvuldigen.
Bij elk biologisch proces in het lichaam behoort een regelsysteem dat de hoeveelheden en de aantallen regelt: een homeostase. Dat is ook zo voor het aantal mestcellen. Bij mastocytosepatiënten vindt men niet meer groeifactor dan bij andere mensen.
De mestcel vermenigvuldigt zich zoals elke andere cel van het lichaam door in volume te verdubbelen en daarna uiteen te vallen in twee delen die identiek zijn. Daarbij maakt ze ook van haar genen een identieke kopie. Dat gebeurt met een uiterste nauwkeurigheid die wij met menselijke technieken niet kunnen evenaren. Toch sluipt daar soms een fout in, 1 fout op 1 miljoen vermenigvuldigingen: zo’n fout noemt men een genmutatie. Valt die genmutatie op een bepaalde regio van de genen van de c-kit receptor dan kan mastocytose ontstaan. De medische wetenschappers zoeken nu of die fout er spontaan gekomen is ofwel veroorzaakt is door een virus. Bij mastocytose maakt die genmutatie dat de c-kit receptor de vermenigvuldiging automatisch start zonder dat daar groeifactor bij is zodat er ongecontroleerde vermenigvuldiging van mestcellen optreedt. Om die buitensporige toename van het aantal mestcellen te verhinderen, zoekt men medicamenten die de c-kit receptor blokkeren.
Dat is de meest recente hypothese van de medische wetenschap over sommige vormen van mastocytose.
De recentste indeling dateert van 2000 toen de mastocytose specialisten van de gehele wereld hierover een consensus bereikten. Deze werd gepubliceerd in het artikel "Diagnostic criteria and classification of mastocytosis: a consensus proposal" gepubliceerd in het tijdschrift "Leuk Res 2001 July; 25(7): 603-25".
Praktische regels
|
1. Cutane mastocytose: 2. Systemische mastocytose: |
Er zijn vele vormen van mastocytose. De meest frequente vormen zijn te klasseren onder cutane mastocytose, waarvan het meest frequente voorbeeld urticaria pigmentosa is. De andere vormen zijn systemische mastocytosen. Daarbij zijn er teveel mestcellen in één of meerdere organen, wel of niet (maar meestal wel) gepaard gaande met teveel mestcellen in de huid.
1. Cutane mastocytose
Dit is een voorbeeld van urticaria pigmentosa. Dat zijn kleine roze rode, soms wat paarsachtige of bruinachtige vlekjes. Plaatsen waar de letseltjes nog al eens voorkomen, zijn de achterzijde van de dijen, de romp en ook wel de bovenarmen.
.gif)
Als men erover wrijft, worden ze roder en wat verheven. Ook als die mensen inspanningen doen, worden de vlekjes rood en wat verheven en beginnen ze te jeuken. Die vlekken zijn kleine ophopingen van mestcellen die bij inspanning degranuleren en histamine afgeven die de bloedvaatjes doen uitzetten en de zenuwen prikkelen. Vandaar komt de lichte zwelling en de jeuk.
Het voorbeeld op deze foto heeft uitgesproken letsels waar men niet naast kan kijken. Maar sommige mensen met urticaria pigmentosa hebben zeer beperkte letsels, kleine vlekjes soms op de meest verdoken plaatsen. Dan vallen ze echt niet op en worden ze over het hoofd gezien. Het is daarenboven zeldzaam en dus is het niet het eerste waar de arts naar zoekt. Alleen een arts die ondervinding heeft met urticaria pigmentosa merkt die vlekjes, en als hij de aandacht van de patiënt daarop vestigt, dan hoort hij: "Och die vlekjes heb ik al lang maar ik dacht dat het niets was".
Dat is een foto van een kind met duidelijk huidletsels op de rug. De letsels zijn hier zeer groot en uitgebreid. De vorm van de vlekken is anders: ze zijn paars en groter tot 0,5 cm doormeter.
Maar zo iets is eerder zeldzaam en ziet men vooral bij kinderen. Bij volwassenen komt dat omzeggens nooit voor: daar zijn het kleine bruin- tot paarsachtige vlekjes.
De meeste patiënten hebben dus veel minder opvallende letsels.
.gif)
Cutane mastocytose begint vaak in de kinderjaren. In het begin, gedurende enkele jaren meestal, breiden de letsels zich uit op een bepaalde plaats van de huid en daarna blijven ze stabiel. Bij kinderen is het verloop meestal goedaardig: in de puberteit verminderen de vlekken en verdwijnen ze definitief. In 10 % van de gevallen ontwikkelt de ziekte zich toch verder en verschijnen er ook mestcellen in andere organen.
2. Systemische mastocytose
Dat zijn die vormen waarbij er ook teveel mestcellen zijn in andere organen. De meest frequente vorm is de "indolente systeemmastocytose" met een zeer trage evolutie met geringe symptomen en weinig klachten. Daarmee leeft men vaak zo lang als ieder ander mens. Dat is een rustige vorm die zelden erger wordt.
Daarnaast zijn er vormen die zeer agressief zijn. Tenslotte zijn er de vormen die geassocieerd zijn aan een hematologische afwijking.
Laatste consensus over de indeling van mastocytose
|
De indeling waarover een consensus bereikt werd in 2000, berust op 3 fenomenen van de ziekte: |
De volledige consensus bevat 7 vormen en elk daarvan heeft enkele subvormen, waarvan de criteria voor het onderscheid niet altijd duidelijk zijn.
1. De vorm met de meest benigne evolutie is cutane mastocytose, waaronder urticaria pigmentosa het meest voorkomt.Vandaag beperk ik me tot het bespreken van de 2 eerste vormen, waarin de allergische symptomen op de voorgrond staan.
Bij vorm 2 kunnen er ook huidletsels aanwezig zijn: men kan dus urticaria pigmentosa hebben samen met infiltraties in de milt, lever, darmen, … De aanwezigheid van huidletsels is meestal een teken van een meer benign verloop. Bij de andere vormen (3 tot 7) staan vaak symptomen van orgaanaantasting op de voorgrond zoadat deze mensen in eerste instantie op een afdeling hematologie of gastroenterologie gezien worden. De klachten veroorzaakt door vrijzetting van mediatoren zijn er ook wel maar zijn meestal ondergeschikt aan de symptomen veroorzaakt door orgaaninfiltratie.
Bij vormen 6 en 7 zijn het de infiltraties van grote hoeveelheden mestcellen in beenmerg en ook in andere organen die voor ernstige problemen zorgen en hier is er geen sprake meer van huidletsels. Die patiënten worden behandeld door de Hematoloog.
|
De symptomen zijn het gevolg van: |
Geprikkelde mestcellen storten granulen uit (degranulatie) met hun vele mediatoren die de allergische verschijnselen geven.
Wanneer grote hoeveelheden mestcellen infiltreren in de organen, kunnen deze hun functie niet meer naar behoren uitoefenen of worden ze hinderlijk door de overdreven vergroting van hun afmetingen.
1. Symptomen van Mediatoren
Mediatoren en hun werking
![]() |
![]() |
|
| mestcel | degranulatie van mestcel |
De mestcellen bevinden zich in het weefsel in de omgeving van de bloedvaatjes. De granulen worden vrijgegeven en hun mediatoren worden in het weefsel uitgestort. Daaronder vindt men vooral histamine die het hoofdaandeel van de symptomen veroorzaakt.
|
Belangrijkste mediatoren: |
De werkingen van histamine zijn goed bekend: het doet de bloedvaten uitzetten, de bronchiën samentrekken, verhoogt de maagzuursecretie en de darmmotiliteit, prikkelt de slijmvliezen en ook de zenuwen van de huid. Ook de andere mediatoren hebben gelijkaardige werkingen.
De belangrijkste mediatoren zijn dus histamine, prostaglandine D2 en leukotriënen. Tegen elk van die substanties zijn er inhibitoren:
- antihistaminica tegen histamine-effecten
- Aspirine tegen prostaglandine D2-effecten
- leukotriëne antagonisten tegen leukotriëne-effecten
Een andere belangrijke substantie is tryptase, niet zozeer om zijn onmiddellijke werking want die is eerder gering maar omdat zijn gehalte in het bloed een maatstaf is voor het aantal mestcellen.
Tryptase wordt continu vrijgesteld door de mestcellen, bij iedereen: tryptase lekt uit de mestcellen. Bij mensen met een vergroot aantal mestcellen vindt men dus een verhoogde tryptasespiegel in het serum.
Symptomen
De symptomen zijn veelvuldig en zeer verscheiden. Ze kunnen ingedeeld worden in chronische symptomen die, zonder acute degranulatie van mestcellen, dag in dag uit aanwezig zijn en symptomen die alleen verschijnen als de mestcellen geprikkeld worden: acute allergische symptomen.
|
De symptomen van mediatoren kunnen ingedeeld worden in: |
* Beschrijving van de mogelijke symptomen
|
HUID: jeuk, roodheid, zwelling |
De mediatoren zijn dezelfde als bij allergie en zo zijn de symptomen vaak ook identiek aan de allergische verschijnselen.
In de huid geeft de uitzetting van de bloedvaatjes zwelling en roodheid, en de zenuwprikkeling geeft jeuk.
In het maag-darm systeem stimuleert histamine de maagzuursecretie. Ze geeft vage pijnen in maag en darmen, alsook het slecht verdragen van een reeks voedingsstoffen. Ze stimuleert de gladde spieren en dat geeft verhoogde motiliteit van de darmen en periodes van plotse diarree.
Ter hoogte van de neus geeft de zenuwprikkeling niezen als reactie op het minste stofje of geurtje (parfum, deodorant) of zelfs op een wisseling van de temperatuur. Histamine prikkelt de slijmvliezen en geeft neusloop.
Door uitzetting van de bloedvaatjes is er vaak hoofdpijn.
Stimulering van de zenuwprikkeloverdracht geeft vaak hartritmestoornissen als verhoging van het hartritme, hartkloppingen en overslaan van hartslag.
Het openzetten van de bloedvaten kan plotse ernstige bloeddrukdaling en duizeligheid veroorzaken.
Een gevoel van uitputting te wijten aan een uitstorting van mediatoren komt bij mastocytose veel voor: er zijn periodes dat men pompaf is.
* Chronische symptomen door lekkende mediatoren
Die zijn er omdat de mestcellen dag in dag uit kleine hoeveelheden laten lekken van histamine, prostaglandine D2 en de andere mediatoren. In het bloed is dus niet alleen de tryptasespiegel verhoogd maar ook de spiegels van histamine, prostaglandine D2.
Dat geeft vage klachten die een huisarts moeilijk kan situeren als hij niet weet dat de patiënt mastocytose heeft.
|
Chronische symptomen van lekkende mediatoren: |
De meest voorkomende van deze chronische klachten is jeuk. De andere chronische symptomen zijn: periodes van netelroos, dermografisme, chronische vage maag- en darmklachten, maagpijn, plotse aandrang voor stoelgang, hoofdpijnen als migraine of drukkende hoofdpijn, hartkloppingen of overslaan, versneld hartritme, moeheid, niezen, neusloop en soms botpijnen.
Dermografisme is een frequent symptoom (dermo = huid en graph = schrijven). Als iemand zich krabt of zich droogwrijft wanneer hij uit het bad stapt, dan komen er soms strepen op de huid die lichtjes rood kleuren maar niet zwellen. Als men op de huid van een mastocytosepatiënt ter hoogte van urticaria pigmentosa vlekken, een kras maakt, gaat de lijn van de kras zich rood gekleurd aftekenen, maar vooral ook opzwellen en jeuken. Men heeft de grote hoeveelheden mestcellen in de kras geprik-keld en deze gaan mediatoren als histamine uitstorten die op die lijn de bloedvaten doen uitzetten en de zenuwen prikkelen. Zo kan men letters schrijven op de huid van een mastocytosepatiënt.
* Acute allergische symptomen door acute mestceldegranulatie
Als op de mestcellen een over het hele lichaam verspreide prikkel inwerkt, storten deze bij mastocytosepatiënten een massale hoeveelheid mediatoren uit: acute mestceldegranulatie. De verspreiding van een prikkel over het ganse lichaam gebeurt langs de bloedbaan of langs de zenuwen.
|
Symptomen van acute mestceldegranulatie: |
Een belangrijk symptoom is flushing: plotse warmteopwelling, knalrood hoofd, rode huid. Vrouwen in de menopauze hebben dat ook onder invloed van hormonen en gaan daarbij ook zweten. Mastocytosepatiënten zweten echter niet omdat histamine wel de bloedvaten openzet maar niet de zweetklieren stimuleert.
Die acute reactie kan heel ernstig worden als overal in het ganse lichaam de mestcellen degranuleren. Door de verspreide prikkel wordt overal en gelijktijdig histamine vrij gezet waardoor een veralgemeende allergische of anafylactische reactie (anafylaxie) ontstaat.
Dat is een gevaarlijke reactie want die histamine werkt overal tegelijk en dat kan aanleiding geven tot anafylactische shock. Over de gehele huid is er netelroos, er is diarree, braken, hoofdpijn, hartkloppingen, daling van de bloeddruk die soms zo ernstig is dat de patiënt bewusteloos valt (syncope). Ook kortademigheid is vaak aanwezig.
Onmiddellijk na de aanval is de patiënt uitgesproken moe en zo ellendig dat hij moet gaan liggen. Daarna komt stilaan alles weer goed.
Prikkels (triggers, stimuli, uitlokkende factoren) van acute mestceldegranulatie
|
1 INSECTEN: steken en beten van wespen, bijen, hommels, dazen en andere insecten |
1. Insectensteek of -beet
Wij werden in de jaren 80 voor het eerst geconfronteerd met mastocytose via patiënten met zeer ernstige acute reacties op bijen- of wespensteken. Bij enkelen van hen vonden we geen IgE tegen dat gif. Er was geen IgE-mestcel mechanisme en toch was er een anafylactische reactie welke te verklaren was door vrijstelling van massale hoeveelheden mediatoren uit de mestcellen onder invloed van bepaalde substanties in insectengif.
Nog elk jaar vinden we onder de mensen die bij ons komen wegens veralgemeende allergische reacties op bijen- of wespensteken, enkele mastocytosepatiënten. Dat zijn diegenen bij wie de bloedtest niet de klassieke IgE-antistoffen tegen insectengif toont maar wel een verhoogd tryptasegehalte. Meestal hebben die mensen tevoren nooit erge klachten gehad: bij vele mastocytosepatiënten is een anafylactische reactie na een insectensteek het eerste symptoom van hun mastocytose.
Dezelfde anafylactische reacties kunnen voorkomen na dazenbeten en zelfs muggenbeten kunnen in uitzonderlijke gevallen bij mastocytosepatiënten reacties veroorzaken.
2. Voedingsmiddelen
Symptomen van voedselovergevoeligheid zijn meestal te wijten aan een allergie tegen het voedingsmiddel of aan een niet specifieke mestceldegranulatie. Bij patiënten met mastocytose zijn symptomen van overgevoeligheid voor een bepaald voedingsmiddel te wijten aan het feit dat het voedingsmiddel een mestceldegranulatie veroorzaakt.
Alcohol (ethanol) geeft bij vele mastocytosepatiënten symptomen gaande van gans rood worden tot maaglast en hoofdpijn. Die symptomen komen hetzij de dag erna, hetzij onmiddellijk na inname op.
Schaaldieren zijn voor velen reactie uitlokkende voedingsmiddelen: mosselen en crustaceën als garnaal, kreeft en krab.
Aardbeien en tomaten worden ook vaak niet verdragen.
Sterk gekruide of hete gerechten zijn soms voldoende om de patiënt gans rood te doen worden.
Niet iedereen reageert op al die voedingsmiddelen. Sommigen verdragen bijvoorbeeld geen schaaldieren maar kunnen zonder problemen aardbeien eten. Anderen reageren alleen op tomaten.
3. Emoties en stress
Als mastocytosepatiënten opgewonden zijn, zich druk maken, een slecht bericht ontvangen, kunnen ze symptomen van een acute mestceldegranulatie krijgen.
4. Medicamenten
Aspirine en analogen zijn doorgaans gevaarlijk en codeïne is doorgaans nog gevaarlijker. Alle hoestsiropen bevatten codeïne. Voegt men onder de microscoop codeïne bij mestcellen dan ziet men de mestcellen stuk gaan. Die reactie verloopt via een receptormechanisme op het membraan van de mestcel.
Spierverslappers of myoplegica die in de anesthesie tijdens de operatie gebruikt worden, geven alle mestceldegranulatie volgens een niet IgE mechanisme. Normaal geeft dat geen problemen. Daar ze IV worden ingespoten, geven ze bij mensen met een verhoogd aantal mestcellen veralgemeende degranulatie met ernstige symptomen die kunnen gaan tot anafylactische shock.
Antihypertensiva zoals beta-lytica die tegen hoge bloeddruk worden gegeven, zijn relatief gevaarlijk voor mensen met mastocytose en worden best vermeden.
Dextranen worden gegeven in het ziekenhuis aan mensen met te weinig bloedvolume en kunnen ook soms acute reacties geven.
5. Intraveneuze contraststoffen
Deze worden regelmatig ingespoten in de medische beeldvorming, CT-scan … om duidelijker beelden te krijgen. Ze kunnen acute mestceldegranulatie veroorzaken. De kans op anafylactische reactie is hier groot en de mastocytosepatiënt zal de dokter, de radioloog en de verpleegkundige van zijn ziekte op de hoogte brengen. Het is nodig om daarbij te vermelden dat men preventief medicatie tegen anafylactische reactie moet krijgen.
6. Fysische factoren
Zware inspanning geeft ook vaak mestceldegranulatie, evenals verandering van temperatuur, ofwel afkoeling ofwel opwarming zoals bij het nemen van een warm bad.
7. Temperatuur
Ook hitte of koude op zichzelf kan een prikkel zijn.
Niet elke patiënt reageert op al die prikkels. Op welke men reageert is individueel bepaald. Sommigen reageren bijvoorbeeld niet op insectensteken, wel op voeding of omgekeerd.
De mechanismen van niet IgE-gemedieerde mestceldegranulaties zijn niet goed gekend. We kunnen ook niet voorzien wie wel of niet op een bepaalde prikkel zal reageren.
2. Symptomen van Mestcel Infiltratie
Opstapeling van mestcellen (mestcelinfiltratie) kan leiden tot toename van het volume van het orgaan en vermindering van de functie. Bepaalde organen zijn meer frequent aangedaan.
|
Mestcelinfiltratie komt meest voor in: |
Beenmerg en botinfiltraties zijn het meest frequent.
Ofwel krijgt men zones van botafbraak, ofwel zones van verhoogde botaanmaak, ofwel veralgemeende osteoporose. Er zijn veel verschillende vormen.
Een standaard ziektebeeld is er dus niet. Neemt men verschillende patiënten met infiltratie van mestcellen in bot en beenmerg dan vindt men verschillende ziektebeelden. De diagnose van een ziekte zonder standaard afwijkingen is niet vanzelfsprekend. Dat doet vermoeden dat ook hier bij de lichtere gevallen diagnoses gemist worden.
Lever en milt kunnen vergroten door mestcelinfiltratie.
In extreme gevallen functioneert de lever slecht of de milt helemaal niet meer.
Maag en darm infiltratie geeft pijnen, diarree en vaak ook vermagering omdat de darmwand niet goed meer functioneert zodat de voedingsstoffen niet meer opgenomen worden.
Lymfeklieren die opzwellen door mestcelopstapeling kan ook voorkomen.
De huid kan ook erg geïnfiltreerd zijn met soms echte opstapelingshaarden van mestcellen.
De subjectieve en uiterlijke symptomen van orgaanaantasting zijn niet zo specifiek dat ze als criterium voor de diagnose van mastocytose kunnen gebruikt worden.
Vroeger was de diagnose heel moeilijk.
Van een orgaan waarvan men veronderstelde dat de klachten door een overmaat van mestcellen veroorzaakt waren, moest men een biopt nemen en onder de microscoop het aantal mestcellen tellen. Wou de dokter weten of het om een urticaria pigmentosa ging, dan nam hij een biopt van de vlekken en liet dat in het laboratorium onderzoeken. Waren er geen huidletsels dan moest de dokter in sommige organen biopten nemen en mestcellen laten opzoeken om zeker te zijn dat die er wel ergens waren. Dat was een belastende investigatie die, gezien de zeldzaamheid van mastocytose, alle kans maakte van nutteloos te zijn. De diagnose is nu gemakkelijker geworden sinds het mogelijk is om tryptase in het serum te bepalen.
|
Voor diagnose van mastocytose maakt men gebruik van: |
1. Tryptase in het bloed
Sedert enkele jaren kan men in het laboratorium het tryptasegehalte in het serum meten. Is dat verhoogd dan is er een heel grote kans dat de patiënt mastocytose heeft. Afhankelijk van de ernst van de symptomen zal het dan al dan niet nodig zijn te zoeken in welke organen er een overmaat is aan mestcellen. Is er bijvoorbeeld alleen jeuk dan wordt gewoonlijk geen biopt van organen genomen.
De bepaling van het tryptasegehalte is een elegante manier om een mastocytose op te sporen, maar ook om het verloop van de ziekte te volgen. Men meet het tryptasegehalte, eenmaal per jaar, en als dat constant blijft dan weet men dat de ziekte stabiel is. Stijgt het, langzaam of snel, dan wijst dat op een verergering, traag of agressief, en kan een aanpassing van de medicatie of een verder onderzoek nodig zijn.
Men kan ook de gehaltes van andere mediatoren zoals bijvoorbeeld van prostaglandine D2 in het bloed bepalen. Deze mediatoren komen echter niet alleen van de mestcellen maar ook van andere cellen. Een verhoging ervan kan dus van die andere cellen komen. Tryptase is vrij specifiek voor mestcellen: als er een verhoogd serum tryptase is, komt die praktisch zeker van mestcellen.
Er zijn twee soorten tryptase: alfa en beta. Alfa-tryptase net zoals histamine lekt druppelsgewijze en continu uit de mestcellen. Beta-tryptase komt samen met grote hoeveelheden histamine alleen vrij als de mestcel degranuleert. Mensen met ziekten als bijvoorbeeld allergie, hebben dus een gestegen beta-tryptase in het bloed, althans op de momenten dat ze reageren tegen het allergeen. Bij ieder mens lekt de alfa-tryptase continu uit de mestcellen maar bij de mastocytosepatiënt zijn er meer mestcellen en is er dus meer lek.
De laboratoriumtest meet het totaal alfa- en beta-tryptase en geeft dus geen informatie over mastocytose als de persoon op het ogenblik van de bloedafname een mestcelreactie had: een hooikoortspatiënt in de pollentijd, iemand met een infectie, … Doet men de bepaling op een tijdstip waarop er geen symptomen van een aanval van allergie zijn, dan meet men dus alleen de continu lekkende alfa-tryptase. De tryptasebepaling moet dus gedaan worden in basale omstandigheden.
De gevoeligheid van de test is groot: bij praktisch alle patiënten met systeemmastocytose is het tryptasegehalte verhoogd.
De waarden liggen tussen 1 en 13 µg/l bij de gewone mens. Het gemiddelde ligt tussen 4 en 5 µg/l. Wat boven 13,5 µg/l ligt, noemen we verhoogd.
We hebben per jaar een 50-tal patiënten die voor desensibilisatie opgenomen worden omdat ze een anafylactische reactie deden na een bijen- of wespensteek. Bij geen van hen was een mastocytose gediagnosticeerd en bij velen vonden we ook geen typische huidletsels. Bij een aantal van hen deden we in 2001 een tryptasebepaling en bij 25% vonden we een gehalte van meer dan 13,5 µg/l.
Van de mensen die een zeer ernstige anafylactische reactie doen na bijen- of wespensteken, is dus 1 op 4 vermoedelijk een mastocytosepatiënt. Naar analogie hiermee kan men veronderstellen dat er onder de mensen met anafylaxieën op andere prikkels ook patiënten met mastocytose zijn; zo bijvoorbeeld mensen die knalrood worden als ze alcohol drinken, die acuut reageren op het eten van schaaldieren.
Men heeft vroeger altijd gedacht dat mastocytose zeldzaam was en dat was ook zolang men zich beperkte tot urticaria pigmentosa en het zoeken naar een overmaat van mestcellen in biopten van organen. Sedert het mogelijk is om tryptase te meten in het serum, blijken toch meer mensen mastocytose te hebben en bovendien blijken velen van deze mensen geen huidletsels te hebben. Hun klachten zijn dikwijls gering en vragen dan ook geen behandeling. Zeldzaam zijn de lichte vormen van mastocytose dus waarschijnlijk niet. Om die reden doen we nu ook veel vaker een tryptasebepaling bij mensen met niet verklaarde klachten van allergie of pseudo-allergie.
2. Aantal Mestcellen in de biopten
Als er klachten zijn die op orgaanaantasting wijzen neemt men biopten en telt daarin het aantal mestcellen.
.gif)
Tegenwoordig kan men de tryptase in de mestcellen kleuren zodat deze onder de microscoop duidelijker zichtbaar zijn. Dat kan momenteel waarschijnlijk niet in alle ziekenhuizen.
De behandeling van de agressieve of maligne gevallen van mastocytose gebeurt op diensten van hematologie omdat vooral de onderliggende beenmergziekte of bloedziekte behandeld moeten worden. Als men die onder controle krijgt, kan ook de mastocytose onder controle komen.
|
De behandeling van de niet agressieve vormen van mastocytose kan opgesplitst worden in behandeling van: |
1. Anafylactische Shock
|
Behandeling bestaat uit: |
Prikkels vermijden
Bij verhoogd risico op anafylaxieën komt het er vooral op aan dat de patiënt de prikkels vermijdt die een acute mestceldegranulatie kunnen verwekken. Symptomen als flushing, knalrood worden of maaglast als men alcohol drinkt, zijn wel hinderlijk maar zelden gevaarlijk. Prikkels als bijen- of wespensteken kunnen anderzijds wel anafylactische shock veroorzaken. De prikkels die tot anafylaxie kunnen leiden verschillen van patiënt tot patiënt.
Acute mestceldegranulatie kan ontstaan onder invloed van:
- bepaalde voedingsmiddelen
- medicamenten:
- fysische factoren: forse inspanning verschilt van patiënt tot patiënt: sommigen hebben geen klachten, anderen kunnen nooit fietsen of tennissen.
Adrenaline
Mensen met mastocytose die ooit al eens een anafylactische reactie gehad hebben, moeten een autoinjector met Adrenaline bij zich hebben. Adrenaline is levensreddend en is het enig middel dat men kan gebruiken als men een veralgemeende allergische reactie doet, ongeacht het mechanisme of het type prikkel. Dat kan gaan van een bijen- of wespensteek tot een anafylactische reactie na het eten van pindanootjes, of de reactie nu verloopt volgens een IgE-gemedieerd mechanisme of via een aspecifiek mestceldegranulerend mechanisme.
Die autoinjector werd ontworpen in Amerika omdat de afstand naar de kliniek daar groot is. Ook bij ons moet elke patiënt die een verhoogd risico heeft op anafylaxie deze bij zich hebben om onverwachte accidenten te kunnen behandelen.
Voor volwassenen is dat de EpiPen 0.3 mg en voor kinderen de EpiPen 0.15 mg die uit Denemarken worden ingevoerd.
2. Behandeling "mediator" symptomen
Alleen als de klachten ernstig zijn, worden medicamenten gegeven die de werking van mediatoren kunnen verminderen.
|
* H1-antihistaminicum * H1 + H2-antihistaminicum en/of protonpomp inhibitoren * leukotriënen-antagonist * Na-cromoglycaat = disodiumcromoglycaat = Lomudal = Nalcrom: peroraal * H1-antihistaminicum + Aspirine * anticholinergica * PUVA voor urticaria pigmentosa |
H1-antihistaminicum
Tegenwoordig zijn er zoveel mensen die allergisch zijn tegen pollen of huisstofmijt dat iedereen al wel eens gehoord heeft over antihistaminica. Mensen met hooikoorts krijgen deze in het pollenseizoen om hun symptomen te onderdrukken. Dat is bijvoorbeeld Zyrtec, Telfast, Estivan, Mizollen, …. Sommige geven wat slaperigheid, vooral de vroegere. Nu zijn er antihistaminica die weinig slaperigheid geven.
Mensen die continu jeuk hebben of dermografisme, of die regelmatig netelroos krijgen, kan men vaak goed behandelen met een antihistaminicum.
H- en H2-antihistaminicum
Men kan ook 2 types antihistaminica combineren. Elk type werkt op een andere receptor. De H2-receptor stimuleert de maagzuursecretie. De medicamenten die werken op de H1-receptor zijn hierboven vermeld. H2-antihistaminica remmen de maagzuur secretie en helpen mensen met maagpijnen en darmklachten. Zantac en Tagamet zijn H2-antihistaminica. Men kan dus Zyrtec en Zantac of Estivan en Tagamet samen nemen om een maximaal anti-histaminisch effect te bekomen.
Protonpomp-inhibitoren
Andere middelen die de maagzuursecretie actief onderdrukken zijn bijvoorbeeld Losec of Logastric. Tegenwoordig zijn er een hele reeks producten met die werking: de protonpomp-inhibitoren. Ze kunnen in combinatie met voorgaande antihistaminica genomen worden wanneer maagklachten op de voorgrond staan.
Leukotriënen-antagonisten
Naast histamine en de andere mediatoren worden ook leukotriënen vrij gezet bij de mestceldegranulatie. Hiervoor kan men leukotriënen-antagonisten bijgeven: Singulair, Accolate, …
Na-cromoglycaat
Perorale cromoglycaten worden gegeven aan mensen met voedselallergie en voedsel pseudo-allergie, maar ook aan mastocytosepatiënten met maag- en darmklachten. Na-cromoglycaat beschermt de mestcellen tegen allerlei prikkels.
De dosis gaat van 1.200 mg tot 2.400 mg per dag. In ons land wordt dit product onder de naam Lomudal verkocht in capsules van slechts 20 mg, wat neerkomt op 3 x 20 of 40 capsules per dag. Dat is zeer omslachtig omdat men alleen het poeder mag innemen en dus alle capsules moet openen.
In Frankrijk en Nederland is het verkrijgbaar in capsules van 100 mg, onder de naam Nalcrom.
H1-antihistaminicum + Aspirine
Aspirine is een middel om de flush-reacties te onderdrukken. Bij mastocytose moet aspirine altijd gegeven worden in combinatie met een antihistamicum. Aspirine op zichzelf zou alleen maar de problemen verergeren.
Anticholinergica
Deze worden gegeven bij problemen van onbehandelbare diarree. Men kan ze alleen nog magistraal laten voorschrijven.
PUVA
Urticaria pigmentosa geeft weinig of geen klachten en blijft meestal stabiel. Patiënten met ernstige symptomen kunnen met PUVA behandeld worden. Dat gebeurt bij de dermatoloog onder een apparaat dat gelijkt op een zonnebank. UVA betekent Ultra Violet licht met golflengte A. De "P" staat voor Psoraleen dat men voor de behandeling moet nemen om de huid stralinggevoeliger te maken.
De hierboven beschreven behandelingen worden meestal heel goed verdragen door de patiënt. Ze zijn weinig belastend althans in vergelijking met de last van de ziekte. Alleen met aspirine is het wel even opletten.
3. Orgaaninfiltratie
Organen als lever, nieren, lymfeklieren, bot worden meest frequent aangetast.
|
Medicamenten die de vermenigvuldiging van mestcellen kunnen remmen: |
Hier gaat de behandeling in een andere richting. Men kan evenwel niet spreken van kankers, ook al worden vele gevallen nog al eens behandeld door oncologen of hematologen. Met corticoïden in hoge dosissen kan men het aantal mestcellen trachten terug te brengen tot redelijke aantallen.
Soms is hun effect onvoldoende. Dan schakelt men over op andere medicamenten: interferon alfa (Intron A) of Cladrimycine. Dergelijke behandelingen zijn nog in een experimenteel stadium.
Bij veel mastocytose patiënten geeft een fout in de c-kit receptor een auto-activatie van de vermenigvuldiging. Recente medicamenten zoeken die auto-activatie in de receptoren te blokkeren, bijvoorbeeld met kit-tyrosine-kinase inhibitoren. Dat is nog zeer experimenteel en voorlopig zonder resultaten.
|
Cutane mastocytose Systemische mastocytose |
Cutane mastocytose bij kinderen onder de 5 jaar verdwijnt praktisch altijd rond de puberteit. De oorzaak van hun mastocytose is niet gekend: de genmutatie in de c-kit receptor is er bij hen meestal niet.
Bij kinderen die na de leeftijd van 5 jaar een mastocytose ontwikkelen ter hoogte van de huid, urticaria pigmentosa, bestaat er 10% kans dat de ziekte zich verder ontwikkelt met infiltratie in het beenmerg, de maag, ... Vaak blijft dit beperkt en is er geen speciale medicatie vereist. Die kinderen kunnen een normaal leven leiden.
Bij volwassen mastocytosepatiënten met urticaria pigmentosa zou 50 tot 90% een infiltratie van mestcellen in één of meerdere andere organen hebben. Die infiltratie is dan meestal ook niet erg en vereist ofwel geen behandeling ofwel af en toe een antihistaminicum.
Een kenmerk van de meeste vormen van systemische mastocytose is dat ze gewoon stabiel blijft. Vele jaren blijven de klachten dezelfde: af en toe wat jeuk en wat diarree, onder controle met medicamenten tot op hoge leeftijd. De levensverwachting is niet verschillend van deze van andere mensen. In de gevallen waar de symptomen verergeren, gaat dat meestal heel langzaam.
Bij een kleine minderheid van de patiënten verergert de mastocytose plots en soms snel. De infiltratie neemt toe en er is meer medicatienood. Daarom wordt de evolutie bij mastocytosepatiënten best gevolgd door het jaarlijks meten van het tryptasegehalte. Ziet men dat dit op een gegeven ogenblik snel verhoogt, dan is een agressievere evolutie te vrezen en moet de patiënt van meer nabij gevolgd worden.
PATIENTEN vragen
Prof. Dr. Anne-Marie KOCHUYT antwoordt
Ik meen begrepen te hebben dat mastocytose niet erfelijk is. Ik heb een begin van systemische mastocytose met infiltratie, alleen in de maag.
Toen ik aan de hematoloog vroeg of het me toegelaten was van nog kinderen te krijgen, zei hij "neen". Als reden gaf hij aan dat het kind teveel van mij zou vragen en dat ik dat niet zou aankunnen, en ook omgekeerd. Op dezelfde vraag antwoordde de gynecoloog "ja" en de dermatoloog zei dat hij geen oordeel kon geven. Ik heb eens een anafylactische shock gehad en dat was op emoties. Emoties zijn bij mij heel sterke uitlokkende prikkels. Nu ben ik 36 jaar en ik heb een zoon van 16 jaar.
Elk van de drie dokters oordeelt op basis van de resultaten van zijn eigen anamnese en onderzoek en zal dus de risicofactoren tegen elkaar afwegen. Zonder de exacte medische informatie is het dus moeilijk voor mij om een uitspraak te doen.
Er zijn veel mensen met mastocytose die kinderen hebben en voor zover ik weet zijn er tijdens de zwangerschap geen specifieke problemen in de literatuur vermeld.
Uw hematoloog kent uw specifiek geval en zal dus ergens bezwarende elementen hebben die ik niet kan kennen maar welke tot het besluit brachten dat het beter was geen kinderen meer te krijgen.
Als uw eerste zwangerschap geen problemen gegeven heeft, voorzie ik met wat u nu vertelt ook geen problemen gedurende een nieuwe zwangerschap. U zult natuurlijk absoluut shocks moeten vermijden. Maar de problemen zullen misschien komen na de bevalling. Ik denk wel dat een baby op uw leeftijd erg belastend kan zijn. Denk maar aan drie keer per nacht wakker gemaakt worden bijvoorbeeld.
Is er dan geen gevaar dat ik de ziekte overdraag aan het kindje? Ik had de bezwaren eigenlijk van daaruit verwacht. Het zit toch in de genen.
De mutatie in de genen is ontstaan in de loop van uw leven en beperkt zich tot de mestcellen. Dat heeft niets gewijzigd aan de eicel. Mastocytose is dus niet erfelijk.
Er bestaat wel een familiale vorm van mastocytose. Die is uiterst zeldzaam. Alleen wanneer er onder uw familieleden nog andere mensen met mastocytose zijn moet hieraan gedacht worden.
Er is geen mastocytose maar wel een hematologische aandoening onder mijn familieleden.
Dat verklaart misschien het advies van uw hematoloog. Als u twijfelt kan u een centrum voor erfelijkheid raadplegen.
Wordt er in ons land onderzoek gedaan naar mastocytose?
Bij mijn weten is er in ons land geen centrum dat wetenschappelijk onderzoek naar systemische mastocytose verricht.
Is er een centrum dat zich specifiek bezig houdt met de diagnose en de behandeling van systemische mastocytose?
Een centrum dat zich specifiek met mastocytose bezig houdt, is er denkelijk niet. Maar men kan met het probleem steeds terecht in een Universitair Ziekenhuis. Daar kunnen de nodige investigaties gedaan worden.
U moet goed beseffen dat de mestcellen bij de meeste vormen van systemische mastocytose geen kwaadaardige mestcellen zijn en dat een teveel aan mestcellen, als dat binnen redelijke grenzen blijft, niet behandeld moet worden tenzij het klachten geeft. Iemand wiens klachten niet verergeren en waarbij het tryptasegehalte stabiel blijft heeft er niets aan om te weten of er in bepaalde organen mestcelinfiltratie is. Een goede strategie is het regelmatig bepalen van het tryptasegehalte. Indien dat snel verhoogt dan is het wel nodig om te gaan zoeken wat daarvan de oorzaak is.
Ook als u klachten krijgt, wijzend op mogelijke infiltratie van één of ander orgaan, kunt u van dit orgaan een biopsie laten gebeuren om te weten of de klachten al dan niet aan de mastocytose te wijten zijn.
Ik heb een reeks verschijnselen en ik wil weten of ze aan mijn mastocytose te wijten zijn. Waar moet ik gaan?
Als u in uw omgeving niet terecht kunt, kan u naar een Universitair Ziekenhuis gaan.
Veel van de klachten die u hier vermeld hebt, had ik vroeger: huiduitslag en last van zodra ik iets verkeerd gegeten of gedronken had. Een glas rode wijn kon ik bijvoorbeeld niet hebben, maar witte wijn verdroeg ik goed. De dermatoloog schreef Zyrtec voor maar hij heeft me nooit getest op mastocytose. Ik heb volgende speciale ervaring en ik vraag me af of die niet op mastocytose wijst. Ik liet in mijn huis een paar luchtontvochtigers installeren en na een week waren al mijn klachten verdwenen, ook die waarvan ik nooit had kunnen veronderstellen dat ze iets met luchtvochtigheid te maken hadden: sedertdien kan ik eten en drinken wat ik maar wil en Zyrtec heb ik nooit meer nodig.
Relatieve luchtvochtigheid zou zoals verandering van temperatuur wel eens een prikkel voor mestceldegranulatie kunnen zijn, maar ik denk niet dat daar al onderzoek op gebeurd is. Ook als dat wel vast stond, zou men uit wat u ondervonden hebt met de luchtontvochtigers niet kunnen afleiden dat u mastocytose hebt.
Het is misschien zinnig eerst te testen of het niet om toeval gaat en of de luchtvochtigheid wel degelijk de oorzaak is, door de luchtontvochtigers een tijdlang stil te leggen. Het is immers bekend dat allergische reacties op een gegeven ogenblik spontaan kunnen verdwijnen. Je weet maar nooit of dit ook bij u het geval is.
Het zou ook kunnen gaan om een allergie voor schimmels. Hoge luchtvochtigheid binnenshuis geeft schimmelgroei. Schimmels komen ook voor in voedingswaren en indien u een schimmelallergie zou hebben kan u op die voedingswaren reageren.
Men moet steeds voor ogen houden dat verschillende prikkels die mestceldegranulatie en dus allergische klachten verwekken, dat kunnen doen via verschillende mechanismen: het IgE-mechanisme of allergie, de niet immunologische mechanismen of pseudo-allergieën die bij mastocytose belangrijker zijn. Rode wijn bevat soms sporen eiwitten die allergie kunnen geven, maar bevat ook toegevoegde producten die pseudo-allergie kunnen geven. Alcohol is dus een mogelijke prikkel bij mastocytose. Luchtvochtigheid is misschien een pseudo-allergische prikkel maar luchtvochtigheid binnenshuis kan ook schimmelgroei veroorzaken wat allergie kan verwekken. Of luchtvochtigheid een mogelijke prikkel is bij mastocytose, is niet uitgemaakt maar het zou kunnen.
Dat zou allemaal nog eenvoudig zijn als men als oorzaak van allergische klachten slechts één prikkel zou vinden die werkt volgens één mechanisme. Maar slechts in zeldzame gevallen is dat zo. Een enkele prikkel stelt vaak niet voldoende mediatoren vrij om klachten te verwekken. Daarvoor zijn meerdere prikkels nodig die werken volgens één of verschillende mechanismen. Als bij u de luchtvochtigheid een sterke prikkel is en als de andere prikkels samen te zwak zijn om ernstige klachten te verwekken dan zal het alleenlijk elimineren van de vochtigheid resulteren in verbetering van de klachten. In vele gevallen is het heel wat zoekwerk om de sterkste prikkels te vinden.
Ik heb sedert mijn 12 jaar systemische mastocytose. Dat geeft flushing, maag- en darmstoornissen, allemaal niet zeer erg maar wel vervelend. Daarvoor gaf de dokter Zantac en Telfast. Daarmee gaat het wel, al die jaren toch al. Sedert enkele jaren heb ik daarbij astma. Ik kwam daarvoor bij een andere dokter en bleef daar, omdat hij beweerde dat de astma niets met de mastocytose te maken heeft? Ik heb de medicamenten Zantac en Telfast altijd blijven nemen op aanraden van de eerste dokter. Veronderstel dat mijn astma toch met mijn mastocytose te maken heeft, is het dan niet gevaarlijk die medicamenten nu weg te laten?
Ademhalingsproblemen zijn bij mastocytose zeldzaam, maar het kan. Neusklachten komen wel frequenter voor. Indien u echter ook een allergie hebt kan uw astma door allergische reacties veroorzaakt zijn. Er zijn ook nog andere oorzaken van astma. Vermits de dokter zegt dat uw astma niets met uw mastocytose te maken heeft, is waarschijnlijk reeds uitgemaakt welk mechanisme dan wel het astma verwekt heeft. U kunt dat misschien nog eens laten onderzoeken. Hoe dan ook denk ik dat u Zantac en Telfast inderdaad beter verder neemt al was het maar om de andere symptomen onder controle te houden.
Kan veelvuldig en langdurig gebruik van antihistaminica schade aan de gezondheid berokkenen?
Antihistaminica hebben bij de voorgeschreven dosissen geen schadelijke bijwerkingen. Men kan ze heel zijn leven nemen. Bij mastocytose helpen ze tegen flushing, jeuk, maaglast … als die te erg worden, maar vooral preventief om de gevolgen van een eventuele acute mestcelreactie op te vangen. Denk bijvoorbeeld aan een natuurwandeling op een dag dat er nogal wat wespen rondvliegen. Vele antihistaminica hebben een carry-over effect van een 3-tal dagen. Men kan ze stoppen en starten naar behoefte zonder daarvan hinder te ondervinden.
Geven antihistaminica gewenning?
Er is wel een zekere gewenning aan sommige antihistaminica, maar als men dat merkt, schakelt men over op een ander.
Ik heb mastocytose en ik heb nog nooit anafylactische shock gehad. Als ik iets graag eet of drink en ik krijg daarvan een rode kop, moet ik dat dan mijden omdat dat misschien eens verkeerd zou kunnen lopen? Ik drink namelijk graag een glaasje wijn.
Het kan dat bij sommigen één enkele prikkel niet volstaat om erge reacties te verwekken, maar dat het eerst erg wordt als men meerdere prikkels tegelijk heeft. Denk bijvoorbeeld aan een feestmaaltijd waar je alles samen hebt: wijn, schaaldieren, tomaten, aardbeien, … Een ander voorbeeld is eerst wijn drinken en daarna in een warm bad stappen. De ondervinding zal aan eenieder leren hoever hij kan gaan vooraleer hij duidelijke klachten krijgt. Men mag zich alles veroorloven wat lichte klachten geeft die draaglijk zijn. Ook kan men antihistaminica gebruiken om het comfort van het leven te verbeteren.
Wat men zeker moet mijden, zijn de prikkels waarvan men ondervonden heeft dat ze een acute veralgemeende reactie geven.
Als men teveel mestcellen in de darmen heeft, is er dan mastocytose?
Er zijn een reeks ziekten waarbij het aantal mestcellen in de darmen verhoogd zijn. Mastocytose is een daarvan, en ook bij sommige darmziekten en bij voedselallergie kan dit voorkomen.
Ik heb al jaren af en toe ontstekingen in de darmen. Men heeft in een biopt teveel mestcellen gevonden. Toch blijkt er geen mastocytose te zijn omdat er in geen enkel ander orgaan symptomen van mastocytose zijn. Kan dat? Er blijkt zelfs geen overmaat tryptase te zijn in het bloed.
Allergologen behandelen niet die vorm van mastocytose en ik heb geen ervaring hiermee. Plaatselijke mastocytose kan voorkomen, bijvoorbeeld in de huid. Of dat ook in de darmen mogelijk is, is niet bekend maar best wel mogelijk.
Men kan veronderstellen dat het teveel aan lokaal tryptase zich niet in het bloed weerspiegelt. Misschien moet een tryptasekleuring nog eens overgedaan worden op een nieuw biopt.
Indien men wil achterhalen of een bepaalde ziekte al dan niet aanwezig is, dan kan men een medicament nemen dat de klachten van die ziekte vermindert en dat onschadelijk is. Voor mastocytose in de darmen kan men Zantac en Zyrtec laten voorschrijven door de dokter. De kans dat u in uw geval een goed resultaat bekomt, is gering maar u doet niets verkeerd met die geneesmiddelen bij wijze van proef te nemen.
Men meet tryptase in het bloed. Kan men in de urine nagaan of er mastocytose is?
Tryptase is een enzyme en het wordt niet gedoseerd in de urine.
Er zijn een reeks metabolieten van de mediatoren histamine, prostaglandine D2 … die men kan doseren in de urine. Het principe is ook hier: histamine lekt continu uit de mestcellen, dus meer mestcellen geven meer histamine. N-alfa-methyl-histamine is klassiek verhoogd en dus een aanwijzer voor mastocytose, maar de test is belastend voor de patiënt. Hij moet namelijk voor de staalname een heel streng dieet volgen. Doet hij dat niet dan zijn de resultaten niet betrouwbaar.
De test is minder specifiek want er zijn nog een aantal ziekten zoals urinaire infecties die het gehalte aan N-alfa-methyl-histamine verhogen. Er zijn bovendien ook andere cellen die histamine uitstorten: basofielen.
Mijn dokter laat ze allebei bepalen. De tryptase was gedaald van 32 tot 27 terwijl de N-alfa-methyl-histamine gestegen was.
Een daling van 32 naar 27 heeft weinig betekenis want dat ligt binnen de grenzen van de meetfouten. Tryptase is specifiek voor een verhoging van het aantal mestcellen.
N-alfa-methyl-histamine echter kan ook verhoogd zijn door bacterie besmettingen. Sommige voedingsmiddelen bevatten histamine en de urinaire concentratie is dus verhoogd wanneer men daarvan gegeten heeft. Als men vele keren na elkaar niest, gaat het ook naar omhoog. N-alfa-methyl-histamine kan dus verhoogd zijn door allerlei factoren waarover we dikwijls zelfs geen controle hebben. Een enkele dosering zegt niet zoveel en heeft niet dezelfde specificiteit als een tryptasemeting.
Ik heb systemische mastocytose. Kent u gevallen met ontstekingen in de spieren en de schoudergewrichten? Ik neem daarvoor Zantac, Zyrtec en Imuran. Af en toe krijg ik een aanval: een benauwende nacht met hart-kloppingen, zo moe ’s morgens dat ik bijna de trap niet afgeraak, pijn in de spieren, … Ik ben bij de allergoloog voor mastocytose en verder ga ik bij een dokter voor de spierpijn, bij een andere dokter voor de schouder-ontstekingen. Maar geen enkel bekijkt het totaal beeld. Bij elk van die dokters heb ik het gevoel dat ik ergens tussenin zou moeten zijn.
Ik heb tot nu toe geen enkele patiënt met mastocytose ontmoet met ontstekingen in spieren en gewrichten. Alles is mogelijk, maar het is niet klassiek.
Mastocytose kan opgesplitst worden in veel verschillende ziektebeelden naargelang het aangetaste orgaan en de plaats waar degranulatie plaatsvindt. Het is niet mogelijk dat een specialist alle organen en symptomen even goed kent en kan behandelen. Men wendt zich best tot het dichtst bijzijnde Universitair Ziekenhuis. Elke specialist in algemene inwendige ziekten of allergie kan u begeleiden naar de specialisten van de eventueel aangetaste organen. Hijzelf kan eventueel daarna het totaal ziektebeeld opvolgen op voorwaarde dat u dat aan hem vraagt en aan de andere dokters meedeelt. Zo werkt dat.
Mastocytose is zeldzaam en is daarom op dit ogenblik bij te weinig dokters bekend. Ik begrijp uw ongenoegen daarover.
Ik heb systemische mastocytose met darmklachten. De gehele lever werkt niet meer goed. De dokters hebben biopten van de lever genomen en kunnen niets vinden. Ze zeggen dat men misschien verkeerd geprikt heeft. De dokters blijven steeds prikken maar dat is zeer belastend voor mij. Is het wel zinvol dat nog eens te laten doen?
Een biopsie is zinnig indien men vermoedt dat er een andere oorzaak is voor het leverlijden of indien men verwacht dat het resultaat van de biopsie de therapie zou kunnen veranderen.
Kan osteoporose te wijten zijn aan mastocytose?
Zeker, dat is zelfs goed bekend. Bij elke vrouw jonger dan 50 jaar met osteoporose moet gedacht worden aan mastocytose en ook bij elke man met vroegtijdige osteoporose.
Er zijn tegenwoordig goede medicamenten om het voortschrijden van osteoporose vroegtijdig te beperken. Osteoporose moet behandeld worden want in de menopauze komt daarbij nog de versnelde botafbraak.
Komt mastocytose meer voor bij vrouwen dan bij mannen?
Ja, dat is zo. Mastocytose, net zoals allergie, vooral voedselallergie, en heel veel andere ziekten van het immuunsysteem komen meer voor bij vrouwen dan bij mannen. Daarvoor is nog geen wetenschappelijke verklaring.
Mijn zoontje van 11 jaar was 2 maand toen hij urticaria pigmentosa kreeg. Hij heeft kleine rode vlekjes, geen jeuk maar wel een soort branderig gevoel en hij heeft nooit medicamenten nodig. Een van de prikkels is koude. We vragen ons af of hij mag gaan zwemmen?
Dat is dan wel relatief gevaarlijk. Indien onder invloed van koude blootstelling een mestceldegranulatie ontstaat dan kan een volledige lichaamsonderdompeling in koud water een anafylactische reactie met eventuele shock veroorzaken, met bewustzijnsverlies en verdrinking tot gevolg.
In een verwarmd zwembad mag het wel op voorwaarde dat inspanning niet één van de andere prikkels tot mestceldegranulatie is.
Er is wel veel kans dat de mastocytose verdwijnt gezien zijn jeugdige leeftijd.
U sprak over 1200 mg natriumcromoglycaat (Lomudal) per dag. Mijn dochtertje neemt Claritine. Als ze het elke dag inneemt, is ze daar goed mee. Nu stelt de dokter voor Lomudal erbij te nemen: 9 maal 20 mg per dag. Is het zinnig dat te doen of haalt zo’n geringe dosis toch niets uit?
Een dosis van 180 mg per dag is wel weinig. Maar het zou kunnen dat die lage dosis werkt bij kinderen. U kunt het gerust proberen. Natriumcromoglycaat is een zeer veilig medicament: het heeft niet de minste bijwerking.
Over de grens is het medicament in een hogere dosis per gelule onder de naam Nalcrom verkrijgbaar. Indien de dosis van 180 mg niet effectief zou zijn kan naar hogere dosissen overgeschakeld worden.