PERIFEER ZENUWSTELSEL

Ü Terug naar trefwoordenlijst

Inleiding

- Neuronen
- Verklarende woordenlijst
- Schema neuronen van het perifere zenuwstelsel
- Basisorganisatie van het zenuwstelsel
Perifeer zenuwstelsel
- Ruggenmergzenuwen
- Hersenzenuwen
Sensorisch systeem
- Sensorische receptoren
Motorisch systeem
- Neuromusculaire transmissie
Autonoom systeem
- Bedrading
- Functies
- Aansluiting sympathische neuronen aan het ruggenmerg
- Aansluiting autonome neuronen aan de organen

 

ZENUWSTELSEL
INLEIDING

NEURONEN

Er zijn 100 miljard neuronen in het menselijke lichaam.

Neuronen werken als volgt:
Een neurotransmitter wordt uitgestuurd door de axon-eindvertakking en kruist de synaptische spleet op zijn weg naar de receptoren op de dendrieten. Ze verwekt daar een impuls die naar het cellichaam gaat. Daar wordt bepaald of de impuls verder gaat naar de volgende axon-eindvertakkingen. Deze sturen op hun beurt neurotransmitters in de synaptische spleten naar de receptoren van de volgende neuronen en zo verder.

Synaps                          

VERKLARENDE WOORDENLIJST

*Zenuwen zijn bundels van axonen:
Er zijn drie types neuronen:
-sensorische neuronen of gevoelszenuwen (afferent=aanvoerend): zij zenden impulsen naar de hersenen:
-motorische neuronen (efferent=afvoerend): zij zenden impulsen naar de spieren.
-interneuronen (schakelcellen): zij wisselen impulsen uit tussen andere neuronen in de hersenen en het ruggenmerg.

*Rustpotentiaal: een neuron in rust is negatief geladen tot -70mV.

*Actiepotentiaal: als het potentiaal wijzigt tot -50mV zal het neuron een impuls uitsturen.

*Alles-of-niets-wet: het neuron kent slechts twee toestanden: impuls uitsturend of rust.

*Neurotransmitters: er zijn meer dan 50 verschillende neurotransmitters verdeeld in twee types,de opwekkende en de remmende:
-opwekkende: acetylcholine, enz...
-remmende: serotonine, endorfines, enz…

Sommigen komen tussen in een bepaalde taak:

-Acetylcholine heeft betrekking op: de beweging, het leerproces, het geheugen en de REM-slaap.
-Dopamine heeft betrekking op: de beweging, de aandacht, het denk-vermogen en de impulscontrole.
-Norepinefrine (noradrenaline) heeft betrekking op: alertheid, spijsvertering, waakzaamheid.
-Epinefrine (adrenaline) reguleert het proces waarbij cellen glucose in energie omzetten tijdens fysische activiteiten.
-GABA (gamma-aminoboterzuur) remt de neurale overdracht in het centrale zenuwstelsel.
-Endorfine verlicht de pijn, heeft betrekking op genot en welbevinden.
-Serotonine heeft betrekking op: het gemoed, slaap, eetlust, agressiviteit, impulsiviteit.

*Nucleus: kern van één cel.

*Nucleus: is een groep van zenuwcellichamen binnen het ruggenmerg of de hersenen (v.b. nucleus dentatus).

*Ganglion: groep van zenuwcellichamen buiten het ruggenmerg of de hersenen.

*Reuptake: proces van afbreken en terug opnemen van de neuro-transmitters in de eindvertakkingen om te beletten dat ze het volgende neuron blijven stimuleren.

*Synaptische blaasjes: blaasjes waarin de neurotransmitters worden opgeslagen. Zij bevinden zich in de eindvertakkingen in afwachting dat ze opnieuw worden uitgestuurd.

*Grijze materie: bestaat uit massa’s nuclei.

*Witte materie: wordt gevormd door bundels van axonen, die voor een groot deel uit myeline bestaan dat wit van kleur is.

 

SCHEMA NEURONEN PERIFERE ZENUWSTELSEL

BASISORGANISATIE VAN HET ZENUWSTELSEL

PERIFEER ZENUWSTELSEL

Het centrale zenuwstelsel bestaat uit de hersenen en het ruggenmerg. Het perifere zenuwstelsel is deels aangesloten op het ruggenmerg en deels direct op de hersenen.

De perifere zenuwen die aansluiten op de verschillende niveau’s van het ruggenmerg bevatten allen zowel sensorische als motorische neuronen.

Motorische neuronen controleren zowel het somatische (vrijwillige) als het autonome (onvrijwillige) systeem. Doorheen de sensorische neuronen gaat de informatiestroom naar het ruggenmerg en de hersenen. De impulsen komen terug langs het ruggenmerg en de motorische neuronen.

De motorische neuronen hebben een grotere doormeter omdat hun isolerend omhulsel dikker is.

Het perifere zenuwstelsel bevat het senso-somatische (sensorische en somatische) systeem en het autonome systeem.
Het autonome systeem bestaat uit het sympatische en het parasympathische systeem.

De neuronen van het senso-somatische systeem lopen in alle ruggenmerg en hersenzenuwen.
De neuronen van het sympathische systeem lopen in de thoracale en lumbale zenuwen. De neuronen van het parasympathische systeem lopen in de hersenzenuwen en sacrale zenuwen.

 

RUGGENMERGZENUWEN (31 paar)
AANSLUITING

Skeletopbouw van de ruggenwervels:
Nek (Cervicale wervels: 7).
Borst (Thoracale wervels: 12).
Lenden (Lumbale wervels: 5)
Heiligbeen (Sacrum)

Onder de lendenwervels treffen we het heiligbeen aan, een driehoekig gevormd bot dat bestaat uit 5 samengegroeide wervels. Het heiligbeen is verbonden met beide heupen. En onderaan het heiligbeen vinden we:
Staartbeen (Coccyx)
Het laatste gedeelte van de wervelkolom is een klein botje, bestaande uit 4 samengegroeide wervels. Eigenlijk is dit het overblijfsel van de menselijke staart.

Op bovenstaande figuur vind U de onderlinge relatie tussen de ruggenmergzenuwen en de wervels van het skelet

Elke sensorische zenuwwortel splitst zich in een 6-tal zenuwworteltjes die het ruggenmerg binnentreden op een verticale rij aan de dorsale zijde, terwijl een 6-tal motorische zenuwworteltjes daartegenover aan de ventrale zijde buitentreden. Op het ruggenmerg vindt men zo 4 verticale rijen zenuw-worteltjes, elk op 5 mm afstand.

VERTAKKING VAN DE RUGGENMERGZENUWEN

De sensorische en de motorische zenuwen treden afzonderlijk uit het ruggenmerg om daarna samen te komen in één ruggenmergzenuw.

Deze ruggenmergzenuw splitst zich in een dorsale (rugzijde) en ventrale (buikzijde) vertakking:

  • de dorsale vertakking bedient de huid en de spieren van de rug
  • de ventrale vertakking bedient de voorkant van de romp en de ledematen en vormt een plexus (vlecht) op verschillende ruggenmergzenuwen: brachiale, lumbale en sacrale plexus

Als voorbeeld tonen we de brachiale plexus.

DERMATOMEN

-Iedere ruggenmergzenuw bevat zowel sensorische als motorische neuronen. De thoracale en lumbale zenuwen bevatten ook sympathische neuronen en de hersenzenuwen en de sacrale zenuwen bevatten ook para-sympatische neuronen.

-Een dermatoom is een segmentaal huidveld dat geïnnerveerd wordt door één ruggenmergszenuw of door de trigeminus.

-De zenuw naar een bepaald dermatoom heeft ook aftakkingen naar de twee aanliggende dermatomen. Het overlappen van de dermatomen belet dat het gevoel volledig verloren gaat wanneer één zenuw doorgesneden wordt. Het gevolg hiervan is dat bij anesthesie telkens drie aanliggende ruggenmergzenuwen dienen geblokkeerd te worden.

-Op onderstaande tekening staan de dermatomen van de zenuwen die uit één enkele ruggenwervel of uit de trigeminus komen.

-Op onderstaande tekening ziet men de dermatomen van de verschillende zenuwstrengen van de drie vlechten: brachiale, lumbale en sacrale plexus.

HERSENZENUWEN (12 paar)

Iedere hersenzenuw bevat ofwel sensorische neuronen, (vrijwillige) motorische neuronen of beide sensorische en motorische neuronen.
Sommigen van de motorische neuronen zijn parasympatische neuronen.

AANSLUITING AAN DE HERSENEN

Sensorisch

I Olfactorius

II Opticus

VIII Vestibulocochlearis

Gemengd
Sensorisch & Motorisch

V Trigeminus

VII Facialis

IX Glossopharyngeus

X Vagus

Motorisch

III Oculomotoris

IV Trochlearis

VI Abducens

XI Accessorius

XII Hypoglossus

Parasympathisch

III Oculomotorius

VII Facialis

IX Glossopharyngeus

X Vagus

Blauw = sensorisch   Groen = motorisch    Rood = gemengd

Ieder van de hersenzenuwen is verantwoordelijk voor de bezenuwing van een of meer structuren.

 

FUNCTIES

Zenuw

Functie

Aangestuurde structuren

I

Olfactorius

Reukzin

Olfactorische kernen

II

Optisch

Zicht

Retina

III

Oculomotorisch

Oogbol beweging

4 oogbol spieren & 1 ooglid spier

Lens accomodatie

III

Oculomotorisch

Pupil constrictie

 

IV

Trochlearis

Oogbol beweging

Bovenste schuine spieren

V

Trigeminus-S

Gewaarwording

Aangezicht, hoofdhuid, tanden, lippen, oogbollen, neus & keel

Generale gewaarwording van de tong

Voorste tweederde van de tong

Proprioceptie

Kauwspieren

V

Trigeminus-M

Kauwen

Kauwspieren

VI

Abducens

Oogbol beweging

Laterale rechte spier

VII

Facialis-S

Smaak

Voorste tweedrerde van de tong

Proprioceptie

Aangezicht & scalp

VII

Facialis-M

Aangezichts expressie

Spieren van het aangezicht

VII

Gelaat-P

Speeksel- en traanvocht afscheiding

Speeksel- en traanklieren via submandibulaire en pterygopalatineuze ganglia

VIII

Vestibulo-cochlearis

Evenwicht

Vestibulair apparaat van het inwendig oor

Gehoor

Cochlea van het inwendig oor

IX

Glosso-pharyngeal-S Smaak Achterste tweederde van de tong
Proprioceptie zwelgen Keelspieren
Bloeddruk receptoren sinussen van de Carotis

IX

Glossopharyngeus-M

Slikken & braak reflex

Keelspieren

Traan productie

Lacrimale klieren

IX

Glossopharyngeus-P

Speekselproductie

Parotis klieren

X

Vagus-S

Chemoreceptoren

Bloed zuurstofgehalte , aortic bodies

Pijn receptoren

ademhalings- & spijsverteringsstelsel

Gewaarwording

Uitwendig oor, larynx & pharynx

Smaak

tong

X

Vagus-M

Hart frequentie & slag volume

Pacemaker & ventriculaire spieren

peristalsis

Gladde spieren van het spijsverteringsstelsel

Luchtstroom

Gladde spieren van de luchtwegen

Spraak & slikken

Spieren van de larynx & pharynx

XI

Accessorius

Hoofd rotatie

Musculus Trapez+sternocleidomastoideus

XII

Hypoglossus

Spraak & slikken

Tong & keelspieren

 

VERTAKKING VAN DE HERSENZENUWEN

Als voorbeeld nemen we de aangezichtszenuw (facial nerve = hersenzenuw VII)

De aangezichtszenuw heeft vier componenten met elk een welbepaalde functie.

Branchiomotorische functie bedient de spieren van de: -gelaatsuitdrukking
-achterste spierbuik van de digastricus
-stylohyoideus
-stapedeus
Visceromotorische functie bedient de parasympathische bezenuwing van de: -traanklieren
-onderkaakspeekselklieren
-ondertongspeekselklieren
-slijmvliezen van de neus-keelholte
-van het harde en zachte gehemelte
Speciaal sensorische functie bedient de smaakreceptoren van de: -voorste 2/3 van de tong
-harde en zachte gehemelte
Generaal sensorische functie bedient de sensorische receptoren van de huid van de: -concha van de oorschelp
-een smal oppervlak achter het oor

 

De vier componenten van de aangezichtszenuw

De branchiomotorische takken maken het grootste deel uit van de aangezichtszenuw.
De drie andere componenten zijn gebundeld in een afzonderlijk bindweefselvlies buiten de branchiomotorische takken. Samen worden deze drie componenten vernoemd als de nervus intermedius.

 

SENSORISCH SYSTEEM

SENSORISCHE RECEPTOREN

Sensorische receptoren: de aanvoer naar het zenuwstelsel gebeurt vooral door middel van de vijf belangrijkste types receptoren, die tastzin, zicht, smaak, reuk en gehoor, enz… waarnemen:

*nocireceptoren: tastzin

*fotoreceptoren: licht

*chemoreceptoren: smaak, reuk, ook inwendige sensoren in de spijsvertering en bloedsomloop

*mechanoreceptoren: gehoor, evenwicht en positiebepaling

Er zijn vele andere types receptoren zoals:

*thermoreceptoren: temperatuurschommelingen

*electroreceptoren: herkennen elektrische stroom in de omgeving

 

MOTORISCH SYSTEEM

NEUROMUSCULAIRE TRANSMISSIE

Uitstorting van ACh (acetylcholine) wordt verwekt door een elektrische impuls dat via het axon wordt aangevoerd.

 

AUTONOOM SYSTEEM

Het autonome systeem bestaat uit motorische neuronen. Ze sturen de bewegingen en de activiteiten waarvan we ons niet bewust zijn: het hart, de gladde spieren, de klieren, enz… De impulsen worden gevormd in de hypothalamus (en niet in de cortex) en dalen tot in de hersenstam en het ruggenmerg.

BEDRADING

Het autonome systeem bevat parasympathische en sympathische neuronen (zie tekening hierna).

De parasympathische neuronen vertrekken vanuit nuclei in de hersenstam (enkele vanuit nuclei in de sacrale wervels). De sympathische vertrekken vanuit nuclei in de thoracale en lumbale wervels. Hun werking is meestal tegengesteld: bijvoorbeeld de parasympathische neuronen vertragen de hartslag terwijl de sympathische neuronen hem versnellen.

Parasympathisch systeem

De meeste neuronen vertrekken vanuit nuclei in de hersenstam en gaan langs de 4 hersenzenuwen III, VII, IX en X, tot in de ganglia, gelegen in de omgeving van de aangestuurde organen. Daar synapsen ze. De secondaire neuronen bezenuwen onder andere de volgende structuren:

Hersenzenuw III:
-oogpupil (pupillary sphincter)
- oog lens (ciliary muscles of the eye)

Hersenzenuw VII:
- traanklieren (lacrimal glands)
- klieren van het neusslijmvlies (nasal glands)
- speekselklieren (submandibular glands)
- oorsmeerklieren

Hersenzenuw IX:
- speekselklieren (parotid glands)

Hersenzenuw X:
- bloedsomloop: hart en bloedvaten
- ademhaling longen en luchtwegen
- spijsvertering:

- maag en slokdarm
- lever, alvleesklier en galwegen
- darmen
- kleppen van de maag (pyloris) en de dunne darm (ileocecal valve)
- urinewegen, nieren.

De overige parasympathische neuronen lopen door de sacrale zenuwen, en synapsen rechtstreeks in de organen. De hierdoor aangestuurde organen zijn:
- dikke darm (colon)
- de kleppen van de blaas (detrusor en trigon)
- baarmoeder.

Bij al deze parasympathische neuronen is acethylcholine (ACh) de neurotransmitter, zowel in de ganglia als op de structuren.

Sympathisch systeem

De sympathische neuronen liggen in de laterale hoorn van de thoracale en lumbale wervels. Ze vertrekken van kernen gelegen in de thoracale en de lumbale wervels en gaan langs de perifere zenuwen tot in de ganglia van het sympathische systeem. Deze ganglia (sympathische chain) vormen een ketting langs de wervelkolom.

1. Daarin synapsen de neuronen van de luchtwegen , de bloedsomloop en de zweetklieren.
2. De neuronen van de ogen (pupil), traanklieren, klieren van het neusslijmvlies en speekselklieren synapsen in de bovenste cervicale ganglion (superior cervical ganglion).
3. De neuronen van de maag, lever, alvleesklier en nieren synapsen in de celiac ganglion, deze van de darmen en de blaas in de mesenteric ganglia.
4. De neuronen van de bijnieren synapsen op de bijnieren zelf.

Bij al deze sympathische neuronen is acethylcholine (ACh) de neurotransmitter in de ganglia, terwijl de neurotransmitter op de organen norepinephrine (noradrenaline) is.

 

FUNCTIES

Voornaamste functies in het autonome systeem

 

parasympathisch systeem

sympathisch systeem

oogpupil

vernauwing

verwijding

ooglens

dichtbij zien

veraf zien

traanklieren

afscheiding traanvocht

vernauwing v/d vaten

speekselklieren

afscheiding van overvloedig vloeiend speeksel met veel enzymen

vernauwing van de vaten en afscheiding van speeksel met weinig enzymen

hart

-daling van de hartfrequentie

-verzwakking samentrekking

-verzwakking prikkelgeleiding

-vernauwing v/d kransslagader

-verhoging v/d hartfrequentie

-versterking v/d samentrekking

-verhoging frequentie sinusknoop

-verwijding v/d kransslagader

bronchi

vernauwing & slijmafscheiding

verwijding

slokdarm

peristaltiek & slijmafscheiding

vernauwing v/d vaten

maag en darmen

peristaltiek & afscheiding

-opheffing peristalt & afscheiding

-vernauwing van de vaten

-samentrekking maagsluitspieren

milt

-

samentrekking

bijniermerg

-

afscheiding van adrenaline en noradrenaline in de bloedstroom

lever

-

afbreken van glycogeen

galblaas

samentrekking

ontspanning

alvleesklier

-

regeling van insuline afscheiding

neerwaartse dikke darm

peristaltiek & afscheiding

-vaatvernauwing

-opheffing peristalt & afscheiding

sigmoid dikke darm endeldarm en anus

peristaltiek & afscheiding

-samentrekking v/d sluitspieren

-opheffing peristalt & afscheiding

blaas

samentrekking v/d detrusor

-ontspanning v/d detrusor

-samentrekking v/d sluitspier

penis

erectie

ejaculatie

clitoris

erectie

-

uterus

-

regeling van de samentrekking ontspanning

bloedvaten huid slijmvliezen, nieren longen en hersenen

-

samentrekking

bloedvaten van de.vrijwillige spieren

-

uitzetting

zweetklieren

-

afscheiding van zweet

spiertjes van de haarwortels

-

oprichten van de haren en koude rillingen (kippenvel)

vetweefsel

-

vrijmaking van energie door vet-afbraak

 

AANSLUITING SYMPATHISCHE NEURONEN AAN HET RUGGENMERG

 

AANSLUITING AUTONOME NEURONEN AAN DE ORGANEN

We nemen als voorbeeld de aansluitingen van de sympathische en de parasympathische zenuwen aan
het hart.