Situering demonstratieproject.
In
Vlaanderen worden jaarlijks grote hoeveelheden voedermiddelen geïmporteerd
voor gebruik in de veevoedersector. Dit zijn hoofdzakelijk eiwitbronnen, onder
de vorm van soja (± 700.000 ton/jaar), erwten en bonen (samen goed
voor ± 600.000 ton/jaar) en diverse schroten (aardnoot-, palmpit- en
katoenzaadschroot: samen eveneens goed voor ± 600.000 ton/jaar). Om
andere redenen worden er daarnaast nog aanzienlijke hoeveelheden maniok (±
250.000 ton/jaar) en granen ingevoerd. Anderzijds is er in Vlaanderen een
mineralenoverschot van 36 miljoen kg fosfaat en 66 miljoen kg stikstof. Een
groot deel van dit mineralenoverschot moet dan opnieuw geëxporteerd worden;
er is immers onvoldoende grond aanwezig in Vlaanderen om deze mineralen op
een oordeelkundige manier op te brengen. Door het zelf telen van zijn voedermiddelen
kan men de import van mineralen beperken en een gesloten mineralenkringloop
vormen op zijn bedrijf. Door het telen van eigen eiwitbronnen kan vooral de
stikstofimport beperkt worden. Het halen van de Europese nitraatrichtlijn
is een absolute prioriteit voor Vlaanderen. Het beperken van de import aan
stikstof (via eiwit) kan daartoe een reële bijdrage leveren.
Momenteel werken al heel wat bedrijven in een dergelijk duurzaam karakter
van een gesloten kringloop door zichzelf te voorzien van de nodige granen
voor hun dieren. Dit zou nu verder geoptimaliseerd kunnen worden door het
gebruik van eigen geteelde plantaardige eiwitbronnen.
In het kader van de GGO-problematiek zorgt de import van eiwitbronnen, vooral onder de vorm van soja, voor een oncontroleerbare stroom. Het is immers heel moeilijk te retraceren van waar de soja afkomstig is en garanties te krijgen naar al of niet GGO-vrij zijn van de soja. Door het zelf telen van vervangende plantaardige eiwitbronnen, kan men deze stroom vanaf de basis volledig retraceren en indien nodig een volledig gescheiden stroom in de voedselketen creëren.