WETGEVING: Mest Actie Plan.

Besluit mestuitscheidingsbalansen.

Klik hier voor het volledige besluit over de mestuitscheidingsbalansen.

Om de nutriëntenproductie op uw bedrijf te berekenen kan men kiezen uit 4 verschillende systemen:

Hoe ga je te werk bij de berekening van uw productie?

Wie het veevoederconvenant wil ondertekenen moet in het bezit zijn van een erkenning of registratie en verbind zich ertoe om de maximumgehaltes aan fosfaat te respecteren. Andere belangrijke bepalingen zijn de volgende:

* Nemen van minstens 3 monsters gedurende het referentiejaar (oktober 2003 - september 2004) per diersoort (varkens of pluimvee).
* Elk halfjaar (6 maanden) dient minstens 1 van bovenvermelde monsters genomen te zijn. Dus minstens 1 monster tijdens de maanden oktober 2003 t/m maart 2004 en minstens 1 monster gedurende de maanden april 2004 t/m september 2004. Het is echter de bedoeling regelmatig monster te nemen zodat de tijdspanne tussen 2 monsternames ongeveer 4 maanden is.
* De gemiddelde afwijking naar boven mag maximaal 0,06% tP absoluut bedragen.
* De monsters dienen genomen door erkende staalnemers (lijst beschikbaar bij de mestbank of de vereniging) en geanalyseerd door erkende labo's.
* Het labo dient de uitslag rechtstreeks aan de mestbank te bezorgen, naast kopie aan uzelf uiteraard.

Hoe ga je te werk bij de berekening van uw productie?

Hoe ga je te werk bij de berekening van uw productie?

Je houdt maandelijks het aanwezigheidsregister bij en op het einde van het jaar kan je het gemiddelde maken. Naast het aanwezigheidregister moet je ook een register voederverbruik bijhouden. Klik hier voor een voorbeeld van een register voederverbuik. Dit register moet bijgehouden worden per diersoort en moet ingevuld worden telkens er voeder wordt geleverd. Voor een inmenger moet men het invullen telkens wanneer er halfvoeder wordt geleverd. De regel daaronder moet men dan de bijhorende hoeveelheid van de in te mengen grondstof noteren. Voor een zelfmenger vult men dit register aan telkens er voeder wordt aangemaakt. Een zelfmenger kan voor dit register ook het register van de productie gebruiken die hij moet bijhouden in zijn handboek. Aan dit register moet hij dan wel twee kolommen toevoegen, waar hij de hoeveelheid fosfaat en stikstof kan in noteren. Ook dient hij het register van de productie uit te splitsen per diersoort.

Als bewijs dient de zelfmenger een attest te vragen aan zijn kernvoederleverancier. Het attest van uw kernvoederleverancier moet de volgende gegevens bevatten:
Daarnaast is het nog nodig om een beginstock en een eindstock per soort kern op te maken, dit om het voederverbruik per productiejaar exact te kunnen bepalen.
Als bewijs van de geleverde kernen moeten de facturen van kern kunnen voorgelegd worden.