| "De zigeuners hebben geen gemeenschappelijke muziektaal. Er
bestaat geen gemeenschappelijke liederenschat noch een
gemeenschappelijke wijze van muziekmaken die bij alle zigeuners ter
wereld hetzelfde is. Is er dan wel sprake van zigeunervolksmuziek? Ja.
Maar die is in alle landen verschillend en bezit in al die landen
kenmerken van de lokale volksmuziek." Uit ‘Zigeunermusik’, Bálint Sárosi, geciteerd door Jetske Mijs, ‘o DROM, 2/94. |
Zigeunermuziek wordt vooral uit het hoofd, uit het lijf, uit het hart,
gespeeld. De talrijke virtuoze, en meestal heel persoonlijke improvisaties van de eerste
violist (de primás), en nagenoeg alle instrumentalisten zijn niet na te spelen. Daarbij komen nog de extra versieringen
zoals
glissando’s en trillers die nergens in partituren staan. Ook
ingewikkelde tempi in bijvoorbeeld 5/8ste, 7/8ste, 9/8ste of 11/8ste maat
wisselen elkaar af, soms zelfs in één muziekstuk! Dat is allemaal niet aan te
leren als je er niet van kleinsaf in ondergedompeld wordt. Van generatie op
generatie leren zigeuners een instrument bespelen vanaf zeer jonge leeftijd,
soms volgt daarna een klassieke opleiding, maar het musiceren met
familieleden en andere zigeuners heeft altijd voorrang.
Enkele voorbeelden van zigeunermuziek kan je beluisteren op de volgende website :
het
repertoire van Kalinka tijdens een receptie
Veel mensen denken dat de basis van de zigeunermuziek in Hongarije ligt. Daar zit een kern van waarheid in, maar de werkelijkheid is natuurlijk veel ruimer. Toen op het einde van de 18e eeuw in de Oostenrijks-Hongaarse monarchie musici als minderwaardig werden beschouwd, ontstond er door de toch voortdurende vraag ruimte voor de zigeunerensembles. Hun interpretaties van de regionale traditionele muziek zijn sindsdien kenmerkend geworden. Overal waar zigeuners neerstrijken ontstaat een dergelijke wisselwerking met de plaatselijke muziek.
Zigeuners spelen inderdaad Hongaarse csárdás maar ook polka’s, bolero’s, fandango, valse musette, Russische en Balkanmuziek, treur- en feestliederen, dansmuziek, liefdes- en religieuze liederen, ballades en jazz. Van oorsprong was zigeunermuziek louter vocaal en diende voor eigen gebruik. Langzame klagende liederen wisselden de snellere opzwepende af. Deze laatste werden begeleid met tongklakken, scanderen van enkele lettergrepen of slaan met lepels. Melodische muziekinstrumenten kwamen er niet aan te pas. Deze oer-benadering is af en toe nog te herkennen bij traditionele stukken. Maar de ontwikkeling en uitwisseling met Westerse en moderne stromingen hebben niet stil gestaan. Denk bij dit laatste aan de fameuze Django Reinhardt met zijn Hot Club de France.